Engineering & Onderhoud
Johnson Polymer verdient onderhoudsbeheersysteem terug in twee jaar


version française

Jacob-Jan van der Spek

Johnson Polymer ontwikkelt, produceert en verkoopt een breed assortiment aan harsen, polymeren en high solids oligomeren. Deze halffabrikaten vormen de basis voor producten in de grafische branche (in de vorm van inkten en vernissen) en in de coatingsindustrie (verven, lakken en poedercoatings). Bij Johnson Polymer is de technische dienst nauw verweven met de engineering- en productieafdelingen. Sinds begin 2002 werkt Johnson Polymer met een onderhoudsbeheerssysteem. Maintenance Manager René Baron legt uit hoe hij dit systeem in twee jaar terugverdiende.


Op het Nederlandse hoofdkantoor van Johnson Polymer in Nijehaske, dat in 1995 is gebouwd, werken circa 150 medewerkers. Zes van hen zijn werkzaam bij de technische dienst en verzorgen het onderhoud aan de circa 800 procesfuncties en meer dan 6.000 instrumenten. Sinds begin 2002 werkt deze afdeling met software voor onderhoudsbeheer, Ultimo, ter ondersteuning van haar werkzaamheden. “De 65 productiemedewerkers maken gebruik van een eenvoudig meldscherm waarmee zij storingen aan de (onderdelen van) procesfuncties kunnen melden,” aldus Baron. Als gevolg van deze constructie komt de technische dienst heel dicht bij de productiemedewerkers te staan.

Wet- en regelgeving
Zoals elke technische dienst krijgt ook de technische dienst van Johnson Polymer te maken met diverse vraagstukken. Eén daarvan is die met betrekking tot wet- en regelgeving. Ultimo wordt ingezet ter ondersteuning van de vele verschillende eisen van overheidswege. Hierbij wordt rekening gehouden met de NEN 3140, CPR (Commissie Preventie Rampen), BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongelukken), Atex 95 en 137 (met betrekking tot explosieveiligheid), de wet Milieubeheer en de ISO 14001-milieunorm (een onderwerp dat Johnson Polymer zeer hoog in het vaandel heeft staan). Eén van de gevolgen van deze wettelijke richtlijnen is een regelmatig bezoek van inspecteurs ten behoeve van bijvoorbeeld de controle op toestellen die onder RTOD (regels voor toestellen onder druk) vallen. “Wij leggen de optimale manier van inspecteren vast in samenwerking met de inspecteur waarna deze wordt geaccordeerd”, aldus Baron Hiermee vermijdt Baron mogelijke discussies tussen inspecteur en technische dienst over waarom een bepaalde installatie nou wel of niet op een bepaalde manier geïnspecteerd mag worden.

Periodiek onderhoud
Het periodiek onderhoud genereert de technische dienst mede op basis van deze wet- en regelgeving. Circa 25% van het periodiek onderhoud is hieraan gerelateerd. Het tijdsinterval wordt veelal bepaald door de regelgeving, door de uit het onderhoudsbeheersysteem volgende analyses en op basis van ervaring. Baron: “Eén van de manieren om het periodiek onderhoud beter vorm te geven is door het opzetten van een afloopschema, waarbij bij elke nieuw aangeschafte machine aan de hand van een flowchart wordt bepaald welke periodieke onderhoudswerkzaamheden benodigd zijn. Hierbij kan worden gedacht aan de door de leverancier voorgeschreven onderhoudswerkzaamheden, vaak in relatie met garantiebepalingen.”

Aanschaf systeem
Toen begin 2002 werd gekeken naar een nieuw onderhoudsbeheersysteem (OBS), werden de navolgende eisen en wensen geformuleerd, waaraan het systeem minimaal moest voldoen:
1. Het systeem moest de technische dienst in al haar werkzaamheden ondersteunen.
2. Het systeem moest als kennisbank fungeren en zodoende een correcte kennisoverdracht waarborgen, vooral tussen de verschillende ploegen (Johnson Polymer werkt met een 5-ploegen dienst) en de technische dienst.
3. Het systeem moest breed gebruik ondersteunen en zijn eigen draagvlak creëren. Dit wordt gegarandeerd doordat de productieafdeling zelf haar storingsmeldingen doorgeeft via het OBS.
4. Rapportagemogelijkheden moesten op alle niveaus ondersteuning verlenen aan de verschillende afdelingen. Eén van de functionaliteiten van de software, die hiervoor garant stond, is de mogelijkheid om gegevens uit de database te exporteren naar MS Excel. Hierdoor kan aan iedere afdeling de door haar gewenste rapportage worden aangeboden. Bovendien heeft de directie op deze wijze inzicht in de kosten, de monteurs in het werk dat ze verzet hebben en de productie over wanneer hun meldingen worden opgevolgd.

