Jos Groffils, DSM Specialty Compounds:
“Minder dan 3% machinestilstand”

version française

De onderhoudsstrategie van Jos Groffils, maintenance & engineering manager bij het Genkse DSM Speciality Compounds én kersverse Maintenance Manager van het Jaar 2003, werpt vruchten af: gemiddeld haalt DSM SC een beschikbaarheidsgraad van 97 à 98% bij een volcontinue productie…


Bij een industriële installatie en/of goed draaiend machinepark is er een duidelijke relatie tussen de conditie van de installatie, het rendement en de kwaliteit van het eindproduct. Een slechte conditie resulteert meestal in een verminderd rendement met alle daaraan verbonden risico’s voor het fabriceren van een ‘minderwaardig’ of niet aan de kwaliteitseisen voldoend eindproduct, en dus verliezen. Met de snelle ontwikkeling van de automatisering, vergroting van de productiecapaciteiten en sterke afstemming van productielijnen op elkaar, kunnen de gevolgkosten van storingen in een productieproces exponentiële proporties aannemen. Vandaar dat het algemene streven is, het aantal storingen te reduceren tot nul. Niet dat dit altijd mogelijk is, maar wanneer storingen worden geëlimineerd of gereduceerd tot een minimum, heeft dat niet alleen een positieve uitwerking op de productiehoeveelheid, maar ook op de productiekosten, de productiviteit, de onderhoudskosten en de kwaliteit.
“Dit terugdringen is, mijn inziens, praktisch niet te realiseren door alleen maar de inspanningen van de onderhoudsdienst op te voeren.” Aan het woord is Jos Groffils, maintenance & engineering manager bij het Genkse DSM Speciality Compounds en door de Belgian Maintenance Association (Bemas) verkozen tot Belgisch Maintenance manager van het jaar 2003. En onze gesprekspartner vervolgt: “Teneinde optimaal gebruik te kunnen maken van de productiemiddelen, zullen productie en onderhoud zich gezamenlijk moeten inzetten om de ‘verliezen’ terug te dringen.”
Jos Groffils kiest hier wel doelbewust voor het woord ‘verliezen’, in plaats van storingen. Immers elke (ver-)storing in het productieproces verdient alle aandacht. Elke (ver-)storing is immers een verlies. Dat kan een verlies zijn in productiehoeveelheid, een verlies aan kwaliteit of een te laat leveren van de gevraagde kwaliteit. M.a.w. een goed functionerende onderhoudsdienst, levert een belangrijke kwaliteitsbijdrage aan het eindproduct.
Jos Groffils: “Of het (kwaliteits-)verlies nu terug te voeren is tot een technische dan wel operationele oorzaak, doet qua resultaat niet ter zake. Efficiënt onderhoud moet een methode zijn of worden, waarbij op systematische wijze wordt getracht de effectiviteit van de productiemiddelen te verbeteren, met als uitgangspunt de staat waarin het productiemiddel zich bevindt. Productiviteit, kosten, veiligheid, welzijn, milieu, alsook de kwaliteit van de producten, alle zijn voor een belangrijk deel afhankelijk van de staat van het productiemiddel.”

