|
De
kern van de zaak
de complexiteiten en diversiteiten van installaties
version française
Bedrijven gebruiken allerlei machines, apparaten, instrumenten en installaties
om producten te produceren en diensten te leveren aan hun klanten. Deze physical
assets spelen ongetwijfeld een rol in het business succes van een bedrijf. In
het verleden besteedden we aandacht aan het onderhoud van deze physical assets
en de belangrijkste eis die we stelden was “keep it running”. Inmiddels hebben
we al een hele sprong vooruit gemaakt.
We beschouwen het onderhoud als een businessfunctie binnen het kader van het
businessbeleid en we bekijken en beheren de installaties vanuit bedrijfskundige,
financiële, economische en SHE (Safety, Health and Environment) perspectieven.
Asset en onderhoudsmanagement of physical asset management wordt nu vaak
gebruikt waar er vroeger gesproken werd over onderhoudsmanagement. De uitdaging
die we moeten aannemen in asset en onderhoudsmanagement blijft het op een
systematische wijze zoeken om de doelstelling van physical asset management te
bereiken door de nieuwe business ontwikkeling, bv. wereldwijde concurrentie.
Eigenlijk is de vraag hoe we de bijdragen van deze middelen aan de business
kunnen maximaliseren. Dit vraagstuk is meerledig. Aan de ene kant worden
verschillende soorten installaties gebruikt in industriële of publieke sectoren.
De omvang en de eigenschappen van de installaties kunnen totaal verschillen van
bedrijf tot bedrijf. Dit zijn object-aspecten. Aan de andere kant loopt de
manier waarop de organisaties met installaties omgaan uiteen vanwege de
businessactiviteiten, businessstrategie en managementprocessen van de bedrijven.
Elk bedrijf heeft een eigen manier om het ontwerpen, de ingebruikname, en het
onderhoud van de installaties te beheren en om de managementdoelstellingen te
realiseren. Dit noemen we dan de doelstelling aspecten. Beide aspecten zijn de
kern van de zaak: hoe behandelen we de complexiteiten en diversiteiten van beide
installaties en organisaties? Op basis van de nieuwe ontwikkelingen in de
businessomgeving waarbinnen bedrijven opereren en in asset en
onderhoudsmanagement, worden de belangrijkste aspecten onvoldoende behandeld in
de huidige concepten, bv. TPM (Total Productive Maintenance), RCM (Reliability
Centered Maintenance), BCM (Business Centered Maintenance) en ILS (Integrated
Logistics Support) en dit zowel in het academisch onderzoek als in de praktijk.
Die aspecten bevatten: (1) het positioneren van asset en onderhoudsmanagement in
het kader van het businessbeleid van een bedrijf; (2) het ontwikkelen van een
effectieve onderhoudspolitiek; (3) het toepassen van een asset-levenscyclus
analyse in asset en onderhoudsmanagement en (4) een prestatiemeting en een
verbetering van onderhoudsmanagement. In feite streven onderzoekers en mensen
uit de praktijk naar een integrale en systematische wijze om met asset en
onderhoudsmanagement om te gaan. Hiervoor bieden we een raamwerk aan van
integraal asset en onderhoudsmanagement (IAM) waarin de doelstelling-benadering
en object-benadering de hoofdlijnen vormen van een asset en onderhoudsmanagement
systeem. Het bevat vijf elementen: (1) Doelstelling-benadering; (2)
Object-benadering; (3) Levenscycluskosten in onderhoudsmanagement; (4)
Prestatiemanagement; (5) Onderhoudskennis en informatiemanagement. In figuur 1
en figuur 2 wordt het raamwerk en de belangrijke aspecten aangetoond. De
doelstelling-benadering is gericht naar het besturen van alle activiteiten
binnen het proces van asset en onderhoudsmanagement, bv. vorming van een
onderhoudsmanagement strategie, planning, uitvoering en prestatiemeting. Voor de
vorming van een onderhoudsmanagement strategie met de focus op kritieke succes
factoren en core competenties is een proces noodzakelijk. Een effectieve
onderhoudspolitiek wordt bepaald binnen de object-benadering, met behulp van
FCPA (Functie eisen, Component eisen, Prestatie kenmerk en Analyse). De
doelstellingen van FCPA zijn: (1) het begrijpen van functie en component eisen;
(2) het definiëren van de kenmerken van de functionele componenten; en (3) het
identificeren van potentiële storingen door het gebruiken van component eisen en
kenmerken. De kenmerken van de functionele kenmerken worden beschouwd als de
conditie en prestatie van een installatie waardoor de juiste
onderhoudsmanagement beslissingen kunnen worden genomen. In de volgende
paragrafen gaan we dieper in op de hoofdkenmerken van het IAM raamwerk.
