Stroom of perslucht?
Globale kostenplaatje bepalend voor keuze
ing. Xavier De Buysscher, Control & Automation Magazine
version française
Laten lineaire
bewegingen op machines en installaties zich beter pneumatisch of
elektrisch aansturen? Hoe efficiënt zijn ze en wat zijn de eigenschappen
en kosten van elk van beide technologieën? We willen het wel eens op een
rijtje zetten.
Sedert 1860 kent de elektrisch gestuurde aandrijftechniek zijn
toepassingen. Pas honderd jaar later krijgt het toepassingsgebied van de
pneumatiek enige vorm. Een vergelijk van beide aandrijftechnologieën is
enkel zinvol voor een pneumatisch bereik tot 3kW (diameter <100mm) daar in
dit bereik vergelijkbare krachten en snelheden optreden. Bij de
elektrische aandrijvingen strekken de toepassingen zich uit tot in de
megawattvermogens, waarbij een goed derde van de totale omzet gerealiseerd
wordt door de kleine motoren en vermogens.
Op gebied van de lineaire aandrijvingen is de concurrentiestrijd tussen
beide technologieën het grootst. Roterende toepassingen van met perslucht
(schroevers, lamellenmotoren…) zijn in bepaalde gevallen op basis van hun
excellente vermogencapaciteiten eerste keuze, niettegenstaande de zuivere
draaibewegingen in zijn geheel door de elektrische aandrijving gedomineerd
worden. De pneumatiek kent zijn grootste toepassing in het zuiver
gestuurde automatiseringsgebied. Daarentegen zijn de elektrische
aandrijvingen vooral te vinden bij vrij programmeerbare bewegingen.
Welke aandrijvingen?
Directe aandrijvingen vormen absoluut de trend. Ondersteunt door de
reclameboodschappen van menig fabrikant, namelijk dat elektrische assen
gelijke prestaties behalen dan pneumatische assen, wordt ook het
kostenaspect op de lange termijn bekampt om het meest gunstige
energieverbruik. Daarbij is het vergelijk tussen elektrische en
pneumatische aandrijvingen zeer moeilijk, daar er bij elektrische
aandrijvingen zeer verschillende toepassingen en varianten zijn. Het is
daarom noodzakelijk voor een zinvol vergelijk de aandrijving doelgericht
uit te wisselen.
Vergelijkbaarheid
Kort ter vergelijking van de verschillende aandrijfsystemen: bij
spindel- en tandriemassen wordt de draaibeweging van een roterende motor
over een overbrenging in een lineaire beweging omgezet. Bij een directe
elektrische aandrijving (lineaire motor) is het vergelijk eenvoudiger,
omdat de pneumatische aandrijvingen ook directe aandrijvingen zijn, daar
de kracht direct en niet over een transmissie wordt overgebracht. Directe
elektrische aandrijvingen nemen toe in de wereld van de werktuigmachines
en staan daarom in concurrentie met de spindelaandrijvingen. De bij deze
toepassing benodigde kracht-, nauwkeurigheids- en stijfheidseisen bevinden
zich in een bereik waar de pneumatische aandrijvingen niet voldoen.
Daarentegen in het geval van een bewegingsas binnen de geautomatiseerde
manipulatietechniek, is een vergelijk met de pneumatiek wel relevant daar
de kracht, snelheid en nauwkeurigheid zowel mogelijk wordt met elektrische
als pneumatische aandrijving, waaronder een pneumatische as, een
tandriemas of een spindelas. In de confrontatie tussen de beide
aandrijfalternatieven wordt het toepassingsbereik van de componenten
duidelijk, omdat elk deel bij de elektrische aandrijvingen een tegenhanger
kent bij de pneumatische. Zowel bij de elektrische tandriemaandrijving als
bij de spindelaandrijving zorgt een mechanische overbrenging in de vorm
van een tandriem respectievelijk transmissie voor de omzetting van een
roterende in een lineaire beweging.