Procesfuncties
Naast bovenstaande eisen werd bij Johnson Polymer een ander probleem gesignaleerd. Tijdens het bouwen van de fabriek in 1994 / 1995, werd de gehele productie-installatie gecodeerd volgens het systeem van procesposities (oftewel procesfunctie, bijvoorbeeld: R-0101). Alle beschikbare informatie zoals documenten, vergunningen, veiligheidsstudies etc. werden gerelateerd aan deze code. Na verloop van tijd werden procesonderdelen (bijvoorbeeld een reactor) vervangen waardoor relaties soms verbroken moesten worden omdat er fysiek een nieuw apparaat kwam te staan. Hoe kun je dan de historie op zowel procesfunctie als apparaatniveau volgen? Met behulp van het onderhoudsbeheersysteem kon het gebruik van procesfuncties worden ondervangen zodat zowel op de procesfunctie (ten behoeve van de communicatie naar de productieafdeling) als op de installatie (ten behoeve van het apparaat zelf) een en ander wordt vastgelegd.

Adviezen
Baron: “Tijdens de implementatie van het hierboven beschreven systeem hebben we als organisatie veel geleerd. Zo is het onder meer belangrijk om er op toe te zien dat wildgroei aan storingscodes wordt voorkomen. Kies daarom bijvoorbeeld voor een tweetrapsraket: storingsvorm / storingsoorzaak. Pas verder op voor over-automatisering. Ga altijd na of een bepaalde handeling zijn tijdsinvestering terugverdient. Een goed voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld het registreren van storingen op een onderdeel van een pomp. Loont het werkelijk de moeite om in zo’n geval alle onderdelen van de pomp te coderen, in te voeren in het systeem en te beheren?” Niet geheel onbelangrijk is het verder volgens Baron om je manier van werken af te stemmen op andere afdelingen (bijvoorbeeld de codering van kostenplaatsen in lijn brengen met die van de afdeling Financiën zodat Activity Based Costing mogelijk wordt gemaakt).

Classificatie
Denk voordat begonnen wordt met het nummeren van de installaties goed na over de juiste classificatie en zorg voor ruimte in de classificatie (R-10-01-00; hoofdgroep, subgroep, volgnummer en decompositie, waarbij de decompositie op het moment van aanvang niet gebruikt wordt, maar ruimte biedt voor de toekomst.). Doe vervolgens hetzelfde voor artikelen en vergeet niet om kenmerken in te voeren. Kenmerken kunnen zeker bij grotere plants zeer gemakkelijk zijn in geval van bijvoorbeeld “vervang pomp met capaciteit x”-vraagstukken.