Strategische planning
Het is duidelijk dat physical asset een van de bedrijfsmiddelen is, net als
mensen en materiaal. Binnen het totaal business management van een bedrijf wordt
de rol van physical asset binnen de businessstrategie duidelijk. Daarom is een
strategische planning nodig die duidelijk maakt wat de eisen zijn van het
management om een bepaalde doelstelling (bv. kostenbesparing) te bereiken: hoe
de installatie wordt ontworpen, hoe de installatie(s) in gebruik wordt genomen
en hoe de installatie wordt onderhouden in de totale levenscyclus. Helaas hebben
weinig bedrijven zo’n degelijk strategische planning of soms spitsen ze zich
enkel toe op het onderhoud. De noodzaak daarvan wordt onderschat. Het onderhoud
wordt in veel bedrijven niet gezien als een bron van competitievoordeel of core
competence en wordt derhalve behandeld op het operationeel niveau. Het gevolg
daarvan is dat in veel bedrijven het onderhoud of asset en onderhoudsmanagement
niet binnen de integrale businessstrategie wordt geplaatst en soms zelfs
volledig wordt geïsoleerd. ‘Eén van de grootste problemen in
onderhoudsmanagement is dat het management van veel bedrijven het onderhoud van
de uitrusting slecht begrijpt.’ aldus Intentia Enterprice Asset Management
Benchmark Survey Report. Dit wijst duidelijk op de huidige situatie van asset en
onderhoudsmanagement in bedrijven. De onderhoudsafdeling geeft onvoldoende
ondersteuning aan de productie ten opzichte van hoge machinebeschikbaarheid en
betrouwbaarheid. Zij moet duidelijk maken hoe het onderhoud wordt georganiseerd,
bv. materiaal, werkvoorbereiding en kostcontrole. De manier waarop de
onderhoudsafdeling de problemen van de installaties aanpakt, moet zichtbaar zijn
binnen het bedrijf. Wanneer we spreken over de ondersteuning van het onderhoud
aan de businessstrategie, moeten we eerst bekijken hoe de installaties bijdragen
aan de bedrijfsresultaten: productkwaliteit, kosten, SHE, enz... Daarna moeten
we ook nagaan hoe en waarom de installaties worden aangepast, gemodificeerd of
worden stilgelegd. Dit kunnen we doen op basis van levenscycluskosten en
bedrijfsbusiness situaties, bv. capaciteiteisen, kwaliteitseisen enz... We raden
bedrijven dan ook aan om vóór de investering in nieuwe installaties na te denken
over de eisen van de ingebruikname en het onderhoud. Over al die aspecten moet
het topmanagement discussiëren. Vaak wordt over het onderhoud enkel gesproken
wanneer er al een vitale stilstand van de installatie is gebeurd. Een
strategische planning voor asset en onderhoudsmanagement is noodzakelijk en dit
is de taak van de onderhoudsafdeling. Die strategische planning is de manier om
de rol van asset en onderhoudsmanagement in het kader van businessbeleid
duidelijk te maken aan het topmanagement.
Het optimaliseren
Op het operationeel niveau confronteren we verschillende management
processen binnen het asset en onderhoudsmanagement. De verschillende
deelprocessen zijn het materiaal management, performance management, project
management, contract management, de financiële controle en informatie- en
kennismanagement. Om de doelstelling van asset en onderhoudsmanagement te
bereiken worden die deelprocessen als een geheel beschouwd. Het meten van
prestatie is één van de belangrijkste deelprocessen daarvan. Zonder meting staan
we nergens. We proberen dan ook om gegevens over prestaties van bedrijven te
weten te komen: vb. KPI’s (Key Performance indicators), SLA’s (Service Level
Agreement), Balanced scorecard enz... Het grote belang hiervan is om die
gegevens te gebruiken om tot een voortdurende verbetering te komen. Die gegevens
worden dus geanalyseerd op het strategisch, tactisch, en operationeel niveau. Op
basis daarvan, kunnen we een volledig beeld van alle processen in asset en
onderhoudsmanagement bestuderen. Uitbesteding is een strategische beslissing van
het onderhoudsmanagement om vooral de efficiëntie te verhogen en een financieel
voordeel te verkrijgen. Het geldt niet alleen voor de kwestie van de verhouding
kwaliteit-kosten maar er zijn nog meer aspecten, vb. verhoging van de
flexibiliteit, de verdieping van de informatie en de kennis en de verbetering
van de planning. Hiervoor hebben we een raamwerk nodig waarbinnen alle factoren
kunnen worden afgewogen.