Technische en economische aspecten
Bij de technische criteria heeft de pneumatiek wat de
overbelastingsgeschiktheid en de belastbaarheid aangaat duidelijk
voordelen. Die goede overbelastingsweerstand wordt ten eerste verkregen
door de eenvoudige, constructieve opbouw van de pneumatische aandrijvingen
en ten tweede door de 100% inschakeltijd bij het aanleggen van de maximale
belasting. De aandrijfkracht en zijn dynamiek, evenals de krachtopbouw of
de krachtsverandering vormen wezenlijke aspecten van deze
aandrijftechnologie.
Bij elektrische aandrijvingen kan de maximale belasting op grond van de
opwarmingsverschijnselen, maar kort aangebracht en onderhouden worden. Om
deze opwarming binnen de perken te houden vormt dikwijls maar 20% van de
maximale belasting de nominale kracht die voor 100% inschakelduur
toegelaten wordt. Om deze grenzen te verleggen en langere belastingstijden
toe te laten worden bijvoorbeeld de aandrijvingen bij werktuigmachines van
een waterkoeling voorzien. Voor directe elektrische aandrijvingen voor
manipulatoren en dergelijke zijn bijkomstige koelingen of koelribben, die
met lucht gekoeld worden, mogelijk.
Dit onderscheid in nominale kracht weerspiegelt natuurlijk het
prestatievermogen dat in dit geval in het voordeel speelt van de
pneumatiek. Bij de krachtopbouw (tijdelijke verandering van de kracht)
zijn de elektrische aandrijvingen beslist sneller dan de pneumatische. Dit
is bijzonder voor de nauwkeurigheid, regelbaarheid en inertie
doorslaggevend, waardoor in dit geval de elektrische de voorkeur genieten
boven de pneumatische.
Daarbovenop hebben pneumatische aandrijvingen een aantal ongunstige
niet-lineaire eigenschappen die met de klassieke regeltechnieken niet
beheerst kunnen worden. Goede knowhow en het gebruik van bijkomstige
componenten zoals sensoren en ventielen zijn noodzakelijk om de
pneumatische eigenschappen uit te breiden in functie van nauwkeurige
positionering, baanregeling, krachtregeling enzovoort, zoals deze reeds
gekend zijn bij de elektrische aandrijvingen. Deze nieuwe mogelijkheden
van servo-pneumatische aandrijvingen zijn zelfs in de hoge scholen en in
de literatuur quasi ongekend, maar behoren toch tot het productgamma van
de meeste fabrikanten van persluchtcomponenten.
Voorzien van deze capaciteiten gaan er natuurlijk meer deuren open voor de
pneumatiek, waarbij de klassieke kenmerken zoals eenvoud, robuustheid,
kostgunstigheid, grote capaciteitsdichtheid en toegankelijkheid natuurlijk
nog altijd een voordeel vormen.
Toepassingen
Naast de aangestreepte kenmerken van de aandrijfsystemen treden er in
sommige gevallen nog ongewenste effecten en werkingen op die toch een
beperking opleggen voor toepassing in bepaalde omgevingen of installaties.
Bij de pneumatiek is het ontluchten een dergelijk ongemak, dat in een
ongunstige omgeving (bijvoorbeeld een houtverwerkingsbedrijf) dit niet
alleen het spreekwoordelijke stof kan doen opwaaien. Gepaste
tegenmaatregelen dienen in de vorm van ontluchtingsbeheersing getroffen te
worden, hetgeen niet altijd mogelijk is, maar hetgeen dikwijls zeer
eenvoudig op te lossen is. In de pneumatische wereld zegt men daarentegen
dat bij elektrische aandrijvingen meerdere kabels nodig zijn voor het
voorzien van het nodige vermogen waar men zegt dat bij de pneumatiek een
enkele slang van de toevoerlucht volstaat. De afgevoerde lucht wordt in de
omgeving geblazen en vormt een kritiek punt in het kader van
geluidsoverlast en lawaai. Om dit binnen de perken te houden zijn er
geluidsdempers ontwikkeld die er tegelijkertijd voor zorgen dat de afvoer
van de lucht beter beheerst wordt. Condensaat, dat zich op basis van
restvocht in de perslucht kan vormen, is nog een kenmerk dat men liever
kwijt dan rijk is voor de goede werking van pneumatische systemen.
