Fina Antwerp Olefins Nafta Cracker 2
Shutdown van 2.500.000 manuren

version française

In 2001 werd door Fina Antwerp Olefins een grootschalige shutdown gepland van één van hun productie-eenheden, Nafta Cracker 2, kortweg NC2X genoemd. Bedrijven uit onder andere België, Frankrijk, Italië, Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Nederland werkten er gezamenlijk aan de grootste shutdown van de laatste jaren in de Antwerpse haven.

Shutdowns zijn vandaag, meer nog dan vroeger specialistenwerk. Waar het grootste deel van het voorbereidende en uitvoerende werk uitbesteed wordt, zwermen grote groepen specialisten van de uitbestedende ondernemingen rond de toeleveranciers. De reden is eenvoudig: het hele project zo goed mogelijk uitvoeren en beheren. General Contractor was MW Kellogg en Cegelec was als aannemer voor het E&I-gedeelte, één van de contractors die mocht deelnemen aan deze 2,5 miljoen manuren durende shutdown. Volgens Roger Boeckx, Operations Excellence Manager bij Cegelec, kunnen zij als dienstverlenend bedrijf op dat vlak heel wat referenties voorleggen, zeker in het Antwerpse havengebied. “Dergelijke shutdowns zijn, dan wel niet altijd in dezelfde grootte, jaarlijks voorkomende fenomenen bij tal van chemische en petrochemische bedrijven”, aldus onze gesprekspartner.

Doelstelling
Doelstelling van Fina Antwerp Olefins was om de capaciteit van de installatie, oorspronkelijk gebouwd in de sixties, te verhogen met 40 procent, waarbij tevens de veiligheid van de productie-eenheid op punt gesteld zou worden volgens de nieuwste hedendaagse technologie. Het veiligheidsaspect werd trouwens een absolute prioriteit, zeker gezien het feit dat de installatie explosiegevaarlijke stoffen bevatte, maar tevens gelet moest worden op de milieutechnische aspecten. De lat werd dus zeer hoog gelegd: ‘zero accidents’ – geen enkel ongeval met werkverlet. Elke shutdown bestaat uit een voorbereidende fase (pre-shutdown), de shutdown-fase zelf, evenals de commissioning (inbedrijfsname). Na een maandenlange voorbereidingsperiode kon men eindelijk aan de slag. Roger Boeckx: “Tijdens de voorbereidende fase werden zorgvuldig geplande werken reeds uitgevoerd om de werkdruk tijdens de eigenlijke shutdown zo laag mogelijk te houden. In die periode bleef de productie-eenheid gewoon in dienst. De shutdown- en revampfase waren de moeilijkste, want dan wordt er gewerkt aan het hart van het productieproces. De vitale onderdelen waren aan de beurt en hier mocht dus niets mislopen. Bij eventuele beschadigingen aan deze vitale onderdelen spelen immers enorme vertragingen een grote rol, met productieverlies tot gevolg. Na de zware shutdownperiode werd in volcontinu shift meegewerkt aan de commissioningfase, de fijnafstelling van de installatie tijdens productie en werd het productieproces geoptimaliseerd. Momenteel komt het einde stilaan in zicht, we zitten volop in de opstartfase. De realisatie werd tot een goed einde gebracht, technische problemen waren beperkt en werden snel opgelost en, waar wij bijzonder fier op zijn, Cegelec werd zesmaal genomineerd als ‘contractor van de maand’, ttz. de meest veilige contractor”.

Discipline
Elke werkvoorbereiding in detail gaat gepaard met een eveneens gedetailleerde schatting van de corresponderende te ondernemen actie. Van de toeleveranciers wordt verwacht dat ze rigoureus de detailplanning zouden volgen. Op het eerste gezicht geen bijzonder uitzonderlijke gebeurtenis, maar, zo verzekert ons Roger Boeckx: “Deze stop is, wat ons betreft, voor de volle honderd procent volgens planning verlopen. De uitgewerkte planning betekende méér dan een leidraad. Van in het begin hebben wij gezegd, hier leggen we ons op vast”. Om de ‘scope’ aan te geven: tijdens de hele shutdownperiode waren er dagelijks meer dan 1.400 mensen aan het werk van verschillende disciplines. Aan directe en indirecte uitvoeringswerkzaamheden heeft Cegelec ongeveer 230.000 manuren besteed met een piek van 125 man per dag. Door hun diensten werd er zo’n 250 km kabel gelegd, 50.000 aderverbindingen uitgevoerd, 2.500 kabelwartels gebruikt, alsook 5 km stainless steel tubing en 3000 instrumenten. Roger Boeckx: “Een dergelijke stop is dus niet zozeer een technisch probleem als wel een organisatorisch probleem. Belangrijk binnen zo’n samenwerking is het creëren van een éénduidige vorm van de werkprocessen en de verslaggeving daarvan, alsook het scheppen van een klimaat van open- en betrokkenheid, zeker wat betreft de veiligheid”.

