Belgisch Maintenance Manager van het Jaar 2005
Benoît Noël wint !


version française

Als motivator voor de Belgische industriële onderhoudssector organiseerde Bemas – Belgian Maintenance Association – in samenwerking met Maintenance Magazine, voor de achtste maal op rij, de verkiezing van de Belgische Maintenance Manager van het Jaar. Na een spannende nek-aan-nek race werd Benoît Noël van het in Charleroi gevestigde Industeel België, uiteindelijk als laureaat verkozen.


Benoît Noël is een 36-jarige burgerlijk ingenieur mechanica die in 1991 afstudeerde aan de ‘Faculté Polytechnique de Mons’. Na zijn studies startte deze, in Charleroi geboren en getogen jonge vader van Lucie en Louise, zijn beroepsloopbaan bij het toenmalige Fafer (Fabrique de Fer de Charleroi), als ingenieur in de afdeling onderhoud walserij. Deze kersverse ‘Maintenance Manager van het Jaar 2005’ is nog steeds werkzaam bij deze internationale staalfabrikant, die echter na te zijn opgenomen in de Arcelor groep, naambekendheid kreeg onder de naam Industeel. Benoît Noël: “Binnen Industeel België ben ik in de loop der jaren geëvolueerd door te werken bij verschillende onderhoudsdiensten en –afdelingen om in 2003 verantwoordelijk te worden voor alle onderhoudsafdelingen van het bedrijf. Vanaf toen maak ik ook deel uit van het directiecomité”.
Het is de eerste maal dat Benoît Noël deelneemt aan deze verkiezing. Hij ziet zijn deelname als de ideale mogelijkheid om de aandacht te vestigen op een fijne groep medewerkers en hun realisaties op onderhoudsgebied binnen Industeel België, die samen met de verschillende verantwoordelijken continu zoeken naar verbeteringen. “Daarnaast geeft het ons ook de gelegenheid om onze onderhoudsstrategie te toetsen aan de constructieve visie van enkele vooraanstaande onderhoudsspecialisten, want je bent nooit te oud om te leren, en het is ook een prima referentiekader om te zien waar wij als team staan in de Belgische onderhoudswereld”, aldus Benoît Noël. En hij vervolgt: “Het machinepark op de site wordt zwaar gesolliciteerd door een productie die zich steeds meer en meer specialiseert in het fabriceren van speciale staalsoorten, die een hoge toegevoegde waarde leveren, doch moeilijk realiseerbaar zijn. Onze onderhoudsafdelingen hebben dan ook een grote verantwoordelijkheid om de goede en vlotte werking van, deze regelmatig op hun limiet draaiend productieproces, te garanderen”.
Dat in een dergelijk bedrijf, dat 925 personen tewerkstelt en circa 275.000 ton plaatstaal en andere halffabrikaten produceert, het maintenance gebeuren een belangrijke plaats inneemt, hoeft geen betoog. Bij Industeel België telt de onderhoudsafdeling – die is opgesplitst in vijf gespecialiseerde afdelingen – 175 medewerkers die als doel hebben een belangrijke bijdrage te leveren om de bedrijfsdoeleinden te realiseren. Dat de taak van Benoît Noël een veeleisende en veelomvattende functie is mag ook blijken uit het uigebreide takenpakket en verantwoordelijkheden. De kernsresultaatgebieden van de functie zijn veelzeggend en omvatten o.a. de coördinatie en verbetering van het onderhoud van het volledige machinepark,, inclusief people management en het ontwikkelen en concretiseren van inzicht in de korte en lange termijn bedrijfsvisie,, veiligheid, het implementeren en op punt stellen van een optimale kosten/baten mix, in productie nemen van nieuwe machines en eventuele aanpassingen, waken over de afgesproken budgetnormen, enz. Benoît Noël: “Bij Industeel België is onderhoud een sterk gewaardeerde en zelfstandige divisie met een eigen visie en onderhoudsplan, dat integraal deel uitmaakt van het algemeen bedrijfsbeleid. Onze doelstelling is, zowel op korte-, middel- als lange termijn, dankzij gebruikmaking van TPM (Total Productive Maintenance) nog beter in te spelen op de specifieke eisen die een bedrijf als Industeel vraagt. Dit omvat dus ook het verder ontwikkelen en implementeren van een onderhoudsvisie gericht op het steeds verbeteren van de totale plant performance, preventief en predictief onderhoud neerzetten, invoeren en uitbouwen van de installatiebeheerfuncties, enz”.
Kort samengevat kan men stellen dat de onderhoudsdienst binnen Industeel België instaat voor de gewenste beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van het machinepark tegen de meest economische voorwaarden door o.a. snel en efficiënt herstelonderhoud, professioneel en effectief preventief en predictief onderhoud waar nodig, ondersteunen van investeringsprojecten en productiviteitsverbeteringen en technisch advies, met medewerkers die de eigenheden van de installaties en de niet neergeschreven spelregels (know-how) beheersen. <<

