Beveiliging door LS-vacuümschakelaars
Onverwachte voordelen

Het openen van een elektrische keten gaat steeds gepaard met het optreden van een elektrische boog, of ten minste van een vonk. Maar de aanwezige gassen worden geïoniseerd en staan een vlot uitdoven in de weg. Een vacuumschakelaar biedt hier een efficiënte oplossing. Daarenboven is deze schakelaar bijzonder bedrijfszeker. Een succesnummer in de laagspanningstoekomst ?

version française

Het kernprobleem bij het onderbreken van een elektrische keten is de boogvorming. De meest logische remedie tegen die boogvorming is het het doen verdwijnen van deze boog. Maar in een keten is de elektromagnetische energie opgestapeld in het veld en deze energie kan niet ogenblikkelijk naar nul herleid worden. Het ontstaan van de boog kan als volgt beschreven worden : op het ogenblik dat de contacten beginnen te scheiden ontstaan er sterke lokale verhittingen die stralingsbronnen worden van thermo-ionische elektronen. Onder invloed van het elektrisch veld tussen de contacten worden de elektronen versneld. De elektronensnelheid wordt zo groot dat de atomen in het onderbrekingsmilieu geïoniseerd worden. Zo ontstaat een boog.

Uitdoven
Om die boog zo snel mogelijk uit te doven moeten we de ontstaansoorzaken tegen gaan. Zo kan door het gebruik van wolfram of molybdeen de thermische ionisatie verminderd worden. Ook kan de ionisatie van het medium beperkt worden door het inbrengen van een niet-geïoniseerd gas, door het verlagen van de temperatuur en door het verhogen van de druk. Het is immers zo dat volgens de « wet van Paschen » een gas betere diëlektrische eigenschappen krijgt bij stijgende druk : de ontsteekspanning is evenredig met het product van druk en elektrodenafstand.
De spanning over de boog kent een grillig verloop : de spanning hangt immers af van de grootte van de stroom, de toestand van de gaskolom en de de afstand tussen de contacten. De boogspanning doet de stroom dalen, verbetert de arbeidsfactor en vervormt de stroomgolf in de buurt van de nuldoorgang.
De boog veroorzaakt op korte tijd een grote hoeveelheid warmte. Nadelen van deze warmtedissipatie zijn een verhoging van de thermische ionisatie, de degradatie van de diëlectrica, een plotse drukverhoging (ontploffingsgevaar) en aantasting van de contacten.
Het onderbrekingsmilieu vormt dus een cruciale factor bij de keuze van een schakelaar. Het meest eenvoudige medium is lucht, met als variatie perslucht. Verder gebruikt men speciale gassen en olie. Maar wanneer we elk denkbaar medium verwijderen bekomen we vacuüm. En deze techniek biedt verschillende voordelen.
Zoals perfectie niet van deze wereld is, zo bevat een goed technisch vacuüm toch nog een paar miljard atomen per cm³. Maar de gemiddelde vrije weglengte van de elektronen is gestegen tot ongeveer 5 km. Dit betekent dat men niet meer kan spreken van stootionisatie en dat de wet vaan Paschen niet meer van toepassing is. Het fenomeen van de boog in dit moleculaire gas moet dus anders verklaard worden.
Men heeft vastgesteld dat de geleiding voor kleine stromen (minder dan 100A) voor 1% bestaat door ionen, voor 9% door metaaldamp en voor 90% door vrije elektronen. De elektroden blijven bij deze kleine stroom koud en de boogspanning is slechts een functie van het soort metaal : 21V voor koper, 26V voor wolfram, enz. De boog vertoont een sterk dalende karakteristiek en is dus stabiel.
Bij grotere stromen (tot 10 kA) ontstaan er meervoudige bogen. Merkwaardig genoeg ondervinden deze stroombanen een onderlinge afstotende kracht en bewegen ze naar buiten toe. Door de langere weg stijgt de boogspanning sterk en warmen de contactvlakken op. Hierdoor krijgen we onvermijdelijk metaaldampen die bijdragen tot de samenstelling van plasma.
Wanneer de stromen nog groter worden ontstaat er een brede zuil en een dichte metaaldamp. De stroom valt bij de eerste nuldoorgang stil en komt niet meer op omdat de metaaldamp binnen enkele microseconden gecondenseerd is.
Eén van de grote voordelen van vacuümschakelaars is de stroomonafhankelijke tijdsduur van een onderbreking, zodat de boog steeds na de eerste stroomdoorgang uitdooft. Dit betekent dat de schakelaar zeer snel opnieuw gesloten kan worden. Maar bij het beëindigen van de boogstroom rijst het gevaar van overspanningen : in een inductieve keten veroorzaakt de grote stroomverandering (ongeveer 200 A/µs) hoge waarden in de factor di/dt van de formule der inductiespannigen (e = L. di/dt).
Een ander voordeel van de vacuümschakelaar is zijn hoge betrouwbaarheid en lange levensduur. Een indicatie hiervoor is de MTTF, of « Mean Time To Fail ». Momenteel ligt deze tijd in de buurt van 2000 jaar, wat betekent dat een vacuümschakelaar gedurende heel zijn leven onderhoudsvrij is. De elektrische levensduur omvat ongeveer 2 miljoen schakelingen wat beduidend meer is dan het aantal van een gewone luchtschakelaar.
Vermits er geen schadelijke en hete gassen vrijkomen is de veiligheid ten opzichte van mensen sterk toegenomen. Ook op milieugebied is de afwezigheid van die gassen een belangrijke factor. Bijkomend voordeel is dat er ook geen schadelijke aantastingen van de contactoppervlakken kunnen ontstaan. Verder is er geen brand- of explosiegevaar, daar er geen vlam ontstaan is. Tenslotte is de geluidsproductie zeer laag. De contacten vergen geen onderhoud en blijven dus voor de levensduur van de schakelaar in het afgesloten vacuüm.