Deze ongewenste eigenschappen van de pneumatiek zijn niet van toepassing
op elektrische systemen, desalniettemin dat de aansturing van de motoren
evenals de voeringen en overbrengingen toch ook voor de nodige ruis
zorgen. Daarenboven vormen ook de elektromagnetische emissie en de
warmteontwikkeling ongewenste neveneffecten.
Kostenvergelijk
Om een goed vergelijk te maken moet de totale periferie, waaronder de
mechanica, stuur- en regelmodules, geleidingen en voeringen, sensoriek
evenals de voorziening van de energiestroom mee in rekening gebracht
worden. Alles in beschouwing genomen, kan men zeggen dat een pneumatisch
systeem bij de aanschaf en installatie kostgunstiger is uit te voeren dan
een lineair elektrisch gestuurde aandrijving.
In bedrijf daarentegen waar we spreken over onderhoudskosten, levensduur
en bedrijfszekerheid, is er nauwelijks onderscheid te maken. Bij de
energiekosten, respectievelijk de werkingsgraad hebben de elektrische
aandrijvingen toch nog een eenduidig voordeel.
Wanneer we de totale kosten van aanschaf, installatie en in bedrijf
allemaal bij elkaar nemen, dan wint de pneumatiek met een neuslengte voor
op de elektrische aandrijvingen.
Tot besluit kunnen we stellen dat elk aandrijfsysteem zijn voordelen kent.
Toch wordt de aandrijftechniek nog altijd door de elektrische
aandrijvingen gedomineerd, zeker de hydraulische aandrijvingen worden
geducht beconcurreerd en verdrongen in de automobiel- en
luchtvaarttechniek. Het overlappingsgebied van toepassingen met
elektrische en pneumatische aandrijvingen daarentegen is minder groot,
niettegenstaande de pneumatiek toch inspanning doet met nieuwe technieken
om mee te kunnen dingen bij positioneer- en andere geregelde toepassingen.
Uiteindelijk dient elke toepassing individueel bekeken te worden in
functie van het totale kostenplaatje van zowel installatie als gebruik
achteraf. <<
Courant ou air comprimé ?
Les systèmes d’entraînement sous la loupe
Ing. Xavier De Buysscher, Control & Automation Magazine
Vaut-il mieux commander les mouvements linéaires sur les machines et
installations par voie pneumatique ou électrique ? Quelle est leur
efficacité et quels sont les caractéristiques et les coûts de chacune de
ces deux technologies ? Nous vous dressons un aperçu.
La technique d’entraînement à commande électrique connaît des applications
depuis 1860. Ce n’est que 100 ans plus tard que le champ d’application de
la pneumatique s’est développé. Une comparaison entre les deux
technologies d’entraînement n’est sensée que pour une plage pneumatique
allant jusqu’à 3 kW (diamètre < 100 mm) puisque les forces et vitesses
sont comparables dans cette plage. Les applications réalisables avec des
entraînements électriques s’étendent jusqu’à des puissances atteignant les
mégawatts. Un bon tiers du volume global est toutefois réalisé par des
moteurs de petites puissances. C’est en matière d’entraînements linéaires
que la lutte concurrentielle entre les deux technologies est la plus
grande. Les applications rotatives à l’air comprimé (visseuses, moteurs à
lamelles…) constituent dans certains cas le premier choix, grâce à leurs
excellentes capacités de puissance, même si les mouvements rotatifs purs
sont dominés dans l’ensemble par l’entraînement électrique. La pneumatique
connaît sa plus grande application dans le domaine de l’automatisation
pure. En revanche, nous retrouvons surtout les entraînements électriques
dans les mouvements librement programmables.