Belgisch Maintenance Manager van het Jaar 2005
Verdienstelijk

Hoe verdienstelijk alle deelnemende kandidaten ook mogen zijn, aan de eindmeet kan er spijtig genoeg maar één winnaar worden bekroond. Desalniettemin hebben de twee andere kandidaat Maintenance Managers van het Jaar 2005, te weten Herman Aerts van Borealis en Vincent Van Coppenolle van Sidmar zich de voorbije maanden onderscheiden door hun inzicht, gedrevenheid, strategisch inzicht en vernieuwing en opwaarderen van het onderhoudsgebeuren binnen hun bedrijf, of een combinatie van deze factoren.


Herman Aerts
Geboren in augustus 1957, promoveerde Herman Aerts aan het H.O.R.I.T.O. & HIK. Geel als technisch ingenieur elektronica met optie elektriciteit, om vervolgens een beloftevolle carrière uit te bouwen. Via een tussenstap bij Amoco Chemicals kwam hij in 1987 bij Neste Chemicals terecht – dat na de fusie in 1994 met Statoil, onder de naam Borealis verder werkte – waar zijn loopbaanontwikkeling, via verschillende projecten zoals de opstart, commissioning en constructie van nieuwe polypropyleen fabrieken in binnen- en buitenland, definitief vorm kreeg. Momenteel bekleedt deze in Beringen tewerkgestelde kandidaat Maintenance Manager van het Jaar 2005, de functie van ‘Plant Availability & QC & CDT Manager, waar hij verantwoordelijk is voor drie plants (Beringen, Kallo en Zwijndrecht). Borealis is een chemisch bedrijf waar, op jaarbasis, ongeveer 960.000 ton polyolefinen (polypropyleen, polyetyleen en compounds) en 470.000 ton propyleen wordt geproduceerd. Tijdens zijn drukke beroepsleven vond Herman Aerts toch nog tijd om gedurende twaalf jaar avondschool te volgen voor o.a. information scientist, measure & control technics, automation, maintenance- en projectengineering, enz. Vervolgens volgde hij gedurende zes maanden ook nog een management training in Lausanne.
Zoals de andere twee kandidaten is het ook voor Herman Aerts zijn eerste deelname aan deze wedstrijd. De reden voor zijn deelname verwoordt hij als volgt: “Dit is de eerste maal, en omdat we een drietal jaren geleden een volledig nieuwe strategie uitgewerkt hebben voor onderhoud en engineering, dacht ik dat het nu tijd was om aan te tonen hoe deze vernieuwing een volledig nieuwe kijk geeft op het onderhoudsgebeuren. In plaats van onmiddellijk te denken aan kosten, kent de klant de toegevoegde waarde die we creëren. Samen werken we aan het maximaliseren van de OAE (Overall Asset Effectiveness). We brengen al de productieverliezen in kaart en tonen de toegevoegde waarde door deze pro-actieve aanpak, samen met productie”.
Bij Borealis is Herman Aerts dus verantwoordelijk voor de Plant Availability in België. D.w.z. onderhoud, engineering, contracting & services, met daarbij ook al de studies en projecten. Ook al de kwaliteitslabo’s vallen onder zijn verantwoordelijkheid, en in het Belgium Leadership Team moet hij de groepsstrategie vertalen in een Belgische strategie en deze implementeren. Dergelijke veelzijdige job is geen sinecure, en Herman Aerts moet dus ook kunnen rekenen op adequate en toegewijde medewerkers. “Mijn team bestaat uit zo’n 105 medewerkers over de drie locaties. Wij werken volwaardig zelfstandig met een team dat focust op korte termijn en een aantal teams die steeds werken aan de lange termijn aspecten. De technieken die we onder andere toepassen zijn bijvoorbeeld: Risk Based werkorderselectie, RCM ‘Reliability Centred Maintenance, Risk Based Inspection, Defect Elimination Process, Life Time Extension plannen, enz. Plant Availability behoort dus duidelijk tot de core business van het bedrijf met als doelstelling het maximaliseren van de efficiëntie van de assets. We willen een leider zijn op gebied van veiligheid, gezondheid, milieu en betrouwbaarheid van de installaties op een kostencompetitieve manier. Gezien ik lid ben van het Belgium Leaadership Team en ik rechtstreeks rapporteer aan Willy Raymaekers, onze General Manager voor België en Jari Lethinen, Matrix Manager (group level), heb ik voldoende kunnen bewijzen dat onderhoud een deel is van het core proces. Immers onderhoud bewijst dagelijks zijn toegevoegde waarde. Samen met mijn team moeten wij de doelstellingen van de site verwezenlijken en de weg van voortdurende verbeteren verder bewandelen. Borealis Plant Availability België heeft tijdens de laatste audit de hoogste score gehaald van al de Borealis vestigingen. Veiligheid, klantentevredenheid en operationeel excellence zijn hierbij de kernpunten”. <<

