Contaminatie van voedingswaren
Voedselveilige smeermiddelen

De gevolgen van voedselbesmetting kunnen catastrofaal zijn, en daar de productie en distributie van voedingswaren bovendien al lang geen lokaal gebeuren, maar integendeel een internationaal en zelfs mondiaal gegeven is, wordt het quasi onmogelijk om besmet voedsel tijdig van de markt te halen.

Version Française

Zowel de Europese als Amerikaanse overheden zijn zich al langer van dit ‘kwaad’ bewust, en vaardigen doorheen de jaren talrijke reglementen uit inzake het produceren, verwerken en distribueren van voedingswaren.
Maar hoe zit het met het onderhoud en de smering van de gebruikte machines?
Bij het onderhoud van de machines moeten smeermiddelen gebruikt worden die speciaal bestemd zijn voor gebruik in de voedingsmiddelen industrie. Dit is logisch, maar tot onze verbazing moesten wij vaststellen dat wat deze problematiek betreft, er geen internationale noch Europese standaard is.
Wij gingen ons licht eens opsteken bij een aantal specialisten, en hadden een gesprek met de heren Dieter Kaltenhauser, Marketing en Sales Manager bij OKS – een in München (Duitsland) gevestigd bedrijf dat gespecialiseerd is in o.a. droge smeringcoatings – en Hugo Moeremans, Manager van Viba België, die o.a. de producten van OKS verdeelt.

Problematiek
Uiteraard verwacht de consument dat de gebruikte producten in de voedingsmiddelen industrie veilig zijn. Vroeger baseerde die industrie zich op de USDA-standaarden (United States Department of Agriculture), die een positieve lijst had opgesteld van de producten die gebruikt mochten worden. Deze USDA-standaard werd wereldwijd aanvaard, en een fabrikant van o.a. smeermiddelen kon een certificaat aanvragen bij deze Amerikaanse instantie. Indien zijn product aan de normen voldeed en werd goedgekeurd, werd hem zo’n certificaat uitgereikt.
Echter – omdat op de duur praktisch de hele wereld stond aan te schuiven – is de USDA reeds geruime tijd gestopt met het afleveren van dergelijke certificaten voor o.a. voedselveilige smeermiddelen. En met deze stopzetting ontstond er een zeer onduidelijke situatie, want een Europese, laat staan een wereldnorm, bestond en bestaat nog steeds niet. Elk land heeft wel zijn eigen normen en veiligheidsprocedures die meestal gebaseerd zijn op de Amerikaanse HACCP (Hazard Analysis and Critical Control Points) beginselen. Dit is een preventie systeem dat risico’s bij fabricage en handel, onder meer inzake hygiëne in de voedingssector, onder controle dient te houden.
Voor alle producenten die mogelijkerwijze in aanraking kunnen komen met voedingsproducten, bestaat er in de USA de FDA-lijst (Food and Drug Administration). Ook in Europa – alhoewel er daar geen wettelijke verplichting toe was – werd meestal naar deze lijst verwezen. De afgeleverde certificaten omvatten twee categorieën: USDA-H1 en USDA-H2. Wanneer men voor zijn product(en) de USDA-H1-certificering kon/kan voorleggen, betekent dit dat het gebruikte product met voeding in contact mocht komen. Het gaat hier om een hele reeks producten gaande van smeermiddelen tot verpakking. USDA-H2 omvat een gamma die men in de omgeving van de voedingsmiddelenproductie mag gebruiken, maar die niet in aanraking mogen komen met het product.
Zowel voor de producenten als gebruikers was het een grote geruststelling als men wist dat een leverancier dergelijke certificaten kon voorleggen. Uiteraard blijven de vroeger uitgereikte certificaten van kracht, maar wegens het niet meer uitreiken door de USDA en bij gebrek aan een Europese regelgeving, is een leverancier van bijvoorbeeld smeermiddelen of onderhoudsproducten, bij het op de markt brengen van een nieuw product, verplicht om naar een onafhankelijk laboratorium te stappen. Echter, de leverancier/producent is nooit helemaal zeker dat zijn product, dat in het ene land is goedgekeurd, in het andere land mag worden gebruikt.
"OKS, dat wel over een USDA-certificaat beschikt, laat zijn nieuwe producten nu allemaal onderzoeken en certificeren door de Landesgewerbeanstalt Bayern," aldus Dieter Kaltenhauser.

Wereld en/of Euro-standaard
Dieter Kaltenhauser is zeer actief in werkgroepen rond de hygiëneproblematiek in de voeding, die ijveren voor een (nieuwe) wereldstandaard. Deze werkgroepen groeperen de belangrijkste Europese leveranciers in de voedingsindustrie om op Europees niveau het probleem van gestandaardiseerde certificering op te lossen.
Volgens onze gesprekpartners is er een oplossing in de maak en zou er op (korte) termijn een Europees certificeringsinstituut in de maak zijn en een akkoord komen rond de methodiek van certificeren. Anderzijds werd binnen de Internationale Organisatie voor Normalisatie, waarbij een honderdtal landen zijn aangesloten, een werkgroep opgericht om na te gaan hoe men de taak van de USDA kan overnemen en mondialiseren.
Iedereen ziet het nut van een Europese en/of wereldstandaard dus wel degelijk in. Afwachten hoe lang het nog zal duren voor dit alles een feit is.
Hubert Lahaut

La contamination des aliments
Des lubrifiants sûrs au niveau alimentaire

Les suites d’une contamination alimentaire peuvent être catastrophiques, et comme la production et la distribution d’aliments ne relèvent plus depuis longtemps d’un événement local, mais par contre international et même mondial, il est quasiment impossible d’éliminer à temps des aliments contaminés du marché.