Betrouwbaarheid en onderhoudsvoorspelling
Wanneer we spreken over een onderhoudsprogramma, zitten we vaak met de
volgende vragen: vb. Is preventief onderhoud te duur? Is storingsafhankelijk
onderhoud slechter? Een veelomvattend onderhoudsprogramma garandeert de
bedrijven een hoge machinebeschikbaarheid en betrouwbaarheid. Een compleet
onderhoudsprogramma bevat wat bedrijven moeten doen, wanneer ze dat moeten doen
en waarom. In het verleden, praatten we vaak over wanneer onderhoud moest
gebeuren op basis van de P-F curve (zie Figuur 3). Inmiddels weten we dat het
onmogelijk is om alle potentiële fouten van de installatie te analyseren en dat
het falen van de machines gebeurt onder bepaalde voorwaarden. Daarom is een
P-C-F curve nodig (zie Figuur 4). Indien we de conditie van de installatie
kunnen vastleggen, kunnen we een curve tekenen waarin een storing wordt
geanalyseerd met zowel tijd- als conditiefactoren. De toestand van de
installatie moet worden gekoppeld aan de functie van de installatie en zijn
componenten. We kunnen de toestand van de installatie aanduiden met bepaalde
parameters via de eisen van de functies en de componenten. Door de bewaking van
die parameters, kunnen we het functioneren van de installatie waarborgen.
Vervolgens zouden we het onderhoud kunnen voorspellen en beter voorbereiden.
Hiervoor besteden we meer aandacht aan de toestand van de installatie zodat we
het functioneren van de installaties en het analyseren van de storingen van de
installaties kunnen samenbrengen. Dit is echt de manier om de betrouwbaarheid en
de beschikbaarheid van de installatie te verhogen. Het asset en
onderhoudsmanagement is een vak dat aan de ene kant een theoretisch fundament en
aan de andere kant een praktische inzet vraagt. We blijven systematische
manieren zoeken die een oplossing bieden voor zowel de installaties zelf als
voor de organisaties. Het IAM raamwerk is hieraan een bijdrage. <<
Guojun Zhu
L’essence même du problème
Les complexités et diversités des installations
Les sociétés utilisent tous types de machines, d’appareils, d’instruments et
d’installations pour fabriquer des produits et fournir des services à leurs
clients. Ces biens physiques jouent incontestablement un rôle dans le succès
d’une entreprise. Autrefois, nous attachions beaucoup d’importance à la
maintenance de ces biens physiques. La principale exigence à leur égard était
‘keep it running’. Depuis, nous avons fait un grand bond en avant.
Nous considérons la maintenance comme une fonction de business dans le cadre de
la politique d’entreprise et nous analysons et gérons les installations selon
des considérations organisationnelles, financières, économiques et de SHE
(Safety, Health and Environment). La gestion des biens et de la maintenance ou
la gestion des biens physiques est fréquemment utilisée aujourd’hui, là où l’on
parlait autrefois de gestion de la maintenance. Le défi que nous devons relever
en gestion des biens et de la maintenance reste la recherche systématique de la
gestion optimale des biens physiques par le développement de nouvelles affaires,
par exemple la concurrence mondiale. La question se résume en fait à savoir
comment maximaliser la contribution de ces moyens aux affaires. Ce problème est
complexe. Nous utilisons, d’une part, plusieurs types d’installations dans les
secteurs industriels ou publics. L’ampleur et les caractéristiques de ces
installations peuvent totalement différer d’une société à l’autre. Ce sont les
aspects ‘objets’. D’autre part, la manière dont les organisations traitent les
installations diverge en raison des activités professionnelles, de la stratégie
professionnelle et des processus de gestion des entreprises. Chaque société a sa
propre manière de gérer la conception, la mise en service et la maintenance des
installations et de réaliser ses objectifs de management. Nous appelons cela les
aspects ‘objectifs’. Ces deux types d’aspect sont l’essence même de la
problématique: comment traitons-nous les complexités et diversités des deux
installations et organisations? En raison des nouveaux développements dans
l’environnement des affaires dans lequel opèrent les entreprises et des
développements en gestion des biens et de la maintenance, les principaux aspects
sont insuffisamment traités dans les concepts actuels, par ex. la TPM (Total
Productive Maintenance), la RCM (Reliability Centered Maintenance), la BCM
(Business Centered Maintenance) et l’ILS (Integrated Logistics Support), ceci
tant dans leur étude académique que dans la pratique. Ces aspects comprennent:
(1) le positionnement de la gestion des biens et de la maintenance dans le cadre
de la politique de conduite des affaires d’une entreprise; (2) le développement
d’une politique de maintenance effective; (3) l’application d’une analyse du
cycle de vie d’un bien en gestion des biens et de la maintenance et (4) une
mesure des performances et une amélioration de la gestion de la maintenance. En
fait, les chercheurs et praticiens visent une méthode intégrale et systématique
afin d’assurer la gestion des biens et de la maintenance. Pour cela, nous
offrons un cadre de gestion intégrale des biens et de la maintenance (IAM).