Vincent Van Coppenolle
Deze 40-jarige burgerlijk ingenieur in de werktuigkunde, promoveerde in 1987 aan de Rijksuniversiteit Gent. Na zijn studies startte deze gelukkig gehuwde vader van twee dochters, onmiddellijk zijn beroepsloopbaan bij Picanol. Twee jaar later, in 1989, stapte hij over naar Sidmar in Gent. De voornaamste reden voor deze ‘switch’ was het feit dat er absoluut een onderhoudsjob werd beoogd. “Na een achttal jaar als verantwoordelijke mechanisch onderhoud in de walserij, werd ik verantwoordelijk voor een eerste groot project, namelijk de bouw van een hefbalkoven. Het werd, samen met de vele medewerkers van de studiedienst, een zeer leerrijke en vruchtbare periode”, aldus Vincent Van Coppenolle. Na deze succesvolle realisatie bracht Vincent vervolgens drie jaar door in een beloftevol R&D-project van directe reductie. Toen het project, om allerlei redenen niet doorging, werd hij onmiddellijk aangesteld als assistent bouwleider voor de bouw en inbedrijfname van de tweede continu gieterij. Toen ook dit project voltooid was, ontwikkelde zijn loopbaan zich verder via een aantal kleinere projecten in diverse delen van de fabriek. Onze gesprekspartner bleef echter niet bij de pakken zitten, en tussen zijn drukke beroepsleven door, maakte hij ook nog tijd vrij om een MBA-opleiding te volgen in Parijs aan de ESCP-EAP, om vervolgens in juni 2004, aangesteld te worden als verantwoordelijke voor de afdeling algemene diensten op Sidmar. Het is de eerste maal dat Vincent Van Coppenolle deelneemt aan deze verkiezing. De reden voor zijn deelname is o.a. het krijgen van een bevestiging voor hem en zijn medewerkers door een professioneel extern team. Zelf formuleert hij het zo: “Het is in feite gestart uit interesse om dus eens van buitenaf een assesment te krijgen over hoe we als algemene onderhoudsafdeling scoren. Een tweede, andere belangrijke reden is ook het netwerken. Ik vind dat wij, als onderhoudsspecialisten, veel te weinig pogingen doen om van elkaars ‘vallen en opstaan’ te leren, en deze interessante organisatie leek me een ideale ‘toegangspoort’. Ongeacht de uitslag van deze verkiezing, voel ik me nu reeds geslaagd, want de opmaak van het ganse dossier en de doorgedreven audit waren uiterst leerrijk. Ik kan het iedereen aanraden. In feite zou men alleen al daarom de moeite moeten nemen”. Sidmar is een geïntegreerd staalbedrijf waar uitsluitend vlakstaal wordt geproduceerd. Dit houdt in dat op de site alle productiefaciliteiten aanwezig zijn: van haven over cokesfabriek, sinterfabriek en hoogovens, tot staalfabriek, warm- en koudwals en afwerkingslijnen. De ganse afdeling waarvoor Vincent verantwoordelijk is, bestaat uit 425 personen, waarvan onderhoud aan loopkranen en centrale werkplaats het grootste deel van uitmaakt. “Mijn taak kan het best omschreven worden als het coördineren van de resources op de vele verschillende vakdisciplines, om binnen bepaalde economische grenzen te voldoen aan de wensen en vragen van alle interne klanten. Hiervoor kan ik beroep doen op een team van ‘lijnverantwoordelijken’ die de hiërarchische chefs zijn van de meestergasten enerzijds en anderzijds op een team van ‘ondersteuningsverantwoordelijken’, die vooral belast zijn met middelgrote verbeteringsprojecten”.Dat dergelijk zwaar belaste afdeling niet alles zelf kan doen, lijkt ons nogal logische. Alhoewel…, want volgens Vincent is outsourcing relatief nieuw in het bedrijf, en zijn ze nog volop bezig met het evalueren van de eerste ervaringen. Van één feit is hij echter overtuigd en dat is dat er voor de niet-core businessactiviteiten die worden uitbesteedt aan een partner er een gezonde win-win situatie moet bestaan. Als wij Vincent vragen hoe hij de toekomst van zijn afdeling binnen Sidmar ziet, is hij optimistisch: “Als we kijken naar wat we in huis hebben op vlak van stielkennis, hoe hoog de betrokkenheid en het engagement van ons mensen ligt en het niveau van inzet, dan kunnen we enkel besluiten dat de startvoorwaarden in elk geval ruimschoots zijn vervuld. De sleutel naar de toekomst ligt er volgens mij dan ook in, om voor elke man, elke ploeg en elke sectie de juiste doelstelling voorop te stellen en over voldoende flexibiliteit te beschikken om deze continu variërende doelstelling te blijven beogen”. <<