Overspanningsbeveiliging
Onvermijdelijk wekken de schakelingen overspanningen op. Om die reden moet men parallel op de hoofdstroomkring een overspanningsbegrenzer plaatsen. Zoals we op het schema van een Siemensvacuümschakelaar kunnen zien bestaat deze uit een RC-varistor. De stijgsnelheid van de spanning blijft tot op een niet-kritische waarde beperkt. Vooral wikkelingen van motoren zijn gebaat bij een begrensde stijgsnelheid van de overspanning. De varistor beschermt de condensator voor overspanningspieken. De overspanningsbeveiliging is aan één zijde van de schakelaar gemonteerd en dit moet de kant van de verbruiker zijn. Men moet daar bij het installeren op letten.
De overspanningen die door frequentie-omvormers worden opgewekt kunnen de RC-varistorkring toch vernietigen. In die gevallen moet men een andere soort bescherming kiezen.

Vermogenschakelaars
De elektrische levensduur van vermogenschakelaars is eveneens merkbaar hoger dan die van luchtschakelaars. Een nominale stroom kan tot 30000 keer geschakeld worden en een kortsluitstroom kan 30 keer onderbroken worden. Figuur 2 geeft de doorsnede van de schakelbuis van een vermogenschakelaar weer. Van boven naar onder zien we het beweegbaar schakelstuk, de geleidingslager, de metaalbalg, de vacuümkamer, de contacten, keramische isolatie en het vaste schakelstuk.
Het is niet nodig om een bepaalde tussenruimte te voorzien ten opzichte van andere toestellen. Ze kunnen derhalve zonder probleem in een MCC (Motor Control Center) ondergebracht worden.

Besluit
Ook bij schakelen en beveiligen in laagspanning kunnen vacuümtoestellen goede diensten leveren. Ze zijn weliswaar duurder dan de klassieke types maar bieden ten opzichte van het milieu onmiskenbare voordelen. Ook is hun bedrijfszekerheid maximaal, en gezien hun levensduur uitzonderlijk groot is, zullen ze niet snel in de vergeetput terecht komen. In zekere zin betekent het « niets » dat vacuüm in feite is betekent « zeer veel » voor een schakelaar !