Aussi bien les autorités européennes qu’américaines sont conscients de ce ‘mal’, et mettent en place de nombreuses réglementations concernant la production, le traitement et la distribution alimentaire.
Mais où en est-on en matière d’entretien et de lubrification des machines utilisées ?
Pour l’entretien des machines, les lubrifiants à utiliser sont conçus spécialement pour un usage dans l’industrie alimentaire. Cela semble logique, mais nous constatons avec étonnement qu’en ce qui concerne cette problématique, il n’y a aucune norme internationale ni européenne.
Nous nous sommes renseignés auprès d’un nombre de spécialistes, et en avons discuté avec messieurs Dieter Kaltenhauser, directeur de marketing et des ventes chez OKS – une entreprise spécialisée en revêtements lubrifiants à sec établie à Munich (Allemagne) – et Hugo Moeremans, directeur de Viba Belgique, qui distribue entre autres les produits d’OKS.

Problématique
Bien entendu, le consommateur s’attend à ce que les produits de l’industrie alimentaire qu’il utilise soient sûrs. Auparavant, cette industrie se basait sur les standards USDA (United States Department of Agriculture), qui avait établi une liste des produits qui pouvaient être utilisés. Cette norme USDA était acceptée au niveau mondial, et un fabricant e.a. de lubrifiants pouvait demander un certificat auprès de cet organisme américain. Si son produit était conforme aux normes et était approuvé, un certificat lui était remis.
Toutefois – du fait que les fabricants du monde entier attendaient leur tour – l’USDA a cessé depuis déjà un certain temps de délivrer de tels certificats pour entre autres des lubrifiants sûrs pour l’alimentation. Et cette cessation a donné lieu à une situation très confuse, car une norme européenne, voire mondiale, n’existait et n’existe toujours pas. Chaque pays a cependant ses propres normes et procédures de sécurité, basées pour la plupart sur les principes américaines HACCP (Hazard Analysis and Critical Control Points). Il s’agit là d’un système de prévention qui doit maintenir sous contrôle les risques lors de la fabrication et du commerce, entre autres en ce qui concerne l’hygiène dans le secteur alimentaire.
Pour tous les producteurs qui ont un contact potentiel avec des produits alimentaires, il existe aux Etats-Unis la liste FDA (Food and Drug Administration). En Europe également – bien qu’il n’y eut pour cela aucune obligation légale – l’on fit référence à cette liste.
Les certificats délivrés comportent deux catégories : USDA-H1 et USDA-H2. Lorsque l’on pouvait/peut présenter pour son(ses) produit(s) une certification USDA-H1, cela signifie que le produit utilisé pouvait entrer en contact avec des aliments. Il s’agit ici de toute une gamme de produits allant de la lubrification jusqu’à l’emballage. La certification USDA-H2 comprend une gamme de produits que l’on peut utiliser aux alentours de la production d’aliments, mais qui ne peuvent être mis en contact avec ces aliments.
Aussi bien pour les producteurs que pour les consommateurs, ce fut un grand apaisement de savoir qu’un fournisseur pouvait produire de tels certificats. Bien entendu les certificats octroyés auparavant restent valables, mais à cause de la cessation d’octroi de la part de l’USDA et par manque d’une réglementation européenne, le fournisseur de par exemple des lubrifiants ou des produits d’entretien est obligé, lors de la mise sur le marché d’un nouveau produit, de s’adresser à un laboratoire indépendant. Toutefois, le fournisseur/producteur n’est jamais absolument certain que son produit, qui est approuvé dans un pays, peut être utilisé dans un autre.
"OKS, qui est en possession d’un certificat USDA, fait actuellement analyser et certifier tous ses nouveaux produits par la Landesgewerbeanstalt Bayern," ainsi Dieter Kaltenhauser.

Norme mondiale et/ou Euro
Dieter Kaltenhauser est très actif au sein de groupes de travail qui militent pour une (nouvelle) norme mondiale en matière de la problématique d’hygiène dans l’alimentation. Ces groupes de travail rassemblent les principaux fournisseurs européens de l’industrie alimentaire afin de résoudre le problème de la certification standardisée au niveau européen.
D’après nos interlocuteurs, il y a à ce sujet une solution en préparation et il y aurait à (court) terme un institut européen en charge, et un accord serait ratifié concernant la méthodique de certification. D’autre part, l’on a constitué au sein de l’Organisation Internationale de Normalisation, auquel adhèrent une centaine de pays, un groupe de travail qui va examiner comment reprendre et mondialiser la tâche de l’USDA.
Chacun réalise bel et bien l’utilité d’une norme européenne et/ou mondiale. Voyons le temps qu’il faut avant qu’elle ne devienne une réalité.

Hubert Lahaut
 

©