Instrumentatie en onderhoud
Een vak apart


version française

Inspecteren, kalibreren en onderhouden van hoogtechnologische meetapparatuur. Het klinkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet, en het is zeker niet voor iedereen weggelegd. Het is specialistenwerk, want de metrologische specificaties van een meetinstrument, geïnstalleerd op een fabricatieproces vragen om een voorafgaande evaluatie van de risico’s die verbonden zijn met onder andere de werkingcondities, met de gevolgen op de kwaliteit van het eindproduct, met de gebruikte meetmiddelen, enz.


“De prestaties van een veldmeetinstrument en zijn vermogen om correct en reproduceerbaar te werken, in bijvoorbeeld een procesomgeving, zijn cruciaal en onmiddellijk verbonden met de kwaliteitscontrole en het rendement van een productie-eenheid. Daarom is het noodzakelijk om de instrumenten regelmatig te controleren, te bevestigen, te kalibreren en/of te inspecteren en aansluitend bij te stellen in een kwaliteitsgecontroleerde omgeving,” aldus Geert Van denberghe, Service & Quality Manager bij Endress+Hauser.

Meten met absolute zekerheid
In steeds toenemende mate worden bij bedrijven kwaliteitsnormen ingevoerd. Dat impliceert vaak dat er richtlijnen worden vastlegd met betrekking tot onderhoud en regelmatige controle van de meetapparatuur, ten einde de kwaliteit van de meetresultaten te verhogen. Voor effectieve keuringen van bijvoorbeeld grondstoffen, halffabrikaten en eindproducten is gekalibreerde meetapparatuur nodig. Alleen met die apparatuur weet men zeker dat metingen binnen de gewenste of geëiste toleranties worden uitgevoerd. Geert Van denberghe: “Kalibreren is vaststellen in hoeverre een meetmiddel afwijkt van een bepaalde standaard. Dat maakt het mogelijk om te bepalen hoe betrouwbaar de meetgegevens zijn. In veel bedrijven ziet men immers dat instrumenten over-gekalibreerd zijn of worden. Dat is niet alleen een verlies van tijd en geld, het verhoogt eveneens het risico op fouten en beschadigingen. Wij beschikken over meer dan 50 jaar ervaring als constructeur van industriële instrumentatie en voeren eveneens kalibraties, net als periodiek onderhoud en inspectie, uit op instrumenten van andere leveranciers. In de praktijk ziet men immers dat, om uiteenlopende redenen, apparatuur van verschillende leveranciers samen gebruikt worden. In dergelijk geval is het voor de klant vaak interessant om slechts over één aanspreekpartner te beschikken die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor de volledige instrumentatie. De definitie van de maximaal toegelaten afwijking en het gekalibreerde meetbereik hangen af van factoren zoals de grootte van het meetbereik of de meetwaarde van het instrument, de meetonzekerheid opgegeven door de constructeur en de voorwaarden gesteld door de kwaliteit van het eindproduct. Een instrument wordt, onder normale omstandigheden, altijd over zijn volledig meetbereik gekalibreerd zodat het binnen de specificaties van de constructeur valt. Wanneer een instrument echter wordt ingezet voor het meten of regelen van een proces binnen een kleiner bereik dan is het aangewezen het instrument ook voor dit bereik te gaan kalibreren. Door de methode van het reduceren van het gekalibreerde bereik te gebruiken kan tijd bespaard worden op de kalibratie indien deze voordien nog over het volledige meetbereik werd uitgevoerd.”

