Assemblagemachines
Een mooi veiligheidsconcept


version française

Deze machinebouwer in het zuiden van Duitsland voorziet alle machines van veiligheidsbestanddelen, waarbij hij een groot aantal relais en veiligheidselementen vervangt. De nauwe samenwerking tussen klant en leverancier heeft geresulteerd in de ontwikkeling van een mooi veiligheidsconcept dat alle veiligheidsbestanddelen samenvoegt en over de hele lijn de hoogste veiligheidscategorie 4 bereikt.


De firma Friedrich Maschinen- und Werkzeugbau, die werd opgericht in 1948, produceert klinkmachines van straalpunten en elektrische werkbankpersen. Als leider op de markt van klinkmachines die op elkaar zijn afgestemd, telt de firma meer dan 50 werknemers en heeft ze in 2004 een omzet gerealiseerd van 6 miljoen euro, met een exportpercentage van 15%. De belangrijkste klanten zijn onderaannemers van de auto-industrie. De teller-opmeter, die in de klinkmachines is ingebouwd, verzekert een uitstekende bewerkingskwaliteit.

Daken van namaak-cabriolets
Het binnenste van de assemblage- en klinknagelmachine C1233 van Friedrich bestaat uit een servopers en een klinkmachine met digitale besturing via de computer, die rond een draaitafel met 4 posten werden geplaatst. Bij post 1 worden de onderdelen voor het kleiner geheel vooraf in elkaar gezet en ingevoegd. Door de tweehandige besturingen aan te drijven, laat men de plaat, die 90° draait, vooruitkomen. Op post 2 drukt de servopers de koppelringen in, terwijl de verhouding kracht/verplaatsing tegelijkertijd in het oog wordt gehouden. Daarbij worden de verschillende samenpersingspunten dichterbij gebracht met behulp van een coördinatensysteem. Terwijl de serieproductie doorgaat, wordt er geen bewerking uitgevoerd op post 3. In het geval er wordt veranderd naar een ander type dak, worden de gereedschapsmagazijnen in dit station ingewisseld door middel van een gereedschapswagentje dat langszij komt. Op post 4 worden alle klinkpunten dichterbij gebracht en vastgeklonken. De gebruikte klinkmachine is uitgerust met de gebrevetteerde klinktechnologie voor straalpunten van Friedrich. De kwaliteitsgarantie van de verschillende klinkpunten kwam tot stand met de geïntegreerde teller-opmeter. Bij de volgende cyclus wordt het kleiner geheel in de plaatsingspost 1 gezet, het oorspronkelijke vertrekpunt. Wanneer het kleiner geheel dan is afgemaakt, wordt het weggenomen en worden er nieuwe onderdelen geplaatst voor de volgende ronde door de machine. Als het kleiner geheel niet is afgewerkt, worden de ontbrekende onderdelen toegevoegd tijdens 1 of 2 bijkomende ronde(s). Voor de veiligheid doet de fabrikant beroep op de bestanddelen van Jokab Safety. De assemblage- en klinknagelmachine C1233 bereikt de hoogste veiligheidscategorie 4 volgens EN 954-1.

Computergestuurd
De hoofdonderdelen van de montagemachine, zoals de draaitafel, pers en klinkmachine met digitale besturing, alsook de verandering van de onderdelendrager en alle randstukjes, worden bestuurd via een centraal en draaibaar bedieningspaneel van de computergebaseerde controller van FMW-Friedrich. De computergebaseerde controller bestaat uit een IPC-computer met een grote harde schijf en het Codesys “Soft-PLC HMI”-besturingssysteem. Het touch screen met Windows-oppervlak maakt grafische voorstellingen mogelijk en biedt de gebruiker een optimale begeleiding. Onder de bijzonder belangrijke kenmerken van de controller verstaan we onder meer het uitgebreide beheer van recepten, de CANopen netwerking en de gecentraliseerde verzameling van gegevens, alsook de Ethernet-verbinding en het archiveren van gegevens via een “UL-databank”. De geheugencapaciteit laat een bijna onbeperkt aantal programma’s toe. Bovendien kunnen programma’s worden gedownload via de USB-interface om ze op te nemen in het archief of rechtstreeks op het netwerk te zetten.