Maintenance Manager belge de l’année 2005
Benoît Noël: le gagnant


En tant que moteur du secteur de la maintenance industrielle belge, la Bemas – Belgian Maintenance Association –organisait, en collaboration avec Maintenance Magazine, pour la huitième fois consécutive, l’élection du Maintenance Manager belge de l’année. Après une course très serrée, Benoît Noël de la société Industeel Belgique à Charleroi, a finalement été choisi comme lauréat.


Benoît Noël est ingénieur civil en mécanique. Agé de 36 ans, il termina ses études en 1991 à la ‘Faculté Polytechnique de Mons’. Après ces études, ce carolorégien d’origine, jeune papa de Lucie et Louise, démarra sa carrière à l’ancienne Fafer (Fabrique de Fer de Charleroi), comme ingénieur au département de maintenance du laminoir. Le tout nouveau ‘Maintenance Manager de l’année 2005’ est toujours actif dans cette entreprise sidérurgique internationale qui, après avoir été reprise dans le groupe Arcelor, est aujourd’hui connue sous le nom d’Industeel. «J’ai évolué au fil des ans au sein d’Industeel en travaillant dans différents services et départements de maintenance. En 2003, j’ai été désigné responsable de tous les départements de maintenance de la société. Depuis, je fais également partie du comité de direction» explique Benoît Noël.

