Machineveiligheid
Nieuwe wetten, nieuwe normen


version française

Voor elke onderneming is een veilig en betrouwbaar verloop van de bedrijfsprocessen van groot belang. Preventie van verstoringen in de vorm van ongevallen, milieu-incidenten, kwaliteitsproblemen en productieverlies is cruciaal voor een gezonde bedrijfsvoering. Immers het gaat om het voorkomen van menselijk leed en verlies van geld en reputatie.


Bedrijven zijn voortdurend op zoek naar verbetering van hun veiligheidsprestaties. Hoe kunnen wij veiligheid nog beter sturen? Hoe voorkomen we overbeveiliging? Staan er daadwerkelijk extra veiligheidsbaten tegenover de meerkosten? “Veiligheid en betrouwbaarheid van werk- en bedrijfsprocessen vereist integrale aandacht voor de wisselwerking tussen mens, organisatie en gebruikte technologie. Dit geldt niet alleen voor de chemische industrie, waar menselijk handelen grote gevolgen kan hebben, maar ook in andere sectoren speelt veiligheid een cruciale rol.” Aan het woord zijn Johan Van den Broeck en Robin Collaert, respectievelijk manager engineering department en planner & coördinator bij Pilz Belgium.

Machinebeveiliging
Waar de machine het werk van de mens een stuk gemakkelijker maakt, zorgt een veilig gebruik voor een toenemend aantal hoofdbrekens. De hele regelgeving rondom machinebeveiliging – in feite wettelijke verplichtingen – maakt de materie extra moeilijk. Elke te beveiligen locatie vraagt immers om een eigen specifieke oplossing. Constructie, montage en elektrische functies moeten zo worden gekozen dat manipulatie en beschadiging worden uitgesloten. De maatregelen moeten precies zijn afgestemd op de risicocategorie en het gebruik ter plaatse. Er is dus heel wat kennis en inzicht nodig om een juist evenwicht tussen veiligheid en economie te bereiken. “Vaak moeten machines worden beveiligd tegen onbedoelde of ongewenste toegang. In die situaties is het van belang om te bepalen welke vorm en welk type beveiliging voldoende waarborg biedt voor een veilige werkomgeving,” aldus onze gesprekspartners. En zij vervolgen: “Bij het beveiligen van machines of groepen machines moeten vaak afschermingen in combinatie met bepaalde veiligheidscomponenten worden toegepast. Met behulp van een daarvoor geëigende norm wordt dan een categorie van risiconiveau geschat bij een bepaald gevaar. Vervolgens wordt er een veiligheidssysteem ontworpen uit componenten die de benodigde categorie van beveiliging bewerkstelligt (verklaring van de desbetreffende fabrikant op te vragen!).”

