Federgon
Opleidingsverstrekkers aan de klaagmuur


version française

Dat de privéopleidingsverstrekkers niet tevreden zijn is niet nieuw, maar volgens de beroepsfederatie Federgon gaat het van kwaad naar erger. De meeste privé bedrijven krijgen het hoe langer hoe moeilijker om in concurrentie te gaan met de ‘publieke’ opleidingsinstellingen die zwaar worden gesubsidieerd of op een andere manier financieel worden gesteund. Het gevolg is dat er steeds meer bedrijven er het bijltje bij neerleggen. Als er geen beterschap komt, zullen er snel nog meer volgen.


Toen enkele jaren terug de Vereniging van Opleidingsinstellingen (VOI) ontstond, was dat al omdat de privé opleidingsverstrekkers gezamenlijk een vuist wilden maken. Ondertussen is de beroepsfederatie opgegaan in Federgon, de koepelfederatie voor human resourcesactiviteiten, maar de situatie van de bedrijven is er naar eigen zeggen alleen maar slechter op geworden. “Onze sector heeft het sinds de WTC-aanslagen in 2001 bijzonder moeilijk,” aldus Johan De Meyer, voorzitter van Federgon Opleiding. “Er deden zich al vrij veel faillissementen voor en andere bedrijven zitten in grote problemen.”

Structureel probleem
Dat de privé opleidingsmarkt in ons land de klap van een paar jaar terug maar niet te boven komt, schrijft hij vooral toe aan een structureel probleem met de overheid. Johan De Meyer: “Publieke opleidingsinstellingen worden al met belastingsgeld gefinancieerd en zij rijven ook nog eens geld binnen via subsidiesystemen zoals de opleidingscheques. De recentste cijfers over het gebruik hiervan zijn zeer onvolledig, maar zouden erop wijzen dat de grotere privé opleidingsverstrekkers maar een fractie van de gebruikte cheques verwerken. Het gros van deze subsidies moet dus wel naar andere spelers gaan, zo redeneert Federgon Opleiding. Johan De Meyer stelt vast dat de privé spelers qua marktaandeel in ons land flink moeten onderdoen voor het aanbod van VDAB, de lokale Syntra’s en de sectorale opleidingsfondsen. Een kleine peiling leerde hem dat de privé bedrijven zowat een kwart van de markt moeten vertegenwoordigen. “De markt wordt in sterke mate ontwricht door opleidingsverstrekkers zoals de sectorale opleidingsfondsen, met voorop het grote Cevora. Zij drijven almaar hun aanbod van opleidingen op, die gratis zijn voor werknemers in hun sector. Zij beschikken over 0,2% van de loonmassa uit hun sector, wat een enorm bedrag is. Zij geven zelf toe dat zij het geld niet op krijgen. Maar dat goedkope opleidingsaanbod brengt steeds meer privé opleidingsverstrekkers in zware problemen. Dat geldt vooral voor de informaticaspecialisten, maar ook voor aanbieders van taal- en management­opleidingen. Een opleidingsfonds als Cevora bestrijkt al die domeinen, met al die middelen die het van overheidswege en door de sociale partners toegewezen krijgt. In de opdracht van de sectorale fondsen staat dat hun aanbod een specifieke inhoud voor de sector moet hebben of een specifieke doelgroep moet beogen, maar steeds meer opleidingen gaan veel breder. Zij schieten hun doel volledig voorbij. En in de privé sector kan niemand hen beconcurreren,” aldus nog Johan De Meyer.