Coördinatie
Bij een fabrieksstop zijn een groot aantal disciplines betrokken. Naast planning en inspectiewerkzaamheden zijn dit o.a. stellingbouw (ongeveer 60.000 m³ steigerwerk), isolatiewerken, conservering, schoonmaken, herstellen, enz. Goede coördinatie is dus essentieel om het project binnen de gestelde tijd goed te volbrengen. Om tijdens de stop overzicht te houden op de vooruitgang van de werkzaamheden werden alle activiteiten – inclusief tijdsplanning, doorlooptijden en manuren – ingevoerd in één databasesysteem: het planningspakket Primavera. Vervolgens werden de taken naar de verschillende aannemers uitgesplitst. Roger Boeckx besluit: “Binnen dit regime hadden alle betrokkenen continu zicht op hetgeen hem te doen stond, ook in relatie tot de taken van anderen. Daarnaast ben je op deze manier in staat om adequaat te reageren op calamiteiten als onverwachte voorvallen. Immers, hoe sneller je constateert dat je uit de pas dreigt te lopen, hoe eerder je in staat bent om maatregelen te nemen om binnen de planning te blijven. Bijvoorbeeld door meer mensen voor een bepaald project te mobiliseren. Al met al zijn we goed in de pas gebleven”. Een plant gelijk deze van Fina Antwerp Olefins is een kapitaalintensieve onderneming. Iedere dag dat de installaties buiten bedrijf zijn, brengt aanzienlijke kosten met zich mee. Snelheid is daarom geboden. Tegelijkertijd gaat het om een uitermate veelzijdige opdracht, waarbij honderden extra werknemers zijn betrokken en de werkzaamheden binnen strenge veiligheidsmarges moeten worden uitgevoerd. Dat vergt het uiterste van de organisatie, management en contractors. Kortom, organisatie, coördinatie, een goede uitvoering, veiligheid, flexibiliteit, enz, is van het allergrootste belang. <<
Hubert Lahaut & Bert Belmans, Maintenance Magazine

Fina Antwerp Olefins Nafta Cracker 2
Arrêt de production de 2.500.000 heures


En 2001, Fina Antwerp Olefins avait planifié un arrêt de production de grande envergure pour l’une de ses unités de production, la Nafta Cracker 2, dénommée NC2X. Des sociétés belges, françaises, italiennes, brittaniques, allemands et néerlandaises ont collaboré ensemble au plus grand arrêt de production de ces dernières années dans le port d’Anvers.

Aujourd’hui, plus que jamais, tout arrêt de production relève du travail de spécialistes. Alors que la plus grande part du travail de préparation et d’exécution est sous-traitée, un grand nombre de spécialistes des sociétés sous-traitantes rôdent autour des sous-traitants pour veiller à la bonne exécution et gestion du projet. L’entrepreneur général était MW Kellogg. En tant qu’entrepreneur pour la partie E&I, Cegelec était un des entrepreneurs pouvant participer à cet arrêt de 2.500.000 heures-homme de travail. Selon Roger Boeckx, Operations Excellence Manager chez Cegelec, la société peut présenter de nombreuses références de services en la matière, surtout dans la région portuaire d’Anvers. "Des arrêts de production similaires, pas toujours de cette ampleur, se répètent chaque année dans les sociétés chimiques et pétrochimiques" nous explique notre interlocuteur.

