FloraHolland Rijnsburg
Grootste kettingbaanproject ooit in Nederland


Hubert Lahaut, Control & Automation Magazine

version française

Op FloraHolland vestiging Rijnsburg is met het slaan van de eerste paal op 14 februari 2004 het startsein gegeven voor de bouw van een nieuwe hal. De uitvoering van het Logistiek Plan Rijnsburg (LPR) is daarmee officieel begonnen. LPR omvat een volledige herschikking van de interne logistieke stromen op FloraHolland Rijnsburg. Daardoor kan ook in de toekomst het aanbod van geveilde producten op de gewenste snelheid bij kopers in het veilinggebouw worden afgeleverd.


Nederland is de grootste producent van snijbloemen en planten ter wereld en verzorgt ruim de helft van de wereldhandel in die producten. FloraHolland, met export- en regionale veilingen in Naaldwijk, Rijnsburg, Bleiswijk, Eelde en Venlo, staat als coöperatieve afzetorganisatie in het hart van de markt. In het jaar 2000 werd de structuurvisie Rijnsburg opgesteld. Doel was het bepalen van de ruimtebehoefte van de vestiging in Rijnsburg voor de periode tot 2020 en daarna. Voor de automatisering, implementatie en aanpassing van 12 vloerkettingbaansystemen heeft deze Nederlandse instelling gekozen voor Egemin. Het volledige plan omvat meer dan 4 km transport van veilingwagens.

Logistiek Pan Rijnsburg
“Ten behoeve van een snelle logistieke doorstroom van producten worden de afvoerstromen vanaf de klokken geconcentreerd. Dat gebeurt straks door alle geveilde veilingwagens direct achter de klokken met liften op een verdiepingsvloer te brengen”, aldus Joannes Vos, Projectmanager Handling Systems bij het in Zwijndrecht gevestigde Egemin. “Daar vindt eerst een voorsorteerslag plaats, waar spoedkopen, veilingwagens die in één keer verkocht zijn en grote restpartijen van de andere geveilde veilingwagens worden gescheiden. Die andere veilingwagens worden dan op de verdiepingsvloer gedistribueerd en vervolgens bij de kopers elders in het veilinggebouw afgeleverd. FloraHolland heeft voor de uitvoering van de eerste fase van dit plan een investering van 50 miljoen euro goedgekeurd. Doelstelling is het in stand houden van korte logistieke doorlooptijden in een betrouwbaar afleverproces, ook op de lange termijn”.
De structuurvisie 2020 is voor de vestiging Rijnsburg de basis voor toekomstige uitbreidingen en aanpassingen van het veilingcomplex. Als nadere uitwerking van de structuurvisie is het Logistiek Plan Rijnsburg (LPR) tot stand gekomen. In totaal duurt het LPR project ruim 2,5 jaar (afronding in 2007).

Fase 1
Deze fase van het LPR omvat uitbreiding van vier stramienen (10.780 m²) van het gebouw aan de zuidzijde. Daarmee wordt meer ruimte gecreëerd dan op dit moment nodig is. Toch is de aanleg van deze hele hal nodig om voldoende werkruimte voor het logistieke proces over te houden tijdens de bouwactiviteiten. Tevens wordt hierbij gelijk rekening gehouden met ruimte voor elektriciteit, koeling en noodstroomvoorziening en personeelsvoorzieningen. Het dak van dit gebouwd wordt een parkeerdak voor het stallen van personen- en veilingwagens. In deze hal wordt een nieuwe verdiepingsvloer aangelegd, die begint bij het punt waar de eerste uitbreiding van het opstelgebied is begonnen. Voor de verbinding tussen de begane grond worden in het klokafvoergebied heftafels (liften) aangebracht (zes voor eenkoopskarren en spoedkopen en negen voor meerkoopskarren). Voor de afvoer van verdeelde karren vanaf de verdiepingsvloer richting kopersgebied worden hellingbanen aangelegd. Deze nieuwbouw maakt het mogelijk om tot concentratie van de klokafvoerstromen te komen. Bovendien zijn dan nog nauwelijks aanpassingen aan het gebouw nodig voor de toepassing van AGV’s (kleine met elektronica uitgeruste ‘heftruck’) in het aanvoer- en verdeelgebied en de toepassing van robots voor het overzetten van geveilde producten.
Het eindplaatje van Fase 1 laat toe dat de afvoer van geveilde karren vanaf de klok richting verdeelgebied direct verloopt in zuidelijk richting via zes afvoersporen. Na de klok worden de meerkoopskarren van de eenkoopskarren en de spoedkopen gescheiden. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door het feit dat uniforme stapelwagens, die vanaf 2003 ook in Rijnsburg worden gebruik, over informatiedragers beschikken. Heftafels brengen de karren met maximaal acht tegelijk naar de verdiepingsvloer waar het distributieproces plaats vindt.