Herman Paternoster

 

Protection par des commutateurs de vide BT
Avantages inattendus

L’ouverture d’une chaîne électrique s’accompagne toujours de l’apparition d’un arc électrique ou, du moins, d’une étincelle. Les gaz présents sont cependant ionisés et empêchent une extinction rapide. Un commutateur de vide offre dès lors une solution efficace. Ce commutateur est, en outre, particulièrement fiable. Un grand succès pour l’avenir de la basse tension ?

Le principal problème dans l’interruption d’une chaîne électrique est la formation d’un arc. Le remède le plus logique contre cette formation d’arc est d’assurer la disparition de l’arc. Dans une chaîne, l’énergie électromagnétique est toutefois accumulée dans le champ et cette énergie ne peut pas être instantanément réduite à zéro. L’apparition d’un arc peut être décrite comme suit : au moment où les contacts commencent à se séparer apparaissent d’importants réchauffements locaux qui deviennent des sources de rayonnement d’électrons thermoioniques. Les électrons sont accélérés sous l’influence du champ électrique entre les contacts. La vitesse des électrons devient tellement importante que les atomes dans l’environnement de l’interruption sont ionisés. C’est ainsi qu’apparaît un arc.

Extinction
Pour éteindre cet arc le plus vite possible, nous devons nous attaquer aux causes et aux origines. C’est ainsi que l’utilisation de tungstène ou de molybdène réduit l’ionisation thermique. L’ionisation du support peut également être limitée par l’apport d’un gaz non ionisé, par la réduction de la température et par l’accroissement de la pression. N’oublions pas que, selon la « loi de Paschen », un gaz acquiert de meilleures caractéristiques diélectriques en fonction de l’augmentation de la pression : la tension d’amorçage est proportionnelle au produit de la pression et de la distance des électrodes. La tension d’un arc connaît un déroulement plutôt capricieux : la tension dépend, en effet, de l’importance du courant, de l’état de la colonne gazeuse et de la distance entre les contacts. La tension de l’arc fait réduire le courant, améliore le facteur de puissance et déforme l’onde du courant dans les environs du passage zéro. L’arc provoque une grande quantité de chaleur en un laps de temps très réduit. Les inconvénients de cette dispersion de chaleur sont un accroissement de l’ionisation thermique, la dégradation de la diélectrique, une brusque augmentation de la pression (danger d’explosion) et une dégradation des contacts. Le milieu d’interruption représente donc un facteur crucial dans le choix d’un commutateur. Le support le plus simple est l’air, avec l’air comprimé comme variante. On utilise également des huiles et des gaz spéciaux. Mais lorsque nous éliminons tous les supports imaginables, nous obtenons un vide. Cette technique offre différents avantages. Tout comme la perfection n’est pas de ce monde, un bon vide technique comprend tout de même encore quelques milliards d’atomes au cm³. La moyenne de la longueur de voie libre pour les électrons s’est toutefois accrue jusqu’à environ 5 km. Cela signifie que nous ne pouvons plus parler d’ionisation de choc et que la loi de Paschen n’est plus d’application. Nous devons donc trouver une autre explication au phénomène de l’arc dans ce gaz moléculaire. On a constaté que la conduction pour les courants réduits (moins de 100A) est composée de 1% d’ions, de 9% de vapeurs métalliques et de 90% d’ions libres. Avec un courant pareillement réduit, les électrodes restent froides et la tension de l’arc ne sera qu’une fonction du type de métal : 21V pour le cuivre, 26V pour le tungstène, etc. L’arc affiche une caractéristique en forte décroissance et est donc stable. Dans le cas de courants plus importants (jusqu’à 10 kA) apparaissent des arcs multiples. Curieusement, ces circuits éprouvent une force mutuelle repoussante et se meuvent donc vers l’extérieur. Le trajet plus long fait que la tension de l’arc augmente considérablement et les surfaces de contact se réchauffent. Ceci provoque inévitablement des vapeurs métalliques qui contribuent à la composition de plasma. Lorsque les courants croissent encore, nous voyons apparaître une large colonne et une vapeur métallique dense. Le courant s’arrête lors du premier passage zéro et n’est plus généré puisque les vapeurs métalliques sont condensées endéans quelques microsecondes.
L’un des avantages principaux des commutateurs sous vide est la durée d’interruption qui est totalement indépendante du courant. De cette façon, l’arc s’éteint toujours après le premier passage du courant. Cela signifie que le commutateur peut être refermé très rapidement. Lors de l’interruption du courant de l’arc apparaît toutefois le risque de surtensions : dans une chaîne inductive, la variation importante de courant (environ 200 A/µs) provoque des valeurs élevées dans le facteur di/dt de la formule des tensions d’induction (e = L.di/dt). Un autre avantage de ce commutateur sous vide est sa grande fiabilité et sa longévité considérable. Le MTTF ou « Mean Time To Fail » fournit une indication dans ce sens. Actuellement, le MTTF se situe dans aux alentours de 2000 ans ce qui signifie qu’un commutateur sous vide sera exempt d’entretien pendant toute sa durée de vie. La longévité électrique est d’environ 2 millions de commutations ce qui est nettement supérieur au nombre de commutations d’un commutateur à air ordinaire.
Comme il n’y a aucune libération de gaz nocifs et chauds, la sécurité vis-à-vis des utilisateurs s’est très nettement améliorée. Au niveau environnemental, cette absence de gaz représente également un facteur important. Un avantage supplémentaire est l’absence de dégradations préjudiciables aux surfaces de contact. Comme il n’y a pas de flamme, il n’existe pas non plus de risques d’incendie ou d’explosion. La production sonore est finalement très basse. Les contacts ne demandent aucun entretien et restent dès lors dans le vacuum fermé pendant toute la longévité du commutateur.