Benoît Noël participait pour la première fois à cette élection. Il voit sa participation comme une opportunité idéale pour attirer l’attention sur un groupe de collaborateurs performants et sur leurs réalisations en matière de maintenance au sein d’Industeel Belgique. De concert avec les différents responsables, les collaborateurs cherchent continuellement à améliorer l’outil. «La participation à l’élection nous permet aussi de soumettre notre stratégie de maintenance à la vision constructive de plusieurs spécialistes de renom en maintenance. De fait, il n’est jamais trop tard pour apprendre et nous avions là une superbe occasion de voir où nous en sommes, en tant qu’équipe, dans le monde de la maintenance belge» ajoute-t-il. «Le parc de machines du site est fortement sollicité par une production qui se spécialise de plus en plus dans la fabrication d’aciers spéciaux, qui apportent une grande valeur ajoutée mais sont complexes à produire. Nos départements de maintenance ont dès lors la grande responsabilité de garantir le bon fonctionnement de ce processus de production qui tourne régulièrement à sa limite.» Nul besoin de préciser que dans une telle entreprise, qui emploie 925 personnes et produit environ 275.000 tonnes de feuilles d’acier et d’autres produits semi-finis, la maintenance occupe un rôle capital. Le département de maintenance d’Industeel Belgique – réparti en cinq départements spécialisés – compte 175 collaborateurs qui doivent apporter une importante contribution à la réalisation des objectifs de l’entreprise. La vaste palette de tâches et responsabilités qu’assume Benoît Noël souligne l’étendue et l’exigence de sa fonction. Les principaux objectifs de sa fonction sont éloquents et comprennent entre autres la coordination et l’amélioration de la maintenance du parc de machines, y compris la gestion du personnel et le développement et la concrétisation de la perception de la vision de l’entreprise à court et moyen terme, la sécurité, l’implémentation et la mise sur pied d’une combinaison de coûts et profits optimale, la mise en service de nouvelles machines, les éventuelles adaptations, la surveillance des normes budgétaires convenues… «Chez Industeel Belgique, la maintenance est une division indépendante et fortement appréciée. Elle fait intégralement partie de la politique générale. Notre objectif - à court, moyen et long terme - est de réagir encore mieux aux exigences spécifiques d’une entreprise comme Industeel, en recourant à la TPM (Total Productive Maintenance). Cela implique donc le développement et l’implémentation d’une vision de la maintenance, axée sur l’amélioration continue de la performance globale de l’installation, la mise sur pied d’une maintenance préventive et prédictive, l’introduction et le développement des fonctions de gestion de l’installation…” En résumé, nous pouvons dire que le service de maintenance au sein d’Industeel Belgique assure la disponibilité, la fiabilité et la sécurité souhaitées du parc de machines, aux conditions les plus économiques, grâce entre autres à une maintenance curative rapide et efficace, une maintenance préventive et prédictive professionnelle et effective là où cela s’avère nécessaire, un support des projets d’investissements et des améliorations de productivité, des conseils techniques… assurés par des collaborateurs qui maîtrisent les particularités des installations et les règles tacites du jeu (know-how). <<

Maintenance Manager belge de l’année 2005
Exemplaires

Malgré tout le mérite des candidats participants, il n’y a toujours qu’un seul vainqueur. Nonobstant, les deux autres candidats au titre de Maintenance Manager de l’année 2005, à savoir Herman Aerts de Borealis et Vincent Van Coppenolle de Sidmar, se sont distingués ces douze derniers mois par leur compréhension, leur dévouement et leur perception, rénovation et valorisation stratégiques de la maintenance au sein de leur entreprise.


