|
Onderhoudsstrategieën
RCM: geprezen en verguisd!
version française
RCM is in de jaren ‘60 ontstaan in de USA in het domein van de militaire en
burgerluchtvaart. Het concept is dan vertaald geworden naar hoge-risico plants (bijv.
kerncentrales) en is sinds de jaren ‘80 ook ingeburgerd geraakt in de industrie.
Er zijn momenteel heel wat versies van RCM die de ronde doen, ze verschillen
niet qua basisfilosofie maar wel qua stappen en fases die ze nemen.
De definitie van de SAE (Society of Automotive Engineers) geldt zowat als de
officiële definitie (zie kader SAE JA1011). Ze reikt de criteria aan waaraan een
RCM aanpak moet voldoen en besteedt ook aandacht aan de gegevensbehoefte. RCM
focust op de systeemfunctionaliteit (en niet op het systeem zelf zoals LCC).
Betrouwbaarheid staat dus – uiteraard – centraal. RCM erkent hoofdzakelijk 4
types onderhoudstaken: run-to-failure, preventive maintenance, condition
monitoring en proactive maintenance. RCM gebruikt een beslissingsdiagram om die
taken te screenen en de meest geschikte te selecteren. FMEA (failure mode effect
analysis) is een belangrijk onderdeel van RCM. RCM houdt rekening met
design-beperkingen (inherente betrouwbaarheid). Veiligheid krijgt bij RCM
voorrang op kosten. RCM vraagt een multi-disciplinaire aanpak en ook een
continue inspanning.
RCM: geprezen en verguisd
RCM is populair, maar ook controversieel. Voorstanders van RCM wijzen op de
verbeterde planteffectiviteit (verbeterde veiligheid, milieu-integriteit,
installatiebetrouwbaarheid en –beschikbaarheid, productkwaliteit), de verhoogde
efficiëntie (verbeterde nuttige levensduur van dure investeringsgoederen, lagere
onderhoudskosten), verbeterd teamwork en hogere motivatie en – tot slot - betere
kennis- en informatie-overdracht (minder fouten, betere gegevens voor root-cause
analyse, goede basis voor het uitbouwen van knowledge management toepassingen).
Tegenstanders van RCM vallen de methode op zich aan, hebben problemen met de
implementatie en stellen de wetenschappelijke basis in vraag. Bij de methode op
zich is één van de bezwaren dat de meeste courante RCM’s (veelal gepromoot door
consultants) niet ver genoeg gaan en niet tot de uitwerking van een concreet,
direct bruikbaar plan leiden. Deze implementaties zijn tactisch OK, maar zetten
de onderliggende operationele stap niet. Ook de diagramma’s en subprocessen zijn
volgens deze tegenstanders voor verbetering vatbaar. Voor wat de implementatie
betreft wordt RCM verweten teveel resources nodig te hebben en wordt RCM dus
niet bruikbaar geacht voor alle equipment en installaties. De (te) grote
veranderingen die RCM soms voorstelt ten opzichte van de huidige methode van
werken (focus op de functionaliteit, nieuwe taken en procedures, meer condition
monitoring, fel veranderde preventieve onderhoudsprogramma’s, ...) worden als
tegenargument aangehaald. Anderen claimen dan weer dat ze niet de tijd hebben om
eigen mensen te trainen en zijn ook ontevreden over de kwaliteit van sommige RCM
consulting firma’s. De wetenschappelijke basis van de methode – en dit komt dan
vooral vanuit academische hoek – ligt ook onder vuur. Er wordt getwijfeld aan de
kwaliteit van de in praktijk gebruikte data en er wordt aangehaald dat er vaak
niet voldoende data zijn om statistisch relevante conclusies te trekken. Verder
wordt hier ook het gebrek aan inzicht in de mechanismes van
betrouwbaarheidsdegradatie aangehaald, alsook twijfels bij het inschatten van de
impact van de fysieke achtergrond. Deze laatste bezwaren kunnen samengevat
worden als een verkeerde balans tussen ervaring en wiskunde.