Veelzijdig transportsysteem
Joannes Vos: “Het door Egemin te installeren transportsysteem is van het type E’tow® (Egemin towing system). Het is een bedrijfszeker transportsysteem met een in de vloer ingebouwde ketting die permanent wordt aangedreven door een speciaal ontworpen aandrijfunit. In Rijnsburg zijn er 18 aandrijfunits voorzien. Het is een continu transportsysteem dat een efficiënte en kostenbewuste oplossing biedt bij tal van material handling toepassingen. Het is een flexibel PLC-gestuurd systeem dat gemakkelijk aanpasbaar is. Het kan een hoge doorvoercapaciteit aan en staat garant voor een hoog transportrendement. Daarnaast kunnen allerlei transportmiddelen door elkaar worden gebruikt, zodat het systeem de meest diverse materiaalstromen aan kan. Omdat het systeem zo duurzaam is treden storingen zelden op. De automatische smering en de slijtvaste componenten beperken het onderhoud tot een minimum. De door ons ontwikkelde E’tis software helpt de materiaalstroom onder controle te houden en geeft een duidelijk overzicht op de actuele situatie, terwijl eenvoudige codeersystemen de materiaalstroom automatiseren”.

Werkingsprincipe
Het consequent scheiden van de klokafvoerstromen waarvoor in het LPR is gekozen, biedt directe mogelijkheden voor het mechaniseren en automatiseren van het logistieke systeem. Joannes Vos: “In principe is het een eenvoudig systeem. Een eindeloze ketting houdt de transportmiddelen continu in omloop. Deze ketting wordt automatisch gesmeerd vanuit de aandrijving met een biologisch afbreekbare olie, die de wrijving vermindert, de ketting reinigt en beschermt tegen corrosie. De ketting is ook uitgerust met ‘meenemers’. Dit is een uitsparing in de ketting die de meeneempen van het transportmiddel voorttrekt. De ketting loopt in een U-vormig kanaal dat volledig verankerd is in de werkvloer. De rail is slecht 78 mm diep en kan dus vlot worden ingebouwd en wissels maken het mogelijk alternatieve routes te voorzien. De ketting wordt rechtstreeks aangedreven en loopt in een lus over een aandrijf- en keerwiel. Een uitgaande meenemer neemt het transportmiddel over van een ingaande meenemer. De aandrijving geschiedt door een elektromotor die via riemaandrijving, gekoppeld aan een robuuste en geluidsarme ‘Cyclo Drive’ reductor, voor een hoog rendement zorgt. Ook is het mogelijk het systeem uit te rusten met een snelheidsregeling, maar hier heeft de klant vrije keuze over”.

Productidentificatie
Bij dergelijke complexe lay-outs is een betrouwbare productidentificatie onontbeerlijk. Het moet de goederenstroom nog beter helpen te beheersen en zorgen voor een uitermate vlotte productflow. Joannes Vos: “Op elke wagen kan een vaste code worden ingesteld die via een elektronische eenheid in de vloer kan worden uitgelezen. De RF transponder is vast gecodeerd met een EAN-code per stapelwagen. De bestemming van de stapelwagen wordt beslist door het hostsysteem van de veiling in functie van de koper van de bloemen of planten. Op een strategisch punt in de layout wordt de kar geïdentificeerd, en vervolgens de bestemming opgevraagd via een ethernetkoppeling. De bestemming kan dus per stapelwagen verschillend zijn. Via een draadloze communicatie kunnen geprogrammeerde transponders uitgelezen worden. Deze wordt dan naar klantennormen specifiek geprogrammeerd. Deze transponder heeft een leesbetrouwbaarheid van meer dan 99%. Een softwarepakket ondersteunt deze logistieke stroom voor tracking en tracing van de producten op het kettingbaansysteem. Het Egemin tow information system (E’tow) biedt dus een goed overzicht op de goederenstroom. Het is tevens het platform van waaruit de vloerkettingbaan kan worden gekoppeld aan het beheersysteem. Op die manier kan het gemakkelijk een cruciale rol vervullen in de meest moderne productie- en distributieomgevingen”. <<