L’approche par objectifs et l’approche par objets y constituent les lignes
principales d’un système de gestion des biens et de la maintenance. Celui-ci
comprend cinq éléments: (1) Approche par objectifs; (2) Approche par objets; (3)
Coûts du cycle de vie en gestion de la maintenance; (4) Gestion des prestations;
(5) Connaissances en maintenance et gestion de l’information. Les figures 1 et 2
montrent le cadre et les aspects importants. L’approche par objectifs est axée
sur le pilotage de toutes les activités au sein du processus de gestion des
biens et de la maintenance, par ex. formation d’une stratégie de gestion de la
maintenance, planification, exécution et mesure des prestations. L’élaboration
d’une stratégie de gestion de la maintenance axée sur des facteurs à succès
critiques et des compétences essentielles nécessite un processus. Une politique
de maintenance effective est déterminée au sein de l’approche par objets, à
l’aide de FCPA (exigences des Fonctions, exigences des Composants,
caractéristique de Prestation et Analyse). Les objectifs de FCPA sont: (1)
comprendre les exigences des fonctions et des composants; (2) définir les
caractéristiques des composants fonctionnels; et (3) identifier toute
perturbation potentielle en utilisant des exigences et caractéristiques de
composant. Les spécificités des caractéristiques fonctionnelles déterminent la
condition et la prestation d’une installation, permettant de prendre les bonnes
décisions en matière de gestion de la maintenance. Dans les paragraphes
suivants, nous détaillerons les caractéristiques principales du cadre de l’IAM.
Planning stratégique
Il est clair que le bien physique est un moyen de production, tout comme les
hommes et le matériel. Dans le cadre de la gestion d’entreprise totale, le rôle
du bien physique au sein de la stratégie d’entreprise devient clair. Voilà
pourquoi il faut un plan stratégique qui montre clairement les exigences du
management permettant d’atteindre un objectif déterminé (par ex. économie de
coûts): la conception de l’installation, la mise en service des installations,
la maintenance de l’installation dans le cycle de vie total. Malheureusement,
peu de sociétés disposent d’un aussi bon plan stratégique. Il arrive aussi
qu’elles ne s’axent que sur la maintenance. La nécessité du plan stratégique est
sous-estimée. Bon nombre d’entreprises ne considèrent pas la maintenance comme
une source d’avantage concurrentiel ou comme une compétence de base. La
maintenance est dès lors traitée au niveau opérationnel. Par conséquent, dans
bon nombre d’entreprises, la maintenance ou la gestion des biens et de la
maintenance n’est pas placée dans le cadre de la stratégie d’entreprise
intégrale et parfois, elle en est même totalement isolée. «Un des principaux
problèmes en gestion de la maintenance réside dans le fait que le management de
nombreuses sociétés comprend mal la maintenance de l’équipement» remarque
l’Intentia Enterprise Asset Management Benchmark Survey Report. Cela souligne
clairement la situation actuelle de la gestion des biens et de la maintenance
dans les entreprises. Le département de maintenance apporte un soutien
insuffisant à la production en termes de fiabilité et de grande disponibilité
des machines. Il doit préciser comment la maintenance doit être organisée, par
ex. le matériel, la préparation du travail et le contrôle des coûts. La manière
dont le département de maintenance s’attaque aux problèmes des installations
doit être visible au sein de l’entreprise. Lorsque nous parlons du support
qu’apporte la maintenance à la stratégie d’entreprise, nous devons d’abord voir
comment les installations contribuent aux résultats d’exploitation: qualité du
produit, coûts, SHE… Ensuite, nous devons vérifier comment et pourquoi les
installations sont adaptées, modifiées ou mises à l’arrêt. Nous pouvons le faire
en nous appuyant sur les coûts de cycle de vie et les nécessités propres à
l’entreprise, par ex. des exigences de capacité, des exigences de qualité…
Nous conseillons dès lors aux entreprises de réfléchir aux exigences de la mise
en service et de la maintenance avant d’investir dans de nouvelles
installations. Le top management doit discuter de tous ces aspects. Souvent, on
ne parle de la maintenance qu’en cas d’arrêt vital. Il est essentiel de disposer
d’un plan stratégique pour la gestion des biens et de la maintenance. Or, ce
plan incombe au département de maintenance. Le plan stratégique sert à montrer
clairement à la direction générale le rôle de la gestion des biens et de la
maintenance dans le cadre de la politique d’entreprise.