Herman Aerts
Né en août 1957, Herman Aerts a étudié au H.O.R.I.T.O. & HIK de Geel comme ingénieur technicien en électronique avec l’électricité en option. Il se lança ensuite dans une carrière prometteuse. Après un passage chez Amoco Chemicals, il aboutit en 1987 chez Neste Chemicals qui fusionna en 1994 avec Statoil pour poursuivre ses activités sous le nom de Borealis. Sa carrière prit définitivement forme avec divers projets comme le démarrage, la mise en service et la construction de nouvelles usines de polypropylène en Belgique et à l’étranger. Aujourd’hui, le candidat au concours de Maintenance Manager de l’année 2005 occupe à Beringen la fonction de ‘Plant Availability & QC & CDT Manager’. Il y est responsable de trois usines (Beringen, Kallo et Zwijndrecht). Borealis est une société chimique où l’on produit, chaque année, environ 960.000 tonnes de polyoléfines (polypropylène, polyéthylène et composés) et 470.000 tonnes de propylène. Malgré une vie professionnelle bien chargée, Herman Aerts a encore trouvé le temps de suivre durant douze ans des cours du soir, notamment en information scientist, measure & control technics, automation et maintenance & project engineering. Ensuite, il a suivi durant six mois une formation en management à Lausanne. A l’instar des deux autres candidats, Herman Aerts participe pour la première fois au concours. Il explique comme suit la raison de sa participation. «C’est la première fois que je participe au concours. Comme nous avions élaboré il y a trois ans une toute nouvelle stratégie pour la maintenance et l’ingénierie, j’ai pensé qu’il était temps de montrer comment cette rénovation apporte un nouveau regard sur la maintenance. Au lieu de penser immédiatement aux coûts, le client connaît la valeur ajoutée que nous lui apportons. Ensemble, nous cherchons à maximaliser l’OAE (Overall Asset Effectiveness). Nous dressons la carte de toutes les pertes de production et montrons la valeur ajoutée qui ressort de cette approche proactive, combinée à la production. Nous travaillons comme une seule équipe aux mêmes objectifs et sommes, ensemble, responsables des coûts et des résultats.» Herman Aerts est donc responsable chez Borealis de la Plant Availability en Belgique. Cela sous-entend la maintenance, l’ingénierie, le contracting et les services, de même que les études et projets. Tous les laboratoires de qualité, où sont effectués les derniers contrôles de qualité des produits finis, tombent sous sa responsabilité. Au sein du Belgium Leadership Team, il doit traduire la stratégie du groupe en une stratégie belge et l’implémenter. Un tel job polyvalent n’est pas une sinécure et Herman Aerts doit pouvoir compter sur des collaborateurs compétents et dévoués. «Mon équipe comprend quelque 105 collaborateurs répartis sur les trois sites. Nous sommes entièrement indépendants. Une équipe se concentre sur le court terme et plusieurs équipes travaillent sans cesse aux aspects long terme. Les techniques que nous appliquons sont: sélection des ordres de travail Risk Based, RCM ‘Reliability Centred Maintenance’, Risk Based Inspection, Defect Elimination Process, plans de Life Time Extension…La Plant Availability fait donc clairement partie du métier de base de la société et a pour objectif de maximaliser l’efficacité des outils. Nous voulons être un leader en matière de sécurité, santé, environnement et fiabilité des installations et ce, de manière concurrentielle. Vu que je suis membre du Belgium Leadership Team et que je rapporte directement à Willy Raymaekers, notre General Manager pour la Belgique, et à Jari Lethinen, Matrix Manager (au niveau du group), j’ai pu suffisamment prouver que la maintenance fait partie du processus de base. La maintenance démontre chaque jour sa valeur ajoutée. Le tableau de bord des performances du site et des différentes usines comprend des objectifs qui réclament notre contribution si l’on veut les atteindre. Mon équipe et moi devons donc réaliser ensemble les objectifs du site et emprunter la voie des améliorations continues. Borealis Plant Availability Belgique a obtenu le meilleur score lors du dernier audit de tous les sites de Borealis. La sécurité, la satisfaction du client et l’excellence opérationnelle étaient les aspects clés.» <<

