|
Procesnetwerken (ook) onveilig
Wie stuurt het proces? U of de hacker?
version française
door ir. Walter Belgers
Een ontslagen medewerker van een waterzuiveringsinstallatie die
maandenlang vuil water loost in bewoonde gebieden. Criminelen die
miljoenen eisen om een inbraak stil te houden. Zijn dit scenario’s uit
Hollywood of is dit de keiharde werkelijkheid? Het inbreken op een
modbus-netwerk kan dan wel een machine met de juiste connectoren en
ondersteuning van het modbus-protocol vereisen, maar indien het
TCP/IP-protocol is gebruikt, volstaat een simpele PC of laptop.
Het is erg moeilijk om aan goede gegevens te komen
over (ICT-)beveiligingsincidenten, zeker in de procesindustrie waar de
imagoschade enorm kan zijn. Anoniem durfden bezoekers van de beurs
Industrial Processing wel te vertellen wat het beveiligingsniveau binnen
hun bedrijf was. Zes procent typeerde dit als “zo lek als een mandje”.
Moeten we ons zorgen maken? Als je op internet of via andere bronnen gaat
zoeken naar beveiligingsproblemen in de procesindustrie, dan kom je vaak
dezelfde verhalen tegen, zoals dat van de medewerker van de
waterzuiveringsinstallatie in Australië. Een incident dat in 2000 speelde.
Na enig speurwerk merk je dat al deze incidenten zijn te herleiden tot een
enkele bron: de Industrial Security Incident Database (ISID) van het
British Columbia Institute of Technology (BCIT). Zij houden een overzicht
bij van alle incidenten in de procesindustrie, waaronder niet alleen
moedwillige inbraken vallen, maar ook fouten van een operator. Het
overzicht is voor iedereen gratis toegankelijk, mits er een nieuw incident
wordt aangemeld.
Er zijn, naast de ISID, eigenlijk nauwelijks gegevens over incidenten te
vinden. Zijn het dus toch allemaal Hollywood verhalen? Tenslotte is het
ook erg moeilijk om op een procesnetwerk in te breken. Op zo’n netwerk
vinden we zeer specialistische apparatuur, zoals PLC’s en embedded-
systemen. Er is weinig of geen informatie over te vinden en de gebruikte
standaarden zijn niet gepubliceerd. Dat moet dus wel erg veilig zijn. Maar
nee. Het niet vertellen van hoe een systeem of protocol in elkaar zit, wat
ook wel ‘security through obscurity’ heet, is wel nuttig om misbruik iets
moeilijker te maken, maar er mag niet op vertrouwd worden dat dit al
voldoende is om criminelen te stoppen. Ook met merkgebonden systemen met
gesloten standaarden is inbraak mogelijk. Experts die zich verdiepen in
dit soort systemen zijn in staat om in korte tijd te achterhalen hoe het
werkt, en om de lekken te vinden.
Verhoogd risico
Zolang niemand zich interesseert voor de procesindustrie en er ook nog de
drempel is dat eerst moet worden uitgezocht hoe de systemen werken en wat
de kwetsbaarheden zijn, is het risico nog niet zo hoog. Er zijn echter
ontwikkelingen gaande die het risico aanzienlijk verhogen. Denk
bijvoorbeeld aan de nieuwe lichting internetcriminelen, de verschuiving
naar open standaarden en het feit dat netwerken steeds meer worden
gekoppeld. Internet is indertijd begonnen als hulpmiddel voor academici.
Beveiliging was toen nog niet zo belangrijk omdat er nog geen criminelen
op Internet zaten. In de jaren ‘90 echter zagen we veel inbraken door
mensen. Mensen die daarmee in hun sociale groep aanzien verkregen. Zo
werden er bijvoorbeeld vaak websites aangevallen en aangepast. Zo’n
‘website defacement’ vermeldde dan ook altijd de naam van de aanvaller (of
groep van aanvallers).