Who’s who?
Zoals u in de vorige Maintenance Magazine reeds kon lezen, is Jos Groffils een 38-jarige Industrieel Ingenieur Elektriciteit die zijn beroepsloopbaan startte in 1987, bij het in Tongeren gevestigde Hydromation. Daar bouwde hij gedurende 3 jaar de nodige ervaring op, om in 1991 de overstap te zetten naar DSM in Genk waar hij, net als in zijn vorige job, aan de slag kon als Project Engineer. In 1993 werd hij aangesteld als hoofd van de technische dienst, om 5 jaar later opnieuw te promoveren tot Technisch Manager.
“Binnen DSM SC Genk ben ik begonnen als Project Engineer, voor de bouw van compoundeerinstallaties. In 1993 kreeg ik echter een niet-investeringsproject toegewezen: de doorlichting van de Technische Dienst, met als einddoel het formuleren van verbeteringsvoorstellen. Toen ik daarmee klaar was, gaf het toenmalige Management Team met meteen de opdracht dit voorstel uit te voeren en dus de daad bij het woord te voegen. Voor ik het goed en wel besefte was ik chef TD. Vervolgens werden in 1999 de afdelingen ‘Project Engineering’ en ‘Technische Aankoop’ toegevoegd aan de TD, zodat van dan af mijn functie de titel ‘Technisch Manager’ kreeg. De volledige afdeling Technische Dienst & Engineering (TDE) telt momenteel 36 vaste medewerkers,” aldus Jos Groffils.
In 2001 werd Jos Groffils’ verantwoordelijkheid nog verder uitgebreid, en werd hem ook de functie van Business Maintenance Manager voor de Business Group DSM Engineering Plastics (DEP) toegewezen, waardoor hij ook verantwoordelijk werd voor de onderhudsstrategie en synergie over de diverse plants heen. Een rechtstreeks gevolg van de sterke globalisering binnen DSM. Jos Groffils: “DSM SC is een rechtstreekse dochter van DSM, behorende tot de Business Group DSM Engineering Plastics, die zich vooral toelegt op de polymerisatie en compounding van diverse kunststoffen. De Genkse plant is een puur productiebedrijf, zonder bijvoorbeeld eigen research of marketing. Op het opeationele vlak werkt SC Genk echter nauw samen met de zusterplants in Nederland, Amerika, Canada en China.”
DSM SC werd opgericht in 1987.Als locatie werd Genk gekozen omwille van de interessante ligging, onder meer kort bij het moederbedrijf in het Nederlandse Geleen en de toenmalige reconversie van de Limburgse steenkoolmijnen. Onze gesprekspartner hierover: “Ons productieproces is compounding. Dit houdt in dat we de ‘maagdelijke’ kunststoffen, aangeleverd door ons moederbedrijf, samenvoegen en veredelen door er diverse pigmenten, additieven, rubber en/of vulstoffen (vooral talk en glasvezel) aan toe te voegen. Het resultaat zijn compounds, met betere eigenschappen dan de maagdelijke kunststoffen, klaar om te spuitgieten. Van deze compounds gaat 75% naar de automobielindustrie vooral voor bumpers en dashboards, maar meer en meer vind je ze ook terug onder de motorkap. De rest gaat naar (huishoud-)elektronica en medische toepassingen. Het machinepark bestaat uit een twintigtal parallelle compounderingslijnen. Het hart van een dergelijke productielijn is een extruder met daaraan gekoppeld een voortrein voor aanvoer en dosering van grondstoffen en een achtertrein voor het granuleren, transporteren, opslaan en verpakken van het eindproduct in de vorm van granulaat. Daarnaast beschikken we over onze eigen ‘utility’ voorziening, vertrekkende van 10 kV hoogspanning, drinkwater, stikstof en lucht. Onze fabriek is dus wat je zou kunnen noemen een ‘stand alone multi-product multi-line batch plant’. Daar het proces vrij arbeidsintensief is en we letterlijk duizenden verschillende recepturen draaien, vallen we onder de noemer ‘fijn’ chemie.”

Onderhoudsstrategie
De onderhoudsstrategie van de kersverse Maintenance manager 2003 klinkt kort maar krachtig: op veilige wijze maximale machinebeschikbaarheid garanderen tegen minimale totale kosten. Gemiddeld haalt DSM SC een beschikbaarheidsgraad van 97 à 98% bij een volcontinue productie. Dat impliceert dat slechts 2 à 3% van de machinestilstand veroorzaakt wordt door curatief of preventief onderhoud. Iets wat hoegenaamd niet vanzelfsprekend is voor een machinepark dat blootstaat aan een belangrijke slijtage ingevolge het abrasieve compoundingproces. “Jos Groffils: “Om het, zoals ik het noem, pro-actief onderhoud zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, kiezen wij voor een weloverwogen ‘no change’ mentaliteit. Projecten voor technische verbeteringen worden hierbij vooraf zeer kritisch doorgelicht en bovendien zijn de productie en het onderhoud progressief geïntegreerd. Ik kan gerust stellen dat productie zo’n 25% van het preventief en curatief onderhoud voor haar rekening neemt.”
Daarnaast worden de kosten beheerd door een continue toepassing van het kringloop budgetteren, registreren en analyseren van de onderhoudskosten. Hiervoor wordt op een doorgedreven manier gebruik gemaakt van de analytische hulpmiddelen die aanwezig zijn in het gebruikte softwarepakket. “Onze ambitie is om ‘best in class’ te zijn. Benchmark is niet voldoende. In 2002 hebben we dan ook een enorme sprong voorwaarts genomen door een diepgaande implementatie van de DSM Manufacturing Excellence werkprocessen voor onderhoud en de integratie van het SAP PM CMMS,” aldus Jos Groffils.
Het allergrootste verschil wordt volgens Jos Groffils echter gemaakt door de mensen binnen DSM SC. “People make the difference. Zij zorgen er immers voor dat een strategisch beleid niet blijft steken achter enkele knappe concepten, maar dat er ook concrete resultaten worden geboekt. Onze afdeling is een zelfstandige entiteit ten dienste van alle overige afdelingen van de site. Bovendien behoort ook facility en utility management tot onze verantwoordelijkheid. Conform QS 9000 bestaan tussen TDE en de overige afdelingen contract afspraken of Service Level Agreements (SLA).”
Alhoewel het bedrijf een deel van zijn onderhoudstaken uitbesteedt, worden de belangrijkste taken en interventies door de eigen onderhoudsploeg gedaan. Jos Groffils: “Meer dan ooit wordt binnen DSM SC Genk, onderhoud en engineering gezien als een van de ‘core competenties’, die toelaten zich te onderscheiden van de concurrentie. Het onderhoud aan het hart van onze productie-installaties doen we zelf: extruders, granulatoren, transportsystemen, enz. Hiermee bepalen we immers in grote mate de kwaliteit en performance van onze fabriek. De hiertoe noodzakelijke (zeer specifieke) kennis en ervaring hebben we zo in eigen hand. Dit is een bewuste keuze. Daarnaast is er een zogenaamd ‘high’ en ‘low end’ dat we uitbesteden. Gespecialiseerd onderhoud aan bijvoorbeeld frequentieomvormers of labo apparatuur, maar ook eenvoudig constructiewerk. Het betreft hier niet één contractor, maar diverse al dan niet gespecialiseerde firma’s. Outsourcing wordt bovendien gebruikt als managementstool om pieken en dalen in de workload op te vangen. We kiezen er bewust niet voor deze op te vangen met een flexibele groep ingehuurde monteurs, aangestuurd door de eigen TD organisatie.”

