Etiketteren
Belangrijke codeervorm
Binnen logistieke processen is steeds een aantal momenten te vinden waarop artikelen moeten worden gecodeerd. Daarvoor staan diverse technieken ter beschikking. Een van de oudste is het etiketteren. Die techniek kent zoveel toepassingsmogelijkheden, dat zij nog lang een belangrijke codeervorm zal blijven.
version
française
Het coderen van artikelen en andere producten, is noodzakelijk om binnen de steeds verder geautomatiseerde productie-, verpakkings-, opslag- en distributiesystemen, individuele artikelen, batches of complete zendingen te kunnen herkennen en daardoor in het proces kunnen volgen. Geautomatiseerde productie-, verpakkings- en sorteerlijnen werken immers met scanners, waarmee de aanvoer van grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten aan de procesbesturingscomputer wordt gemeld. Vaak gebeurt die aanvoer via interne transportsystemen waarbij gebruik wordt gemaakt van diverse verpakkingsvormen. Dergelijke transportverpakkingen moeten van een code zijn voorzien, wil de computer kunnen weten welk product getransporteerd is. Pas daarna kan de besturingscomputer bepalen welke hoeveelheid product gebruikt zal worden, welke het opvolgende productieproces is of waarheen een eindproduct in de distributie moet worden gezonden respectievelijk opgeslagen.
Ook dat opslagmoment en het daaropvolgende orderverzamelen vraagt een belangrijke rol aan het coderen.
Kwaliteit
Dergelijke kwaliteitsvragen kunnen eigenlijk alleen worden beantwoord door het gebruik van coderingen.
De laatste fasen in het logistieke keten-proces, de externe of distributie-logistieke momenten, vragen om dezelfde kwaliteitsredenen ook om goede coderingen. Magazijncomputers moeten weten welke goederen in welke vrachtwagens zijn geladen en wanneer, terwijl winkelcomputers moeten worden geïnformeerd over de aankomst van nieuwe voorraden. Ook hier speelt de vraag naar foutloos leesbare coderingen een rol. Tenslotte dient een consumentenverpakking van de juiste gegevens te zijn voorzien voor gebruik aan de kassa en teneinde consumentenclaims te kunnen afhandelen. Daarbij spelen variabele gegevens een belangrijke rol.
Overigens neemt in de nabije toekomst het belang van coderingen op consumentenverpakkingen toe. Doordat steeds meer consumenten via hun huishoudelijke hulpmiddelen (koelkasten, magnetrons) en hun PC’s of TV-aansluitingen op internet gebruik zullen maken van bijvoorbeeld streepjescodes op consumentenverpakkingen, teneinde de bewaartermijnen in te voeren in de geheugenchips van de koelkasten en vriezers, de bewerkingsreceptuur in te voeren in de magnetrons en computergestuurde ovens alsmede via het internet opvragen van gebruiksaanwijzingen of andere recepten.
Informatiedrager
Zowel de informatieve rol ten aanzien van computerbestanden en consumenten-gegevens als de marketingrol van verpakkingen, vraagt om de juiste informatiedrager. Voor het bedrukken van verpakkingsmateriaal staan diverse technieken ter beschikking, waarbij vooral ten behoeve van het aanbrengen van de variabele gegevens gewerkt wordt met de inkjetprinter en de etikettenprint- en aanbrengunit. Ook lasercodeersystemen doen opgeld, maar aangezien die uit kostenoogpunt meer geschikt zijn voor het snel coderen van zeer grote aantallen, beperken de mogelijkheden zich meestal tot het inkjetten en etiketteren.
Teneinde de vereiste print- en applicatie-snelheden te halen, heeft de industrie voor passende oplossingen gezorgd.