ROI
Een veel terugkomend, en vaak ter discussie staand onderwerp is de Return on Investment (ROI) van een OBS. Vaak wordt gezegd dat de ROI van een OBS niet meetbaar is, of sterker nog, dat deze in het geheel niet wordt terugverdiend. Reden te meer om goed stil te staan bij de communicatie als technische dienst naar de buitenwacht. Baron: “De terugverdientijd van Ultimo is niet in cijfers uit te drukken omdat er, naast de vaak terugkerende werkzaamheden, soms zeer ingrijpende, en daardoor de onderhoudskosten sterk verhogende, storingen en modificaties voorkomen.” Desondanks geeft de heer Baron aan dat de investering binnen twee jaar is terugverdiend. Als we in detail kijken naar wat het gebruik van de software de technische dienst heeft opgeleverd, dan vallen een aantal zaken op:
§ Tijdwinst: een rapportage voor het management, die voor de invoering van Ultimo 3 volle dagen in beslag nam om uit te werken, kan nu in 4 uur worden afgerond en verzonden.
§ Reductie laag urgente storingen: voordat de productiemedewerkers een storing melden, kunnen ze het systeem raadplegen of deze storing al eerder is gemeld, of het een vaak terugkerende melding is en hoe deze eventueel zelf op te lossen is. Hierdoor worden veel laag urgente storingen vermeden, waardoor er tijdswinst optreedt voor de technische dienst.
§ Exportfunctie: met behulp van de mogelijkheid binnen Ultimo om gegevens te exporteren naar bijvoorbeeld MS Office programma’s (Word, Excel), kan een legio aan exportgegevens worden gegenereerd die voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. Vooral handig nu er een koppeling tot stand wordt gebracht tussen Ultimo en een Document Beheers Systeem waarbij alleen al zo’n 2000 loopdiagrams van metadata moet worden voorzien.
§ Modificaties: op basis van analyse vanuit Ultimo kan voor een bepaalde procesfunctie tot een modificatie worden overgegaan. Een goed voorbeeld hiervan was een halfautomatische drumvuller waarbij een vullans op een glijstang op en neer gaat. Het leegblazen tussen verschillende batches veroorzaakte vervuiling op de glijstangen waardoor de lans regelmatig in storing viel, soms 6 tot 12 maal per half jaar. Wanneer er geen gebruik werd gemaakt van een gecentraliseerd systeem, zou dit euvel waarschijnlijk veel later of zelfs niet gesignaleerd worden. Vanuit het OBS werd dit probleem dankzij de storingsanalyse tijdig onderkend en werd besloten tot een modificatie. Het resultaat was dat Johnson Polymer meer dan een half jaar een storingsvrije installatie had.
§ Registratie: periodieke onderhoudswerkzaamheden, die vastgelegd worden in het systeem, worden niet vergeten. Dit zorgt ervoor dat er geen storingen optreden als gevolg van het uitblijven van periodiek onderhoud.
§ Eenduidigheid in onderhoud: Periodiek onderhoud, dat regelmatig terugkomt, kan in een document volledig worden uitgewerkt. De uit te voeren werkzaamheden zijn iedere keer hetzelfde. Wanneer men in een handleiding de uit te voeren werkzaamheden uitvoerig beschrijft, neemt de noodzaak voor een bepaalde specialist die de werkzaamheden moet uitvoeren af en is de kennis tevens gewaarborgd.
§ Tijdswinst bij uitvoering: er zijn vaak meerdere wegen die naar Rome leiden ofwel meerdere manieren om onderhoud op een installatie uit te voeren. Kies voor de snelste manier, en werk deze uit. Hierdoor boek je tijdswinst. Middels Ultimo wordt deze meest efficiënte manier bij de monteur aangegeven.
§ Voorbereiding: de voorbereiding voor een uit te voeren job kan veel sneller gebeuren. In plaats van dat men zelf moet uitzoeken en bedenken welk materiaal, welke externen of andere middelen nodig zijn voor het onderhoud, kan men dit direct uit het systeem opmaken en de desbetreffende mensen en middelen inschakelen.
§ Delegeren: het systeem maakt het mogelijk om werkzaamheden gemakkelijker te delegeren, hierdoor wordt de Maintenance Manager in plaats van totaalverantwoordelijk, eindverantwoordelijk.

“Samenvattend kan er gewoon meer werk verzet worden door de monteurs” aldus Baron. <<

Ingénierie et Maintenance
Johnson Polymer amortit son système de gestion de la maintenance en deux ans

Jacob-Jan van der Spek

Johnson Polymer développe, fabrique et vend un vaste assortiment de résines, polymères et oligomères très garnissants. Ces produits semi-finis constituent la base de produits de la branche graphique (sous la forme d’encres et de vernis) et de l’industrie du revêtement (peintures, laques et revêtements en poudre). Le service technique de Johnson Polymer est étroitement lié aux départements d’ingénierie et de production. Depuis début 2002, Johnson Polymer utilise un système de gestion de la maintenance. René Baron, le maintenance manager, explique comment il a amorti le système en l’espace de deux ans seulement.


Près de 150 collaborateurs travaillent au siège social néerlandais de Johnson Polymer à Nijehaske, construit en 1995. Six d’entre eux travaillent au service technique et se chargent de la maintenance des quelque 800 fonctions de processus et plus de 6000 instruments. Depuis début 2002, ce département utilise Ultimo, un logiciel de gestion de la maintenance, afin de soutenir ses activités. “Les 65 collaborateurs de la production utilisent un écran d’avertissement simple via lequel ils peuvent communiquer les pannes survenant aux (composants des) fonctions de processus” explique René Baron. Ce concept rapproche fortement le service technique des collaborateurs de la production.

