|
De nieuwe VCA is
er
En wat met de wetgeving?
version française
De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de nieuwe versie van de VCA. De
verantwoordelijke instanties in België en Nederland zijn klaar met hun
werkzaamheden. Hij is in werking getreden op 1 maart 2004, uiteraard met een
overgangsregeling.
De Veiligheids Checklijst Aannemers is (nog) niet wettelijk verplicht, echter
het sluit wel aan bij de verplichtingen van de Arbeidswetgeving en is ook
opgenomen in het FARAOplan van staatssecretaris Kathleen Van Brempt.
Opdrachtgevers en contractors hebben een aantal wettelijke verplichtingen om
zowel de eigen werknemers als die van de onderaannemer van risico’s te
vrijwaren. Deze verplichtingen staan ingeschreven in de Wet Welzijn van 4
augustus 1996 en haar uitvoeringsbesluiten van 27 maart 1998.
Het gaat om veprlichtingen zoals informatieuitwisseling, de afsluiting van een
overeenkomst, enz, maar daarnaast heeft elke opdrachtgever ook de plicht om
onveilige contractors te weren. Hoe dit moet gebeuren, vermeldt de wet niet. Het
is aan de opdrachtgever om hiervoor de gepaste manier te vinden.
Eén van de mogelijkheden die hij heeft, is een beroep doen op contractors die
een kwaliteits- of veiligheidslabel, attest of certificaat hebben. BeSaCC en VCA
zijn zo’n systemen. Beide systemen worden in België beheerd in de schoot van de
vzw BeSaCC-VCA.
Een bijkomende troef
BeSaCC staat voor Belgian Safety Criteria for Contractors. Met deze lijst is
getracht de eisen van de wetgever ten aanzien van het werken met contractors in
het kader van de welzijnswet te concretiseren. De BeSaCC-lijst is dan een
praktisch hulpmiddel met ‘criteria’, een checklist om te onderzoeken hoe het met
de veiligheid van de contractor gesteld is. Het heeft een tweeledig doel:
enerzijds is het een hulpmiddel voor de opdrachtgever om potentiële contractors
te evalueren en anderzijds kunnen contractors aan de hand van deze lijst
zichzelf beoordelen.
De BeSaCC-lijst is afkomstig van het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen)
en is vooral bedoeld voor de kleinere aannemers en onderaannemers die
werkzaamheden met ‘een beperkt risico’ uitvoeren. De BeSaCC-lijst kan ook gezien
worden als eerste stap naar het VCA-systeem. Contractors die een BeSaCC-attest
of een VCA-certificaat behalen, tonen hiermee aan dat zij in ieder geval voldoen
aan de wettelijke eisen.
VCA-certificering
Steeds meer opdrachtgevers willen dat aannemers die werkzaamheden bij hen komen
verrichten VCA gecertificeerd zijn. Op die manier hoeven ze niet zelf uit te
zoeken hoe het met de veiligheid gesteld is binnen het bedrijf van een
contractor. Bij het verwerven van opdrachten geeft het VCA-logo u dus een
voorsprong op collega’s die nog niet zover zijn. Uw VCA-certificaat is een
verklaring dat er een gerechtvaardigd (onderbouwd) vertrouwen is dat uw bedrijf
werkzaamheden waarvoor u gecertificeerd bent, veilig kunt en ook zult uitvoeren.
Bij certificering hoeft u zich niet (meer) te richten op verschillende
vragenlijsten om uw VCA-beleid actueel te houden. De beoordeling daarvan gebeurt
door onafhankelijke en onpartijdige deskundigen die werken met
kwaliteitsauditsystemen.
Bij VCA-certificering moeten twee niveaus onderscheiden worden: VCA* (één ster)
– beperkte goedkeuring. VCA** (dubbele ster) – Algemene goedkeuring. De VCA*
beoordeling is gericht op de directe veiligheidsbeheersing van de activiteiten
op de werkvloer. Dit certificaat is in principe bedoeld voor kleinere bedrijven
(minder dan 35 werknemers), die niet als hoofdaannemer werken. Bij VCA* is er
sprake van 23 ‘must’ vragen. Naast de onder VCA* genoemde beoordeling, worden
bij VCA** ook de veiligheidsstructuren binnen het bedrijf beoordeeld. Deze
goedkeuring is voldoende voor bedrijven om als hoofdaannemer werkzaam te zijn.
Bij VCA** is er sprake van 30 ‘must’ vragen en moet een minimum score van 110
punten (= 50% van het maximum) gescoord worden op de te behalen punten. Bij
beide systemen is er ook sprake van een bovengrens aangaande
ongevalstatistieken. Het aantal ongevallen, met méér dan één dag werkverlet per
1 miljoen gewerkte uren, is maximaal 40.