Afbreukrisico
Tegenwoordig zien we een verschuiving van aanvaller voor ‘de lol’ naar
aanvallen voor geldelijk gewin. Het inbreken op websites om de inhoud te
veranderen zien we dan ook nauwelijks meer. Geld is te verdienen op veel
manieren. Bijvoorbeeld door een netwerk op te zetten met honderden of
duizenden gekraakte systemen waar vandaan spam e-mails kunnen worden
verstuurd, tegen betaling natuurlijk. Of door ondernemingen af te persen.
Afpersing werkt het beste bij bedrijven met een hoog afbreukrisico. De
criminelen breken in en beloven niets te doen mits er een groot geldbedrag
wordt overgemaakt. Deze criminelen hebben inmiddels ook de procesindustrie
ontdekt. Daar zit vaak wel wat geld, waardoor afpersing de moeite loont.
Het afbreukrisico is groot, dus de gedupeerde zal eerder geneigd zijn om
geen aangifte te doen en te betalen.
Twee netwerken
Vaak is er in de procesindustrie sprake van twee netwerken: het process
control netwerk en een kantoorautomatiseringsnetwerk. Op het process
control netwerk vinden we de PLC’s en embedded systemen die de productie
aansturen. Op het kantoorautomatiseringsnetwerk vinden we de werkstations
van de medewerkers en de verdere infrastructuur voor bijvoorbeeld e-mail
en web. Het inbreken op de corporate webserver is een ding, het inbreken
op het process control netwerk is andere koek. Of moet ik zeggen: /was/
andere koek? We zien namelijk een verschuiving van de eerder genoemde
gesloten standaarden naar open standaarden zoals we die ook op Internet
vinden: TCP/IP, ethernet, HTTP. Een embedded device dat al deze
protocollen ondersteunt is daarmee eenvoudig met een webbrowser te
beheren. Ook zien we een verschuiving van gespecialiseerde systemen naar
commodity systemen. In procesnetwerken zie je nu bijvoorbeeld al systemen
die Windows als besturingssysteem gebruiken. Door deze verschuiving naar
open standaarden en COTS (Common Off The Shelf) systemen, wordt het opeens
veel eenvoudiger om in te breken. Zoals ik al eerder aangaf is het
gebruiken van gesloten standaarden niet voldoende om criminelen te weren,
maar door de open standaarden wordt het risico wel erg veel groter. Dit
komt door de beschikbaarheid van vele hulpmiddelen en methodes om in te
breken op dit soort bekende protocollen en systemen.
Het inbreken op een modbus-netwerk vereist een machine met de juiste
connectoren en ondersteuning van het modbus-protocol. Indien er echter
gebruik wordt gemaakt van het TCP/IP-protocol, volstaat een standaard PC
of laptop. Het daadwerkelijk inbreken is met COTS-systemen ook vele malen
makkelijker geworden. Er zijn voldoende hulpmiddelen waarmee eenvoudig kan
worden ingebroken, zonder dat de inbreker specifieke kennis nodig heeft.
Als er namelijk een probleem wordt gevonden in de software, wordt er vaak
snel een ‘exploit’ uitgebracht: een programma dat het probleem misbruikt
om in te breken. Zulke exploits zijn moeilijk te vinden voor gesloten
systemen, omdat die minder gebruikt worden (en dus minder interessant
zijn). Exploits voor bijvoorbeeld het Windows besturingssysteem zijn in
ruimte mate te verkrijgen. Door het vervangen van specialistische
systemen, zoals aan de procesindustrie aangepaste Real-Time UNIX
varianten, door commodity systemen als Windows, wordt het aanvallen zo
eenvoudig dat elke tienjarige het kan.