Sécurité de surtension
Les commutations provoquent inévitablement des surtensions. C’est pour cette raison qu’il faut placer un limiteur de surtension parallèlement au circuit principal. Comme nous pouvons le voir sur le schéma du commutateur sous vide de Siemens, celui-ci consiste en une varistance RC. L’accélération de la tension est limitée à une valeur non critique. Ce sont surtout les bobinages des moteurs qui retirent des bénéfices d’une accélération limitée de la surtension. La varistance protège le condensateur contre des crêtes de surtension. La sécurité contre les surtensions est montée sur l’une des faces du commutateur qui doit obligatoirement se trouver du côté de l’utilisateur. Il faut y veiller lors de l’installation. Les surtensions qui sont générées par des transformateurs de fréquence peuvent toutefois détruire le circuit de la varistance RC. Dans ces cas, il convient de choisir un autre type de protection.

Commutateurs de puissance
La longévité électrique des commutateurs de puissance est également sensiblement plus élevée que celle des commutateurs à air. Un courant nominal peut être commuté jusqu’à 30000 fois et un courant de court-circuit peut être interrompu 30 fois. La figure 2 reproduit la coupe transversale de la colonne de commutation d’un commutateur de puissance. De haut en bas, nous distinguons la pièce de commutation, le support de conduction, le soufflet métallique, la chambre du vacuum, les contacts, l’isolation en céramique et la pièce de commutation fixe. Il n’est pas nécessaire de prévoir un certain espace par rapport à d’autres appareils. Ils peuvent donc sans aucun problème être incorporé dans un MCC (Motor Control Center).

Conclusion
Les appareils sous vide peuvent également rendre des services appréciables dans les commutations et la sécurisation à basse tension. Bien que plus chers que les types classiques, ils offrent des avantages indéniables par rapport à l’environnement. Leur fiabilité est maximale et, compte tenu de leur longévité exceptionnellement importante, ils ne se retrouveront pas de sitôt aux oubliettes. Dans un certain sens, le « rien » que représente en fait un vacuum, signifie « énormément » pour un commutateur !

Herman Paternoster
 

©