Energiebesparing met drives
Middenspanning kan een oplossing bieden

version française

Energie is van strategisch belang voor ieder type productie. In elk bedrijf bestaan werkgroepen en comités die deze materie onder de loep nemen en zoeken naar manieren om de totale energiekost te verminderen en zo onmiddellijk efficiënter en goedkoper te produceren. Men schat dat tussen zestig en zeventig procent van alle elektriciteitsverbruik in industriële omgevingen wordt verbruikt door motoren. Meer dan de helft van deze motoren worden gebruikt in pomp en/of ventilatiesystemen. Het lijkt ons dus logisch dat in deze systemen grote energiebesparingen mogelijk zijn.

Bedrijven die te kampen hebben met torenhoge verbruiksfacturen kunnen best hun verbruik laten controleren, en zoeken naar eventuele oplossingen, want door de zogenaamde piekstromen af te vlakken kunnen uw energiefacturen drastisch beperkt worden. Energiebesparing komt in feite neer op het tegengaan van verspilling en het efficiënter gebruik door allerlei technische maatregelen. Eén van die maatregelen of alternatieven is het gebruik van middenspanningsystemen.

Opkomst en aanvaarding
Tot voor kort kozen de meeste technici geconfronteerd met een hoge vermogenstoepassing voor een aandrijfsysteem met laagspanning dat met zeer hoge stromen werkt. Het alternatief – een aandrijving met middenspanning – is traditioneel nooit erg aantrekkelijk geweest vanwege de vermeende hoge aanschafkosten, de fysieke afmetingen, de noodzaak van technisch maatwerk en hoge installatiekosten. Maar recentelijk heeft de middenspanningsaandrijving, in het bijzonder de PowerFlex 7000-serie van Rockwell Automation, dit imago afgeworpen en het biedt nu een echt alternatief voor laagspanningsaandrijvingen. Bart Van De Velde, Field Business Manager Benelux-Power Solutions van Rockwell Automation, legt uit: “Er zijn verschillende redenen voor de verhoogde belangstelling in middenspanningsaandrijvingen. Deze redenen omvatten onder meer: een ruimer aanbod – de klant/gebruiker kan kiezen uit verschillende systemen –, vooruitgang op het gebied van hoog vermogen semiconductor switches, verhoogde betrouwbaarheid en lagere totaalkosten van de aandrijving en standaardisatie. De opkomst en de toegenomen aanvaarding van middenspanningsaandrijvingen impliceert niet dat zij de oplossing zijn voor iedere hoogvermogen toepassing. Geen twee toepassingen zijn gelijk en daarom is in gevallen met meer dan één mogelijke oplossing (laag- of middenspanning) het uitvoeren van een analyse over de voordelen van de twee systemen de meest kost-effectieve strategie. Dit kan echter problemen opleveren als het gaat om producten van verschillende fabrikanten maar omdat wij met de Powerflex-serie oplossingen kunnen bieden over het hele vermogensbereik – bij laagspanning tot 690V en 1.500 kW en bij middenspanning tot 6.600 V en 25MW – is een effectieve vergelijking mogelijk. Door gebruik te maken van onze middenspanningsdrives kon Fluxys LNG, 37 procent energie besparing bereiken op het verbruik van zijn hoge druk compressoren. De installatiekosten werden tot een minimum herleid door het hergebruik van de bestaande motor, bekabeling en installatie en het vermijden van dure transformatoren”.