Praktijkvoorbeeld
Het voorbeeld van James Cupps spreekt wat dat betreft boekdelen. Deze man
werd in 2004 benoemd tot Security Officer bij een grote papierfabriek in
de Verenigde Staten. Hij merkte op dat de PLC’s in de fabriek niet meer
via seriële verbindingen communiceerden, maar via ethernet, en vroeg zich
af of dat risicovol was. Hij sloot een standaard PC aan op het netwerk en
startte een ‘netwerk sniffer’. Dit is een programma om het dataverkeer op
het netwerk te analyseren. Zulke programmatuur is eenvoudig en gratis
verkrijgbaar. Wat Cupps zag was een verbinding tussen een
besturingsstation en een PLC waarin duidelijk het wachtwoord ‘hihihi’ was
te herkennen. Dat wachtwoord was de sleutel tot de hele fabriek en kon
zonder enige moeite worden onderschept. Het wachtwoord was hard in de
systemen ingebakken: het was niet mogelijk het te wijzigen. Iedereen die
eenmaal heeft uitgevonden dat PLC’s van bedrijf X als wachtwoord ‘hihihi’
gebruiken heeft nu dus vrij spel. Dit soort problemen kom je vaker tegen
in situaties waarin sprake is van gesloten systemen. De leverancier
vertrouwt er dan op dat het nooit zal uitlekken hoe het systeem werkt en
in dat soort gevallen worden systemen zodanig ontworpen dat het later
toevoegen van beveiliging vrijwel onmogelijk is, zoals in dit voorbeeld
waarin het later wijzigen van het ingebouwde wachtwoord niet meer mogelijk
was.
Verspreiding
Een bijkomend probleem is dat dit soort kennis via Internet ook nog eens
snel wordt gedeeld. Er bestaan programma’s die zoeken naar kwetsbaarheden
door systemen en programmatuur te onderzoeken op bekende problemen. Een
voorbeeld is de kwetsbaarhedenscanner ‘Nessus’. Dit (gratis) hulpmiddel
kan bijvoorbeeld ontbrekende patches ontdekken. Onlangs is het uitgebreid
met allerlei checks op kwetsbaarheden in SCADA-netwerken. Door het gebruik
van bijvoorbeeld Windows in het procesnetwerk, wordt dit ook kwetsbaarder
voor aanvallen door virussen en wormen. We zien daar in de literatuur
voorbeelden van. Het is geen wonder dat anti-virus programma’s in 97% van
de bedrijven wordt gebruikt. Een beveiligingstechniek die nog vaker
gebruikt wordt (98%) is de firewall.
Firewalls dienen als grenscontrole tussen twee netwerken. Ze worden bijna
altijd gebruikt tussen het kantoorautomatiseringsnetwerk en het internet.
Ook tussen het procesnetwerk en het kantoorautomatiseringsnetwerk is een
firewall onmisbaar, zeker nu het zo eenvoudig is te koppelen. Veel mensen
denken dat ze met de aankoop van een firewall klaar zijn, maar dat is
helaas niet zo. Naast veel voorkomende misconfiguraties zijn er nog andere
problemen.
Misbruik
Mensen die fysiek bij het procesnetwerk kunnen, hebben vrij spel om fouten
in configuraties en het ontbreken van beveiliginspatches te misbruiken.
Een kwaadwillende kan vaak ook het terrein oplopen, even zwaaien naar de
portier is in veel gevallen voldoende. Of men nodigt zichzelf uit met een
smoes (bijvoorbeeld om een nieuw product aan te prijzen). Tijdens het
toiletbezoek wordt dan even een draadloos netwerkstation ingeprikt in een
hoekje en de aanvaller kan nu draadloos vanaf het parkeerterrein het hele
netwerk benaderen. Omdat voor deze aanval fysieke toegang en een goede
dosis bravoure nodig is, komt zo’n aanval wat minder vaak voor.
Helaas zijn aanvallen door een firewall heen ook vaak mogelijk. Sterker
nog, dit soort aanvallen behoren tot de meest voorkomende op Internet. De
standaard manier van werken is om een applicatie op een webserver,
benaderbaar vanaf Internet, te misbruiken en via de verbinding die de
webserver met interne systemen maakt mee te ‘liften’. Met behulp van deze
aanval is het mogelijk door de firewall heen interne systemen te
manipuleren. Slecht geschreven applicaties komen helaas maar al te vaak
voor. Vaak worden alleen functionele eisen aan applicaties gesteld (wat
moet de applicatie doen?). Beveiligingseisen (wat moet de applicatie
vooral niet doen?) zijn echter ook noodzakelijk. Ook misconfiguraties en
het ontbreken van de laatste beveilingspatches komen nogal eens voor.