L’optimisation
Au niveau opérationnel, nous confrontons différents processus de gestion au
sein de la gestion des biens et de la maintenance. Les différents processus
partiels sont la gestion du matériel, la gestion des performances, la gestion
des projets, la gestion des contrats, le contrôle financier et la gestion des
informations et des connaissances. Pour atteindre l’objectif de gestion des
biens et de la maintenance, ces processus partiels sont considérés comme un
ensemble. La mesure des prestations est un des principaux processus partiels.
Sans mesure, nous ne sommes nulle part. Nous essayons dès lors d’avoir des
données sur les prestations des entreprises via les KPI (Key Performance
Indicators), les SLA (Service Level Agreement), le tableau de bord de
performance… Le grand intérêt consiste à utiliser ces données pour aboutir à une
amélioration continue. Ces données sont donc analysées aux niveaux stratégique,
tactique et opérationnel. Sur cette base, nous pouvons examiner une image
complète de tous les processus en gestion des biens et de la maintenance. La
sous-traitance est une décision stratégique de la gestion de la maintenance,
permettant surtout d’augmenter l’efficacité et de dégager un avantage financier.
Cela ne vaut pas seulement pour la question du rapport qualité/prix. Il y a
encore d’autres aspects comme la hausse de flexibilité, l’approfondissement des
informations et connaissances et l’amélioration du planning. Pour cela, il nous
faut un cadre dans lequel tous les facteurs peuvent être soupesés.
Fiabilité et prévision de la maintenance
Lorsque nous parlons de programme de maintenance, nous nous posons souvent
les questions suivantes: La maintenance préventive est-elle trop chère? La
maintenance réactive est-elle pire? Un programme de maintenance exhaustif
garantit aux entreprises une grande fiabilité et disponibilité des machines. Un
programme de maintenance complet indique les actions à prendre par les sociétés,
les périodes de ces actions et les raisons qui les motivent. Dans le passé, la
date d’intervention de la maintenance était décidée en fonction de la courbe P-F
(voir figure 3). Depuis, nous savons qu’il est impossible d’analyser toutes les
défaillances potentielles de l’installation et que les dysfonctionnements des
machines se produisent sous certaines conditions. Voilà pourquoi il faut une
courbe P-C-F (voir figure 4). Si nous pouvons définir l’état de l’installation,
nous pouvons dessiner une courbe qui analyse un dysfonctionnement en tenant
compte des facteurs de temps et d’état. L’état de l’installation doit être relié
à la fonction de l’installation et de ses composants. Nous pouvons indiquer
l’état de l’installation à l’aide de certains paramètres au travers des
exigences des fonctions et des composants. En surveillant ces paramètres, nous
pouvons garantir le fonctionnement de l’installation. Ensuite, nous pourrions
prédire la maintenance et mieux la préparer. Pour ce faire, nous devons accorder
plus d’attention à l’état de l’installation afin de pouvoir rassembler le
fonctionnement des installations et l’analyse des pannes de l’installation.
C’est ainsi que l’on peut accroître la fiabilité et la disponibilité de
l’installation. La gestion des biens et de la maintenance est une discipline qui
réclame d’une part des bases théoriques et d’autre part une mise en œuvre
pratique. Nous continuons à rechercher des systématiques qui offrent une
solution tant pour les installations que pour les organisations. Le cadre de
l’IAM y contribue.<<
Guojun Zhu
|