Het behalen van een certificaat vindt volgens een vaste procedure plaats. Nadat
een VCA-systeem is opgezet en geïmplementeerd is binnen een bedrijf kan men,
nadat men er drie maanden mee gewerkt heeft, een aanvraag ter certificering bij
een certificerende instantie doen. Hierbij worden alle relevante
bedrijfsgegevens en veiligheids-,gezondheids- en milieudocumentatie aan de
certificerende instantie aangeboden. Vervolgens toetst de certificerende
instantie deze veiligheids-, gezondheids-, en milieudocumentatie. Vervolgens
wordt de implementatie in het bedrijf geëvalueerd. In overleg zal een
evaluatieschema worden opgesteld dat aangeeft welke gebieden en werklocaties van
de organisatie geëvalueerd zullen worden. Deze evaluatie zal worden uitgevoerd
volgens de verificatiepunten van de VCA-checklist. Na succesvolle voltooiing van
de evaluatie zal de certificerende instelling een VCA-certificaat afgeven,
waarin vermeld wordt aan welke VCA-norm (*/**) de evaluatie heeft voldaan. Uit
de ‘mustvragen’ die gelden voor het behalen van het VCA**-certificaat blijkt dat
er moet voldaan worden aan strengere eisen dan voor het VCA*-certificaat. Voor
het VCA**-certificaat moeten alle mustvragen voor het VCA*-certificaat om te
beginnen allemaal positief beantwoord worden.
Kans of rage?
Op zich is de VCA een zeer waardevol document, zowel voor de opdrachtgever als
voor de aannemer en externe belanghebbenden, zoals de Arbeidsinspectie. De VCA
is het eerste certificeerbare managementsysteem op het gebied van veiligheid van
arbeid. Daar ligt een wezenlijk pluspunt ten opzichte van eisen stellende
documenten, zoals wetten en richtlijnen. In wezen is de problematiek niet anders
dan die rond andere managementsystemen, zoals kwaliteitszorg. De markt verlangt
van bedrijven dat ze een VCA-certificaat halen, willen ze nog voor opdrachten in
aanmerking komen. Nu is VCA een zogenaamde ‘satisfier’. Bedrijven met VCA hebben
een streepje voor – hoewel zich dat niet in een betere marge uitdrukt. Over
enige tijd zal het niet hebben van VCA een ‘dissatisfier’ zijn. Geen VCA
betekent dat de onderneming het schijnbaar niet zo nauw neemt met veiligheid en
arbeidsomstandigheden.
De bedrijven die momenteel met de eis ‘VCA’ worden geconfronteerd zullen geneigd
zijn het certificaat langs de gemakkelijkst mogelijk weg te behalen. Het beeld
in het beroepsgoederenvervoer ten aanzien van kwaliteit heeft een voorspellende
waarde voor de situatie die daar het gevolg van zal zijn: omvangrijke en
ingewikkelde systemen, die geen enkele relatie hebben met de realiteit van de
onderneming waar ze betrekking op hebben. De systemen zullen zich op termijn
bewijzen als dure oefeningen, zonder enig positief resultaat.
Over het algemeen is het beeld gelukkig positiever. De verhalen van de mislukte
kwaliteitssystemen kent iedereen. Dat is voor velen een reden om toch even wat
langer na te denken alvorens een beroep te doen op een adviseur die belooft het
probleem binnen drie maanden op te lossen. Het blijkt namelijk dat een goed
gebouwd en ingevoerd VCA-systeem méér om het lijf heeft dan het schrijven van
een prachtig handboek en het houden van maandelijkse toolboxmeetings. Een
VCA-systeem kan dienen als een basis-managementsysteem, dat de kern van de
bedrijfsvoering op een eenvoudige wijze kan structureren, documenteren en als
basis kan dienen voor continue verbetering. Verder kan een VCA-systeem ertoe
bijdragen dat de onderneming gaat voldoen aan de wetgeving, ook op de punten die
in de praktijk wat hardnekkiger blijken te zijn (bijvoorbeeld het uivoeren van
het Plan van Aanpak van de RI&E (Risico-Inventarisatie en Evaluatie).