Criminaliteit dichtbij
Door dit soort aanvallen is het voor de gevorderde crimineel vaak mogelijk
diep door te dringen tot in het interne netwerk, allemaal vanaf een
veilige plek thuis, duizenden kilometers verderop, gewoon via het
Internet. Zo vertelt een medewerker van Symantec in een gesprek hoe hij
via het Internet inbreekt op een webserver en van daaruit (door een
firewall) inbreekt op interne systemen. Eenmaal daar weet hij, door naar
de namen van de systemen te kijken, een systeem te vinden dat als enige
toegang heeft tot een systeem op het procesnetwerk. De firewall tussen het
kantoorautomtiseringsnetwerk en het procesnetwerk is zodanig ingesteld dat
er een speciaal systeem is dat als enige naar het procesnetwerk mag. In
plaats van de verantwoordelijke zit nu de medewerker van Symantec op die
machine en hij kan het procesnetwerk op. Omdat men daar dezelfde
gebruikersnamen en wachtwoorden gebruikt kan hij zonder moeite de human
interface controller bedienen en heeft hij volledige controle over het
hele procesnetwerk. Dat alles vanaf zijn eigen PC over het Internet.
Door de verschuiving naar open standaarden wordt het ook makkelijker om
netwerken te koppelen, waar ook weer gevaar in schuilt. VPN’s kunnen
verschillende locaties koppelen, maar een raadbaar wachtwoord of een
verkeerde instelling kan het VPN toegankelijk maken voor onbevoegden.
Modems die worden geïnstalleerd zodat een dienstverlener op zaterdagnacht
vanuit thuis zijn werk kan doen kunnen ongewenste achterdeuren creëren.
Draadloze netwerkverbindingen die standaard WEP-versleuteling gebruiken
zijn in tien minuten te kraken. Kortom, al die extra netwerkkoppelingen
brengen extra risico’s met zich mee.
Achterdeurtjes
Concluderend kan ik stellen dat door de overgang naar open standaarden en
COTS-systemen, door de criminalisering van Internet en door de toegenomen
koppelingen tussen netwerken, het risico snel tot onaanvaardbare
proporties kan stijgen. Kent u alle netwerkkoppelingen? Kent u alle
achterdeurtjes? Misschien is het tijd om uw netwerk eens grondig te laten
onderzoeken. <<
Kader:
Belgische bedrijven innoveren zonder bescherming
Van al de Benelux-merken die in 2005 werden gedeponeerd, kwamen er
beduidend meer aanvragen uit Nederland dan uit België. Niet minder dan
20.385 aanvragen waren afkomstig uit Nederland tegen 5.707 aanvragen uit
België. Bovendien blijkt uit studies dat 63% van de Belgische
ondernemingen merkregistratie ‘niet’ belangrijk vindt.
Belgische ondernemingen hebben dus een enorme achterstand in
merkbescherming ten opzichte van hun Nederlandse collega’s. Een pijnlijke
vaststelling voor een land dat “innovatie” als dé toekomst propagandeert.
Onze ondernemingen worden wél aangemoedigd om innovatief te zijn en met
nieuwe producten op de markt te komen. De Belgische ondernemers spannen
zich in om kwalitatieve producten op de markt te brengen. Daar slagen ze
ook in. Maar de volgende stap krijgt blijkbaar minder aandacht.
Ondernemingen beschermen hun producten immers onvoldoende tegen namaak en
gooien het kwalitatieve imago ervan te grabbel. Op die manier worden
minderwaardige producten op de markt gebracht door concurrenten onder een
merknaam die sterk op de originele lijkt. En gaan anderen aan de haal met
het kwaliteitsimago. Door domweg geen aandacht te besteden aan
merkbescherming verliest de onderneming zowel het geld als de tijd dat ze
in het product investeerde.