Direct-to-drive technologie
De kwaliteit en beschikbaarheid van elektrische energie is in de hedendaagse industrie van vitaal belang. Om die kwaliteit te garanderen, dienen de componenten die worden toegepast in onze elektrische infrastructuur, absoluut betrouwbaar te zijn. Bart Van De Velde: “Middenspanningsaandrijvingen zijn niet goedkoop. Normaal gesproken kosten een laagspanningsaandrijving op wisselstroom en een uitgangs-scheidingstransformator (step-up) niet meer dan 50 tot 75% van wat een AC middenspanningsaandrijving kost. Naast kosten voor de apparatuur moeten de kosten voor bekabeling van de twee mogelijke systemen beschouwd worden. De kabels en installatie voor hoogvermogende laagspanningsaandrijvingen zijn duur. Bovendien is bij laagspanningssystemen altijd een transformator vereist met als gevolg extra kosten voor de bedrading tussen transformator en aandrijving. Deze aandrijvingen vereisen ook afgeschermde EMC-kabels, wat erg duur is. Daarentegen zijn de kosten voor middenspanningssystemen veel lager, voornamelijk omdat zij minder stroom overbrengen plus het feit dat er met de PowerFlex7000 Direct-To-Drive geen afgeschermde EMC-kabels nodig zijn. Daarnaast wordt alles nog goedkoper als u een middenspanningsaandrijving PowerFlex 7000 gebruikt, omdat er geen transformator nodig is (technologie Direct-To-Drive) waardoor men eveneens bespaart op bedrading en een minder complex systeem. De ‘transformatorloze’ Direct-To-Drive technologie is ook effectiever dan bij transformatoren voor laagspanningssystemen als het gaat over het onderdrukken van harmonischen. Direct-To-Drive geeft ons systeem een zeer compacte actieve gelijkrichter die harmonischen onderdrukt door actieve schakeling en selectieve eliminatie van de harmonischen. De effectiviteit van deze technologie is beter voor common-mode voltage onderdrukking, maar omdat er geen scheidingstransformator of beveiligingsrelais nodig zijn, biedt dit gebruikers het aanzienlijke voordeel van lagere kosten voor apparatuur en bekabeling, goedkopere installatie en ruimtebesparing. De ruimtebesparende Direct-To-Drive technologie heeft ook gevolgen voor twee andere gebieden waar een rechtstreekse vergelijking tussen laag- en middenspanningsaandrijvingen meestal essentieel is. Hun relatieve afmetingen en gewicht. In algemene termen: een laagspanningssysteem dat als één geheel wordt geleverd is absoluut kleiner en lichter dan een middenspanningssysteem gebaseerd op conventionele architectuur. Echter, dat verschil tussen de systemen is veel kleiner met de Direct-To-Drive technologie.”

Service en onderhoud
Middenspanningstoepassingen worden traditioneel gezien als complex, terwijl de meeste onderhoudsmensen vertrouwd zijn met laagspanningsaandrijvingen op wisselstroom. Bart Van De Velde: “In het verleden waren op maat gemaakte middenspanningsproducten minder praktisch en zeer gespecialiseerd. Echter, de toename van modulaire middenspanningssystemen, heeft de structuur ervan vereenvoudigd, waardoor ze steeds vaker worden ingezet en de toepassing ervan even goed begrepen wordt als in het geval van laagspanningsaandrijvingen.
Een andere belangrijke factor is communicatie. Laagspanningsaandrijvingen worden gewoonlijk geassocieerd met communicatie-interfaces, die netwerken in fabrieken mogelijk maken. Echter hier hebben de laag- en middenspanningsaandrijvingen van PowerFlex echter het voortouw genomen door dezelfde communicatie-opties te bieden en daarnaast dezelfde programmeer- en software-instrumenten te gebruiken”. <<

Kader:
De toepassing van frequentieregelaars levert directe energiewinst op

Pompen en ventilatoren komen in elk bedrijf in grote mate voor (+/- 55 procent van het totale motor verbruik). Deze applicaties kunnen wellicht de grootste energiewinst opleveren wanneer het proces niet de volledige honderd procent debiet of druk nodig heeft. Dit gaat op voor zowal alle pomp- en ventilatortoepassingen in ieder bedrijf.
Toch wordt nog een groot gedeelte van al deze motoren op het volledige motorvermogen gestart en blijven hierop ook verder draaien. Daar centrifugale systemen meestal een zeer variabel verbruik hebben, kan dit perfect worden geregeld door toepassing van een frequentieregelaar op de aandrijfmotor. Deze hebben ten opzichte van mechanische regelsystemen (geïnstalleerd voor of na de pomp/ventilator/compressor) als voordeel dat ze bij het verminderen van de druk of toevoer, de snelheid van de motor verlagen en zo energie besparen. De energiebesparing in procenten uitgedrukt, is gelijk aan deze van de snelheidsvermindering tot de derde macht. Wat dus al snel leidt tot substantiële besparingen. Daar bovenop zal het gecontroleerd starten en stoppen van deze systemen ook de mechanische stress die een dergelijke start met zich meebrengt op de pompen, ventilatoren, kleppen, pijpleidingen, … sterk verminderen en hun levensduur en efficiëntie verhogen, wat opnieuw een bijkomende kostenbesparing met zich meebrengt. Volgens Bart Van De Velde is het PowerFlex gamma hiervoor een perfecte match en heeft een breed scala aan mogelijkheden ingebouwd die het sturen van deze applicaties snel en eenvoudig maakt. Met een vermogenbereik van 0,2 KW tot 25 MW, bij spanningen van 110V tot 6.600V, een eenvoudig bedieningspaneel en uitgebreide en flexibele open netwerk adapters kunnen ze elke applicatie feilloos aansturen. «
 