Tweehandige besturing
Er werden twee ergonomische tweehandige besturingen (Safeball) vastgemaakt tegenover de posten 1 en 3. Hun taak is de rotatie van de draaiplaat naar de volgende positie in gang te zetten en de twee handen van het apparaat buiten de gevaarlijke zone te verbinden. Aangezien er geen enkele bescherming nodig is boven de bedieningen, kunnen die sneller worden gebruikt en kan de productiviteit van de uitrusting dus worden verhoogd. Elke besturing heeft twee drukknoppen, één aan elke kant. Door deze positie van de drukknoppen wordt het risico op een onwillekeurig aanzetten tot een minimum herleid. De aangename en natuurlijke bolvorm past zich aan elke maat van hand aan en kan op verschillende manieren worden gebruikt. Indien Safeball als tweehandige besturing wordt gebruikt en men een machine wil starten, moeten de vier drukknoppen van de twee bedieningen allemaal gelijktijdig in werking worden gesteld in maximum 0,5 seconden tijd. U hoort een stopsignaal als één of meerdere drukknoppen worden losgelaten. Safeball beantwoordt aan het hoogste veiligheidsniveau van de EN 574- (type IIIc) en EN 954-1- (categorie 4)-normen. Dit veiligheidsniveau werd behaald door de vier drukknoppen te doen aansluiten bij een veiligheids-PLC (Pluto) of een JSBR4-veiligheidsrelais.

Lichtgordijnen
Bij het uitwisselen van het gereedschapsmagazijn bij post 3 en wanneer met behulp van de twee respectievelijke Safeball-besturingen een cyclussignaal wordt gegenereerd voor de draaitafel, ontstaat een gevaarlijke zone in post 1. Deze zone wordt bewaakt door twee lichtgordijnen (Focus) die in L zijn gemonteerd en slechts een bereik hebben van 35 mm x 45 mm met een resolutie van 14 mm voor de vingerbescherming. Hier beschermt het verticale lichtgordijn tegen de rechtstreekse toegang tot de gevaarlijke zone, terwijl het horizontale gordijn de toegang langs achter het verticale gordijn verhindert. De toestellen van categorie 4, gecertificeerd door het Duitse TüV conform de veiligheidsnorm EN/CEI 61496-1/2 zijn zeer gemakkelijk te configureren en te installeren. Er zijn ingangen voorzien om de bundels gedeeltelijk of volledig te maskeren. De speciale kenmerken omvatten de bewaking van de bypasslamp, de optionele vlottende maskering, de automatische of manuele bewaakte heroplading, 2 bewaakte PNP veiligheidsuitgangen met een bewaking voor gekruiste kring en M12-connectoren. De LED’s zorgen voor een gemakkelijke uitlijning en een indicatie van de vervuiling, de bedrijfsspanning (24 V DC +/- 20 %) en de uitgangstoestand. De uitgangen zijn beveiligd tegen overspanning voor een maximale belasting van 500 mA. De beschermde hoogtes gaan van 150 tot 1650 mm voor een resolutie van 14 mm, 35 mm of 300/400/500 mm en een respectievelijk bereik van 6 m, 15 m of 25/50 m.

