Karel Sterckx
Recupereert restwarmte uit composteringsproces


version française

Efficiënt produceren vraagt soms om ingrijpende maatregelen. Maar vaak volstaan vrij eenvoudige ingrepen. Het composteringsbedrijf Karel Sterckx in Roeselare bijvoorbeeld slaagt erin om een mooie energiebesparing te realiseren door de proceslucht uit de compostering te herbruiken voor verwarming. Zonder meer een rendabel engineeringproject.


Het composteringsbedrijf Karel Sterckx werd in 1967 opgericht in Roeselare en produceert champignonsubstraat voor champignontelers. In 2003 werd ongeveer 60.000 ton champignonsubstraat geproduceerd waarbij 2/3 van de productie naar Belgische champignontelers ging. Andere grote afzetmarkten zijn Nederland en Frankrijk. Het bedrijf had in 2003 een omzet van 7,5 miljoen euro en er werkten 28 personen. Karel Sterckx streeft naar de levering van een kwaliteitsproduct met een allesomvattende service. Dit betekent dat het bedrijf voortdurend zoekt naar een efficiënter proces waarbij automatisering en opvolging van procesomstandigheden en een beperking van de milieu-impact belangrijk zijn.

Het proces
De grondstoffen voor het champignonsubstraat - stro, paardenmest, kippenmest, gips en water - worden met elkaar gemengd en gedurende enkele dagen gecomposteerd. Het compostmengsel verhuist daarna naar afgesloten tunnels voor een warmtebehandeling in twee stappen. In de eerste stap, de pasteurisatiefase, worden schadelijke organismen gedood bij een temperatuur van 58°C en in de tweede stap wordt het substraat enkele dagen geconditioneerd bij 45-50°C. Het substraat wordt ten slotte geënt met champignonmycelium (broed). In tunnels en bij gecontroleerde klimaatregeling krijgt het mycelium de kans om het substraat te doorgroeien. Het vervoer van het substraat gebeurt in bulk in vrachtwagens met een walking floor en achteraan een hakselkast en transportbanden. Hierdoor kan het substraat rechtstreeks van de vrachtwagen op de transportband bij de klant gestort worden.

Recuperatie van restwarmte
Bij het composteren wordt het grondstofmengsel opgeslagen in bunkers van 40 m lang, 9 m breed en 8 m hoog. Om een goede ventilatie in de composthopen te bekomen wordt lucht doorheen het mengsel geperst via kleine openingen in de vloer. Tijdens het composteren breken micro-organismen het stro af, waarbij veel warmte ontstaat. Deze proceslucht in de composteringsloods is warm, vochtig en bevat ammonium. De proceslucht wordt afgezogen en voordat hij wordt gereinigd in een gaswasser, recupereren twee opeenvolgende warmtewisselaars de warmte. In de eerste warmtewisselaar (380 kW) staat de proceslucht warmte af aan water. Het opgewarmde water wordt gebruikt in de vloerverwarming van de beladingloods. De tweede warmtewisselaar is een type lucht/lucht (200 kW) en de opgewarmde lucht wordt rechtstreeks in de beladingloods geblazen. Door de vloerverwarming en het inblazen van warme lucht in de beladingloods blijft de vloer droog en is er geen dampvorming. Hierdoor verbeteren de arbeidsomstandigheden en de zichtbaarheid in de loods aanzienlijk. Om de dampvorming in de beladingloods met een oppervlakte van1250 m² te voorkomen is ongeveer 100 W warmte per m² nodig. Indien de dampvorming zou bestreden worden met mazoutbranders zou dit ongeveer 30.000 liter stookolie per jaar gevergd hebben. << Bron: OVAM

Karel Sterckx
Récupère la chaleur résiduelle du processus de compostage


Produire efficacement réclame parfois des mesures radicales. Cependant, des interventions assez simples suffisent souvent. La société de compostage Karel Sterckx de Roulers réussit par exemple à réaliser une belle économie de chauffage en réutilisant l’air issu du processus de compostage. Un projet d’ingénierie pour le moins rentable.


La société de compostage Karel Sterckx a été créée en 1967 à Roulers et produit du substrat de champignons pour les cultivateurs de champignons. En 2003, elle a fabriqué environ 60.000 tonnes de substrat de champignons. Deux tiers de la production sont vendus à des cultivateurs de champignons belges. Les Pays-Bas et la France constituent les autres grands marchés. La société enregistrait en 2003 un chiffre d’affaires de 7,5 millions d’euros avec un effectif de 28 personnes. Karel Sterckx vise la livraison d’un produit de qualité soutenu par un service exhaustif. Cela implique une recherche continue du processus le plus efficace, axée sur l’automatisation et le suivi des conditions de processus et sur une réduction de l’impact environnemental.

Le processus
Les matières premières du substrat de champignons – paille, fumier de cheval, fumier de poule, plâtre et eau – sont mélangées et compostées pendant plusieurs jours. Ce mélange de compost déménage ensuite vers des tunnels fermés pour y subir un traitement thermique en deux étapes. Dans une première phase, la phase de pasteurisation, les organismes nocifs sont tués à une température de 58°C. Dans la deuxième étape, le substrat est conditionné pendant quelques jours à une température de 45-50°C. Le substrat est finalement greffé avec du mycélium de champignon (blanc de champignon). Dans les tunnels et sous une climatisation contrôlée, le mycélium a la chance de se développer au sein du substrat. Le substrat est transporté en vrac dans des camions munis d’un plancher et à l’arrière, d’une armoire de paille hachée et de bandes transporteuses. Le substrat peut ainsi être versé directement du camion sur la bande transporteuse chez le client.

Récupération de la chaleur résiduelle
Lors du compostage, le mélange des matières premières est stocké dans des bunkers de 40 m de long, 9 m de large et 8 m de haut. Afin d’obtenir une bonne ventilation des tas de compost, de l’air est injecté dans le mélange via de petites ouvertures faites dans le sol. Durant le compostage, des microorganismes décomposent la paille, générant ainsi beaucoup de chaleur. L’air issu de ce processus de compostage est chaud et humide et contient de l’ammonium. Cet air est aspiré et passe dans deux échangeurs de chaleur successifs pour récupérer la chaleur avant d’être nettoyé dans un laveur de gaz. Dans le premier échangeur de chaleur (380 kW), l’air du processus transmet sa chaleur à de l’eau. L’eau ainsi réchauffée est utilisée dans le chauffage sol du hangar de chargement. Le deuxième échangeur de chaleur est un modèle air/air (200 kW) dont l’air réchauffé est soufflé directement dans le hangar de chargement. Avec ce chauffage sol et cette insufflation d’air chaud, le sol reste sec et le hangar de chargement ne souffre pas de formation de vapeur. De ce fait, les conditions de travail et la visibilité dans le hangar s’améliorent considérablement. Afin d’éviter la formation de vapeur dans le hangar de chargement qui s’étend sur une surface de 1250 m², il faut environ 100 W de chaleur par m². Si cette formation de vapeur était combattue avec des brûleurs à mazout, cela réclamerait environ 30.000 litres de mazout par an.<< Source: OVAM

 

©