Bernard Dutout, ExxonMobil:
‘Veiligheid is onze eerste bekommernis’

version française

In petrochemische plants, zoals die van Exxonmobil in Notre-Dame-de-Gravanchon in Frankrijk, is veiligheid een absolute prioriteit. In oktober 2002 werden niet minder dan vier fabrieken of 75% van de site volledig stilgelegd voor een uitzonderlijke onderhoudsbeurt: de steam cracker, de productie-installaties voor de ‘Escorez’-harsen en de twee polyolefinefabrieken. Een ‘major shutdown’ dus.
Shutdown Manager Bernard Detout laat u delen in zijn ervaringen.

Aan de basis van de manier waarop shutdowns vandaag georganiseerd zijn, liggen meerdere vaststellingen. Zo is er bijvoorbeeld de vaststelling dat er ervaring verloren gaat doordat de groep van specialisten in de materie geleidelijk kleiner wordt. Anderzijds worden shutdowns minder frequent: waar de interventie-intervallen vroeger drie jaar bedroegen, zijn ze nu opgelopen tot gemiddeld zes jaar. Deze steeds langere intervallen – in het Engelse vakjargon ‘run lenghts – maken dat de chemische concerns steeds minder eigen shutdown specialisten opleiden en in dienst hebben. In Frankrijk worden deze periodes reglementair vastgelegd op basis van inspectiedossiers van elke installatie. ‘Vandaar de noodzaak van een permanente interne structuur om een kern van shutdownspecialisten te bewaren, die de juiste kennis van zaken hebben om de traceerbaarheid van de procedures te verzekeren,’ stelt Bernard Detout, verantwoordelijk voor de groep Shutdowns bij Exxonmobil.

Shutdown expertise bewaren
In oktober 2002 werden niet minder dan vier fabrieken van het petrochemische platform in Notre-Dame-de-Gravanchon stilgelegd. Voor elk van deze fabrieken was er een eigen team dat de shutdown voorbereidt en elk voorbereidingsteam kreeg een eigen shutdown-verantwoordelijke toegewezen. ‘De voorbereiding van een grote shutdown vraagt tussen 18 en 24 maanden,’ aldus Bernard Detout. Eerst werd een lijst met uit te voeren werken opgesteld. Deze eerste schatting werd intern door de eigen mensen gemaakt. Voor de volgende stap, de gedetailleerde werkvoorbereiding, werd beroep gedaan op contractuele, gespecialiseerde toeleveranciers. De werkvoorbereiding voor de steam cracker vereiste tussen 10.000 en 15.000 manuren en werd toevertrouwd aan Alpha Maintenance. De opdracht voor de Escorez-fabriek ging naar Secomat. De detailvoorbereiding van de twee polyolefinefabrieken werd intern met eigen middelen gerealiseerd.
Elke werkvoorbereiding in detail gaat gepaard met een eveneens gedetailleerde schatting van de corresponderende te ondernemen actie. Dit liet Exxonmobil toe het budget nauwkeurig te beheren. Van de toeleveranciers werd verwacht dat ze rigoureus de detailplanning zouden volgen.
‘Mijn opdracht bestond er in de activiteiten van de drie groepen te coördineren,’ aldus Bernard Detout, ‘voor alle vereiste aankopen had ik de assistentie van een aankoper, die alle inkopen voor zijn rekening nam. Door deze structuur kon ik als coördinator verschillende activiteiten ‘synergiseren.’ Het gaat hier voornamelijk over activiteiten die gemeenschappelijk zijn aan de drie shutdowns, zoals de ‘contracting’, de logistiek in de ruime zin (zoals toegang tot de fabrieken, bevoorrading, magazijnen en gemeenschappelijke werkplaatsen) naast alles wat te maken heeft met veiligheid, hygiëne en milieu. ‘Voor de uitvoering van de werken stellen we richtlijnen op, zoals de Best Practices, de procedures, de aanbevelingen en de eisen die we uit de diverse materiaalhandleidingen halen en die aangeven wat precies in elke projectfase dient te gebeuren,’ aldus Bernard Detout, ‘De coördinatie van de verschillende shutdowns veronderstelt ook de organisatie van verschillende bijsturingen en controles in de loop van de verschillende voorbereidings- en uitvoeringsstadia. Het ultieme doel bestaat erin een hogere efficiëntie te behalen, tijdverliezen te verminderen en niet-toegevoegde waarden zoveel mogelijk te vermijden. Deze benadering heeft nog een ander voordeel, omdat zo personeel mét ervaring in nauw contact komt met minder ervaren collega’s.’