Veiligheidssensor
Elk van de 4 onderhoudsdeuren is voorzien van een paar contactloze veiligheidssensoren (Eden). Ze bestaan uit het elektrisch aangesloten actieve deel Adam en het passieve deel Eva. De sensor wordt alleen geactiveerd wanneer de deur gesloten is, en de twee sensoren zijn precies naar elkaar gericht. In dit geval zorgt de grote afstands- en uitlijningstolerantie tussen Adam en Eva ervoor dat de sensoren gemakkelijk en probleemloos kunnen worden bevestigd. De sensor heeft een maximale detectieafstand van 15 mm, is onderhoudsvrij en slijtagebestendig. Dankzij de unieke dynamische ingangs- en uitgangssignalen is het mogelijk om maximaal 10 contactloze 1-kanaals sensoren in serie met elkaar te verbinden via een ingang van de veiligheids-PLC. Op deze manier wordt de hoogste veiligheidscategorie 4 behouden en wordt via een informatiesignaal de toestand van elk van de deuren aangegeven. Mits gebruik te maken van de adapters (Tina 3A en Tina 7A) voor de 4 noodknoppen kan het aantal benodigde ingangen op de veiligheids-PLC worden beperkt van 8 tot 1. Hier worden de statische contacten van de noodstoppen op de adapters aangesloten. Deze toestellen genereren een dynamisch uitgangssignaal dat door de veiligheids-PLC wordt geëvalueerd volgens de veiligheidscategorie 4.

Veiligheids-PLC
Alle veiligheidsfuncties van de assemblage- en klinknagelmachine C1233 van Friedrich worden bewaakt door twee veiligheids-PLC’s Pluto B20 die onderling met elkaar communiceren via een CAN-veiligheidsbus en overal instaan voor de hoogste veiligheidscategorie 4. Er werd snel en probleemloos voldaan aan de machinevereisten, gewoon door programmering ter plaatse. De software die hiervoor nodig was werd gratis ter beschikking gesteld van de klant. Dankzij de beperking in het gebruik van bekabeling, het ontwerp en het materieel kon de machineconstructeur een belangrijke besparing realiseren. Dankzij het schrappen van een hele reeks veiligheidsrelais en dankzij het kleine formaat van de veiligheids-PLC met een breedte van amper 45 mm, blijft er voldoende ruimte over in de stuurkast. Pluto is een nieuw concept van veiligheids-PLC dat de creatie van veiligheids­systemen sterk vereenvoudigt en een bijzondere flexibiliteit biedt. Een van de belangrijkste kenmerken van het Pluto-concept zit in het feit dat er geen master-slaverelaties zijn tussen de stuureenheden verbonden met de veiligheidsbus. Via een bruggetje kan de informatie van de veiligheidsbus naar andere veldbussen worden doorgestuurd zoals Profibus, CANopen en DeviceNet. Op deze manier wordt het mogelijk om grotere netwerken op te zetten. <<
Wolfgang Engelhart, Anders Brunander,Jokab Safety

Machines d’assemblage/rivetage
Un beau concept de sécurité


Wolfgang Engelhart, Anders Brunander, Jokab Safety

Ce constructeur de machines d’assemblage et rivetage, dans le sud de l’Allemagne, équipe toutes ses machines avec des composants de sécurité de Jokab Safety, remplaçant ainsi une multitude de relais et de modules de sécurité. L’étroite coopération entre client et fournisseur a eu pour résultat le development d’un beau concept de sécurité qui réunit tous les composants de sécurité et atteint partout la plus haute catégorie de sécurité 4.


La société Friedrich Maschinen- und Werkzeugbau, fondée en 1948, fabrique des riveteuses de points radiaux et des presses d’établi électriques. Leader sur le marché des riveteuses à coordonnées, la société compte plus de 50 employés et a réalisé, en 2004, un chiffre d’affaires de 6 millions d’euros, avec un taux d’exportation de 15 %. Les principaux clients sont des sous-traitants de l’industrie automobile. Le compteur-métreur breveté, intégré dans les riveteuses, assure une excellente qualité d’usinage. Actuellement, le constructeur de machines certifié selon ISO 9001: 2000 est en train de développer un centre d’assemblage et d’usinage pour les toits d’automobiles.