FloraHolland Rijnsburg
Plus grand projet de convoyeur à chaîne jamais réalisé aux Pays-Bas


Hubert Lahaut, Control & Automation Magazine

La frappe du premier pieu le 14 février 2004 sur le site de FloraHolland à Rijnsburg marqua le démarrage de la construction d’un nouveau hall. Elle sonna le début officiel de l’exécution du Plan logistique Rijnsburg (LPR). Le LPR prévoit une réorganisation complète des flux logistiques internes de FloraHolland à Rijnsburg. Cette réorganisation à également pour but d’acheminer rapidement jusqu’aux acheteurs l’offre de produits vendus au cadran dans les halles.


Les Pays-Bas sont le plus grand producteur au monde de fleurs à couper et de plantes. Ils assurent plus de la moitié du commerce mondial dans ces produits. FloraHolland, qui compte des halles d’exportation et régionales à Naaldwijk, Rijnsburg, Bleiswijk, Eelde et Venlo, se trouve, en tant qu’organisation de vente coopérative, au cœur du marché. En 2000, la vision de la structure de Rijnsburg fut mise au point. L’objectif était de déterminer le besoin d’espace du site de Rijnsburg pour la période à venir jusqu’à 2020 et plus tard. Ce site néerlandais a choisi Egemin pour l’automatisation, l’implémentation et l’adaptation de 12 systèmes de convoyage à chaîne au sol. L’ensemble du plan comprend plus de 4 km de transport par chariots.

Plan Logistique Rijnsburg
«Afin d’assurer un transit logistique rapide des produits, les flux d’écoulement sont concentrés au départ des horloges. Bientôt, tous les chariots vendus au cadran seront amenés directement par ascenseurs derrière les horloges à l’étage»explique Joannes Vos, Projectmanager Handling Systems chez Egemin à Zwijndrecht. «Les marchandises y subiront d’abord un prétriage. En d’autres termes, les achats d’urgence, les chariots vendus dans leur totalité et les grands lots restants des autres chariots vendus au cadran y seront séparés. Ces autres chariots seront ensuite distribués à l’étage, puis acheminés auprès des acheteurs ailleurs dans les halles. Pour l’exécution de la première phase du plan, FloraHolland a approuvé un investissement de 50 millions d’euros. L’objectif est de préserver les temps de traitement logistique courts avec un processus de livraison fiable, même à long terme.» La vision 2020 de la structure constitue pour le site de Rijnsburg la base des futures extensions et adaptations du complexe des halles. L’élaboration de la vision de la structure a donné naissance au Plan Logistique Rijnsburg (LPR). Ce projet LPR durera au total 2,5 ans (clôture en 2007).

Phase 1
Cette phase du LPR comprend l’extension de quatre travées (10.780 m²) du côté sud du bâtiment. Cette extension crée plus d’espace que nécessaire à ce jour. Pourtant, la construction de ce hall est indispensable pour assurer un espace de travail suffisant pour le processus logistique durant les activités de construction. Il faut simultanément prévoir de l’espace pour l’électricité, le refroidissement et l’approvisionnement en courant de secours ainsi que pour l’équipement pour le personnel. Le toit de ce bâtiment devient un parking qui hébergera les voitures particulières et les chariots. Un nouvel étage sera construit dans ce hall. Il commence à l’endroit où a démarré la première extension de la zone de préparation. Pour la liaison avec le rez-de-chaussée, des tables de levage (ascenseurs) sont placées dans la zone d’évacuation de l’horloge (six pour les chariots à achat unique et les achats d’urgence, neuf pour les chariots multi-achats). L’installation de rampes doit permettre d’évacuer les chariots attribués à partir de l’étage en direction de la zone des acheteurs. Cette nouvelle construction permet de concentrer les flux d’évacuation de l’horloge. En outre, cette disposition ne nécessite quasi plus d’adaptations au bâtiment pour l’emploi d’AGV (des petits ‘chariots élévateurs’ équipés d’électronique) dans la zone d’acheminement et de distribution ni pour l’application de robots pour le déplacement des produits vendus au cadran.
La phase 1 permet d’évacuer les chariots vendus au cadran, à partir de l’horloge, par six voies d’évacuation en direction de la zone de distribution sud. Après l’horloge, les chariots multi-achats sont séparés des chariots à achat unique et des achats d’urgence grâce notamment aux modules d’information dont disposent les chariots d’empilage uniformes utilisés depuis 2003 à Rijnsburg. Les tables de levage amènent simultanément huit chariots à l’étage où a lieu le processus d’attribution.