Studies tonen aan dat 63% van de Belgische ondernemingen merkregistratie
niet belangrijk vindt. Niet-geregistreerde merken kunnen echter gestolen
of nagemaakt worden. Zonder registratie heeft een onderneming immers geen
sluitend recht op een merk. Dom, want blijkt dat namaakproducten onze
markt wel degelijk overspoelen. De cijfers liegen er niet om: in 2005
legde de Belgische douane beslag op meer dan 26 miljoen namaakproducten.
<<
Bron: VLAO (Vlaams Agentschap Ondernemen) Qui conduit le processus?
Vous ou un pirate? Par ir Walter Bergers
Un collaborateur licencié d’une installation d’épuration des eaux déverse
des mois durant des eaux polluées dans des régions habitées. Des criminels
qui réclament des millions pour taire une effraction. S’agit-il là de
scénarios venus tout droit de Hollywood ou d’une réalité? L’effraction
d’un réseau modbus nécessite une machine disposant des bons connecteurs et
du support du protocole modbus. En revanche, s’il s’agit du protocole
TCP/IP, un simple PC ou portable suffit. Il est très difficile d’obtenir des données exactes sur les incidents
relatifs à la protection (ICT), surtout dans l’industrie de processus où
ces faits peuvent fortement nuire à l’image de la société. Des visiteurs
du salon Industrial Processing ont parfois précisé de manière anonyme le
niveau de protection au sein de leur société. Six pour-cent d’entre eux le
qualifiaient de ‘passoire’.
Devons-nous nous inquiéter? Si vous recherchez sur internet ou via
d’autres sources des problèmes de protection dans l’industrie de
processus, vous retrouvez souvent les mêmes histoires, comme celle de
l’employé de la station d’épuration des eaux en Australie. Cet incident
s’est déroulé en 2000. Après quelques recherches, nous remarquons que tous
ces incidents proviennent d’une seule et même source : l’Industrial
Security Incident Database (ISID) du British Columbia Institute of
Technology (BCIT). Celui-ci conserve un résumé de tous les incidents
survenant dans l’industrie de processus, parmi lesquels non seulement les
effractions malveillantes mais aussi les erreurs commises par un
opérateur. Les résumés sont accessibles à tous gratuitement, à condition
qu’un nouvel incident soit annoncé.
Outre l’ISID, il est très difficile de trouver des données sur de tels
incidents. Faut-il alors considérer tout cela comme des histoires venues
tout droit d’Hollywood? Il est effectivement fort difficile d’entrer par
effraction dans un réseau de processus. Un tel réseau contient un
équipement très sophistiqué comme des PLC et des systèmes embarqués. Nous
retrouvons peu ou pas d’informations à leur sujet et les standards
utilisés ne sont pas publiés. Tout cela doit donc présenter une garantie
de grande sécurité. Eh bien non! Ne pas dévoiler comment est fait un
système ou protocole, appelé également ‘security through obscurity’, est
utile pour complexifier la violation. Toutefois, il ne faut pas croire que
cela suffit pour arrêter les criminels. Les effractions sont également
possibles avec des systèmes propriétaires aux standards fermés. Les
experts qui approfondissent ce type de systèmes sont en mesure de trouver
très vite leur fonctionnement, et donc leurs failles.
Un risque accru
Tant que personne ne s’intéresse à l’industrie de processus et qu’il
subsiste le problème de recherche du fonctionnement des systèmes et de
leurs failles, le risque reste minime. Toute-fois, certaines évolutions
actuelles tendent à accroître sensiblement le risque. Pensez par exemple à
la nouvelle vague de criminels sur internet, au glissement vers des
standards ouverts et aux liaisons toujours plus fréquentes des réseaux.
Internet a démarré à l’époque comme outil pour les universités. Les
protections n’étaient alors pas aussi importantes car il n’y avait pas
encore de criminels sur Internet. Puis, dans les années 90, nous avons
assisté à de nombreuses effractions par des personnes qui acquéraient
ainsi du prestige au sein de leur groupe social. Des sites web étaient
souvent attaqués et adaptés. Un tel ‘website defacement’ mentionnait dès
lors toujours le nom de l’attaquant (ou du groupe d’attaquants).