Verplichtingen werkgever
Nieuwe machines moeten voorzien zijn van de CE-markering en een verklaring dat ze voldoen aan de Machinerichtlijn. Johan Van den Broeck: “Echter opgelet…De CE-markering zegt niets over de kwaliteit en over de veiligheid van een machine. Hierdoor is wel vrij handelsverkeer van machines binnen Europa mogelijk. Als een nieuwe machine in België wordt verkocht en is geplaatst, dan wordt deze een ‘in gebruik zijnd arbeidsmiddel’ en dan treedt de arbeidswetgeving in werking.” De concretisering van de eisen volgens de Machinerichtlijn is nu voor een groot gedeelte vastgelegd in geharmoniseerde normen. Daarmee zijn de eisen voor nieuwe machines duidelijk omschreven. De eisen voor gebruikte en in gebruik zijnde machines zijn vastgelegd in bijlagen van diezelfde wetgeving. Johan Van den Broeck: “In onze wetgeving is een eis opgenomen dat de werkgever verplicht is een risico-inventarisatie te maken om de gevaren binnen de arbeidsomgeving in kaart te brengen. Daarnaast moet er in een plan van aanpak aangegeven worden op welke wijze die gevaren worden weggenomen en binnen welke termijn.” De Belgische wetgeving is op dit gebied duidelijk. De algemene verplichtingen voor de werkgever (KB 8/93 art. 3) zegt: ‘De werkgever neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat arbeidsmiddelen die in de onderneming ter beschikking van de werknemers worden gesteld, geschikt zijn voor het uit te voeren werk, zodat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers tijdens het gebruik van dit arbeidsmiddel kan worden gewaarborgd.’ Robin Collaert: “De basis van een risicoanalyse is een naakte – dus volledig onbeveiligde – machine (dit vraagt soms verbeeldingskracht…). Eén van de onderdelen van de risicoanalyse betreft de risico-evaluatie. Deze is niet objectief uit te voeren, want bijvoorbeeld persoonlijke ervaring, maatschappelijke acceptatie en het bedrijfsimago (veiligheid als pijler in het bedrijf, of slechts voldoen aan de minimale eisen) speelt veelal een niet onbelangrijke rol. Pilz adviseert om een redelijke veiligheidsmarge te nemen en de risicoanalyse door minstens 2 deskundige personen uit tevoeren.” Nu de risico’s in kaart zijn gebracht kan worden nagedacht over het reduceren van de risico’s en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. De volgende vraag kan zich voordoen: “Wat is voldoende veilig?” Johan Van den Broeck: “Voor een groot aantal machines zijn er specifieke veiligheidsnormen. Deze normen geven de huidige stand der techniek aan en wat men vandaag als veiligheidsstandaard hanteert. In deze normen staat dus welke beveiligingen bij nieuwe machines aanwezig zouden moeten zijn. Hier kan men zich richten om antwoord te krijgen op de vraag wat nu voldoende veilig is. Voor oude machines kan dit soms veel te ver gaan. Hier zal men een afweging moeten maken, hoewel een hoog veiligheidsniveau uiteraard gewenst is, het gaat tenslotte om de veiligheid van mensen. Bij het nemen van risicoverlagende maatregelen dient de volgende volgorde te worden gehanteerd:
1. Ontwerp wijziging, zodat gevaar geheel wordt weggenomen bij de bron;
2. Als stap 1 niet kan of onvoldoende is: collectief beveiligen (bv. mechanische afschermingen plaatsen);
3. Als stap 2 niet kan of onvoldoende is: persoonlijk beveiligen (bv. valhelm en veiligheidsbril);
4. Als stap 3 niet kan of onvoldoende is: waarschuwen, informatie (bv. stickers, bedieningsinstructies).
Zorg er ook voor dat door de maatregelen geen extra of andere risico’s ontstaan. Het plaatsen van een hek kan bijvoorbeeld een nieuw knelgevaar introduceren.”