Algemene mobilisatie
De eerste chemische productie-installaties werden begin oktober 2002 stilgelegd: de steam cracker (voor het omzetten van koolwaterstof), de Escorez-productieeenheid, de polyethyleeninstallatie en de polypropyleenfabriek (EMCP-fabriek), of zowat 75% van de productiecapaciteit van de plant. Bernard Detout: ‘Het ging om een heel grote shutdown, goed voor een slordige 700.000 manuren in vijf weken. In die vijf weken liepen zo’n 2500 personen extra op de site rond: stellingbouwers, pijpfitters, monteurs, etc…’ De werkvoorbereiding verliep eerder klassiek in enkele grote etappes:
 opstelling van de lijst met uit te voeren werken
 identificatie van onderdelen met een lange levertijd (sommige tot 24 maanden!), die zo snel mogelijk moesten besteld worden
 werkvoorbereiding in samenspraak met de toeleveranciers
 aanvoer van ‘courant’ werkmateriaal, zoals pijpen, afsluiters, slangen, afdichtingen en zelfs complete installaties zoals warmtewisselaars, waarvan de levertermijnen nog langer dan een jaar kunnen duren
 opstellen van de verschillende plannen, zoals SHE: Sécurité, Hygiène, Environnement
 uitschrijven van offerteaanvragen bij de uitvoerders
 openen van de offertes
 toelichting bij de offertes
 onderhandelingen en toewijzen van de opdrachten door ExxonMobil.
Na deze laatste fase kan de eigenlijke voorbereiding van de werf beginnen samen met de weerhouden toeleveranciers en uitvoerders. In dit stadium wordt de detailplanning opgesteld, naast de voorbereiding van de logistiek, ontvangst en opleiding van het personeel, en het definitief opstellen van het preventieplan (SHE). Dit stadium heet de ‘pre-turnaround’. In deze fase wordt de logistiek aangepakt: bouw van de tijdelijke verblijven, installeren van sanitair, kleedkamers, restauratie, werfbureaus en rookruimten, voorbereiding van de aanleg van parkings voor privé-voertuigen, bewegwijzering, aanmaken van toegangsbadges, enz. Dit alles om de zowat 2500 personen die aan de drie productie-installaties werken veilig en adequaat te kunnen ontvangen. ‘De logistiek speelt in feite de sleutelrol in de efficiëntie van de hele werf,’ stelt Bernard Detout. De echte werken starten zes tot acht weken voor de eigenlijke shutdown met het optrekken van de stellingen.
Het stilleggen van de fabriek luidt de definitieve onderhoudsfase in. De eigenlijke shutdown gaat gepaard met het ‘ter beschikking stellen’ van alle uitrustingen waaraan onderhoud zal gepleegd worden, met respect voor alle veiligheidsvoorzieningen. Dit is volgens onze gesprekspartner een zeer belangrijke activiteit, want het zou onverantwoord zijn personeel toegang te geven tot torens waar nog koolwaterstof inzit! ‘De veiligheid is onze bekommernis nummer 1,’ benadrukt Detout, ‘die boven elk ander aspect van de werf staat. Ons objectief is zero ongevallen.’ Eénmaal alle uitrustingen vrijgegeven zijn, vormen inspecties en reglementaire testen van het materiaal de volgende logische stap. Dit betekent het open maken van alle te onderhouden uitrustingen, inspecties van de materiaalintegriteit, meting van materiaaldiktes, radiografische metingen, enz. die in dit geval door de Franse wetgeving zijn voorgeschreven. ‘We gaan nog een stap verder door onder ‘reglementair’ ook alle door ons intern reglement voorziene eisen te laten vallen. Het interne reglement van Exxonmobil gaat in veel gevallen zelfs verder dan de wettelijke voorzieningen,’ aldus Detout. Kleine aanpassingen, vereist door de SHE-criteria vormen de tweede stap. Het gaat hier om vaak kleine aanpassingen aan de installaties met mankementen die over de jaren door het eigen personeel werden gesignaliseerd. Deze twee types van uit te voeren werken zijn absoluut verplicht en onaantastbaar. Het derde type is dat niet, en kan bijgestuurd worden al naargelang de budgettaire beperkingen waaraan elk van de fabrieken vooraf onderworpen is. Deze werken hebben tot doel de productiviteit en betrouwbaarheid van de installatie te verhogen, om op termijn voortijdige schade en zelfs onvoorziene stilstanden te voorkomen. Een voorbeeld van dit derde type werken is het reinigen van een vervuild apparaat. Detout: ‘Het doel is elke onderbreking tijdens de volgende ‘run’ te vermijden, ttz de volgende zes jaar. We maken van deze gelegenheid gebruik om diverse aanpassingen door te voeren. Het is het ideale moment om investeringsprojecten die enkel bij een stilliggende installatie kunnen uitgevoerd worden, te realiseren. De laatste grote investering was die van Maxol, in 1997, een investeringsproject voor zowel de raffinaderij als de scheikundige fabriek. ‘Al bij al gaat het om een hele reeks kleinere investeringen in materieel in het kader van een globaal budget, dat financieel echter ver van verwaarloosbaar is.’ Deze aanpassingswerken worden zo in de planning opgenomen dat ze tijdens de shutdown door één ploeg kunnen gedaan worden. Detout: ‘Onze organisatie coördineert zowel de onderhoudswerken als nieuwe projecten tijdens de shutdown.’
Aan het einde van de werken ondergaan alle verbindingen een kwaliteitscontrole, om te verzekeren dat er zich tijdens het heropstarten geen lekken kunnen voordoen. Volgt nog enkel het opleveren van de werken en van de uitrustingen door de drie fabrieken. <<
Marc Ferretti,Maintenance & Entreprise