Système de transport polyvalent
«Le système de transport qui doit être installé par Egemin est du type E’tow (Egemin towing system)» explique Joannes Vos. «C’est un système de transport fiable doté d’une chaîne intégrée dans le sol qui est entraînée en permanence par une unité d’entraînement spécifique. 18 unités d’entraînement sont prévues pour le site de Rijnsburg. Ce système de transport en continu offre une solution efficace et rentable pour de nombreuses applications de manutention. Le système flexible, piloté par PLC, s’adapte aisément. Il peut assumer une grande capacité de transit et garantit un rendement de transport élevé. Il permet d’utiliser tous types de transport et peut dès lors assumer les flux de matériaux les plus divers. Vu la grande durabilité du système, les pannes sont peu fréquentes. La lubrification automatique et la résistance des composants à l’usure limitent l’entretien à son minimum. Le logiciel E’tis que nous avons développé assure le contrôle du flux de produits et donne un aperçu clair de la situation actuelle tandis que des systèmes de codage simples automatisent le flux de marchandises.»

Principe de fonctionnement
La séparation conséquente des flux d’évacuation de l’horloge, choisie dans le LPR, offre des possibilités directes de mécanisation et d’automatisation du système logistique. «Le principe du système est très simple» poursuit Joannes Vos. «Une chaîne sans fin assure un déplacement continu des chariots. Cette chaîne est lubrifiée automatiquement depuis son point d’entraînement au moyen d’une huile biodégradable qui diminue le frottement, nettoie la chaîne et la protège contre la corrosion. La chaîne est également équipée de ‘taquets’. Il s’agit là d’une encoche dans la chaîne qui tracte la broche du chariot. La chaîne glisse dans un profil en forme de U entièrement noyé dans le sol. Le rail a une profondeur de seulement 78 mm et peut donc aisément être encastré dans le sol. Des aiguillages permettent de prévoir des cheminements alternatifs. La chaîne est à entraînement direct et s’enroule dans le groupe moteur sur une roue d’entraînement et de renvoi. La broche du chariot est automatiquement transférée du taquet entrant sur le taquet sortant. L’entraînement passe par un électromoteur qui assure un rendement élevé via une courroie d’entraînement, reliée à un réducteur ‘Cyclo Drive’ robuste et silencieux. Le système peut également être équipé d’une régulation de vitesse. Ce choix dépend toutefois entièrement du client.»

Identification du produit.
Avec des agencements d’une telle complexité, il est indispensable de pouvoir s’appuyer sur une identification fiable des produits. Cette identification doit permettre de mieux maîtriser encore le flux de marchandises et d’assurer un flux de produits excessivement fluide. «Un code fixe peut être attribué à chaque chariot. Ce code peut être lu via une unité électronique placée dans le sol. Celle-ci influence la position des aiguillages et pilote de la sorte les chariots de transport vers des zones préalablement définies. Le module d’adressage disposé sur le chariot de transport contient le code, ce qui permet de préprogrammer rapidement la destination. Les transpondeurs programmés peuvent être lus au moyen d’une communication sans fil. Ils sont ensuite programmés spécifiquement selon les normes du client. Le transpondeur a une fiabilité de lecture supérieure à 99%. Un logiciel soutient ce flux logistique pour la traçabilité des produits sur le système de convoyeur à chaîne. Le système d’information de transport d’Egemin (E’tis - Egemin Tow Information System) offre donc un bon aperçu du flux de marchandises. Cette plate-forme assure aussi la liaison entre le convoyeur à chaîne au sol et le système de gestion. Elle peut ainsi facilement remplir un rôle crucial dans les environnements de production et de distribution les plus modernes. <<

 

©