Nieuwe normen machineveiligheid
Een vernieuwde essentiële basisnorm voor machineveiligheid is onlangs gepubliceerd: de tweedelige EN-ISO 12100 (12100-1 en 12100-2). Dit belangrijke element om aan de Machinerichtlijn te voldoen heeft de oudere norm EN 292 (292-1 en 292-2) vervangen. Hierin is een duidelijker onderscheid gemaakt tussen de rol van de ontwerper en die van de gebruiker. Deel 1 (12100-1) bevat de definities van basisbegrippen die in machineveiligheidsnormen en in de Machinerichtlijn worden gebruikt, een overzicht van de voornaamste gevaren die een machine kan veroorzaken en een strategie voor risicoreductie. In deel 2 (12100-2) worden de maatregelen die de ontwerper moet nemen ter verlaging van het risico nader uitgewerkt in drie hoofdstukken:
§ Inherent veilige ontwerpmaatregelen.
§ Beveiliging en aanvullende beschermende maatregelen.
§ De informatie voor het gebruik.
En onze gesprekspartners besluiten: “Ten opzichte van de EN 292-1 zijn enkele belangrijke termen en definities gewijzigd of toegevoegd, en wordt dus duidelijker onderscheid gemaakt tussen de rol van de ontwerper en die van de gebruiker. Bovendien is de overlapping met norm EN 1050 met betrekking tot de risicobeoordeling weggenomen. Ten opzichte van norm EN 292-2 zijn aanvullende beschermende maatregelen toegevoegd die noodzakelijk kunnen zijn met het oog op het bedoeld gebruik en het redelijk voorzienbaar misbruik van de machine. De bijlage waarin de fundamentele eisen uit Bijlage 1 van de Machinerichtlijn worden geciteerd, is vervallen.” De norm is van groot belang voor ontwerpers van machines die onder het toepassingsgebied van de Machinerichtlijn vallen, in het bijzonder voor ontwerpers van machines waar geen zogenaamde C-normen (veiligheidsnormen voor specifieke types machines) voor bestaan, en voor veiligheidsfunctionarissen. Maar is ook te gebruiken voor machines die niet onder de Machinerichtlijn vallen en waar geen specifieke wetgeving of normen voor bestaan. De norm is in verschillende talen (waaronder Nederlands en Frans) verkrijgbaar en is uitermate geschikt voor opleidingen aan ontwerpers en constructeurs van machines, alsook aan de onderhoudsspecialisten.

Machineveilig bedrijf
Om te komen tot een machineveilig bedrijf moet men dit op directie/managementniveau, maar ook om juridisch veilig te zijn, wel willen. Is deze bereidheid er, dan kan een risico-inventarisatie worden uitgevoerd en een plan van aanpak worden opgesteld. De RI&E (Risico-Inventarisatie en Evaluatie) zou dan regelmatig moeten worden geëvalueerd/bijgestuurd (dynamisch systeem van risicobeheersing), zodat er vooruitgang wordt geboekt. Zorg er tevens voor dat de nieuwe machines CE-gemarkeerd zijn en laat desnoods bij aankoop een extra controle uitvoeren. Het uitvoeren van een RI&E voor een machine kan op verschillende manieren:
§ Zelf met externe ondersteuning;
§ Met een team in het bedrijf (al dan niet met externe ondersteuning)
§ Volledig uitbesteed.
Bij een machine RI&E moet (afhankelijk van de machine) al snel op een tijdsbesteding van 2 à 3 uur per machine worden gerekend, inclusief rapportage.
Laat u niet verrassen. Eenvoudige en snelle manieren bestaan niet.
Hubert Lahaut, Maintenance Magazine

Sécurité machines
Nouvelles lois, nouvelles normes


Toute entreprise attache de l’importance à un déroulement fiable et sécurisé de ses processus. La prévention des pannes entraînant accidents, incidents environnementaux, problèmes de qualité et pertes de production est cruciale pour une saine gestion. Il s’agit en effet d’éviter des souffrances humaines et la perte de son argent et de sa réputation.


Les sociétés cherchent continuellement à améliorer leurs performances en matière de sécurité. Comment améliorer davantage la sécurité? Comment éviter la surprotection? Les surcoûts sont-ils réellement synonymes de profits supplémentaires en matière de protection? «La sécurité et la fiabilité des processus de travail et d’exploitation exigent une attention totale au niveau de l’interaction entre l’homme, l’organisation et la technologie utilisée. Cela ne vaut pas seulement pour l’industrie chimique, où les opérations humaines peuvent avoir de grandes conséquences. Dans d’autres secteurs aussi, la sécurité joue un rôle crucial.» Tels sont les propos de Johan Van den Broeck et de Robin Collaert, respectivement manager engineering department et planner & coordinator chez Pilz Belgium.