Toits de faux cabriolets
Le coeur de la machine d‘assemblage et rivetage C1233 de Friedrich consiste d‘une servopresse et d‘une riveteuse à commande numérique par ordinateur, disposées autour d‘une table tournante avec 4 stations. A la station 1, les pièces pour le sous-ensemble sont insérées et préassemblées. En actionnant les deux commandes bimanuelles, on fait avancer le plateau tournant de 90°. Dans la station 2, la servopresse enfonce les douilles, pendant que le rapport force/déplacement est surveillé en même temps. Ce faisant, les différents points de compression sont approchés à l‘aide d‘un système de coordonnées. Tant que la production en série continue, aucune opération n‘est effectuée à la station 3. En cas de changement vers un autre type de toit, les plateaux porte-outils dans cette station sont échangés au moyen d‘un chariot d‘outillage accosté. Dans la station 4, tous les points de rivetage sont approchés et rivetés. La riveteuse utilisée est équipée de la technologie brevetée de rivetage de points radiaux de Friedrich. L‘assurance qualité des différents points de rivetage est réalisée avec le compteur-métreur intégré. Au cycle suivant, le sous-ensemble est placé dans la station d‘insertion 1, le point de départ original. Si ce sous-ensemble est maintenant terminé, il est enlevé et de nouvelles pièces sont insérées pour le passage en machine suivant. Si le sous-ensemble n‘est pas fini, les pièces manquantes sont ajoutées pendant les 1 ou 2 passages supplémentaires. Côté sécurité, le constructeur fait appel aux composants de Jokab Safety. La machine d‘assemblage et rivetage C1233 atteint la plus haute catégorie de sécurité 4 selon EN 954-1.

Commande par ordinateur
Les principaux éléments de la machine d‘assemblage, tels que table tournante, presse à commande numérique et riveteuse à commande numérique ainsi que le changement du porte-pièce et toutes les unités périphériques, sont pilotés par le contrôleur à ordinateur de FMW-Friedrich à partir d‘un panneau de commande central et orientable. Le contrôleur à ordinateur est basé sur un ordinateur IPC avec un grand disque dur et le système d‘exploitation Codesys „Soft-PLC HMI ». L‘écran tactile avec surface Windows permet des représentations graphiques et offre un guidage optimal à l‘utilisateur. La gestion étendue de recettes, la mise en réseau CANopen et l‘acquisition centralisée de données ainsi que la connexion Ethernet et l‘archivage des données via une „base de données UL“ comptent parmi les caractéristiques particulièrement importantes du contrôleur. La capacité de mémoire permet un nombre pratiquement illimité de programmes. De plus, il est possible de télécharger des programmes via l‘interface USB pour les archiver ou les mettre directement en réseau. Tous les arbres de positionnement sont entraînés par des servomoteurs à haute vitesse de la 3ème génération. Les entraînements sont caractérisés par une haute précision de positionnement. De plus, les accélérations extrêmement élevées assurent des temps de cycle très courts.

Commande bimanuelle
Deux commandes bimanuelles ergonomiques (Safeball) sont fixées en face des stations 1 et 3. Leur tâche est de déclencher la rotation du plateau tournant vers la position suivante et de lier les deux mains de l‘opérateur en dehors de la zone dangereuse. Du fait qu‘aucune protection n‘est nécessaire au-dessus des commandes, on peut les saisir plus rapidement et augmenter ainsi la productivité de l‘équipement. Chaque commande a deux boutons-poussoirs, un de chaque côté. Cette disposition des boutons-poussoirs minimise le risque d‘actionnement involontaire. La forme sphérique agréable et naturelle s‘adapte à toutes les tailles de main et peut être saisie de différentes façons. Si Safeball est utilisé comme commande bimanuelle et qu‘on veut démarrer une machine, tous les quatre boutons-poussoirs des deux commandes doivent être actionnés simultanément dans un maximum de 0,5 secondes. Un signal d‘arrêt est généré, si un ou plusieurs boutons-poussoirs sont relâchés. Safeball est conforme au plus haut niveau de sécurité des normes EN 574 (type IIIc) et EN 954-1 (catégorie 4). Ce niveau de sécurité est obtenu en raccordant les quatre boutons-poussoirs à un API de sécurité (Pluto) ou un relais de sécurité JSBR4.

