|
Antoon Van Melkebeek, Stork Mec
‘We vinden geen vakkundig personeel’
version française
‘We vinden geen echt vakkundig personeel meer. Machinefitter,
rigger-monteerder, ketelmaker of plaatbewerker zijn knelpuntberoepen
geworden. Vanuit ons onderwijssysteem is er weinig of geen instroming.’
Antoon Van Melkebeek, Gedelegeerd Bestuurder van Stork MEC, trekt aan de
alarmbel. En blijkt op het overnamepad te zijn.
Antoon Van Melkebeek is de nieuwe gedelegeerde bestuurder van Stork MEC,
een Belgische werkmaatschappij van de Technical Services-tak van de grote
Nederlandse Stork-groep. Technical Services was vorig jaar goed voor 893
miljoen euro omzet, de MEC-afdeling voor 45 miljoen. In België rangschikt
het bedrijf zich qua activiteit in de lijn van ondernemingen zoals GTI
Fabricom en Cegelec, die als grotere uitvoerders gespecialiseerd zijn in
contracting, overhauling en het onderhoud van elektromechanische
installaties. De zetel is gevestigd in de gebouwen van het vroegere
Mercantile Beliard aan de Oosterweeldesteenweg in de Antwerpse haven. In
Antwerpen en het Gentse filiaal stelt Stork MEC 630 mensen tewerk, in de
andere Stork-dochters Limebel in Tessenderlo en TCM (Tuyauteries et
Construction Mosanes) in Huy werken nog eens 54 mensen.
Van Melkebeek trekt aan de alarmbel: ‘Het probleem is de beschikbaarheid
of eerder het gebrek aan echt vakkundig personeel. We stellen vast dat ons
personeel een jaartje ouder wordt, en dat er weinig instroming is van
geschoolde mensen vanuit het onderwijs. Toch is het zo dat we enkel door
onze voorsprong in vakkennis het hoofd zullen kunnen bieden aan de
instroom uit de lage loonlanden.’ Bij Stork MEC zit het grootste deel van
de arbeiders in de leeftijdklasse van 40 tot 54 jaar. Dat valt te
verklaren door de overname van de failliete scheepswerf Mercantile Beliard
in het begin van de jaren negentig. A. Van Wesenbeeck, Operationeel en
Logistiek Directeur: ‘Sinds onze laatste herstructuring in 1996, is er
zeer weinig personeelsverloop geweest. Maar als we niet snel jonge mensen
vinden, dreigt de vergrijzing. We zijn soms gedwongen met arbeidskrachten
uit het buitenland te werken, maar steeds volgens de regels mét
VCA-certificaat.’
Instroom
Het Stork MEC-management maakt zich duidelijk zorgen over de
toekomstige instroom van arbeiders uit de nieuwe EU-landen. Van Wesenbeeck:
‘Ons contractorwerk staat sterk onder druk door werkkrachten die bijv. uit
Polen komen. Ze leveren niet dezelfde kwaliteit af, ze hebben vaak niet
dezelfde vakkennis en het gaat minder snel, maar bij de opdrachtgever is
het vaak de prijs op papier die als enige criterium geldt. Als je 30%
beter presteert met eigen mensen, maar de concurrentie gaat 50% onder de
prijs, wordt het erg moeilijk. Daarom is vakkennis de enige troef die we
hebben als straks die landen ook tot de EU gaan behoren.’ Werk uitvoeren
dus dat anderen niet aankunnen. Hij citeert het voorbeeld van een
Saoedische plant, waarvoor een vervangingsonderdeel moest geleverd worden:
‘Een plasticproducerende plant, midden in de woestijn en geen
onderhoudsatelier in de buurt. Ze kwamen bij ons terecht. Wij becijferden
de kost voor het stuk zelf op zo’n 13.000 euro. De transportkosten liepen
op tot 25.000 euro. Toch bestelde de klant: hij vond de kennis nergens
anders.’ Stork MEC is ook één van de weinige bedrijven die constructiewerk
in high pressure piping aankunnen. De pijpconstructies worden
niet-destructief getest met drukken tot een extreme 11.000 bar. Wereldwijd
zijn er naar verluidt maar 5 bedrijven die de technologie in huis hebben.