Quels entraînements ?
Les entraînements directs constituent la tendance absolue. Soutenu par
les messages publicitaires de nombreux fabricants, stipulant notamment que
les axes électriques atteignent des performances égales à celles des axes
pneumatiques, l’aspect coûts à long terme est également confronté à la
consommation énergétique la plus favorable. La comparaison entre les
entraînements électriques et pneumatiques est très difficile à cet égard
puisque les entraînements électriques comptent des applications et
possibilités fortement différentes. Il est dès lors nécessaire, pour
établir une bonne comparaison, d’interchanger l’entraînement de façon
ciblée.
Comparabilité
Notons, en comparant les différents systèmes d’entraînement, qu’avec
les axes de broche et à courroie, le mouvement de rotation d’un moteur
rotatif est converti en mouvement linéaire au travers d’une transmission.
Avec un entraînement électrique direct (moteur linéaire), la comparaison
est plus simple car les entraînements pneumatiques sont également des
entraînements directs puisque la force est transmise directement et non
pas via une transmission. Le nombre d’entraînements électriques directs
augmente dans le monde des machines-outils. Ils sont dès lors en
concurrence directe avec les entraînements à broche. Les exigences de
force, de précision et de rigidité nécessaires dans cette application se
situent dans une plage dans laquelle les entraînements pneumatiques ne
satisfont plus. En revanche, dans le cas d’un axe de mouvement en
technique de manipulation automatisée, une comparaison avec la pneumatique
se révèle pertinente puisque la force, la vitesse et la précision sont
possibles tant avec un entraînement électrique que pneumatique comme par
exemple un axe pneumatique, un axe de broche ou un axe à courroie. Dans
cette confrontation entre les deux alternatives d’entraînement, la plage
d’application des composants devient évidente car chaque type d’entraînement
électrique a son pendant dans les entraînements pneumatiques. Tant pour l’entraînement
à courroie électrique que pour l’entraînement à broche, une transmission
mécanique sous la forme d’une courroie de transmission se charge de la
conversion du mouvement rotatif en mouvement linéaire.
Aspects techniques et économiques
Au niveau des critères techniques, la pneumatique présente des
avantages évidents en termes d’aptitude à la surcharge et de capacité de
charge. Cette bonne résistance à la surcharge est avant tout obtenue par
la structure constructive simpliste des entraînements pneumatiques et
ensuite par le temps de fonctionnement à 100% lors de la mise en charge
maximale. La poussée et sa dynamique, de même que l’établissement de force
ou le changement de force constituent des aspects essentiels de cette
technologie d’entraînement. Dans le cadre des entraînements électriques,
la charge maximale ne peut être appliquée et tenue que brièvement en
raison des phénomènes d’échauffement. Pour maintenir cet échauffement dans
des limites acceptables, on n’autorisera généralement que 20% de la charge
maximale comme force nominale pour un temps de fonctionnement à 100%. Pour
repousser ces limites et autoriser des temps de charge plus longs, les
entraînements des machines-outils sont par exemple dotés d’un
refroidissement par eau. Pour les entraînements électriques directs
destinés aux manipulateurs et autres, des refroidissements ou ailettes de
refroidissement supplémentaires, refroidis à l’air, sont possibles. Cette
distinction de la force nominale reflète naturellement la performance qui
joue dans ce cas en faveur de la pneumatique. Dans l’établissement de
force (changement momentané de la force), les entraînements électriques
sont assurément plus rapides que les pneumatiques. Ceci est
particulièrement décisif pour la précision, la possibilité de régulation
et l’inertie. Ce point donne l’avantage aux entraînements électriques par
rapport aux pneumatiques. En outre, les entraînements pneumatiques
présentent quelques caractéristiques non linéaires défavorables qui ne
peuvent être maîtrisées avec les techniques de régulation classiques. Il
est essentiel de posséder de bonnes connaissances et d’utiliser des
composants supplémentaires tels que des capteurs ou vannes pour étoffer
les caractéristiques pneumatiques en fonction d’un positionnement, d’une
régulation de déplacement, régulation de force… précises… comme nous les
connaissons avec les entraînements électriques. Les nouvelles possibilités
de ces entraînements servopneumatiques sont quasiment inconnues même dans
les écoles supérieures et dans la littérature. Pourtant, elles font partie
de la gamme de produits proposée par la plupart des constructeurs de
composants d’air comprimé. Avec de telles capacités, la pneumatique peut
naturellement envisager un plus grand nombre d’applications. Les
caractéristiques classiques comme la simplicité, la robustesse, le prix
avantageux, la grande densité de puissance et l’accessibilité constituent
naturellement toujours un avantage.