Goedkope inkoopcentrales
Dat de vakbonden daarvan niet wakker liggen, zal niemand verbazen. Vorming is aan de onderhandelingstafel door de werkgeversorganisaties oorspronkelijk gebruikt om de druk van de loonketel te halen. Daardoor hebben vakbonden het steunen van vorming altijd al met argusogen bekeken. “Maar de sectorale opleidingsfondsen lijken nu ook verdacht veel op goedkope inkoopcentrales voor de werkgevers,” aldus nog De Meyer. Deze fondsen zijn dan ook verbonden aan paritaire comités van werknemers- en werkgeversorganisaties. “Je kan heel wat inkopen zo stalinistisch organiseren, maar naast marktproblemen levert het ook kwaliteitsproblemen op. Je krijgt bijvoorbeeld deelnemers van zeer uiteenlopend kennisniveau bijeen in een cursus. Het zou nochtans anders kunnen,” meent Johan De Meyer. “Al 15 jaar terug pakte Nederland het tekort aan informatici niet aan door gauw weer publieke instellingen nieuwe opleidingen te laten opzetten. De noorderburen gingen eerst na wat de markt al bood en wat kwalitatief was. Kandidaat-deelnemers kregen 40% van hun inschrijvingsgeld terugbetaald, om het even waar zij zich aanmeldden. Vrije keuze in een transparant en objectief systeem. Zo investeer je ook in kwaliteit. In België trekken altijd weer de publieke instellingen de vraag naar zich toe door extra aanbod te creëren.”
Federgon Opleiding is dus zeker voorstander van vraaggerichte subsidies. Daarom is de federatie principieel ook zeer te vinden voor de opleidingscheques. Haar voorzitter wijst er echter op dat het systeem in Vlaanderen oorspronkelijk niet gold voor opleidingen bij de VDAB en andere Syntra’s. In laatste instantie raakten deze organisaties toch binnen, zodat zij nu zowel het aanbod als de vraag met belastinggeld aanzwengelen. Onder al dat subsidiegeweld begeven de privé bedrijven het. De grootste onder hen zijn al niet echt groot en halen jaaromzetten van 7 miljoen euro. “Op de meest kritieke markten, met name informatica, talen en management, kunnen wij nog met de grootste moeite concurreren. Wij moeten extra kwalitatieve inspanningen leveren om het nog te halen. Er zijn er steeds meer die gewoon onderaannemer worden van een sectoraal opleidingsfonds,” aldus nog Johan De Meyer.

Gebrek aan transparantie
Volgens Johan De Meyer klaagt tegenwoordig iedereen over een gebrek aan transparantie in de opleidingswereld en het opleidingsaanbod. “Het gesubsidieerde aanbod is een bijzonder wazig, groot monster geworden. Nochtans is dit een vakgebied waarin de markt perfect zou kunnen werken op het mechanisme van vraag en aanbod. De instapdrempel om opleidingen te geven is laag. Het zou dus goed moeten kunnen werken. Maar de overheid trekt blijkbaar de onderwijscultuur door naar de markt van de naschoolse opleidingen en spendeert er enorme budgetten aan. Het is toch pervers dat een sectoraal opleidingsfonds voortdurend moeite moet doen om zijn geld op te krijgen. Verlaag dan liever die 0,2% van de loonmassa naar 0,1% en laat de markt werken. Concurrentie dwingt tot betere prijzen én hogere kwaliteit”. De hele opleidingssector zou zich volgens hem dan beter ontwikkelen. “Kijk maar naar wie nu echt het e-leren op een vrij grote schaal aanbiedt in Vlaanderen. Dat is de VDAB. Hier kan geen enkel groot privé opleidingsbedrijf er geld in stoppen. Het vergt immers forse bedragen in een nog kleine markt. De VDAB kan zich zulke uitgaven wel veroorloven en trekt die markt naar zich toe. Privé spelers kunnen het al schudden, nog voor die markt goed en wel vertrokken is.”

Mogelijke oplossingen
Wat zijn voor Federgon Opleiding mogelijke oplossingen? Johan De Meyer “Wij blijven de opleidingscheques een goed systeem vinden, maar je ziet nu al aankomen dat er tegen het einde van het jaar een tekort aan cheques zal zijn. Het systeem moet echter vooral ophouden met subsidiëren wat al gesubsidieerd is en de cheques enkel voor gebruik bij privé instellingen uitgeven. Er zijn ook andere vormen van vraagsubsidiëring denkbaar, bijvoorbeeld specifiek voor kansengroepen of voor het invullen van knelpuntberoepen. Dat kan ook via een fiscaal mechanisme.”
De privé opleidingsverstrekkers snakken naar meer ademruimte en ze zijn ervan overtuigd dat dit ook iedereen ten goede zal komen. Als de huidige toestand aanhoudt, wordt dat nefast voor de opleidingen. “Als er maar een handvol aanbieders meer zijn, verdwijnt stilaan de drijfveer om aan de kwaliteit te werken, om het aanbod snel aan te passen aan de vraag en dergelijke meer. Kortom, je hebt geen markt meer. En dat precies op een gebied dat een groeimarkt voor de toekomst is. Want de nood aan leren neemt alsmaar toe,” zo besluit de voorzitter van Federgon Opleiding. <<

Federgon
Les formateurs au pied du mur des lamentations !