Afgeleide RCM-concepten
Met zoveel kritiek op RCM kon een antwoord natuurlijk niet uitblijven en werden
een aantal antwoorden geformuleerd die elk op hun één of meerdere bezwaren
proberen te remediëren (kader ‘Streamlined RCM benaderingen’). Tot de best
bekende van deze RCM-gebaseerde aanpakken horen: BCM (business centered
maintenance), risk-based maintenance en streamlined RCM. BCM bestaat uit 1
top-down stap waarin de plant structuur en de karakteristieken van de operaties
ervan geanalyseerd worden en 2 bottom-up stappen waarin resp. een onderhoudsplan
voor de installaties wordt opgesteld en een werkbare onderhoudsschedule (!)
wordt geproduceerd. BCM is waardvol, maar richt zich voornamelijk op de
procesindustrie. Risk-based maintenance probeert voornamelijk de theoretische
basis te verbreden door meer aandacht te besteden aan de statistische
achtergrond en verwerking. Risk-based maintenance is ongetwijfeld een verrijking
voor de RCM-wereld. Streamlined RCM, voornamelijk gepromoot door consultants,
volgt een afgeslankte RCM procedure wat uiteraard sneller resultaten oplevert.
Streamlined RCM is dan ook populair aan het worden. Helaas is de streamlining
niet altijd zonder gevaar. Verschillende streamlining benaderingen worden
tegenwoordig gebruikt. Alleen de troublemaker aanpak (het beperken van de RCM
analyse tot critische installaties) kan nog degelijke resulaten garanderen.
RCM: ja, nee of misschien?
RCM is ongetwijfeld een waardevol concept dat voor veel bedrijven inderdaad de
voordelen die de voorstanders ervan claimen kan realiseren. De suggestie van
risk-based maintenance om voor de analyses niet enkel op ervaring te steunen,
maar ook op statistische analyses moet in de mate van het mogelijke gevolgd
worden. De combinatie van ervaring en wiskunde kan alleen maar de implementatie
verbeteren. Als er om één of andere reden geopteerd wordt voor een streamlined
RCM dan kan best voor de “troublemakers” aanpak gekozen worden.
Bedenkingen
Er zijn heel wat theoretische onderhoudsconcepten die beschikbaar zijn, deze
concepten zijn en theoretisch onderbouwd en praktisch uitgetest. Het zal uit
bovenstaande wel duidelijk geworden zijn dat de vraag welk concept voor een
specifieke situatie de beste is niet eenvoudig te beantwoorden is. Meer en meer
bedrijven formuleren het antwoord op die vraag zelfs door een eigen (“customized”)
onderhoudsconcept te bouwen, waarin elementen uit de verschillende concepten
verwerkt worden. Vaak leidt dit tot een concept dat de onderhoudsnoden van het
bedrijf erg goed invult en zowel op gebied van effiëntie als effectiviteit
uitstekend scoort.
Een belangrijk – maar vaak verwaarloosd - aandachtspunt bij het ontwikkelen en
implementeren van een onderhoudsconcept is synergie. Nog al te vaak wordt
onderhoud als aparte functie gezien en zie je bv. dat er al een design-FMEA is,
maar dat bij een RCM implementatie er een volledig nieuwe FMEA opgesteld worden,
wat later dan nog een andere FMEA bij modificaties of renovatie, ... terwijl er
eigenlijk heel wat bruikbare informatie van de ene naar de andere toepassing
zonder meer kan overgedragen worden. Een ander synergievoorbeeldje is het
combineren van een HAZOP analyse met een FMEA. Beide hebben uiteraard een ander
opzet en een andere finaliteit, maar stukken analyse kunnen prima gecombineerd
worden met en snellere resultaten en betere communicatie tussen de diensten
binnen het bedrijf. Er mag ook niet vergeten worden dat het verzamelen van
gegevens en het opzetten van de analyses nodig binnen een onderhoudsconcept
meestal een uitstekende basis is voor het uitbouwen van een knowledge management
toepassing: een hoop informatie wordt bij het toepassen van zo’n concept immers
verzameld op een gestructureerde manier, gescreened, geanalyseerd, besproken,
geïnterpreteerd en op een consistente manier opgeslagen.