Resultaatgebieden
De laatste jaren ondergingen onderhoudsmodellen en de daarmee gepaard gaande structuren voortdurend veranderingen/aanpassingen. Dit was onder meer te wijten aan het feit dat men zich meer en meer bewust werd van het belang van de onderhoudsfunctie in een productieomgeving waarin steeds hogere kwaliteitseisen gesteld worden. En Jos Groffils besluit: “Het vastleggen van de resultaatgebieden vind ik belangrijker dan een functieomschrijving. Het doel van mijn functie bijvoorbeeld is: Het managen van de TDE afdeling door organisatie van de afdeling, coachen van het afdelingsteam en afdelings- en SC-overschrijdende samenwerking, teneinde de fabriek tegen minimale total cost uit te bouwen en te onderhouden, en dit in overeenstemming met de geldende veiligheids-, kwaliteits- en milieunormen.”
Bij DSM SC Genk is het Jos Groffils dan ook gelukt om productie en onderhoud beter op elkaar af te stemmen. Hierdoor wordt de prestatie van beide groepen geoptimaliseerd. De belangrijkste succesfactor hierbij was de samenwerking en integratie met productie, waarbij beide afdelingen zowel doelstelling als visie delen. <<
Hubert Lahaut

Jos Groffils, DSM Specialty Compounds:
"Moins de 3% d’arrêt machine"


La stratégie d’entretien de Jos Groffils, maintenance & engineering manager de la société DSM Speciality Compounds de Genk et récent Maintenance Manager de l’année 2003, porte ses fruits : DSM SC atteint en moyenne un degré de disponibilité de 97 à 98% pour une production en full continu…


Toute installation industrielle et/ou parc de machines qui tourne bien présente une relation évidente entre l’état de l’installation, le rendement et la qualité du produit fini. Un mauvais état induit généralement un rendement amoindri avec tous les risques inhérents de fabrication d’un produit fini inférieur ne répondant pas aux exigences de qualité et, par conséquent, de pertes. Avec le développement rapide de l’automatisation, l’augmentation des capa­cités de production et la forte harmonisation des lignes de production, les frais liés aux pannes peuvent prendre des proportions exponentielles dans un processus de production. Raison pour laquelle on cherche généralement à réduire le taux de pannes à zéro. Ceci n’est pas toujours possible mais l’élimination ou la réduction des pannes à leur minimum a déjà un effet positif sur la quantité et les frais de production, sur la productivi­té, les frais d’entretien et la qualité.