Kalibratie-intervallen en procedures
Bij kalibratie-activiteiten is het vastleggen van de juiste kalibratie-intervallen niet altijd zo’n eenvoudige opgave. Veelvuldig worden vragen gesteld naar de vereiste intervallen voor (her-)kalibratie van meet- en keuringsinstrumenten. Op deze vraag kan men geen eenduidig antwoord geven, omdat een kalibratie steeds een momentopname is en van verschillende factoren afhangt zoals, de meetgrootheid, de toegelaten afwijking (tolerantie), de toepassing van de meet- en keuringsinstrumenten, de stabiliteit van het instrument, de benodigde meetnauwkeurigheid, de kwaliteitseisen, de omgevingsfactoren, … Geert Van denberghe: “Dit alles betekent dat de tijd tussen twee kalibraties afhankelijk is van de gebruiker en de toepassing. Het interval moet dus individueel bepaald en vastgelegd worden. Bij nieuwe meetinstrumenten kan gestart worden volgens de voorschriften van de constructeur. Het interval voor de daaropvolgende kalibratie kan dan stapsgewijze verlengd of verkort worden op basis van de kalibratiegegevens. De gebruiker dient te bepalen of het noodzakelijk is om de instrumenten periodiek te herkalibreren en/of een regelmatig nazicht voor niet-kritische instrumenten in het kader van een preventieve onderhoudsbeurt voldoende is. Als algemene aanbeveling geldt dat alle machines en werktuigen die in een productieproces ingezet worden, na een gedefinieerde interval getest moeten worden.” Testen en kalibreren wordt dikwijls, op het eerste gezicht, enkel als een (onnodige) belasting of kostenfactor bekeken. Deze mening verandert meestal radicaal wanneer de producent voor zijn producten moet opkomen. In vergelijking met eventuele dreigende schadeclaims zijn de kosten voor een zorgvuldige keuring en kalibratie eerder marginaal en hierdoor zeker een zeer kostenefficiënte investering. Dit betekent dat bedrijven die competitief op de markt willen blijven en bovendien zich de bestaande klanttevredenheid willen verzekeren, een kwalitatief hoogstaande keuring van de gereedschappen en kalibratie van hun meetinstrumenten moeten toepassen. Geert Van denberghe: “Alle kalibraties, inspecties en nazicht ter plaatse dienen uitgevoerd te worden volgens op schrift gestelde procedures, zijnde deze van de constructeur of eigen goedgekeurde procedures. In functie van de competentie van de personen die de kalibratie uitvoeren zal het noodzakelijk zijn om in de procedures de kalibratiemethode meer of minder gedetailleerd te beschrijven. Het gebruik van de referentieapparatuur binnen de kalibratiemethode dient eveneens beschreven te worden in de procedure.” Zoals we kunnen vaststellen moet bij kalibratie de nadruk liggen op de kwaliteit van het eindproduct en niet enkel op de kwaliteit van de meting zelf. Geert Van denberghe: “Daarom is het belangrijk om de metrologische specificaties van de kritische componenten van de productie-eenheid te bepalen in functie van de toegelaten toleranties van het eindproduct. Bijgevolg is het aan te raden om een team samen te stellen dewelke een evaluatie doorvoert van de kritiekheid van de meetinstrumenten en hun noodzakelijke metrologische specificaties, om aldus te komen tot een aangepast kalibratieplan. Algemeen kan men stellen dat de return on investment (ROI) van zo een project kleiner is dan twee jaar. Recente realisaties hebben echter aangetoond dat een onmiddellijke besparing mogelijk is indien de meetinstrumenten regelmatig en correct worden opgevolgd en gekalibreerd. De resultaten van de kalibraties hebben aangetoond dat bij sommige bedrijven een belangrijke hoeveelheid aan grondstoffen verloren ging door een gebrek aan een degelijk kalibratieplan.”

Live data met W@M
De W@M of Web Enabled Asset Management is een nieuwe service van Endress+Hauser. Hierbij krijgt de klant via het Internet toegang tot een portaal waarin hij op basis van het serienummer van zijn instrumenten, alle gegevens en documenten eenvoudig kan terugvinden, raadplegen en downloaden. Geert Van denberghe: “De informatie wordt specifiek ter beschikking gesteld voor de software- en hardwareversie van het instrument dat de klant werkelijk in gebruik heeft. De juiste handleiding, de software updates en drivers, de wisselstukkenlijst, de kalibratiecertificaten, de productstatus, de servicerapporten, enz., zijn permanent ter beschikking van de klant en wat belangrijker is deze worden up-to-date gehouden. Ook niet Endress+Hauser instrumenten kunnen mee in de databank opgenomen worden, maar dan is de gebruiker wel afhankelijk van de gegevens die hij zelf in het systeem invoert.” De Installed Base Assistant is een open tool die het dus mogelijk maakt om alle instrumenten in een fabriek overzichtelijk te documenteren. Door gebruik te maken van verschillende zoekfuncties is men in staat om te zoeken en te analyseren op verschillende niveau’s zoals locatie, applicatie, loop en instrument. Op een eenvoudige wijze en met behulp van ‘dynamische links’ kan de informatie ook vanuit een bestaande omgeving opgeroepen worden. En Geert Van denberghe besluit: “Deze service komt tegemoet aan het feit dat men in bestaande installaties na verloop van tijd vaak geen overzicht meer heeft van de instrumenten die er opgesteld staan. Een dergelijke situatie kan grote risico’s met zich meebrengen aangezien de gebruiker dan ook niet weet in welke toestand deze apparatuur zich bevindt, wat de kans op falen is, en vooral wat er gedaan kan of moet worden als zich een storing voordoet. Nu kan de klant/gebruiker, indien hij wenst, alle geïnstalleerde instrumenten laten inventariseren en analyseren. Daarbij wordt nagegaan hoe kritisch de apparatuur ingrijpt in het productieproces, wat de servicemogelijkheden zijn van de apparatuur (beschikbaarheid van wisselstukken, herstel- en vervangingsmogelijkheden, enz), of er een standaardisering mogelijk is en welke migraties aangewezen zijn om de installatie optimaal en betrouwbaar te houden. Op deze manier komt men tot een lijst van kritische apparatuur die bij een storing nefaste gevolgen kan hebben voor de productie en/of waarvan men ziet dat een probleem niet meteen kan verholpen worden. De inventaris van de instrumenten, die opgenomen wordt met alle relevante informatie, is van onschatbare waarde.” << Hubert Lahaut