Applications
Outre les caractéristiques soulignées de chaque système d’entraînement,
certains effets et fonctionnements indésirables se manifestent parfois, ne
permettant donc pas l’utilisation de la technique dans cette application
en raison d’un environnement ou d’une installation spécifique. En
pneumatique, la purge présente l’inconvénient de soulever parfois la
poussière si l’environnement est défavorable (par ex. dans une usine de
transformation de bois). Il convient de prendre des mesures adéquates
visant à maîtriser la purge, ce qui est souvent très facile à résoudre
mais parfois impossible. Le monde pneumatique souligne en outre que les
entraînements électriques requièrent de nombreux câbles pour fournir la
puissance nécessaire alors que la pneumatique se contente d’un seul tuyau
d’alimentation en air. L’air évacué est toutefois soufflé dans l’environnement
et constitue un point critique dans le cadre de la surcharge sonore et du
bruit. Pour maintenir ces valeurs dans des limites acceptables, des
atténuateurs sonores ont été développés pour veiller à mieux maîtriser l’évacuation
de l’air. Le condensat, qui peut se former en raison de l’humidité
résiduelle présente dans l’air comprimé, est une autre caractéristique
dont on préfère se passer pour le bon fonctionnement des systèmes
pneumatiques. Ces caractéristiques indésirables de la pneumatique ne s’appliquent
pas aux systèmes électriques, tout étant que la commande des moteurs ainsi
que les revêtements et les transmissions produisent également un certain
bruit. L’émission électromagnétique et le développement de chaleur
induisent de leur côté aussi des effets secondaires non souhaités.
Comparaison des coûts
Pour effectuer une bonne comparaison, la périphérie complète doit être
prise en compte, en ce compris la mécanique, les modules de commande et de
régulation, les conduites et revêtements, les capteurs ainsi que l’alimentation
du flux énergétique. Si l’on tient compte de l’ensemble, le système
pneumatique revient moins cher à l’achat et à l’installation qu’un
entraînement linéaire à commande électrique. En service toutefois, la
distinction est très faible si les frais d’entretien, la longévité et la
fiabilité sont intégrés dans la comparaison. Au niveau des coûts
énergétiques et du degré de fonctionnement, les entraînements électriques
présentent quand même un avantage évident. Si la comparaison tient compte
des frais totaux d’acquisition, d’installation et de mise en service, la
pneumatique gagne d’une tête face aux entraînements électriques. En guise
de conclusion, nous pouvons dire que chaque système d’entraînement a ses
avantages. Pourtant, les entraînements électriques continuent à dominer la
technique d’entraînement. Les entraînements hydrauliques connaissent une
concurrence acerbe et sont supplantés dans la technique automobile et de
l’aviation. La zone de chevauchement des applications à entraînements
électriques et pneumatiques est cependant moins grande, même si la
pneumatique fournit un gros effort pour concurrencer, avec de nouvelles
techniques, son rival dans les applications de positionnement et de
régulation. <<