"A mon sens, cette réduction n’est pratiquement pas réalisable par la simple augmentation des efforts du service d’entretien" remarque Jos Groffils, maintenance & engineering manager de la société DSM Speciality Compounds de Genk et lauréat du concours Maintenant Manager belge de l’année 2003, organisé par la Belgian Maintenance Association (Bemas). Et de poursuivre "Afin de pouvoir utiliser les moyens de production de façon optimale, la production et l’entretien de­vront s’engager ensemble pour réduire les ‘pertes’."
Jos Groffils choisit sciemment le mot ‘pertes’ plutôt que ‘pannes’. De fait, chaque panne du processus de production mérite toute l’attention puisque chaque panne engendre une perte : une perte dans la quantité de production, une perte de qualité ou une fourniture tardive de la qualité demandée. En d’autres termes, un service d’entretien qui fonctionne bien contribue grandement à la qualité du produit fini. "Que la perte (de qualité) soit due à un problème technique ou opérationnel ne change rien au résultat" remarque-t-il. "Un entretien efficace doit être ou devenir une mé­thode via laquelle on tente d’améliorer de manière systématique l’efficacité des outils de production, en partant de l’état dans lequel se trouve cet outil. La productivité, les coûts, la sécurité, le bien-être, l’environnement ainsi que la qualité des produits, autant d’éléments qui dépendent en grande partie de l’état de l’outil de production."

Who’s who ?
Comme vous pouviez le lire dans le précédent Maintenance Magazine, Jos Groffils est un ingénieur industriel électricien, âgé de 38 ans, qui a démarré sa carrière professionnelle en 1987 auprès de la société Hydromation à Tongres. Il y a acquis durant 3 ans l’expérience nécessaire pour faire le pas, en 1991, vers DSM à Genk où il démarra comme Project Engineer, comme dans son précédent emploi. En 1993, il fut nommé à la tête du service technique pour être promu 5 ans plus tard Manager technique.

"J’ai démarré au sein de DSM SC comme Project Engineer pour la construction d’installations de compoundage. En 1993, je me suis vu attribuer un projet de non investissement : l’analyse du Service Technique, avec pour objectif final la formulation de propositions d’amélioration. Après ce travail, l’ancien Management Team m’a d’emblée confié la réalisation concrète de ces propositions. Avant que je ne m’en rende compte, j’étais propulsé chef du service technique. Ensuite, en 1999, les services ‘Projet Engineering’ et ‘Achat technique’ ont été rajoutés au Service Technique de sorte que ma fonction a reçu le titre de ‘Manager technique’. Le département complet ‘Technische Dienst & Engineering (TDE)’ compte aujourd’hui 36 collaborateurs fixes" observe Jos Groffils.

En 2001, la responsabilité de Jos Groffils s’est encore étendue. Il a également reçu la fonction de Business Maintenance Manager pour le Business Group DSM Engineering Plastics (DEP). Il devint ainsi responsable de la stratégie d’entretien et de la synergie au travers des diverses usines. Une conséquence directe de la forte globalisation que connaissait DSM. "DSM SC est une filiale directe de DSM. Elle appartient au Business Group DSM Engineering Plastics et s’axe surtout sur la polymérisation et le compoundage de diverses matières synthétiques. L’usine de Genk est une société de production pure qui ne dispose pas, par exemple, de son propre département de recherche ou de marketing. Sur le plan opérationnel, SC Genk travaille en étroite collaboration avec ses usines sœurs aux Pays-Bas, en Amérique, au Canada et en Chine."
DSM SC a été fondée en 1987. Le site de Genk a été choisi en raison de son emplacement intéressant, proche de la société mère située aux Pays-Bas à Geleen et de la reconversion à l’époque des mines de charbon limbourgeoises. "Notre processus de production est le compoundage" explique notre interlocuteur. "Cela signifie que nous rassemblons les matières synthétiques ‘vierges’ fournies par la maison mère et les améliorons en y rajoutant des pigments, des additifs, du caoutchouc et/ou des matières de charge (surtout du talc et de la fibre de verre). Il en résulte des mélanges, qui présentent de meilleures caractéristiques que les produits vierges et qui sont prêts à être moulés sous injection. 75% de ces mélanges partent vers l’industrie automobile. Ils sont surtout destinés aux pare-chocs et tableaux de bord mais on les retrouve aussi, de plus en plus, sous le capot du moteur. Le reste part vers l’électronique (domestique) et les applications médicales. Le parc de machines comprend une vingtaine de lignes parallèles de compoundage. Le cœur d’une telle ligne de production est une extrudeuse précédée de machines pour l’alimentation et le dosage des matières premières et suivie d’autres machines pour la granulation, le transport, le stockage et l’emballage du produit fini sous la forme de granulé. Nous disposons aussi de notre propre alimentation des ‘utilités’, à savoir la haute tension de 10 kV, l’eau potable, l’azote et l’air. Notre usine peut donc être qualifiée de ‘stand alone multi-product multi-line batch plant’. Etant donné qu’il s’agit d’un processus réclamant une forte main-d’œuvre et que nous produisons littéralement des milliers de recettes différentes, nous tombons sous le dénominateur de chimie ‘fine’."