Instrumentation et maintenance
Un métier à part


Inspecter, calibrer et entretenir du matériel de mesure de haute technologie, peut paraître simple. Or, ça ne l’est pas du tout. Et ce n’est certainement pas à la portée du premier venu. C’est un travail de spécialistes car les spécifications métrologiques d’un instrument de mesure, installé sur un processus de fabrication, réclament une évaluation préalable des risques liés notamment aux conditions de travail - avec les conséquences qui s’ensuivent sur la qualité du produit fini-, aux outils de mesure utilisés…


«Les performances d’un in-strument de mesure de terrain et sa capacité à travailler de manière correcte et reproductible, par exemple dans un processus, sont cruciales et étroitement liées au contrôle de qualité et au rendement d’une unité de production. Voilà pourquoi il est nécessaire de contrôler régulièrement ces instruments, de les fixer, de les calibrer et/ou de les inspecter et ensuite, de les ajuster dans un environnement de qualité contrôlée» explique Geert Van denberghe, Service & Quality Manager chez Endress+Hauser.

Mesurer avec une certitude absolue
Les sociétés introduisent de plus en plus des normes de qualité. Cela implique la définition de directives relatives à la maintenance et au contrôle régulier de l’équipement de mesure, afin d’augmenter la qualité des résultats de mesure. Pour les contrôles effectifs de matières premières, produits semi-finis et produits finis par exemple, il faut un matériel de mesure calibré. Seul ce matériel permet de savoir avec certitude que les mesures ont été réalisées dans les tolérances souhaitées ou exigées. «Calibrer, c’est constater dans quelle mesure un outil de mesure s’écarte d’un certain standard. Cela permet de définir la fiabilité des données de mesure. Nous remarquons que dans bon nombre de sociétés, les instruments sont surcalibrés. Cela représente non seulement une perte de temps et d’argent mais augmente aussi le risque d’erreurs et d’endommagements. En tant que constructeur d’instrumentation industrielle, nous avons plus de 50 ans d’expérience et, à l’instar de la maintenance et de l’inspection périodiques, nous effectuons aussi des calibrages sur des instruments d’autres fournisseurs. La pratique nous montre que, pour des raisons très diverses, les clients utilisent conjointement du matériel provenant de plusieurs fournisseurs. Dans un tel cas, il est souvent intéressant pour le client de ne disposer que d’un seul interlocuteur qui assume la responsabilité de toute l’in­strumentation. La définition de l’écart maximal autorisé et de la plage de mesure calibrée dépend de facteurs tels que la grandeur de la plage de mesure de l’in­strument ou la valeur de mesure de l’instrument, l’imprécision de mesure indiquée par le constructeur et les conditions posées par la qualité du produit fini. En temps normal, un in­strument est toujours calibré sur toute sa plage de mesure, afin de tomber dans les spécifications du con­structeur. Lorsqu’un instrument est réellement utilisé pour la mesure ou la régulation d’un processus dans une plus petite plage, il est recommandé de calibrer l’instrument également pour cette plage. En utilisant la méthode de réduction de la plage calibrée, vous pouvez gagner du temps sur le calibrage si celui-ci avait été effectué précédemment sur toute la plage de mesure» poursuit Geert Van denberghe.