Het toepassen van een onderhoudsconcept moet altijd toegevoegde waarde leveren,
dit betekent dat baten altijd groter moeten zijn dan de kosten. Om je te
verzekeren dat dit inderdaad het geval is is het gebruik van een klein aantal
weldoordachte performantie-indicatoren een aanrader. <<
Liliane Pintelon
(Centrum voor Industrieel Beleid, KULeuven),
Frank Van Puyvelde (LUDIT, KULeuven)
Kaders:
SAE JA1011 (criteria)
Functions & performance standards of asset in its operating context.
How can it fail to fulfil its functions (functional failures)?
What causes each failure (failure modes)?
What happens when each failure occurs (failure effects )?
In what way does each failure matters (failure consequences)?
What should be done to predict or prevent each failure (proactive tasks and task
intervals)?
What should be done if a suitable proactive task cannot be found (default
actions)?
Streamlined RCM benaderingen
De retro-actieve aanpak gaat uit van het bestaande onderhoudsplan, zoekt bij
elke taak de failure mode en werkt dan de laatste stappen van de RCM procedure
uit om het bestaande plan te verbeteren. Bezwaren: veronderstelt dat bestaande
programma goed is, vergt veel tijd om de link tussen taak en failure mode te
vinden, bepaalt de functie op ad hoc basis.
De generieke aanpak maakt gebruik van generieke lijsten met failure modes of
zelfs volledige generieke analyses van technische systemen. Bezwaren: negeert de
operationele context (bv. belasting, redundantie, ...), negeert de huidige
onderhoudspolitiek, gaat uit van een standaardniveau van detail van analyse, ...
De skipping aanpak slaat 1 of meer stappen over (“skipping”). Vaak wordt dan
gestart met een lijst van failure modes, het oplijsten van de functies wordt
overgeslagen. Bezwaren: negeert de eerste en heel belangrijke stap binnen RCM,
nl. het bepalen van de functies, dit druist in tegen de RCM filosofie en maakt
het ook quasi onmogelijk om het gewenste performantieniveau te bepalen.
De criticiteitsaanpak beperkt zich tot de critische functies of storingen,
waarvoor dan een volledige RCM analyse wordt uitgevoerd. Bezwaren: gaat uit van
een criticiteit i.pl.v. die te bepalen (met o.a. vaak een verminderde aandacht
voor veiligheid), biedt tools aan ter bepaling van de criticiteit die vaak en
meer tijdsintensief en minder betrouwbaar zijn dan RCM
De troublemaker aanpak voert een volledige RCM analyse uit, maar enkel voor de
(potentiële) troublemakers, nl. de critische installaties. Dit beperkt het werk
en levert toch een waardevol resultaat. Bezwaren: het bepalen van
installatiecriticiteit is niet opgenomen in de SAE standaard, wat logisch is,
aangezien criticiteit verschilt naar gelang de industrietak en zelfs naargelang
het bedrijf binnen een industrietak.
Stratégies de
maintenance
RCM: porté au nues et détracté
RCM (Maintenance centrée sur la fiabilité) est née dans les années ’60 aux
Etats-Unis, dans le domaine militaire et de l’aviation civile. Le concept a été
traduit pour des sites à haut et, depuis les années ’80, il est intégré dans
l’industrie. Actuellement, il existe de très nombreuses versions RCM. Elles se
distinguent non pas tant par leurs philosophies de base, mais par les étapes et
les phases.
La définition de SAE (Society of Automotive Engineers) est en quelque sorte la
définition officielle (voir encadré SAE). Elle aborde les critères auxquels l’approche
RCM doit répondre et s’intéresse aussi aux besoins de données. RCM se focalise
sur la fonctionnalité du système (et pas sur le système en soi, comme le LCC).
La fiabilité est évidemment au centre des préoccupations. RCM reconnaît
principalement 4 types de tâches de maintenance: run-to-failure, maintenance
préventive, condition monitoring et maintenance proactive. RCM utilise un
diagramme décisionnel pour passer ces tâches au screen et sélectionner les mieux
adaptées. FMEA (failure mode effect analysis – Analyse d’Effet de Mode de
Défaillance) est un élément important de RCM. RCM tient compte des limites de
design (fiabilité inhérente). RCM a priorité sur les coûts. RCM demande une
approche multidisciplinaire et un effort soutenu.