Rideau lumineux
Quand on échange le plateau porte-outil à la station 3 et un signal de cycle pour la table tournante est généré au moyen des deux commandes Safeball respectives, une zone dangereuse s‘engendre à la station 1. Cette zone est surveillée par 2 rideaux lumineux (Focus) montés en L et ayant une section de 35 mm x 45 mm seulement et une résolution de 14 mm pour la protection des doigts. Ici, le rideau vertical protège contre l‘accès direct à la zone dangereuse, tandis que le rideau horizontal empêche l‘accès par derrière le rideau vertical. Les dispositifs de catégorie 4, certifiés par le TÜV allemand selon la norme de sécurité EN/CEI 61496-1/2, sont très faciles à configurer et à installer. Des entrées sont prévues pour le masquage partiel ou complet des faisceaux. Les caractéristiques spéciales comprennent la surveillance de la lampe de pontage, masquage flottant optionnel, réarmement automatique ou manuel surveillé, 2 sorties de sécurité PNP surveillées avec surveillance pour circuit croisé et connecteurs M12. Des Led assurent un alignement aisé et l‘indication d‘encrassement, de la tension de service (24 Vcc ±20 %) et de l‘état de la sortie. Les sorties sont protégées contre les surintensités pour une charge maximum de 500 mA. Les hauteurs protégées vont de 150 à 1650 mm pour une résolution de 14 mm, 35 mm ou 300/400/500 mm et une portée respective de 6 m, 15 m ou 25/50 m.

Capteur de sécurité sans contact
Chacune des 4 portes d‘entretien est équipée d‘une paire de capteurs de sécurité sans contact (Eden). Ils consistent de la partie active et électriquement raccordée Adam et la partie passive Eve. Le capteur n‘est activé que si la porte est fermée et les deux capteurs sont exactement face à face. Ici, la grande tolérance pour la distance et le désalignement entre Adam et Eve assure une fixation très facile et sans problème. Le capteur a une distance de détection maximum de 15 mm et fonctionne sans entretien ni usure. Grâce aux uniques signaux d‘entrée et de sortie dynamiques, il est possible de monter jusqu‘à 10 capteurs sans contact et à voie unique en série avec une entrée de l‘API de sécurité. Ce faisant, la plus haute catégorie de sécurité 4 est maintenue, et un signal d‘information indique l‘état de chacune des portes. En utilisant des adaptateurs (Tina 3A et Tina 7A) pour les 4 boutons d‘arrêt d‘urgence, le nombre d‘entrées nécessaires sur l‘API de sécurité a pu être réduit de 8 à 1. Ici, les contacts statiques des boutons d‘arrêt d‘urgence sont raccordés aux adaptateurs. Ces dispositifs génèrent un signal de sortie dynamique, qui est évalué par l‘API de sécurité selon la catégorie de sécurité 4.

API de sécurité
Toutes les fonctions de sécurité de la machine d‘assemblage et rivetage C1233 de Friedrich sont surveillées par deux API de sécurité Pluto B20, qui communiquent entre eux via un bus des sécurité CAN et assurent partout la plus haute catégorie de sécurité 4. Les exigences de la machine ont été remplies rapidement et sans problème, simplement par programmation sur le site. Le logiciel respectif a été mis gratuitement à la disposition du client. La réduction en matière de câblage, conception et matériel a permis au constructeur de machines de réaliser des économies considérables. Grâce à la suppression de nombreux relais de sécurité et à la petite taille de l‘API de sécurité avec une largeur de 45 mm seulement, il reste suffisamment de place dans l‘armoire de commande. Pluto est un nouveau concept d‘API de sécurité, qui simplifie la création de systèmes de sécurité et offre un maximum de souplesse. Une des principales caractéristiques du concept Pluto réside dans le fait qu‘il n‘y a pas de relations maître-esclave entre les unités de commande reliées au bus de sécurité. Avec une passerelle, l‘information du bus de sécurité de peut être transmise aux autres bus de terrain, tels que Profibus, CANopen et DeviceNet, de sorte à créer de plus grands réseaux. <<

 

©