Protection machines
Alors que la machine facilite le travail de l’homme, son utilisation sécurisée est un véritable casse-tête. Toute la législation sur la protection machine – en fait des obligations légales – rend cette matière particulièrement complexe. Chaque endroit à sécuriser réclame en effet une solution spécifique. La construction, le montage et les fonctions électriques doivent être choisis de manière à exclure toute manipulation erronée et tout dégât. Les mesures prises doivent parfaitement répondre à la catégorie de risque et à l’utilisation sur site. Il faut donc disposer de beaucoup de connaissances et d’une bonne compréhension pour trouver l’équilibre parfait entre la sécurité et l’économie. «Souvent, les machines doivent être protégées contre un accès involontaire ou indésirable. Il est important dans ces situations de déterminer quelle forme et quel type de protection offrent une garantie suffisante pour un environnement de travail sûr» précisent nos interlocuteurs. Et de poursuivre: «Lors de la protection de machines ou de groupes de machines, il faut souvent appliquer des protections physiques en combinaison avec certains composants de sécurité. La catégorie de niveau de risque d’un danger précis est estimée en se basant sur une norme dédiée à cet effet. Ensuite, un système de sécurité est mis au point à partir de composants apportant la catégorie de protection souhaitée (demander la déclaration du constructeur !).»

Obligations de l’employeur
Les nouvelles machines doivent être dotées d’un marquage CE et disposer d’une déclaration selon laquelle elles répondent aux directives machines. «Attention toutefois» remarque Johan Van den Broeck, «le marquage CE ne dit rien sur la qualité et la sécurité d’une machine. Il permet ainsi une libre circulation des machines en Europe. Une machine vendue et placée en Belgique devient un outil de travail en service et tombe sous la législation du travail.» La concrétisation des exigences imposées par la Directive machines est aujourd’hui en grande partie déterminée par des normes harmonisées. Les exigences relatives aux machines utilisées et en service sont définies dans des annexes de cette même législation. «Notre législation reprend une exigence selon laquelle l’employeur est obligé d’établir un inventaire des risques afin de disposer d’un aperçu des dangers de l’environnement de travail. Cet inventaire doit reprendre un plan d’action qui indique comment et dans quel délai ces dangers seront supprimés» précise encore Johan Van den Broeck. La législation belge est très claire à ce sujet. Les obligations générales pour l’employeur (AR 8/93 art. 3) stipulent: ‘L’employeur doit prendre les mesures nécessaires pour s’assurer que les outils mis à la disposition de l’employé dans l’entreprise conviennent au travail à effectuer et garantissent la sécurité et la santé des employés durant l’utilisation de cet outil.’ «Une analyse des risques s’effectue sur une machine nue – c.-à-d. sans aucune protection (cela demande parfois une certaine imagination…)» explique Robin Collaert. «Un des éléments de l’analyse des risques concerne leur évaluation. Celle-ci ne peut être réalisée objectivement car l’expérience professionnelle, l’acceptation sociale et l’image de l’entreprise (considérer la sécurité comme un pilier de l’entreprise ou satisfaire uniquement aux exigences minimales) jouent un rôle non négligeable. Pilz conseille aux entreprises de prendre une marge de sécurité suffisante et de faire réaliser l’analyse des risques par au moins deux spécialistes.» Lorsque ces risques sont connus, on peut voir comment les réduire et quelles mesures prendre à cet effet. La question suivante vient naturellement à l’esprit: «Qu’entend-on par une sécurité suffisante?» A cela, Johan Van den Broeck répond: «Pour un grand nombre de machines, il existe des normes de sécurité spécifiques. Ces normes indiquent l’état actuel de la technique et le standard de sécurité respecté à l’heure actuelle. Ces normes précisent donc les protections dont doivent disposer les nouvelles machines. On peut s’y référer pour savoir ce qu’on entend par une sécurité suffisante. Cela peut parfois aller beaucoup trop loin pour les anciennes machines. Il faudra alors évaluer ce qu’il y a lieu de faire, même si un niveau de sécurité élevé est naturellement souhaité puisqu’il s’agit en fin de compte de la sécurité du personnel. Lors de la prise de mesures réduisant le risque, il convient de respecter l’ordre suivant:
§ modifier le concept afin de supprimer tout danger à la source ;
§ si la première étape s’avère impossible ou insuffisante, assurer une protection collective (par ex. placer des protections mécaniques)
§ si la seconde étape s’avère impossible ou insuffisante, prévoir une protection personnelle (par ex. casque et lunettes de protection)
§ si la troisième étape s’avère impossible ou insuffisante, prévenir, informer (par ex. autocollants, instructions de service)
Assurez-vous que les mesures n’induisent pas de nouveaux risques ou des risques supplémentaires. L’installation d’une barrière peut par exemple induire un nouveau danger, comme celui de rester coincé.