Kostenbeheersing/kwaliteitsverbetering
Uitgangspunt daarbij is kostenbeheersing bij kwaliteitsverhoging. Hoe sneller en foutlozer kan worden geëtiketteerd, des te lager zijn de productiekosten. Printsnelheden van etikettenprinters en van print- & aanbreng-systemen worden substantieel verhoogd en stilstand-tijden aanzienlijk verminderd door toepassing van nieuwe technologieën. Zo verbetert het gebruik van de 64 bit-processor en diens printsystemen de resultaten aanzienlijk, evenals de inzet van de zogenoemde ‘Near Edge’-printkop
De 64 bit RISC-processor is in de printers en de print- en aanbrengsystemen toegepast nadat Avery Dennison de beperkingen onderkende van het overdrachtsproces van data tussen de PC waarop etiketten worden samengesteld en de processor van de printer-zelf. Over het algemeen zijn namelijk geheugencapaciteit en dataverwerkingssnelheid van etikettenprinters niet bijster groot. In automatiseringstermen gesproken houdt het in dat de conventionele etikettenprinter over een 8 bit-processor beschikt - hooguit 16 bit en in een heel enkel geval een 32 bit-rekeneenheid - waardoor slechts geringe hoeveelheden informatie tegelijkertijd kunnen worden ontvangen en verwerkt. In de praktijk houdt het een bloksgewijze afwerking van informatie in. Weliswaar gebeurt dit alles in seconden, maar desalniettemin is het een betrekkelijk traag proces dat in principe de snelheid van verpakkingslijnen of van het gereedzetten van bijvoorbeeld pallets of andere transportverpakkingen beperkt. Om die beperking op te heffen, wordt vaak gewerkt met zeer vroege aansturingen, wat niet altijd eenvoudig is.
Avery Dennison zocht naar een eenvoudiger vorm en vond die door een krachtiger processor in de printer in te bouwen. Het werd een 64 bit-processor, waarmee zowel teksten als logo’s en andere grafische afbeeldingen in één keer van de besturingscomputer naar de printer worden gestuurd en door die printer in één keer worden afgewerkt.
Het grote verschil tussen de 64 bit-printer en de traditionele 8 of 16 (eventueel 32) bit-printerprocessor betreft enerzijds de geheugencapaciteit (standaard 8 MB, uitbreidbaar tot 32 MB, via cards tot 64 MB) en anderzijds de verwerkingssnelheid. De hogere verwerkingssnelheid is van belang gebleken bij het synchroniseren van printersnelheden met de conveyorsnelheden, plus voor het vereenvoudigen van de automatiseringsprocedures bij het aansturen van verpakkingslijnen en sorteerunits. Het maakt immers een groot verschil of een compleet etiket in het geheugen van de printer klaarstaat of dat de printer met afdrukken moet wachten tot het volgende datapakketje is gearriveerd.
De 64 bit-printers slaan daarom elk etikettenlayout als geheel in hun geheugen op. Het betekent dat een printer een kleine batch artikelen van de gewenste bedrukkingen kan voorzien en vervolgens zonder het gehele verpakkings- of sorteerproces te onderbreken voor layout-wisselen, de volgende batch aan een ander etiket helpt. Inclusief barcode, logo en grafische afbeelding. In een printresolutie van 300 dpi met een printsnelheid van max. 300 mm/seconde en - afhankelijk van het printertype - in verschillende etiketformaten.
Near Edge
De Near Edge-printkop verschilt op een aantal aspecten van de conventionele ‘flat head’-printkop, waarvan de hoek, die de printkop maakt ten opzichte van het te bedrukken etiket, de meest opvallende is. Door de verkleinde hoek is de kracht, waarmee de ‘near edge’-printkop op de transportwals van de printer drukt, slechts een kwart van die van de conventionele ‘flat head’-printkop. Met als gevolg minder wrijving en daardoor minder slijtage bij toch gelijkblijvende afdrukresultaten. Bij een gemiddeld printergebruik daalt het verbruik van printkoppen van circa 10 per jaar naar ongeveer 2 per jaar. Verder ligt het operationele gebruik van ‘flat head’-printkoppen, uitgedrukt in kilometers inktlint, rond de 25 km en is dat van ‘near edge’-printkoppen 100 km en meer. Tegelijkertijd leidt het tot een substantiële verhoging van de printsnelheid en dus die van verpakkings- en productielijnen.
www.averydennison.com
Etiquetage
Une forme de codage importante
Dans les processus logistiques, les articles doivent toujours être codés à un moment donné. Il existe différentes techniques à cet effet, dont une des plus anciennes est l’étiquetage. Cette technique connaît tant de possibilités d’applications, qu’elle restera encore longtemps une forme de codage importante.