Gezocht: vakkennis
Het gebrek aan jonge vakmensen vormt een reëel gevaar. Van Melkebeek:
‘We hebben voor onszelf een lijst met knelpuntberoepen opgesteld, die
overigens bevestigd wordt door een analyse van de VDAB. Bepaalde beroepen,
zoals dat van rigger-monteerder (hijsdeskundige/flensmonteur nvdr), worden
niet meer aangeleerd. In andere gevallen stellen we een gebrek aan in- en
uitstroom in de studierichting vast: de mensen hebben gewoon geen
interesse om voor die bepaalde beroepsrichting te kiezen. We kunnen niet
klagen over een aantal beschikbare arbeidskrachten, maar vinden gewoon
niet voldoende vakbekwaam personeel. En zelfs jonge, vakbekwame mensen
moeten nog enkele jaren ervaring opdoen.’ Een interne analyse bracht zeven
knelpuntberoepen aan het licht: machinefitter/mecanicien, ketelmaker/plaatbewerker,
rigger/monteerder, industrieel elektricien, pijpfitter/ pijpfabricator,
lasser, draaier/frezer/kotteraar.
Stork MEC bundelde daarom de krachten met verscheidene Vlaamse en
Antwerpse partners uit de metaal- en tewerkstellingssector. Samen met de
VDAB, het FTMA (Fonds voor Tewerkstelling en Opleiding in de Metaalsector
in Antwerpen), Agoria en het Werkgelegenheidsfonds van de Stad Antwerpen
werd in augustus een eerste opleiding gestart voor rigger-monteerders. Uit
een groep van veertig kandidaten werden tien kandidaten weerhouden. Zij
kregen een intensieve opleiding van eerst drie weken in een
opleidingscentrum van Sarens, en vervolgens drie maanden in verschillende
bedrijven. Elke cursist kreeg bij Stork MEC een peter toegewezen die de
‘knepen van het vak’ aan zijn petekind aanleert. In oktober traden drie
nieuwe rigger-monteerders bij Stork MEC in dienst.
Toekomstplannen
Het werkterrein van Stork MEC bestrijkt zes grote sectoren: Service &
Onderhoud, E&I (Elektriciteit en Instrumentatie), Special Mechanical
Services, Piping Prefabrication Shop, Maintenance Management en Project
Management. Tot vorig jaar was de Vlaamse overheidsholding Gimvindus voor
49% aandeelhouder van Stork MEC. In augustus 2002 kocht de Stork-groep
deze aandelen over. Gedelegeerd bestuurder Van Melkebeek: ‘Sindsdien
hebben we voor zo’n 10 miljoen euro geïnvesteerd. Er zit voor ons een
positieve kant aan de crisis. Minder investeringen in productie betekent
dat bestaande installaties meer onderhoud nodig hebben. Nu
vertegenwoordigen chemie en petrochemie zo’n 40% van onze omzet. We willen
meer diversifiëren naar andere sectoren zoals metaal en openbare werken,
onder andere het onderhoud van bruggen en sluizen. ‘ Operationeel en
Logistiek Directeur Van Wesenbeeck: ‘De volgende jaren willen we ook onze
E&I-afdeling (Elektriciteit en Instrumentatie) uitbreiden. We zien het
niet zitten om de competentie zelf uit te bouwen. Daarom zijn we op zoek
naar overnames. Volgens ons moeten er nog mogelijkheden zijn, al wordt de
visvijver steeds kleiner.’
Géén outsourcing
Van Melkebeek: ‘In outsourcing van onderhoudsactiviteiten, inclusief
het maintenance management ervan, geloven we niet meer. Van onze kant
zitten wij nog op de eerste aanvraag van een klant te wachten. We stellen
vast dat bedrijven hun eigen vakmensen niet graag laten gaan. Ze scholen
hun eigen mensen liever bij en zoeken partners die hen vakkundige
arbeidskrachten leveren, waarmee hun eigen personeel kan samenwerken.’
Operationeel en Logistiek Directeur Van Wesenbeeck: ‘Op langere termijn
verwachten we dat het aandeel van total maintenance zal dalen. De oorzaak
is dat onderhoud steeds efficiënter en preventief/predictief uitgevoerd
wordt. Daartegenover staat dat contracting in de lift zit. Beide samen
zouden goed moeten zijn voor een omzetstijging van 10% over de volgende
jaren. De 25% die in de onderhoudssector vaak wordt geciteerd acht ik niet
haalbaar.’ In de praktijk blijkt ook een typische onderhoudsuitvoerder als
Stork MEC toch met de economische malaise geconfronteerd te worden. Van
Wesenbeeck: ‘Onderhoud zou inderdaad in de lift moeten zitten wegens de
crisis. Toch zijn bijvoorbeeld begin vorig jaar diverse overhaul-projecten
uitgesteld. We merken dat er nu weer meer aanvragen binnenstromen, maar
daarvan verwachten we eerst midden volgend jaar de eerste resultaten.’ <<
Bert Belmans, Maintenance Magazine
Antoon Van Melkebeek, Stork Mec
Nous ne trouvons plus de personnel compétent
Les métiers d’ajusteur machine, monteur-levageur, chaudronnier ou tôlier
sont devenus des métiers à problèmes. Notre système d’enseignement ne nous
donne que peu ou pas d’afflux. " Antoon Van Melkebeek, administrateur
délégué de Stork Mec, tire la sonnette d’alarme et semble avoir emprunté
la voie de la reprise.