Risque de dommage
Nous notons aujourd’hui un glissement des attaques ‘pour le plaisir’ vers
des attaques pour l’argent. Nous n’enregistrons quasiment plus
d’effractions de sites web se limitant au simple changement de contenu. Il
existe de nombreuses façons de gagner de l’argent. Par exemple en mettant
sur pied un réseau comptant des centaines voire des milliers de systèmes
craqués à partir desquels sont envoyés des pollupostages, contre paiement
naturellement. Ou encore en extorquant de l’argent à des sociétés. Le
chantage qui fonctionne le mieux est celui opéré auprès des sociétés qui
courent un grand risque de dommage. Les criminels entrent par effraction
et promettent de ne rien faire, moyennant la remise d’une grosse somme
d’argent. Ces criminels ont entre-temps aussi découvert l’industrie de
processus. On y retrouve souvent pas mal d’argent, ce qui motive le
chantage. Le risque de dommage étant grand, la société abusée aura plutôt
tendance à ne pas porter plainte et à payer.
Deux réseaux
On parle souvent de deux réseaux dans l’industrie de processus: le réseau
de contrôle de processus et le réseau d’automatisation bureautique. Sur le
réseau de contrôle de processus, nous retrouvons les PLC et systèmes
embarqués qui pilotent la production. Sur le réseau d’automatisation
bureautique, nous retrouvons les stations de travail des collaborateurs et
l’infrastructure pour les courriels et le web par exemple. L’effraction du
serveur web de l’entreprise est une chose, l’effraction du réseau de
contrôle de processus en est une autre. Ou devrais-je dire ‘en était une
autre’? Nous notons en effet un glissement des standards fermés vers des
standards ouverts qui se trouvent aussi sur Internet: TCP/IP, Ethernet,
HTTP. Un appareil embarqué qui soutient tous ces protocoles se gère ainsi
très simplement à l’aide d’un navigateur web. Nous voyons aussi un
glissement des systèmes spécialisés vers des systèmes courants. Nous
voyons déjà apparaître dans les réseaux de processus des systèmes qui
utilisent Windows comme système d’exploitation. De par ce glissement vers
des standards ouverts et des systèmes COTS (Common Off The Shelf),
l’effraction devient soudainement plus simple. Comme je le disais déjà
précédemment, l’utilisation de standards fermés ne suffit pas à repousser
les criminels mais les standards ouverts augmentent sérieusement le risque
en raison de la disponibilité de nombreux outils et méthodes pour entrer
par effraction sur ces protocoles et systèmes connus.
L’effraction d’un réseau modbus nécessite une machine disposant des bons
connecteurs et du support du protocole modbus. En revanche, s’il s’agit du
protocole TCP/IP, un simple PC ou portable suffit. L’effraction effective
est aussi beaucoup plus facile avec les systèmes COTS. Il existe
suffisamment d’outils permettant d’entrer par effraction sans que le
pirate ne doive disposer de connaissances spécifiques. De fait, lorsqu’une
faille est découverte dans le logiciel, il ne faut pas attendre bien
longtemps pour que sorte un ‘exploit’, c’est-à-dire un programme malicieux
qui exploite une faille pour entrer par effraction. De tels exploits se
trouvent difficilement pour les systèmes fermés car ils sont moins
utilisés (donc moins intéressants). En revanche, les exploits pour le
système d’exploitation Windows sont largement disponibles. En remplaçant
des systèmes spécifiques, comme des variantes UNIX temps réel adaptées à
l’industrie de processus, par des systèmes courants comme Windows, les
attaques deviennent si simples qu’elles sont à la portée de n’importe quel
enfant de dix ans.