Législation et réglementation
Comme chaque service technique, le service technique de Johnson Polymer est également confronté à divers problèmes. Un de ces problèmes a trait à la législation et à la réglementation. Ultimo est utilisé pour soutenir les nombreuses exigences imposées par l’Etat. La NEN 3140, la CPR (Commission pour la prévention des catastrophes), le BRZO (Décret sur les risques d’accidents majeurs), les Atex 95 et 137 (relatives à la protection contre l’explosion), la loi sur la Gestion de l’environnement et la norme environnementale ISO 14001 (un sujet qui tient particulièrement à coeur à Johnson Polymer) ont été pris en compte. Une des conséquences de ces directives légales est la visite régulière d’inspecteurs pour contrôler par exemple les appareils qui tombent sous les RTOD (les réglementations pour les appareils sous pression). “Nous déterminons la méthode d’inspection optimale en collaboration avec l’inspecteur. Ensuite, celle-ci est affinée” précise René Baron. Il évite ainsi d’éventuelles discussions entre l’inspecteur et le service technique sur la raison pour laquelle une certaine installation peut ou ne peut pas être inspectée de telle manière.

Maintenance périodique
Le service technique organise la maintenance périodique sur la base entre autres de cette législation et réglementation. Environ 25% de la maintenance périodique y est liée. L’intervalle de temps est souvent déterminé par la réglementation, par les analyses découlant du système de gestion de la maintenance et sur la base de l’expérience acquise. “Une des manières de donner une meilleure forme à la maintenance périodique consiste à mettre sur pied un schéma de progression en définissant, à l’aide d’un diagramme de flux, les activités de maintenance périodique nécessaires pour chaque nouvelle machine. Pensons par exemple aux activités de maintenance prescrites par le fournisseur, souvent liées à des dispositions de garantie.”

Acquisition du système
Lorsque l’acquisition d’un nouveau système de gestion de la maintenance (SGM) fut envisagée début 2002, les exigences et souhaits formulés auxquels devait au minimum répondre le système étaient les suivants:
§ Le système devait soutenir le service technique dans toutes ses activités.
§ Le système devait faire office de base de connaissances et garantir ainsi un transfert de connaissances correct, surtout entre les différentes équipes (Johnson Polymer travaille avec 5 équipes) et le service technique.
§ Le système devait soutenir une large utilisation et créer sa propre base portante. Ce concept est garanti par le fait que le département de production transmet lui-même ses messages de panne via le SGM.
§ Les possibilités de rapportage devaient offrir à tous les niveaux un support aux différents départements. La possibilité d’exportation de données de la base de données vers MS Excel est une des fonctionnalités du logiciel qui garantit cet aspect. Cela permet d’offrir à chaque département le rapportage qu’il souhaite. En outre, la direction a ainsi une vue sur les coûts, les monteurs sur le travail accompli et la production sur l’instant auquel leurs messages sont pris en compte.

Fonctions de processus
Outre les exigences citées ci-dessus, Johnson Polymer signala un autre problème. Lors de la construction de l’usine en 1994/1995, toute l’installation de production fut codée selon le système de positions de processus (ou fonction de processus, par exemple R-0101). Toutes les informations disponibles telles que documents, licences, études de sécurité… ont été reliées à ce code. Après un certain temps, des composants de processus (par exemple un réacteur) ont été remplacés. Des relations devaient par conséquent être brisées puisqu’il y avait phy-siquement un nouvel appareil. Comment alors suivre l’historique tant au niveau de la fonction de processus qu’au niveau de l’appareil? Le système de gestion de la maintenance pouvait intercepter des fonctions de processus afin de définir certains points tant au niveau de la fonction de processus (pour la communication vers le département de production) qu’au niveau de l’installation (pour l’appareil même).

Conseils 
“ En tant qu’organisation, nous avons beaucoup appris lors de l’implémentation du système décrit ci-dessus. Il est notamment important de veiller à éviter la prolifération de codes de perturbation. Choisissez pour cela par exemple une fusée à deux étages: type de la panne / cause de la panne. Faites également attention à la surautomatisation. Vérifiez toujours si l’investissement en temps d’une certaine opération sera amorti. L’enregistrement des pannes d’un composant de pompe en est un bon exemple. Est-il vraiment intéressant dans un tel cas de coder toutes les parties de la pompe, de les saisir dans le système et de les gérer?” Il est important aussi aux yeux de René Baron d’accorder sa méthode de travail avec celles des autres départements (par exemple harmoniser le codage des centres de frais avec celui du département Finances afin de permettre une comptabilité des coûts par activité).