Antoon Van Melkebeek est le nouvel administrateur délégué de Stork MEC,
une société de production belge de la branche Technical Services du grand
groupe néerlandais Stork. L’an dernier, Technical Services a enregistré un
chiffre d’affaires de 893 millions d’euros dont 45 millions réalisé par le
département MEC. En Belgique, la société se classe en termes d’activités
dans la lignée d’entreprises comme GTI Fabricom et Cegelec qui, en tant
que grands exécuteurs, sont spécialisés dans le contractuel, la remise en
état et l’entretien d’installations électromécaniques. Le siège social est
établi dans les bâtiments de l’ancienne Mercantile Beliard sur la
Oosterweeldesteenweg au port d’Anvers. A Anvers et dans la filiale
gantoise, Stork MEC emploie 630 personnes. Elle occupe également 54
personnes dans les autres filiales de Stork, chez Limebel à Tessenderlo et
TCM (Tuyauteries et Construction Mosanes) à Huy. Antoon Van Melkebeek tire
la sonnette d’alarme. "Le problème, c’est la disponibilité ou plutôt le
manque de travailleurs véritablement professionnels. Nous constatons que
notre personnel prend de l’âge et que nous ne voyons pas d’afflux de
personnes qualifiées en provenance de l’enseignement. Pourtant, nous ne
pouvons résister à la concurrence des pays à bas salaire que par notre
avance en connaissances techniques." La majeure partie des ouvriers de
Stork MEC se situe dans la tranche d’âge de 40 à 54 ans. Cela s’explique
par la reprise du chantier naval Mercantile Beliard tombé en faillite au
début des années nonante. "Depuis notre dernière restructuration en 1996,
la rotation de personnel a été très faible. Cependant, si nous ne trouvons
pas rapidement des jeunes gens, nous serons confrontés au vieillissement.
Nous sommes parfois obligés de recourir à une main-d’œuvre étrangère, mais
toujours selon les règles et avec le certificat VCA" explique A. Van
Wesenbeeck, directeur Opérationnel et Logistique.
Afflux des nouveaux pays de l’UE
Le management de Stork MEC se fait clairement du souci quant au futur
afflux d’ouvriers en provenance des nouveaux pays de l’UE. "Notre travail
de maître d’œuvre est fortement mis sous pression par les forces de
travail venant par exemple de Pologne. Ils ne fournissent pas la même
qualité, ils n’ont souvent pas les mêmes aptitudes et le travail avance
moins vite" observe M. Van Wesenbeeck. "Cependant, pour le client, l’unique
critère est souvent le prix affiché sur papier. Si vous offrez une
performance de 30% supérieure avec votre propre personnel mais que la
concurrence propose la moitié du prix, la situation devient vraiment
problématique. Voilà pourquoi nos compétences constitueront notre unique
atout lorsque ces pays appartiendront aussi à l’UE." Il faut réaliser des
travaux que d’autres ne sont pas à même d’assumer. Il cite l’exemple d’une
usine saoudienne à laquelle il fallait fournir une pièce de remplacement.
"Il s’agissait d’une usine de production de matières plastiques, perdue en
plein désert et sans atelier d’entretien dans les environs. Ils ont abouti
chez nous. Nous avons chiffré le coût de la pièce à 13.000 euros. Les
frais de transport s’élevaient à 25.000 euros. Pourtant, le client a passé
la commande. Il n’a trouvé les compétences nulle part ailleurs." Stork MEC
est de fait une des rares sociétés à pouvoir réaliser un travail de
construction de tuyauteries à haute pression. Les constructions de
tuyauteries sont testées de façon non destructive sous des pressions
atteignant 11.000 bars. Selon les dires, il n’existe dans le monde entier
que 5 sociétés disposant en interne de la technologie nécessaire.