Grand arrêt chez ExxonMobil
Prochain arrêt dans six ans


Les usines pétrochimiques telles que celle d’ExxonMobil à Notre-Dame-de-Gravenchon ne s’arrêtent (presque) jamais. Or, au mois d’octobre 2002, quatre unités ont été arrêtées pour maintenance sur ce vaste site pétrochimique: le vapocraqueur, l’unité de production de résines Escorez, et les deux usines de polyoléfines.

La pratique des arrêts, représente un métier d’expertise : en effet, si leur préparation de détail fait appel à des contrats de sous-traitance, des groupes d’experts encadrent les sociétés intervenantes, conservant ainsi en interne la maîtrise d’ouvrage. Plusieurs constats expliquent l’organisation actuelle des arrêts : on constate d’abord une petite perte d’expérience résultant d’abord d’une population d’experts qui ne progresse pas nécessairement. D’autre part, les arrêts sont moins fréquents ; autrefois, on comptait un arrêt tous les trois ans… Progressivement, la période séparant deux arrêts a progressé jusqu’à six ans. Il est clair que l’intervalle (en anglais, on dit :"run length") de plus en plus long séparant deux arrêts ne favorise pas le maintien en place d’un personnel expert en matière d’arrêt. Cet intervalle est guidé en France par les contraintes réglementaires fixant la durée maximale séparant deux visites réglementaires.