Economies d’énergie avec des drives
La tension moyenne peut offrir une solution

L’énergie est d’une importance stratégique pour tout type de production. Dans chaque entreprise, des groupes de travail et des comités examinent de près la question pour dégager des méthodes destinées à réduire la facture énergétique et pouvoir produire immédiatement de manière plus efficiente et à moindres coûts. On estime que 60 à 70 % de l’électricité consommée par des installations industrielles sont destinés à des moteurs. Plus de la moitié de ces moteurs sont employés dans des systèmes de pompage et/ou de ventilation. Il nous paraît donc logique que d’importantes économies d’énergie soient possibles dans ces systèmes.

Les entreprises confrontées à des factures énergétiques très salées feraient mieux de contrôler leur consommation et de chercher d’éventuelles solutions. En lissant en effet leurs pics de consommation, elles peuvent déjà réduire sensiblement ces frais énergétiques. Mais quand on parle d’économies d’énergie, il s’agit plutôt d’éliminer les gaspillages et de mettre en œuvre une série de mesures techniques visant à rendre la consommation plus efficiente. Une de ces mesures ou alternatives est de recourir aux systèmes à moyenne tension.

Montée en puissance et acceptation
Jusqu’à récemment, la plupart des techniciens confrontés à une application de grande puissance optaient pour un système de propulsion à basse tension opérant avec des courants très élevés. La solution alternative – une propulsion à moyenne tension – n’a jamais été très attrayante compte tenu de ses supposés coûts d’acquisition élevés, de ses dimensions physiques, de la nécessité de faire du sur-mesure sur le plan technique et de ses frais d’installation non négligeables. Mais, depuis peu, la propulsion à moyenne tension, en particulier la série PowerFlex 7000 de Rockwell Automation, a battu en brèche cette image négative et offre à présent une véritable alternative pour les propulsions à basse tension. Bart Van De Velde, Field Business Manager Benelux-Power Solutions de Rockwell Automation, nous l’explique : « L’intérêt croissant à l’égard des propulsions à basse tension a plusieurs origines, notamment : une offre plus étendue – le client/utilisateur peut choisir parmi différents systèmes –, les progrès dans le domaine des switches des semi-conducteurs de grande puissance, une fiabilité plus élevée et des coûts totaux plus bas de la propulsion, et enfin, la standardisation. La montée en puissance et l’acceptation croissante des systèmes de propulsion à moyenne tension ne signifient cependant pas qu’ils sont la solution pour toute application de grande puissance. Il n’y a pas deux applications identiques : dans certains cas, lorsque plusieurs solutions sont possibles (basse ou moyenne tension), la stratégie la plus rentable consiste à effectuer une analyse des avantages respectifs des deux systèmes. Ce n’est pas cependant sans poser quelques problèmes s’il s’agit de produits de fabricants différents. Mais comme nous proposons des solutions, avec notre série PowerFlex, pour l’ensemble de la plage de puissance – en basse tension jusqu’à 690 V et 1 500 kW et en moyenne tension jusqu’à 6 600 V et 25 MW –, une comparaison efficace est possible. En utilisant nos drives de moyenne tension, Fluxys LNG a pu réaliser 37 % d’économie d’énergie sur la consommation de ses compresseurs à haute pression. Les frais d’installation ont été réduits au minium en réutilisant le moteur, le câblage et l’installation existants et en évitant de coûteux transformateurs ».