Le codage des articles et autres produits est nécessaire pour reconnaître et par conséquent suivre les articles individuels, les lots ou les envois complets au sein des systèmes de production, d’emballage, de stockage et de distribution toujours plus automatisés. Les lignes de production, d’emballage et de tri automatisées utilisent en effet des scanners annonçant l’arrivée des matières premières, des produits semi-finis et des produits finis à l’ordinateur qui pilote le processus. Souvent, cette alimentation est assurée par des systèmes de transport internes, utilisant différentes formes d’emballage. De tels emballages de transport doivent être pourvus d’un code, si l’ordinateur veut connaître le produit transporté. Ensuite seulement, l’ordinateur de commande peut déterminer la quantité de produit utilisé, le processus de production suivant ou l’endroit où doit être envoyé et stocké un produit fini dans la distribution.
Ce processus de stockage et la préparation de commande ultérieure requièrent également un codage.
Qualité
De telles demandes de qualité peuvent être uniquement satisfaites par l’utilisation de codages. Les dernières phases de la chaîne du processus logistique, les processus logistiques externes ou liés à la distribution requièrent également de bons codages, pour les mêmes raisons de qualité. Les ordinateurs d’entrepôt doivent savoir quelles marchandises sont chargées dans quels camions, à quel moment, tandis que les ordinateurs du magasin doivent être informés de l’arrivée de nouveaux stocks. Ici aussi, la demande de codes corrects et bien lisibles joue un rôle crucial. Finalement, l’emballage pour le consommateur doit être pourvu des bonnes données pour assurer son traitement à la caisse et afin de pouvoir prendre en charge les réclamations des consommateurs. Les données variables sont à cet égard également capitales.
L’importance des codages sur les emballages de consommation progressera d’ailleurs à court terme. En effet, les consommateurs utiliseront de plus en plus les codes-barres sur les emballages de consommation, au travers de leurs appareils électroménagers (réfrigérateur, fours micro-ondes) et leurs connexions Internet à des PC ou TV, pour introduire les dates de conservation dans les puces de mémoire des réfrigérateurs et surgélateurs, introduire le mode de préparation dans les fours micro-ondes et les fours pilotés par ordinateur ou pour interroger Internet sur des modes d’emploi ou d’autres recettes.
Vecteur d’information
Tant le rôle informatif envers les fichiers informatiques et les consommateurs que le rôle marketing des emballages exige le bon vecteur d’information. Il existe différentes techniques d’impression du matériel d’emballage, recourant pour l’application de données variables surtout à l’imprimante à jet d’encre et à l’unité d’impression et d’apposition d’étiquettes. Les systèmes de codage au laser sont en vogue mais conviennent mieux, en raison de leur prix, au codage rapide de grandes quantités. Les possibilités se limitent par conséquent surtout au jet d’encre et à l’étiquetage. Afin d’atteindre les vitesses d’impression et d’application requises, l’industrie a développé les solutions adéquates.