Quand l’arrêt arrive…
Le mois d’octobre 2002 a vu l’arrêt de quatre usines sur la plate-forme pétrochimique de Notre-Dame-de-Gravenchon. Et pour chacune d’elles, intervient une équipe de préparation d’arrêt avec son propre responsable d’arrêt, associé à son équipe de préparation. « La préparation d’un grand arrêt peut requérir entre 18 et 24 mois » dit encore Bernard Detout. Une liste de travaux à réaliser est établie. La première estimation est réalisée en interne. Enfin, pour la préparation de détail, il est fait appel à des contrats de sous-traitance (tout en gardant bien entendu en interne le contrôle des opérations finales et la maîtrise d’oeuvre) avec des sociétés spécialisées : Alpha Maintenance pour le vapocraqueur (la préparation des tâches afférant à cet arrêt requiert 10 000 à 15 000 heures de travail) et Secomat pour l’unité de résines de pétrole de marque Escorez. Quid des deux autres entités, celles des polyoléfines ? Sa préparation de détail a été réalisée en interne avec des ressources propres.
La préparation de détail du travail à faire va de pair avec une estimation de détail de l’activité correspondante, sachant que la maîtrise du budget global est conservée par ExxonMobil. Dès lors que la préparation de détail est achevée, chaque entreprise embraye directement sur la planification de détail.
« Il me revient de coordonner l’activité des trois groupes » précise Bernard Detout. « Un acheteur m’assiste en prenant en charge tous les achats nécessaires aux trois arrêts ».
« Cette structure a permis, dans mon activité de coordination, de "synergiser" différentes activités ». Il est des activités communes aux trois arrêts, en l’occurrence le "contracting", la logistique au sens large (accès aux usines, approvisionnements, magasins et ateliers communs), et tout ce qui ressort de la sécurité, de l’Hygiène et de l’Environnement. « Il est par ailleurs des "guidelines", autant dire les bonnes pratiques, les procédures, les recommandations et les exigences que l’on découvre dans des manuels indiquant ce qu’il y a lieu de faire aux différentes étapes du projet », et le rôle du coordinateur des arrêts consiste à s’assurer que chacun suit bien ces bonnes pratiques. « La coordination des arrêts suppose aussi d’organiser des revues et des contrôles à différents stades de la préparation et de l’exécution, avec pour objectif final de gagner en efficacité, d’éviter les pertes de temps et les non-valeurs ajoutées. La démarche autorise aussi un bon échange d’expériences entre le personnel expérimenté et celui qui l’est un peu moins ».