Technologie direct-to-drive
La qualité et la disponibilité de l’énergie électrique sont d’une importance vitale dans l’industrie d’aujourd’hui. Pour pouvoir garantir cette qualité, les composants intégrés dans notre infrastructure électrique doivent être totalement fiables. Bart Van De Velde : « Les propulsions à moyenne tension ne sont pas bon marché. Normalement, une propulsion à basse tension sur courant alternatif et un transformateur d’isolation et de sortie (step-up) ne coûtent pas plus de 50 à 75% du prix d’une propulsion à moyenne tension AC. Mais, en plus des coûts de l’appareil, les frais de câblage des deux systèmes possibles doivent également être considérés. Les câbles et l’installation de propulsions à basse tension de grande puissance sont onéreux. En outre, pour les systèmes à basse tension, il faut toujours disposer d’un transformateur, ce qui signifie des frais supplémentaires pour le câblage entre le transformateur et la propulsion. Ces propulsions exigent également des câbles EMC protégés, qui sont également très chers. En revanche, les frais pour les systèmes à moyenne tension sont beaucoup plus bas, principalement parce que ceux-ci transportent moins de courant électrique. S’y ajoute le fait que la PowerFlex 7000 Direct-To-Drive ne demande pas de câbles protégés EMC. Par ailleurs, le recours à une propulsion à moyenne tension PowerFlex 7000 revient moins cher dans la mesure un transformateur n’est pas nécessaire (grâce à la technologie Direct-To-Drive), ce qui permet également d’économiser des frais de câblage et de gérer un système moins complexe. La technologie Direct-To-Drive « sans transformateur » est également plus efficace que les systèmes à basse tension avec transformateurs quand il s’agit de réduire les harmoniques. Direct-To-Drive procure à notre système un égaliseur compact très actif qui réduit les harmoniques grâce à une transmission active et à une élimination sélective de ces harmoniques. L’efficacité de cette technologie est particulièrement élevée pour une réjection voltage en mode commun mais, parce qu’il ne faut pas de transformateur d’isolation ou de relais de sécurité, elle offre aussi aux utilisateurs l’avantage considérable de s’accompagner de coûts très bas en matière d’appareillage et de câblage, d’installation et d’occupation d’espace. Le fait que cette technologie exige un espace moins grand a également des conséquences positives dans deux domaines où il faut vraiment comparer directement les propulsions à basse et moyenne tension : leurs dimensions et leur poids. En règle générale, un système à basse tension, qui est livré comme un tout, est plus petit et plus léger en valeur absolue qu’un système à moyenne tension fondé sur une architecture traditionnelle. Mais cette différence s’atténue fortement avec la technologie Direct-To-Drive. »

Service et entretien
Les applications à moyenne tension sont traditionnellement considérées comme des applications complexes, la plupart des techniciens de maintenance étant davantage familiarisés avec les propulsions à basse tension sur courant alternatif. Bart Van De Velde : « Dans le passé, les produits de moyenne tension réalisés sur mesure étaient très spécialisés et donc moins pratiques. Cependant, avec l’arrivée des systèmes à moyenne tension modulaires, leur structure s’est simplifiée, ce qui a favorisé leur propagation et leur compréhension dans l’industrie. Aujourd’hui, il n’y a plus de différence notable sur ce plan avec les propulsions à basse tension.
Autre facteur important : la communication. Les propulsions à basse tension sont habituellement associées à des interfaces de communication, qui permettent de concevoir des réseaux dans les usines. A cet égard, les propulsions à basse et moyenne tension de PowerFlex sont vraiment à la pointe du progrès en proposant les mêmes options de communication et également les mêmes logiciels et outils de programmation ». <<

Encadré:
Avec des régulateurs de fréquence, on génère un gain énergétique direct

Les pompes et les ventilateurs sont, dans chaque entreprise, de gros consommateurs d’énergie (± 55 % de la consommation totale des moteurs). Ces applications peuvent vraisemblablement fournir les économies d’énergie les plus importantes si le processus n’exige pas un débit ou une pression à 100 %. Cela vaut pour toutes les applications de pompage et de ventilation dans chaque entreprise.
Et pourtant, ces moteurs, pour une grande partie d’entre eux, sont encore démarrés à pleine puissance et continuent ensuite à tourner à ce niveau. Dans la mesure où les systèmes centrifuges présentent la plupart du temps une consommation très variable, on peut parfaitement la régler en installant un régulateur de fréquence sur le moteur. Par rapport aux systèmes de réglage mécanique (installés avant ou après la pompe/le ventilateur/le compresseur), ce régulateur a l’avantage de diminuer la vitesse du moteur en cas de baisse de la pression ou de l’alimentation, et ainsi d’économiser l’énergie. Les économies d’énergie, exprimées en pourcentage, sont égales à celles d’une réduction de la vitesse au troisième rapport. Ce qui peut donc conduire à de substantielles économies. En plus de cela, le fait de démarrer et d’arrêter ces systèmes de manière contrôlée réduit aussi considérablement le stress mécanique que subissent les pompes, les ventilateurs, les soupapes, les conduites, etc., et augmente ainsi leur durée de vie et leur efficience, ce qui permet à nouveau de réaliser des économies supplémentaires. Selon Bart Van De Velde, la gamme PowerFlex a totalement intégré cette avancée : elle comprend un large éventail de possibilités qui permettent de faire tourner ces applications simplement et rapidement. Avec une portée de puissance de 0,2 KW jusqu’à 25 MW pour des tensions de 110 V à 6 600 V, un panneau de commandes simple et un réseau ouvert, flexible et étendu d’adaptateurs, toutes les applications tournent sans aucun problème. »

 

 

©