Ce n’est pas nouveau ! Les opérateurs privés en formation ne sont pas contents, et selon la fédération professionnelle des partenaires de l’emploi, Federgon, la situation ne fait qu’empirer. La plupart des entreprises privées ont de plus en plus de mal à concurrencer les instituts de formation publics, qui sont lourdement subventionnés ou qui perçoivent d’autres aides financières. Conséquence, de plus en plus d’entreprises abandonnent la partie. Si la situation ne s’améliore pas, d’autres suivront rapidement.


Lorsqu’il y a quelques années, l’Association des Etablissements de formation est née, c’était déjà parce que les formateurs privés voulaient s’organiser en front commun. Entre-temps, une fédération professionnelle (Federgon) s’est constituée, qui chapeaute et regroupe les activités de ressources humaines, mais selon leurs dires, la situation des entreprises n’a fait qu’empirer. «Depuis les attaques du WTC en 2001, notre secteur rencontre de grosses difficultés,» explique Johan De Meyer, président de Federgon Formation.» Plusieurs faillites ont été déclarées et d’autres entreprises ont de graves problèmes.»

Problème structurel
Il attribue le fait que le marché privé de la formation dans notre pays ne parvienne pas à surmonter le choc d’il y a quelques années, à un problème structurel avec les autorités. Johan De Meyer : «Les établissements de formation publics sont déjà financés avec l’argent du contribuable et ils récupèrent aussi notre argent par le biais de systèmes de subvention, comme les chèques à la formation. Les chiffres les plus récents quant à leur utilisation sont très incomplets, mais ils indiqueraient que les gros formateurs privés ne traitent qu’une fraction des chèques utilisés. Federgon Formation raisonne en supposant que la majeure partie des subsides doit donc aller à d’autres opérateurs. Johan De Meyer constate qu’en fait de part de marché, les opérateurs privés doivent céder sérieusement devant les offres du VDAB (FOREM), des centres de formations locaux et des fonds de formation sectoriels. Un petit sondage lui a appris que les entreprises privées représentent près d’un quart du marché. «Le marché est en grande partie désarticulé par les formateurs comme les fonds de formation sectoriels, avec en tête le géant Cefora. Ils augmentent constamment l’offre de formations, qui sont gratuites pour les travailleurs de leur secteur. Ils disposent de 0,2% de la massa salariale de leur secteur, ce qui représente un montant impressionnant. Ils admettent même ne pas arriver à tout dépenser. Mais ces formations bon marché mettent les formateurs privés dans des situations de plus en plus périlleuses. C’est surtout valable pour les spécialistes en informatique, mais aussi pour les formateurs en langues et management. Un fonds de formation comme Cefora couvre tous ces domaines, avec tous ces moyens qu’il reçoit des autorités et des partenaires sociaux. Dans le mandat des fonds sectoriels, il est précisé que leur offre doit être tout spécialement élaborée pour ce secteur ou qu’elle doit viser un groupe cible spécifique, mais de plus en plus de formations balaient des domaines plus larges. Elles passent tout à fait à côté de leur objectif. Personne, dans le secteur privé, ne peut les concurrencer,» poursuit Johan De Meyer.