Connaissances techniques recherchées
Le manque de jeunes personnes compétentes constitue un réel danger. "Nous
avons dressé, pour notre propre gouverne, une liste des métiers posant un
sérieux problème" remarque Antoon Van Melkebeek. "Cette liste est d’ailleurs
confirmée par une analyse du VDAB. Certains métiers, comme celui de
monteur-levageur (un spécialiste en levage/montage de bride, ndlr) ne sont
plus enseignés. Dans d’autres cas, nous constatons une pénurie d’inscription
et de sortie de candidats dans le choix des études : les jeunes ne sont
tout simplement plus intéressés par ces métiers. Nous ne pouvons pas nous
plaindre du nombre d’ouvriers disponibles mais nous ne trouvons pas assez
de personnel compétent. Et même les jeunes ouvriers compétents doivent
encore acquérir durant quelques années de l’expérience." Une analyse
interne a mis en exergue sept goulots d’étranglement : ajusteur machine,
chaudronnier/tôlier, monteur-levageur, électricien industriel, ajusteur/finisseur
de tuyauterie, soudeur, tourneur/fraiseur/aléseur. Stork MEC a dès lors
conjugué ses forces avec divers partenaires flamands et anversois du
secteur du métal et de l’emploi. En collaboration avec le VDAB, le FTMA
(Fonds voor Tewerkstelling en Opleiding in de Metaalsector in Antwerpen),
Agoria et l’Agence pour l’emploi de la ville d’Anvers, une première
formation a démarré en août pour les monteurs-levageurs. Dix candidats ont
été retenus sur un groupe de quarante. Ils ont reçu une formation
intensive qui démarrait par trois semaines dans un centre de formation de
Sarens, suivies de trois mois dans diverses entreprises. Chaque élève
s’est vu désigner un parrain chez Stork MEC qui lui enseigne les ‘ficelles
du métier’. En octobre, trois nouveaux monteurs-levageurs sont entrés en
service chez Stork MEC.
Plans d’avenir
Le terrain d’action de Stork MEC couvre six grands secteurs : le
service et l’entretien, E&I (Electricité et Instrumentation), Special
Mechanical Services, Piping Prefabrication Shop, Maintenance Management et
Project Management. Jusqu’à l’an dernier, le holding public flamand
Gimvindus était actionnaire de Stork MEC à hauteur de 49%. En août 2002,
le groupe Stork a racheté ces actions. « Depuis, nous avons investi près
de 10 millions d’euros » observe Antoon Van Melkebeek, administrateur
délégué. "La crise représente pour nous un aspect positif. La réduction
des investissements en production implique inévitablement une
intensification de l’entretien des installations en place. Aujourd’hui, la
chimie et la pétrochimie représentent environ 40% de notre chiffre
d’affaires. Nous voulons nous diversifier davantage vers d’autres secteurs
comme la métallurgie et les travaux publics, notamment pour l’entretien
des ponts et écluses." Et le directeur Opérationnel et Logistique, M. Van
Wesenbeeck, de poursuivre "Nous voulons aussi étendre notre département
E&I (Electricité et Instrumentation) dans les prochaines années. Nous ne
voulons pas développer nous-même la compétence. Nous pensons qu’il existe
encore certaines possibilités, même si le vivier devient de plus en plus
petit."
Du partenariat en lieu et place de l’outsourcing
"Nous ne croyons plus dans la sous-traitance des activités d’entretien,
y compris le maintenance management. Pour notre part, nous attendons
toujours la première demande d’un client" déclare Antoon Van Melkebeek. "Nous
constatons que les sociétés ne se défont pas facilement de leurs
spécialistes. Ils préfèrent former leur personnel et rechercher des
partenaires pouvant leur fournir un personnel compétent, en mesure de
collaborer avec leur propre personnel." "A plus long terme, nous
escomptons une diminution de l’importance de la maintenance globale"
observe encore le directeur Opérationnel et Logistique, M. Van Wesenbeeck.
"La raison en est simple : l’entretien est effectué de façon toujours plus
efficace et préventive/prédictive. En revanche, le contractuel a le vent
en poupe. Les deux devraient représenter ensemble une hausse de 10% du
chiffre d’affaires durant les prochaines années. Les 25 % fréquemment
cités dans le secteur de l’entretien ne sont, à mon sens, pas réalistes."
Dans la pratique, une société de maintenance classique comme Stork MEC
semble quand même confrontée au malaise économique. "L’entretien devrait
effectivement avoir le vent en poupe en cette période de crise" remarque
encore M. Van Wesenbeeck. "Pourtant, plusieurs projets de remise en état
ont par exemple été reportés début de l’an dernier. Nous enregistrons
aujourd’hui à nouveau plus de demandes mais nous devrons attendre le
milieu de l’an prochain pour en voir les premiers résultats." << (B.B.)
|