RCM: porté aux nues et détracté
RCM est populaire, mais aussi controversé. Les défenseurs de RCM parlent d’amélioration
de l’efficacité du site (meilleure sécurité, intégrité environnementale,
fiabilité et disponibilité des installations, qualité de production), d’augmentation
de l’efficacité (amélioration de la duré de vie de biens d’investissements
coûteux, diminution des frais d’entretien), d’amélioration du travail d’équipe
et de l’augmentation de la motivation et – enfin – d’une meilleur transmission
des connaissances et de l’informations (moins d’erreurs, analyse des causes de
dégradation, bonne base pour le développement d’applications du management des
connaissances). Les opposants RCM attaquent la méthode en soi, ont des problèmes
d’implémentation et mettent la base scientifique en question. Pour la méthode en
soi, un des arguments est que la plupart des RCM courants (fréquemment
promotionnés par des consultants) ne vont pas assez loin et ne débouchent pas au
développement d’un plan concret, immédiatement applicable. Ces implémentations
sont tactiquement en ordre, mais elles ne permettent pas de franchir l’étape
opérationnelle sous-jacente. Les opposants affirment aussi que les diagrammes et
certains processus pourraient être améliorés. Ils reprochent aussi à l’implémentation
RCM de nécessiter trop de ressources et qu’elle n’est donc pas utilisable pour
tous les équipements et installations. Les modifications (trop) importantes que
RCM propose, comparé à la méthode de travail en place (accent sur la
fonctionnalité, nouvelles tâches et procédures, plus de condition monitoring,
programmes d’entretiens préventifs bouleversés, …) sont utilisés comme argument
opposé. D’autres revendiquent qu’ils n’ont pas eu le temps de former leur propre
personnel et sont mécontents de la qualité de certaines entreprises de
consultation RCM. La base scientifique de la méthode – venant essentiellement d’un
point de vue académique – est aussi visée. On doute de la qualité des données
utilisées en pratique et on estime aussi que très souvent, il n’y a pas
suffisamment de données pour tirer des conclusions ayant une valeur statistique
relevante. Il est aussi question du manque de perception dans les mécanismes de
la dégradation de la fiabilité, et des doutes sont émis pour l’estimation de
l’impact du fond physique. Ces dernières revendications peuvent être résumées
comme un bilan erroné entre l’expérience et les mathématiques.
Concepts RCM dérivés
Tant de critiques, ont forcé RCM à formuler différentes réponses qui tentent
chacune de remédier à une ou plusieurs objections (cadre ‘approches Streamlined
RCM). Parmi les approches les plus connues basée sur RCM: BMC (business centered
maintenance – maintenance centrée sur les affaires), risk-based maintenance et
streamlined RCM. BCM est composé d’une étape top-down, dans laquelle la
structure du site et les caractéristiques des opérations sont analysées et de 2
étapes bottom-up dans lesquelles un plan d’entretien des installations est
rédigé suivant une échelle (!) d’entretien acceptable. BMC est tout à fait
valable, mais s’adresse essentiellement aux industries de processing. La
maintenance à risques tente d’élargir avant tout la base théorique en attachant
plus d’attention au fond statistique et au traitement. Risk-based maintenance
est incontestablement un enrichissement pour le monde RCM. Streamlined RCM,
essentiellement promotionné par les consultants, suit une procédure RCM réduite,
ce qui donne, évidemment, des résultats plus rapidement. Streamlined RCM se
popularise. Malheureusement, streamlining n’est pas toujours sans dangers.
Plusieurs approches de streamlining sont utilisées actuellement. Seule l’approche
‘trouble-fête’ (la limitation de l’analyse RCM aux installations critiques) peut
garantir des résultats fiables.
RCM: oui, non, peut-être?
RCM est incontestablement un concept intéressant dont de nombreuses entreprises
peuvent réaliser les avantages décrits par ses défenseurs. La suggestion basée
sur la maintenance à risques qui ne se base pas uniquement sur l’expérience,
mais aussi sur des analyses statistiques doit, si possible, être suivie. L’association
d’expérience et de mathématiques ne peut qu’améliorer l’implémentation. Si on
opte pour l’une ou l’autre raison pour un streamlined RCM, il vaut mieux choisir
l’approche ‘trouble-fêtes’.