Centrales d’achats bon marché
Cela n’étonnera personne que les syndicats ne s’inquiètent pas outre mesure de la situation. A l’origine, les organisations patronales faisaient miroiter la formation autour de la table des négociations, pour diminuer la pression. De ce fait, les syndicats ont toujours considéré le soutien à la formation avec défiance. «Mais les fonds de formation sectoriels ressemblent assez curieusement à des centrales d’achats bon marché pour les employeurs,» poursuit De Meyer. Ces fonds sont aussi liés aux comités paritaires des organisations syndicales et patronales. «Vous pouvez organiser de nombreux achats de manière stalinienne, mais en plus des problèmes de marché, cela entraîne aussi des problèmes de qualité. Vous avez par exemple des participants de niveaux très différents dans un seul cours. Il serait pourtant possible d’agir différemment,» déclare Johan De Meyer. «Il y a 15 ans déjà, les Pays-Bas n’ont pas résolu le problème du manque d’informaticiens en créant vite des institutions publiques avec de nouvelles formations. Nos voisins du nord ont commencé par étudier ce que le marché proposait déjà et quelle en était la qualité. Les candidats participants récupéraient 40% du montant de leur inscription, où qu’ils se présentent. Le libre choix dans un système transparent et objectif. Ceci vous permet aussi d’investir dans la qualité. En Belgique, les institutions publiques essaient toujours d’attirer les demandes en créant des offres supplémentaires.» Federgon Formation est donc un farouche partisan des subsides axés sur les demandes. C’est pourquoi, la fédération est, en principe, pour les chèques de formation. Son président indique qu’à l’origine, le système ne comptait pas en Flandre pour les formations au VDAB (FOREM) et autres centres de formation. Ces organisations ont finalement réussi à entrer, si bien qu’aujourd’hui, elles traitent aussi bien l’offre que la demande avec l’argent du contribuable. Les entreprises privées succombent sous cette violence subventionnelle. «Sur les marchés les plus critiques – informatique, langues et management – nous pouvons à peine concurrencer. Nous devons fournir des efforts qualitatifs extrêmes pour y parvenir. Ils sont de plus en plus nombreux à devenir sous-traitant d’un fonds de formation sectoriel,» poursuit Johan De Meyer.

Manque de transparence
Selon Johan De Meyer, aujourd’hui tout le monde se plaint du manque de transparence dans le monde de la formation et dans les propositions de formation. «L’offre subventionnée est devenu un monstre impressionnant et particulièrement trouble. Pourtant c’est un domaine professionnel dans lequel le marché pourrait parfaitement fonctionner selon le mécanisme de l’offre et de la demande. Le seuil pour être chargé de formation est bas. Cela devrait donc bien fonctionner. Mais les autorités prolongent apparemment la culture de l’enseignement vers le marché des formations post-scolaires et y consacre d’énormes budgets. C’est donc tout de même un comble qu’un fonds de formation sectoriel doive con­stamment faire des efforts pour dépenser son argent. Diminuez plutôt ces 0,2% de la masse salariale à 0,1% et permettez au marché de travailler. La concurrence force à revoir les prix et à augmenter la qualité». Selon lui, tout le secteur de la formation se développerait mieux. «Qui, en Flandre, propose actuellement une bonne formation en communication électronique à grande échelle ? Le VDAB. Aucune grande entreprise de formation privée ne peut investir dans ce domaine. Cela demande des investissements substantiels pour un marché encore relativement restreint. Le VDAB peut se permettre de telles dépenses, et s’attribue ainsi le marché. Les opérateurs privés peuvent déjà l’oublier, avant même que ce marché soit bel et bien lancé.»

Solutions possibles
Quelles sont les solutions possibles pour Federgon Formation ? Johan De Meyer : «Nous estimons toujours que les chèques formation sont un bon système, mais on sent déjà que d’ici la fin de l’année, il n’y aura plus assez de chèques. Le système doit surtout cesser de subsidier ce qui est déjà subventionné et limiter l’utilisation de chèques aux institutions privées. On peut aussi songer à d’autres formes de demande de subventions, par exemple, spécifiques pour certains groupes à risques ou pour le remplissage de métiers à risques. C’est aussi possible via un mécanisme fiscal.» Les opérateurs privés en formation voudraient plus d’espace vital et ils sont persuadés que tout le monde en bénéficiera. Si la situation actuelle perdure, cela aura des effets néfastes sur les formations. «S’il ne reste qu’une poignée de formateurs, la motivation pour améliorer la qualité disparaîtra progressivement, ainsi que pour adapter rapidement l’offre à la demande, etc. Bref, il n’y aura plus de marché. Précisément dans un domaine où les perspectives de croissance existent. Le besoin d’apprendre est bien présent et ne cesse de se développer,» conclut le président de Federgon Formation.<<

 

©