Maîtrise des coûts - Amélioration de qualité
Le principe de départ: maîtriser les coûts tout en augmentant la qualité. Plus l’étiquetage peut être rapide et exempt de fautes, moins chers seront les coûts de production. L’application de nouvelles technologies a permis d’augmenter substantiellement les vitesses d’impression des imprimantes d’étiquettes et des systèmes d’impression et d’application tout en réduisant considérablement les temps d’arrêt. L’utilisation d’un processeur 64 bits dans ces systèmes d’impression améliore sensiblement les résultats, de même que la mise en œuvre de la tête d’impression ‘Near Edge’. Le processeur RISC 64 bits est utilisé dans les imprimantes et les systèmes d’impression et d’application après qu’Avery Dennisson ait reconnu les limites du processus de transfert des données entre le PC, sur lequel sont composées les étiquettes, et le processeur même de l’imprimante. En général, la capacité de mémoire et la vitesse de traitement des données des imprimantes d’étiquettes ne sont pas très grandes. En termes d’automatisation, l’imprimante d’étiquettes traditionnelle dispose d’un processeur 8 bits, maximum 16 bits et dans un seul des cas d’une unité de calcul de 32 bits. Seules de petites quantités d’informations peuvent dès lors être reçues et traitées simultanément. Dans la pratique, cela implique un traitement de l’information par blocs. Tout cela se fait naturellement en quelques secondes. Il s’agit néanmoins d’un processus relativement lent qui réduit en principe la vitesse des lignes d’emballage, de la préparation des palettes ou des autres emballages de transport. Pour supprimer cette restriction, on essaie d’envoyer les informations le plus tôt possible, ce qui n’est pas toujours une tâche aisée. Avery Dennison a cherché une solution plus simple et l’a trouvée en intégrant dans l’imprimante un processeur plus puissant. Elle a opté pour un processeur 64 bits, pouvant envoyer en une seule fois tant des textes que des logos et d’autres illustrations graphiques de l’ordinateur de commande à l’imprimante qui les traite dans leur globalité.
La grande différence entre l’imprimante 64 bits et le processeur d’imprimante traditionnel à 8 ou 16 (éventuellement 32) bits réside d’une part dans la capacité de mémoire (8 MB standard, extensible à 32 MB ou encore jusqu’à 64 MB via des cartes) et d’autre part dans la vitesse de traitement. La vitesse de traitement plus élevée s’est avérée importante pour la synchronisation de la vitesse de l’imprimante à celle du convoyeur ainsi que pour la simplification des procédures d’automatisation lors du pilotage des lignes d’emballage et des unités de tri. Cela constitue en effet une grande différence si une étiquette se trouve entièrement dans la mémoire de l’imprimante ou si l’imprimante doit attendre avant d’imprimer l’arrivée du prochain paquet de données.
C’est pourquoi les imprimantes 64 bits tiennent en mémoire chaque lay-out d’étiquette en tant qu’un ensemble. Une imprimante peut, en d’autres termes, marquer un petit lot d’articles des impressions souhaitées et ensuite, sans interrompre le processus d’emballage ou de tri pour changer de lay-out, placer une autre étiquette sur le lot suivant en y incluant le code-barre, le logo et l’illustration graphique. Le tout dans une résolution d’impression de 300 dpi à une vitesse d’impression de max. 300 mm/seconde et – en fonction du type d’imprimante – en différents formats d’étiquettes.
Near Edge
La tête d’impression Near Edge diffère à différents titre de la tête d’impression traditionnelle ‘flat head’. L’angle formé entre la tête d’impression et l’étiquette à imprimer est une des différences les plus remarquables. Grâce à la réduction de cet angle, la force avec laquelle la tête ‘Near Edge’ appuie sur le rouleau de transport de l’imprimante, n’équivaut qu’à un quart de la force déployée par la tête d’impression ‘flat head’ classique. Cela se traduit par une diminution de la friction et par conséquent par une diminution de l’usure tout en garantissant des résultats d’impression identiques. En tenant compte d’une utilisation moyenne de l’imprimante, la consommation de têtes d’imprimantes diminue de dix à deux unités par an. L’utilisation fonctionnelle des têtes d’imprimante ‘flat head’, exprimée en kilomètres de ruban d’encre, s’élève à environ 25 km tandis que celle des têtes d’impression ‘Near Edge’ dépasse les 100 km. Cela entraîne simultanément une hausse substantielle de la vitesse d’impression et, par là même, des lignes d’emballage et de production. n
www.averydennison.com