Intervalles de calibrage et procédures
Dans les activités de calibrage, la définition des intervalles de calibrage exacts n’est pas une tâche toujours aisée. Souvent, des questions relatives aux intervalles requis pour le (re)calibrage des instruments de mesure et de contrôle sont posées. Il est impossible de donner une réponse univoque, car le calibrage est toujours un instantané de la situation et dépend de différents facteurs tels que la grandeur de mesure, l’écart autorisé (tolérance), l’application des instruments de mesure et de contrôle, la stabilité de l’instrument, la précision de mesure nécessaire, les exigences de qualité, les facteurs environnementaux… «Tout cela signifie que le temps entre deux calibrages dépend de l’utilisateur et de l’application. L’intervalle doit être défini et fixé individuellement. Avec les nouveaux instruments de mesure, il est possible de démarrer selon les prescriptions du constructeur. L’intervalle du prochain calibrage peut alors être progressivement prolongé ou raccourci sur la base des données de calibrage. L’utilisateur doit déterminer s’il est nécessaire de recalibrer périodiquement les instruments et/ou si un contrôle régulier des instruments non critiques dans le cadre d’une maintenance préventive suffit. La recommandation générale veut que toutes les machines et tous les outils mis en œuvre dans un processus de production soient testés après un intervalle bien défini» ajoute encore Geert Van denberghe. À première vue, le test et le calibrage sont souvent considérés uniquement comme une charge ou un facteur de coûts (inutile). Cet avis change généralement de manière radicale lorsque le producteur doit défendre ses produits. En comparaison à d’éventuelles menaces de dommages et intérêts, les coûts d’un contrôle et calibrage rigoureux sont plutôt marginaux et l’investissement est, par conséquent, certainement très rentable. Cela veut dire que les sociétés qui souhaitent rester compétitives sur le marché et être sûres de la satisfaction de leurs clients, doivent appliquer un contrôle très qualitatif des outils et un calibrage de leurs instruments de mesure. «Tous les calibrages, inspections et contrôles sur sites doivent être réalisés selon des procédures écrites, à savoir celles du constructeur ou des procédures internes approuvées. En fonction de la compétence des personnes effectuant le calibrage, il sera nécessaire de décrire la méthode de calibrage de manière plus ou moins détaillée dans les procédures. L’utilisation de matériel de référence dans la méthode de calibrage doit également être décrite dans la procédure.» Comme nous pouvons le constater, le calibrage doit mettre l’accent sur la qualité du produit fini et pas seulement sur la qualité de la mesure. Et d’embrayer: «C’est pour cette raison qu’il est important de définir les spécifications métrologiques des composants critiques de l’unité de production en fonction des tolérances autorisées pour le produit fini. Il est donc conseillé de composer une équipe qui effectue une évaluation de la criticité des instruments de mesure et de leurs spécifications métrologiques nécessaires pour arriver ainsi à un plan de calibrage adéquat. Nous pouvons dire, de manière générale, que le retour sur investissement d’un tel projet est inférieur à deux ans. Des réalisations récentes ont toutefois montré la possibilité d’une économie immédiate si les instruments de mesure sont suivis et calibrés régulièrement et correctement. Les résultats des calibrages ont mis en exergue dans certaines sociétés la perte d’une quantité importante de matières premières par manque d’un bon plan de calibrage.»

Données en direct avec W@M
La W@M ou Web Enabled Asset Management est un nouveau service d’Endress+Hauser. Le client accède via Internet à un portail où il peut retrouver, consulter et télécharger aisément toutes les données et tous les documents sur la base du numéro de série de ses instruments. «Les informations sont spécifiques à la version logicielle et matérielle de l’instrument que le client utilise réellement. Le bon manuel, les mises à jour et les pilotes logiciels, la liste des pièces de rechange, les certificats de calibrage, l’état du produit, les rapports de service… sont continuellement à la disposition du client. Et plus important encore, toutes ces informations sont actualisées. Même les instruments d’un autre constructeur peuvent être repris dans la base de données. Cependant, dans ce cas, l’utilisateur dépend des données qu’il introduit lui-même dans le système.» L’Installed Base Assistant est un outil ouvert qui permet donc de documenter de manière synoptique tous les instruments d’une usine. A l’aide de différentes fonctions de recherche, l’utilisateur peut effectuer des recherches et des analyses à différents niveaux comme l’emplacement, l’application, la boucle et l’instrument. Les informations peuvent également être consultées à partir d’un environnement existant à l’aide de ‘liens dynamiques’. Et de conclure: «Ce service pallie le problème fréquent de perte de vue après quelque temps des instruments qui se trouvent dans les installations. Une telle situation peut engendrer de gros risques puisque l’utilisateur ne connaît pas l’état dans lequel se trouvent ces appareils, leur risque d’échec et surtout la mesure à prendre en cas de panne. Désormais, le client/l’utilisateur peut, s’il le souhaite, faire inventorier et analyser tous les instruments installés. Nous vérifions alors l’aspect critique de l’équipement par rapport au processus de production, les possibilités de service de l’équipement (disponibilité des pièces de rechange, possibilités de réparation et de remplacement), la possibilité de standardisation et les migrations indiquées pour garantir le fonctionnement optimal et fiable de l’installation. Nous obtenons ainsi une liste de l’équipement critique dont la panne peut avoir des conséquences néfastes sur la production et/ou pour lequel un problème ne peut être résolu rapidement. L’inventaire des instruments, accompagné de toutes les informations pertinentes, est d’une valeur inestimable.» << Hubert Lahaut
 

©