Réflexions
Il existe de nombreux concepts théoriques de maintenance, aussi bien fondés
théoriquement que testés en pratique. De ce qui précède, on aura compris qu’il
n’est pas facile de répondre à la question de savoir quel concept correspond le
mieux à une situation donnée. De plus en plus d’entreprises répondent en
développant leur propre («customized») concept d’entretien, dans lequel elles
reprennent des éléments des différents concepts. Souvent cela résulte en un
concept qui correspond très bien aux besoins de l’entreprise, tant sur le plan
de l’efficacité que de l’effectivité.
Un point important – mais souvent négligé – dans le développement et dans l’implémentation
d’un concept d’entretien est la synergie. Encore trop souvent, l’entretien est
considéré comme une fonction séparée et l’on voit p.ex. qu’il existe déjà un
FMEA design, mais que dans l’implémentation RCM il faut rédiger un tout nouveau
FMEA, ce qui entraînera ultérieurement encore un autre FMEA lors de
modifications ou rénovations,… tandis qu’il existe déjà de nombreuses
informations utilisables pouvant être transmises d’une application à l’autre.
Autre exemple de synergie est la combinaison de l’analyse HAZOP (analyse des
risques d’opérabilité) avec un FMEA. L’objectif des deux est évidemment
différent et ils ont aussi une autre finalité, mais des pièces d’analyses
peuvent parfaitement être combinées pour arriver à des résultats plus rapidement
et avoir une meilleure communication entre les différents services au sein de l’entreprise.
On ne peut pas oublier non plus que la collecte de données et la réalisation
d’analyse dans le concept d’entretien est souvent une excellente base pour le
développement d’un management de connaissances: on rassemble une masse d’informations
de manière structurée, screenée, analysée, discutée, interprétée en appliquant
un tel concept, afin de les enregistrer de manière consistante.
L’application d’un concept de maintenance doit toujours apporter une plus-value,
ce qui signifie que le bénéfice doit toujours être supérieur aux coûts. Pour
vous assurer que c’est le cas, il est conseillé d’utiliser un petit nombre d’indicateurs
de performances soigneusement sélectionnés.<<
Liliane Pintelon
(Centre de Gestion industrielle, KULeuven)
Frank Van Puyvelde (LUDIT, KULeuven)
Cadre:
Approches streamlined RCM
L’approche rétroactive part d’un plan de maintenance existant,
recherche dans chaque tâche le mode de défaillance et développe les dernières
étapes de la procédure RCM pour améliorer le plan existant. Objections: implique
que le programme existant est bon, demande beaucoup de temps pour trouver le
lien entre la tâche et la défaillance, définit la fonction sur base ad hoc.
L’approche générique utilise des listes génériques avec des modes de défaillance
ou même des analyses génériques complètes de systèmes techniques. Objections:
nie le contexte opérationnel (ex. charge, redondance,…), nie la politique
actuelle de maintenance, part d’un niveau standard de détail d’analyse,…
L’approche ‘skipping’ saute 1 ou plusieurs étapes. Souvent, on commence par une
liste de modes de défaillance, la liste des fonctions saute. Objections: nie une
étape très importante du RCM, celle de la définition des fonctions, ce qui est
contraire à la philosophie RCM et empêche quasiment de déterminer le niveau de
performance souhaité.
L’approche critique se limite aux fonctions critiques ou perturbations, pour
lesquels une analyse RCM complète est effectuée. Objection: part du point de vue
critique au lieu de le déterminer (avec notamment une diminution de vigilance
pour la sécurité), propose des outils pour la définition du moment critique qui
prend souvent plus de temps et est moins fiable que le RCM.
L’approche ‘trouble-fête’ effectue une analyse RCM complète, mais uniquement
pour les trouble-fêtes (potentiels), c’est-à-dire les installations critiques.
Ceci limite le travail mais donne néanmoins des résultats satisfaisants.
Objections: la définition du moment critique de l’installation n’est pas reprise
dans le standard SAE, ce qui est logique, étant donné que le moment critique
varie selon la branche de l’industrie et même selon l’entreprise au sein d’un
secteur d’activités. <<
|