Stratégie d’entretien
La stratégie d’entretien du tout nouveau Maintenance Manager 2003 est brève mais incisive : garantir, en toute sécurité, une disponibilité maximale des machines à un coût total minimum. En moyenne, DSM SC atteint un degré de disponibilité de 97 à 98% avec une production en full continu. Cela implique que seuls 2 à 3% des arrêts machines sont engendrés par un entretien curatif ou préventif. Un résultat peu évident pour un parc de machines exposé à une usure importante suite au processus de compoundage abrasif. "Pour que l’entretien proactif soit le plus efficace possible" remarque Jos Groffils, "nous optons pour une mentalité mûrement réfléchie de ‘no change’. Les projets d’améliorations techniques sont examinés préalablement de manière très critique et la production et l’entretien ont été progressivement intégrés. Je peux affirmer que la production représente environ 25% de l’entretien préventif et curatif."

Les coûts sont gérés par une application continue de la boucle budgétisation, enregistrement et analyse des frais d’entretien. Les outils d’analyse présents dans le logiciel sont utilisés à cet effet de façon exacerbée. "Nous voulons être les ‘best in class’. Le benchmark ne suffit pas. En 2002, nous avons fait un bond en avant énorme grâce à une implémentation sérieuse des processus de travail DSM Manufacturing Excellence pour l’entretien et l’intégration du SAP PM CMMS" précise encore Jos Groffils.

La plus grande différence vient toutefois, au dire de Jos Groffils, des collaborateurs de DSM SC. "People make the difference. Ils veillent en effet à ce que la gestion stratégique ne se limite pas à quelques concepts ingénieux mais qu’elle induise aussi des résultats concrets. Notre département est une entité indépendante au service de tous les autres départements du site. Le facility management et l’utility management relèvent de surcroît aussi de notre responsabilité. Conformément au QS9000, il existe entre le TDE et les autres départements des accords contractuels ou Service Level Agreements (SLA)."
Bien que la société sous-traite une partie de ses tâches d’entretien, les tâches et interventions principales sont effectuées par l’équipe d’entretien interne. "L’entretien et l’ingénierie sont considérés, plus que jamais, au sein de DSM SC Genk comme une des compétences de base qui permettent de nous distinguer de la concurrence. Nous assurons nous-mêmes l’entretien au cœur de nos installations de production : extrudeuses, granulateurs, systèmes de transport…Nous déterminons ainsi en grande mesure la qualité et la performance de notre usine. Nous disposons de la sorte des compétences (spécifiques) et de l’expérience nécessaires en interne. Ce choix est bien réfléchi. En revanche, nous sous-traitons le ‘high end’ et le ‘low end’, c’est-à-dire l’entretien spécialisé des convertisseurs de fréquence par exemple ou de l’équipement de laboratoire ainsi que les simples travaux de construction. Nous ne travaillons pas avec un seul sous-traitant mais avec diverses sociétés spécialisées ou non. L’outsourcing est également utilisé comme outil de gestion pour compenser les pics et les baisses de la charge de travail. Nous avons sciemment choisi de compenser ces variations de la charge de travail en recourant de manière flexible à un groupe de monteurs extérieurs, dirigés par notre propre ser­vice technique."

Domaines de résultat
Ces dernières années, les modèles d’entretien et les structures qui vont de pair ont continuellement été modifiés/adaptés. Ces changements étaient notamment dus à la sensibilisation croissante à l’égard de la fonction d’entretien dans un environnement de production soumis à des exigences de qualité sans cesse croissantes. Et Jos Groffils de conclure "Je considère la définition des domaines de résultat comme plus importante qu’une description de fonction. Ma fonction a par exemple pour objectif de gérer le département TDE par l’organisation du département, l’accompagnement de l’équipe du département et par une collaboration dépassant le cadre du département et de SC afin d’agrandir et d’entretenir l’usine à un coût total minimum et ceci conformément aux normes de sécurité, de qualité et environnementales en vigueur." Jos Groffils a réussi à mieux harmoniser la production et l’entretien de DSM SC Genk. Il a ainsi optimisé les performances des deux groupes. La collaboration et l’intégration avec la production ont été les principaux facteurs à succès. Il a fait partager aux deux divisions le même objectif et la même vision. <<
Hubert Lahaut

 

©