Exemple pratique
L’exemple de James Cupps en dit long à ce sujet. Cet homme a été nommé en
2004 Security Officer d’une grande usine de papeterie aux Etats-Unis. Il a
remarqué que les PLC dans l’usine ne communiquaient plus via des
connexions sérielles mais via Ethernet et s’est demandé si cela comportait
des risques. Il a raccordé un PC standard au réseau et a lancé un
‘renifleur de réseau’, c’est-à-dire un programme qui analyse le trafic de
données sur le réseau. De tels programmes se trouvent très facilement et
gratuitement. James Cupps a identifié une liaison entre une station de
commande et un PLC où l’on reconnaissait clairement le mot de passe
‘hihihi’. Ce mot de passe était la clé vers toute l’usine et pouvait être
intercepté sans aucune difficulté. Le mot de passe était fortement
imbriqué dans les systèmes, il n’était pas possible de le changer. Tous
ceux qui trouvent à un moment donné que les PLC d’une entreprise X ont
comme mot de passe ‘hihihi’, ont donc libre jeu. On rencontre souvent ce
type de problèmes dans des situations où l’on utilise des systèmes fermés.
Le fournisseur se fie au fait qu’on ne saura jamais comment fonctionne le
système. Dans ces cas, les systèmes sont conçus de telle sorte que l’ajout
ultérieur d’une protection devient quasiment impossible, comme dans cet
exemple où la modification ultérieure du mot de passe imbriqué n’était
plus possible.
Diffusion
Le partage rapide de ce type de connaissances via Internet constitue un
problème supplémentaire. Il existe des programmes qui recherchent les
vulnérabilités en confrontant les systèmes et les logiciels aux problèmes
connus. Le scanner de vulnérabilités ‘Nessus’ en est un exemple. Cet outil
(gratuit) peut par exemple découvrir l’absence de patches. Il a été
récemment étendu avec toutes sortes de vérifications de vulnérabilités
dans les réseaux SCADA. Avec l’utilisation de Windows dans le réseau de
processus par exemple, celui-ci devient aussi plus vulnérable aux attaques
des virus et autres vers. Nous en retrouvons de nombreux exemples dans la
littérature. Il n’est guère étonnant des lors que 97% des entreprises
utilisent des programmes antivirus. Le coupe-feu est une technique de
protection qui est encore plus fréquemment utilisée.
Les coupe-feu servent de contrôle de frontière entre deux réseaux. Ils
sont quasi toujours utilisés entre le réseau d’automatisation bureautique
et Internet. Un coupe-feu est également indispensable entre le réseau de
processus et le réseau d’automatisation bureautique, surtout maintenant
qu’il est tellement simple de les relier. Beaucoup de gens pensent que
l’achat d’un coupe-feu résout leur problème mais ce n’est malheureusement
pas le cas. Outre de fréquentes mauvaises configurations, il y a encore
bien d’autres problèmes.
Abus
Les personnes qui peuvent accéder physiquement au réseau de processus ont
toute la latitude d’abuser des erreurs de configuration et de l’absence de
patches de protection. Il arrive souvent qu’une personne malveillante
puisse aussi pénétrer dans un site en saluant de loin le portier sans se
faire arrêter. Elle peut s’inviter elle-même en inventant un prétexte (par
exemple la présentation d’un nouveau produit). En se rendant aux
toilettes, elle peut se repiquer sur une station de réseau sans fil placée
dans un coin et accéder sans fil à tout le réseau à partir du parking.
Heureusement, de telles attaques ne sont pas si fréquentes car elles
nécessitent un accès physique et une bonne dose de bravoure.
Malheureusement, les attaques au travers d’un coupe-feu sont souvent
possibles. Pire encore, ces attaques figurent parmi les plus fréquentes
sur Internet. La procédure standard consiste à abuser d’une application
qui tourne sur un serveur web, en l’approchant via Internet et en
‘usurpant’ la connexion que le serveur web établit avec les systèmes
internes. Ces attaques permettent de manipuler des systèmes internes au
travers du coupe-feu. Les applications mal écrites sont malheureusement
monnaie courante. Les applications ne doivent souvent répondre qu’à des
exigences fonctionnelles (que doit faire l’application?). Les exigences de
protection (que ne doit-elle surtout pas faire) sont cependant cruciales.
Les mauvaises configurations et l’absence des derniers patches de
protection ne sont pas rares non plus.