L’arrêt d’octobre 2002
L’arrêt a débuté en octobre 2002 dans les unités de production chimique : le vapocraqueur arrêté du 30 septembre au 25 novembre, l’unité des résines Escorez, celles du polyéthylène et du polypropylène (usine EMCP), soit 75 % de l’activité chimique du site. « Ce fut un grand arrêt : il représente environ 700 000 heures de travail pendant les cinq semaines au cours desquelles le site a reçu environ 2 500 personnes de tous les corps de métier : échafaudeurs, monteurs, nettoyeurs, etc. » note Bernard Detout.
La préparation de cet arrêt a été menée selon quelques grandes étapes, très classiques dans le métier : établissement de la liste de travaux et identification des matériels à long délai d’approvisionnement (jusqu’à 24 mois pour certaines pièces) qu’il y a lieu de lancer sans tarder, préparation de détail avec l’assistance des prestataires, approvisionnement de matériels courants (tuyauteries, robinetteries, flexibles, vannes, joints…) et parfois même d’équipements complets (échangeur de chaleur, tour ou ballon) pour lesquels les délais de livraison peuvent être supérieurs à l’année, établissement des différents plans d’exécution (dont le plan SHE : Sécurité, Hygiène, Environnement), lancement des appels d’offres auprès des entreprises de travaux, ouverture des offres, clarification des offres, négociation et passation des commandes de travaux par ExxonMobil.
La préparation du chantier — préparation de détail de l’exécution du chantier — avec les entreprises retenues peut alors commencer. Cette phase couvre la planification de détail, la préparation de la logistique, l’accueil et la formation du personnel, l’établissement du plan de prévention (notamment le plan SHE).
Arrive la phase dite de "pre-turnaround work", autrement dit : des activités avant arrêt qu’il y a lieu de démarrer suffisamment tôt. Ainsi en est-il notamment de l’aménagement de la logistique du chantier (implantation des bungalows, des sanitaires et des vestiaires, définition de l’emplacement de la restauration, installation des bureaux de chantier et des fumoirs, préparation des parkings pour le stationnement des voitures particulières, définition des sens de circulation, établissement des badges d’accès au site…) pour bien accueillir les quelque 2 500 personnes appelées à travailler sur l’ensemble des trois usines. « La logistique constitue en fait la clé de l’efficacité pendant le chantier » souligne Bernard Detout. Les travaux proprement dits débutent avec le montage des échafaudages, c’est-à-dire six à huit semaines avant l’arrêt des unités.
L’arrêt d’unité sonne l’heure de début des travaux de maintenance. Cet arrêt va de pair avec la "Mise À Disposition" en sécurité de tous les équipements sur lesquels on va intervenir. Activité extrêmement importante, car, à l’évidence, il n’est pas envisageable de "donner" accès au personnel à un ballon ou une tour renfermant des hydrocarbures ! Vidange des circuits… Neutralisation des équipements… Gestion des effluents gazeux comme liquides… Après cette "Mise À Disposition", les travaux peuvent enfin être attaqués, tout en assurant en priorité la sécurité. « C’est la priorité n° 1, celle qui vient bien au-dessus de toute autre » insiste Bernard Detout, pour qui « l’objectif est de réaliser des arrêts avec "Zéro Accidenté" ». Et que les unités s’arrêtent !
Les travaux se rapportent d’abord — et essentiellement — aux visites et épreuves réglementaires qui impliquent l’ouverture des équipements concernés et aux contrôles de l’intégrité physique du matériel, aux mesures d’épaisseurs, aux radiographies… exigés par la réglementation française. « Par extension, nous désignons sous le qualificatif "réglementaire", tous les contrôles exigés par notre réglementation interne », ajoute Bernard Detout. Les règlements d’ExxonMobil peuvent aller au-delà de la réglementation française.
La seconde activité regroupe les travaux imposés par les critères SHE, notamment les (petites) modifications d’installations faisant suite à des incidents enregistrés par ailleurs au sein du groupe.
Ces deux premières catégories de travaux sont incontournables. La troisième est modulable compte tenu des contraintes budgétaires auxquelles est soumise chacune des unités à l’arrêt, avec le risque d’arrêt intempestif d’une unité ou d’une perte de productivité ultérieurement.
Les travaux menés pour améliorer la fiabilité et la productivité des installations constituent la troisième famille de travaux : ainsi en est-il par exemple pour le nettoyage d’un appareil encrassé. Bernard Detout : « L’objectif est d’éviter tout arrêt pendant le "run" suivant, c’est-à-dire au cours des six années à venir. Nous profitons de ces arrêts de maintenance pour entreprendre diverses modifications, voire mettre en œuvre des projets d’investissement nécessitant un arrêt d’unité ». Le dernier gros investissement était celui de Maxol, en 1997, investissement commun au raffinage et à la chimie. « Nous entamons divers petits projets d’investissement de matériels, dans le cadre d’un budget total qui est loin d’être négligeable ». Ces travaux s’intègrent dans la préparation d’arrêt de façon à ce qu’il n’y ait qu’une équipe d’exécution pendant l’arrêt. « L’organisation d’arrêt s’assure de l’exécution des travaux de maintenance et de projet pendant la durée de l’arrêt ».
La fin des travaux est marquée par l’exécution de contrôles de qualité des joints afin d’éviter toute fuite au démarrage. Finalement, la remise en condition s’impose pour le redémarrage. Elle passe par la réception des travaux et des équipements, par les trois entités. que sont la maintenance, l’inspection et l’exploitation. <<
Marc Ferretti, Maintenance & Enterprise

 

©