Objectif
Fina Antwerp Olefins avait pour objectif d’augmenter de 40 pour-cent la capacité de l’installation, initialement construite dans les années soixante. La sécurité de l’unité de production devait simultanément être mise à niveau en recourant aux toutes dernières technologies. L’aspect sécurité est d’ailleurs devenu une priorité absolue puisque l’installation traite des substances déflagrantes. Cependant, les aspects environnementaux devaient également être pris en compte. La barre fut placée très haut : ‘zéro accidents’ - aucun accident entraînant un arrêt de travail. Chaque arrêt de production comprend une phase préparatoire (pre-shutdown), une phase d’arrêt en elle-même (shutdown) et une phase de mise en service (commissioning). Après une période de préparation de plusieurs mois, l’équipe pouvait enfin se mettre au travail. "Des travaux soigneusement planifiés avaient déjà été réalisés durant la phase préparatoire afin de réduire au maximum la pression de travail durant l’arrêt en lui-même" explique Roger Boeckx. "Durant cette période, l’unité de production continuait à fonctionner normalement. Les phases d’arrêt et d’amélioration furent les plus difficiles, car ce sont les moments durant lesquels on travaille au cœur du processus de production. Il s’agit alors des éléments vitaux et aucune erreur n’est permise. Des dégâts éventuels aux éléments vitaux peuvent engendrer d’énormes retards et par conséquent une perte de production. Après la lourde période d’arrêt, des équipes ont travaillé sans discontinuité à la phase de mise en service et au réglage fin de l’installation durant la production afin d’optimiser le processus de production. La fin se rapproche tout doucement. Nous sommes en pleine phase de démarrage et nous osons dire que nous avons atteint nos objectifs. Nous sommes particulièrement fiers, Cegelec a été nommée à six reprises ‘entrepreneur du mois’, c.-à-d. l’entrepreneur le plus sécurisant."

Discipline
Chaque préparation de travail détaillée va de pair avec une estimation précise de l’action correspondante à entreprendre. Les sous-traitants sont supposés respecter scrupuleusement le planning de détail établi. A première vue, rien d’exceptionnel mais, nous assure Roger Boeckx, "cet arrêt s’est déroulé, en ce qui nous concerne, exactement suivant le planning. L’élaboration du planning était plus qu’un fil rouge. Dès le départ, nous nous sommes promis de le tenir." Pour vous donner une idée de l’ampleur du travail : durant toute la période d’arrêt, plus de 1400 personnes travaillaient quotidiennement à différentes disciplines. Cegelec a consacré aux activités d’exécution directes et indirectes environ 230.000 heures-homme de travail avec une pointe de 125 hommes par jour. Leurs services ont déroulé environ 250 Km de câbles, réalisé 50.000 connexions de conducteurs, utilisé 2.500 manchons de câble de même que 5 Km de tubage en acier inoxydable et 3000 instruments. "Un tel arrêt constitue tout autant un problème technique qu’un problème organisationnel" remarquer Roger Boeckx. "Il est important de créer dans le cadre d’une telle collaboration une forme univoque de processus de travail et de rapportage et d’instaurer un climat d’ouverture et d’implication, surtout en matière de sécurité."

Coordination
Un arrêt d’usine implique un grand nombre de disciplines. Outre la planification et les activités d’inspection, il faut penser à la construction de l’échafaudage (un échafaudage d’environ 60.000 m²), aux travaux d’isolation, à la conservation, au nettoyage, à la réparation… Une bonne coordination est essentielle pour accomplir le projet dans le délai imparti. Afin de se faire un aperçu correct de l’avancée des activités durant l’arrêt, toutes les activités – y compris le planning, les durées et les heures de travail par homme – ont été introduites dans une base de données : le progiciel de planning Primavera. Ensuite, les tâches ont été réparties entre les différents entrepreneurs. Et Roger Boeckx de conclure : "Toutes les parties impliquées avaient ainsi une vue permanente sur ce qu’elles avaient à faire, même par rapport aux tâches de tiers. Cette méthode de travail permet également de réagir correctement aux catastrophes telles que des incidents inattendus. Plus vite l’on constate que quelque chose risque de déraper, plus vite on peut prendre des mesures pour rester dans le planning, par exemple en mobilisant plus de gens pour certaines tâches. En fin de compte, nous avons bien respecté la cadence." Une usine comme celle de Fina Antwerp Olefins est une entreprise à grands capitaux. Chaque jour durant lequel les installations ne fonctionnent pas entraîne des frais considérables. La vitesse est dès lors impérative. La tâche était aussi particulièrement polyvalente. Elle impliquait des centaines d’employés supplémentaires et les activités devaient être réalisées en tenant compte de marges de sécurité très strictes. Cela requiert le maximum de l’organisation, du management et des entrepreneurs. Bref, l’organisation, la coordination, la bonne exécution, la sécurité, la flexibilité… sont primordiales. <<
Hubert Lahaut, Bert Belmans, Maintenance Magazine

 

©