Une criminalité si proche
Ce type d’attaques permet à un criminel aguerri de pénétrer en profondeur
dans le réseau interne, le tout à partir d’un endroit sûr à la maison, à
des milliers de kilomètres, tout simplement via Internet. Un collaborateur
de Symantec expliquait lors d’une conversation comment il pénètre dans un
serveur web via Internet et de là (à travers le coupe-feu) dans des
systèmes internes. Ensuite, il sait - en regardant les noms des systèmes -
trouver un système qui est le seul à avoir accès aux machines sur le
réseau de processus. Le coupe-feu entre le réseau d’automatisation
bureautique et le réseau de processus est paramétré de manière à ce qu’un
seul système spécial puisse accéder au réseau de processus. Au lieu du
responsable, c’est maintenant le collaborateur de Symantec qui se trouve
sur la machine et peut aller sur le réseau de processus. Et puisque les
noms d’utilisateur et les mots de passe y sont identiques, il peut sans
aucun problème commander le contrôleur d’interface homme machine et
prendre le plein contrôle de tout le réseau de processus. Tout cela via
Internet, à partir de son propre PC.
Désormais, le glissement vers des standards ouverts facilite aussi la
liaison des réseaux, ce qui implique à nouveau un danger. Les VPN peuvent
relier différents sites mais un mot de passe qu’il est possible de deviner
ou un mauvais paramétrage peut rendre ces VPN accessibles à des personnes
non autorisées. Les modems installés pour permettre à un collaborateur de
travailler le samedi soir de chez lui peuvent créer des portes de derrière
indésirables. Les connexions aux réseaux sans fil qui utilisent un
cryptage WEP standard peuvent être craquées en moins de dix minutes. Bref,
toutes ces connexions de réseaux supplémentaires entraînent aussi des
risques supplémentaires.
Portes de derrière
En guise de conclusion, je peux dire qu’avec la migration vers des
standards ouverts et des systèmes COTS, la criminalisation sur Internet et
la hausse des liaisons entre les réseaux, les risques peuvent rapidement
prendre des proportions inacceptables. Connaissez-vous toutes les
connexions de réseaux? Connaissez-vous toutes les portes de derrière?
Peut-être devriez vous, sans tarder, examiner en détail votre réseau.<<
Cadre:
Les sociétés belges ne protègent pas leur innovation
De toutes les marques du Benelux déposées en 2005, il y avait sensiblement
plus de demandes émanant des Pays-Bas que de la Belgique. Pas moins de
20.385 demandes provenaient des Pays-Bas contre 5.707 de la Belgique. Des
études montrent en outre que 63% des entreprises belges ne considèrent pas
l’enregistrement d’une marque comme important.
Les sociétés belges ont donc un énorme retard en matière de protection de
marque par rapport à leurs collègues néerlandais. Un constat consternant
pour un pays qui clame haut et fort que l’innovation est son avenir. Nos
entreprises sont encouragées à se montrer innovantes et à mettre de
nouveaux produits sur le marché. Les entrepreneurs belges s’efforcent de
mettre sur le marché des produits qualitatifs et ils y parviennent.
Cependant, l’étape suivante semble apparemment bénéficier de moins
d’attention.
Les entreprises ne protègent pas suffisamment leurs produits contre la
contrefaçon et nuisent ainsi à leur image de qualité. En effet, des
produits de qualité inférieure sont mis sur le marché par des concurrents
sous une marque qui ressemble fort à la marque originale. Et d’autres
profitent de l’image de marque. En ne consacrant pas suffisamment de temps
à la protection de la marque, l’entreprise perd bêtement l’argent et le
temps qu’elle a investis dans le produit.
Des études montrent que 63% des entreprises belges n’attachent pas
beaucoup d’importance à l’enregistrement de la marque. Les marques non
enregistrées peuvent toutefois être volées ou imitées. Sans
enregistrement, la société n’a aucun droit probant sur une marque. Dommage
car les produits de contrefaçon semblent bel et bien inonder notre marché.
Les chiffres sont révélateurs : en 2005, la douane belge a confisqué plus
de 26 millions de contrefaçons.
Source: VLAO (Vlaams Agentschap Ondernemen)
|