Classification
Avant de commencer à numéroter les installations, il est important de bien réfléchir à une bonne classification et de veiller à avoir de l’espace au niveau de la classification (R-10-01-00 ; groupe principal, sous-groupe, numéro d’ordre et décomposition, la décomposition n’étant pas utilisée au départ mais offrant de l’espace pour l’avenir). Procédez ensuite de manière identique pour les articles et n’oubliez pas d’introduire les caractéristiques. Les caractéristiques peuvent être très faciles, surtout avec les grandes installations, par exemple lors d’une demande ‘remplacez la pompe avec une capacité x’.

ROI
Le retour sur investissement (ROI) d’un SGM est un thème récurrent et fort discuté. On prétend souvent que le ROI d’un SGM n’est pas mesurable ou, pire encore, que celui-ci ne sera jamais réalisable. Raison de plus pour s’attarder, en tant que service technique, sur la communication vers l’extérieur. “Le délai d’amortissement d’Ultimo ne peut être exprimé en chiffres. De fait, outre les activités récurrentes, il faut tenir compte de pannes et modifications très radicales qui augmentent fortement les frais de maintenance” observe-t-il. Cependant, Monsieur Baron précise que l’investissement a été amorti en deux ans. Si nous vérifions en détail ce qu’a apporté l’utilisation du logiciel au service technique, nous notons plusieurs points:
§ Gain de temps: l’élaboration d’un rapportage pour le management, qui prenait plusieurs journées avant l’introduction d’Ultimo 3, peut désormais être clôturé et envoyé en quatre heures.
§ Diminution des pannes peu urgentes: avant de communiquer une panne, les collaborateurs de la production peuvent consulter le système pour voir si cette panne a déjà été mentionnée précédemment, si elle revient souvent et comment éventuellement la résoudre. Cette procédure permet d’éviter de nombreuses pannes peu urgentes, ce qui se traduit par un gain de temps pour le service technique.
§ Fonction d’exportation: la possibilité, offerte par Ultimo, d’exportation des données vers des programmes MS Office par exemple (Word, Excel), permet de générer une légion de données d’exportation utilisables à d’autres fins. Très pratique maintenant qu’un lien est établi entre Ultimo et un système de gestion de documents pour lequel il faut prévoir pas moins de 2000 schémas de boucle de métadonnées.
§ Une analyse effectuée à partir d’Ultimo peut conduire à la modification d’une fonction de processus. Le remplisseur semi-automatique de fûts en est un bel exemple. Une lance de remplissage monte et descend le long d’une glissière. Le vidage par soufflage entre les différents lots salissait les glissières et provoquait régulièrement la panne de la lance, parfois de 6 à 12 fois par semestre. Sans l’utilisation d’un système centralisé, ce problème aurait probablement été signalé beaucoup plus tard, voire jamais. Grâce à l’analyse des pannes réalisée par le SGM, ce problème a été identifié à temps et Johnson Polymer a décidé de procéder à une modification. Depuis, elle a profité durant plus d’une demi-année d’une installation sans pannes.
§ Enregistrement: les travaux de maintenance périodiques définis dans le système ne sont pas oubliés. Il n’y a donc aucune panne liée à l’absence d’une maintenance périodique.
§ Une maintenance univoque: la maintenance périodique récurrente peut être totalement décrite dans un document. Les activités à réaliser sont à chaque fois identiques. La description dans un manuel des actions à exécuter, réduit la nécessité d’un spécialiste capable d’exécuter ces travaux et garantit la conservation des connaissances.
§ Un gain de temps lors de l’exécution: plusieurs chemins mènent à Rome ou plusieurs manières permettent de réaliser la maintenance d’une installation. Optez pour la manière la plus rapide et développez-là. Vous gagnerez ainsi du temps. Avec Ultimo, la méthode la plus efficace est signalée au monteur.
§ Préparation: la préparation d’un travail à exécuter est nettement plus rapide. Au lieu de rechercher et de réfléchir soi-même au matériel, aux moyens externes et autres nécessaires pour la maintenance, le système fournit directement les informations et permet de mettre en œuvre les personnes et moyens adéquats.
§ Déléguer: le système permet de déléguer plus aisément des travaux. De ce fait, le Maintenance Manager devient le responsable final plutôt que le responsable global.

“En résumé, les monteurs peuvent tout simplement assumer plus de travail” conclut René Baron. <<

 

©