Nouvelles normes de sécurité machine
Une nouvelle norme de base essentielle pour la sécurité machine a récemment été publiée: la norme EN-ISO 12100 divisée en deux parties (12100-1 et 12100-2). Cette norme importante pour rencontrer la directive machines remplace la norme plus ancienne EN 292 (292-1 et 292-2). Elle opère une distinction claire entre le rôle du concepteur et celui de l’utilisateur. La partie 1 (12100-1) comprend les définitions des notions de base utilisées dans les normes de sécurité machine et dans la directive machines, un aperçu des principaux dangers que peut provoquer une machine et une stratégie permettant de réduire ces risques. La partie 2 (12100-2) aborde plus en détail les mesures que doit prendre le concepteur pour réduire les risques. Ces mesures sont exposées dans trois chapitres:
§ Les mesures de conception intrinsèquement sûres
§ La protection et les mesures de protection complémentaires
§ L’information pour l’utilisation
Et nos interlocuteurs de conclure: “Par rapport à la norme EN 292-1, certains termes et définitions importants ont été modifiés ou rajoutés. Une distinction plus claire est établie entre le rôle du concepteur et celui de l’utilisateur. En outre, il n’y a plus de chevauchement avec la norme EN 1050 concernant l’évaluation des risques. Par rapport à la norme EN 292-2, des mesures de protection complémentaires ont été rajoutées. Celles-ci peuvent être nécessaires en vue de l’utilisation visée et du mauvais usage assez prévisible de la machine. L’annexe dans laquelle sont citées les exigences fondamentales de l’Annexe 1 de la Directive machines est tombée.» La norme est d’une grande importance pour les concepteurs de machines tombant dans le champ d’application de la directive machines, en particulier pour les concepteurs de machines pour lesquelles il n’existe pas de normes C (normes de sécurité pour des types de machines spécifiques) et pour les fonctionnaires de sécurité. Cependant, elle s’applique aussi aux machines qui ne tombent pas sous la directive machines et pour lesquelles il n’existe pas de législation ou de normes spécifiques. La norme est disponible en diverses langues (parmi lesquelles le néerlandais et le français) et convient parfaitement bien aux formations des concepteurs et constructeurs de machines de même qu’aux spécialistes en entretien.

Une société avec des machines sûres
Pour qu’une société puisse se targuer de disposer de machines sûres et être juridiquement protégée, il faut que la direction et le management le souhaitent. S’ils sont disposés, on peut dresser un inventaire des risques et établir une stratégie. Le RI&E (inventaire et évaluation des risques) devrait alors régulièrement être évalué/corrigé (système dynamique de maîtrise des risques) afin d’enregistrer les progrès réalisés. Assurez-vous aussi que les nouvelles machines disposent d’un marquage CE et faites réalisez, si nécessaire, un contrôle supplémentaire lors de l’achat. La réalisation du RI&E d’une machine peut se faire de diverses façons:
§ Seul avec un soutien externe;
§ Avec une équipe de l’entreprise (bénéficiant ou non d’un support externe);
§ Par sous-traitance.
§ Il faut facilement compter 2 à 3 heures pour réaliser le RI&E d’une machine (en fonction de la machine), rapport compris.
Ne vous faites pas surprendre, il n’existe pas de méthodes simples et rapides <<
Hubert Lahaut, Maintenance Magazine

 

 

©