Vincent Van Coppenolle
Ingénieur civil en mécanique, Vincent Van Coppenolle termina ses études en 1987 à la Rijksuniversiteit Gent. Après ces études, cet époux comblé et père de deux filles, démarra directement sa carrière chez Picanol. Deux ans plus tard, en 1989, il passa chez Sidmar à Gand. La principale raison de ce ‘changement’ était la volonté absolue d’effectuer un job de maintenance. “Après une huitaine d’années comme responsable de la maintenance mécanique du laminoir, j’ai été désigné responsable d’un premier grand projet, à savoir la construction d’un four à longerons mobiles. Ce fut tant pour moi que pour les nombreux collaborateurs du service d’étude une période très instructive et productive” remarque Vincent Van Coppenolle. Après cette réalisation réussie, Vincent consacra les trois années suivantes à un projet prometteur de R&D en réduction directe. Lorsque le projet fut arrêté pour diverses raisons, il fut immédiatement désigné comme assistant du chef de construction pour la construction et la mise en service de la deuxième fonderie continue. A la fin dudit projet, il poursuivit sa carrière avec plusieurs petits projets dans diverses parties de l’usine. Il ne s’arrêta toutefois pas là. Malgré une vie professionnelle très intensive, il dégagea du temps pour suivre une formation en MBA à Paris, à la ESCP-EAP. En juin 2004, il fut nommé responsable du département services généraux chez Sidmar. Vincent Van Coppenolle participe pour la première fois à cette élection. Il s’est inscrit dans le but notamment d’avoir l’avis d’une équipe professionnelle externe sur son travail et celui de ses collaborateurs. Il formule sa motivation comme suit: “Tout a commencé par l’envie de savoir comment sont évaluées les performances de notre département de maintenance générale à l’extérieur. La mise en réseau est une deuxième raison importante. Je trouve qu’en tant que spécialistes de la maintenance, nous faisons trop peu d’efforts pour tirer des leçons des déboires et réussites de chacun. Cette organisation intéressante me semblait une ‘porte d’accès’ idéale. Quel que soit le résultat de cette élection, j’estime déjà avoir réussi car la réalisation du dossier et l’audit très poussé qui suivit, furent particulièrement enrichissants. Je conseille à tous de participer. En fait, ces raisons à elles seules valent la peine de participer.” Sidmar est une entreprise sidérurgique intégrée qui fabrique exclusivement de l’acier plat. Le site comprend par conséquent toutes les facilités de production: port, cokerie, usine d’agglomération et hauts fourneaux, aciérie, laminoirs à chaud et à froid et lignes de finition. Le département entier qui tombe sous la responsabilité de Vincent compte 425 personnes qui se chargent principalement de la maintenance des ponts roulants et de l’atelier central. “Ma tâche consiste surtout à coordonner les ressources des nombreuses disciplines différentes, afin de répondre dans certaines limites économiques aux souhaits et demandes de tous les clients internes. Pour ce faire, je peux faire appel d’une part, à une équipe de ‘responsables de ligne’ qui sont les chefs hiérarchiques des contremaîtres et d’autre part, à une équipe de ‘responsables de support’ qui sont surtout chargés de projets d’amélioration de taille moyenne.» Il semble assez logique qu’un département aussi sollicité ne puisse pas se charger seul de tout. Bien que… De fait, selon Vincent, l’externalisation est un concept relativement neuf dans l’entreprise qui évalue pour l’heure ses premières expériences. Il est toutefois convaincu d’une chose, à savoir qu’il faut respecter une situation win-win saine pour les activités qui, ne relevant pas du métier de base, sont sous-traitées à un partenaire. Si nous demandons à Vincent comment il voit l’avenir de son service au sein de Sidmar, il se montre optimiste: «Si nous regardons ce que nous avons en interne en matière de savoir-faire spécifique, d’implication et d’engagement de notre personnel, nous pouvons dire que les conditions de départ sont à coup sûr largement remplies. La clé de l’avenir consiste dès lors, selon moi, à définir pour chaque homme, chaque équipe et chaque section, le bon objectif et à disposer d’une flexibilité suffisante afin de tendre continuellement à cet objectif en perpétuelle évolution.” <<

 

©