De ervaring wijst uit dat een procesmatige aanpak van VCA leidt tot een
bedrijfsgerichte ontwikkeling van veiligheid, gezondheid en milieu binnen
ondernemingen. De aansluiting met managementsystemen voor arbo-, milieu- en
kwaliteitszorg kan moeiteloos gemaakt worden, omdat er van het bedrijf zelf
wordt uitgegaan. Specialisten zijn dan ook van mening dat het op een zorgvuldige
en doordachte wijze invoeren van VCA leidt tot een managementsysteem dat een
beduidende toegevoegde waarde kan leveren. Het is jammer dat de druk op
ondernemingen om een certificaat te halen zo wordt opgevoerd, omdat het gevolg
zal zijn dat een groot aantal bedrijven in de verleiding zullen komen om te
kiezen voor de snelle oplossing, in plaats voor de duurzame. De ondernemingen
die zich echter niet op laten jagen, zullen vaststellen dat ze VCA kunnen
koppelen aan hun kwaliteitszorgsysteem, of, als ze dat nog niet hebben, dat VCA
een basis kan zijn voor een dergelijk systeem, waarbij de toegevoegde waarde
vrij snel zal blijken. <<
Hubert Lahaut, Maintenance Magazine
Kader:
Pro’s en contra’s
VCA is een blijvertje. De ontwikkeling ervan wordt ingegeven door enkele
wettelijke bepalingen die bedrijven en onderaannemers toelaten risico’s af te
wentelen. De VCA heeft als sterk punt dat het het eerste certificeerbare systeem
is voor een aantal belangrijke aspecten van de zorg voor arbeidsomstandigheden.
Een zwak punt is dat het een checklist is en geen norm, waardoor het voor
ondernemingen nogal eens lastig kan zijn om aansluiting te vinden tussen
checkist en interne organisatie. Het is wél een werktuig om het
veiligheidsmanagementsysteem en de door de aannemer behaalde resultaten te
beoordelen. Het geeft vertrouwen bij het uitvoeren van (gevaarlijk) werk door
competente bedrijven met goed opgeleide werknemers, veiligheidsmanagement en een
sterke toewijding ten aanzien van veiligheid. <<
La nouvelle LSC est là
Quid de la législation?
Ces derniers mois, les instances responsables belges et néerlandaises ont
fortement travaillé à la nouvelle version de la LSC. Aujourd’hui, elle est prête.
La nouvelle version est entrée en vigueur le 1er mars 2004, accompagnée
naturellement d’un règlement de transition.
La Liste de contrôle Sécurité, santé et environnement Contractants (LSC/VCA)
n’est pas (encore) légalement obligatoire. Cependant, elle cadre avec les
obligations de la Réglementation du travail et est également reprise dans le
plan PHARAon de la secrétaire d’état Kathleen Van Brempt. Les donneurs d’ordre
et entrepreneurs doivent se tenir à plusieurs obligations légales afin de
préserver de tout risque tant les employés internes que ceux du sous-traitant.
Ces obligations sont inscrites dans la Loi du bien-être du 4 août 1996 et dans
ses arrêtés d’exécution du 27 mars 1998. Il s’agit d’obligations telles que l’échange
d’informations, la conclusion d’un contrat… Cependant, chaque donneur d’ordre a
également le devoir de refuser des entrepreneurs dangereux. La loi ne stipule
toutefois pas comment s’y prendre. Il incombe au donneur d’ordre de trouver la
manière adéquate. Une des possibilités s’offrant à lui est de faire appel à des
entrepreneurs disposant d’un label de qualité ou de sécurité, d’une attestation
ou d’un certificat. BeSaCC et LSC sont des systèmes de ce genre, gérés en
Belgique par l’asbl BeSaCC-VCA.
Un atout supplémentaire
BeSaCC est synonyme de Belgian Safety Criteria for Contractors. Cette liste
tente de concrétiser les exigences du législateur par rapport au travail avec
des entrepreneurs dans le cadre de la loi du bien-être. La liste BeSaCC
constitue alors un outil pratique comportant des ‘critères’, une check-list
permettant de vérifier le niveau de sécurité de l’entrepreneur. Elle poursuit un
double objectif: elle se veut d’une part être un outil pour le donneur d’ordre
afin d’évaluer les entrepreneurs potentiels et permet, d’autre part, aux
entrepreneurs de s’autoévaluer à l’aide de la liste. La liste BeSaCC provient de
la FEB (Fedération des Entreprises de Belgique) et est surtout destinée aux
petits entrepreneurs et sous-entrepreneurs qui effectuent des activités à
‘risque réduit’. La liste BeSaCC peut également être considérée comme une
première étape vers le système LSC. Les entreprises obtenant une attestation
BeSaCC ou un certificat LSC montrent ainsi qu’ils rencontrent les exigences
légales.
Certification LSC
Les donneurs d’ordre souhaitent de plus en plus que les entreprises
contractantes venant effectuer chez eux des travaux, soient certifiées LSC.
Ainsi, ils ne doivent pas vérifier eux-mêmes la sécurité au sein de l’entreprise
sous-traitante. Pour décrocher des contrats, le logo LSC vous confère par
conséquent une avance sur vos concurrents qui ne l’ont pas encore obtenu. Votre
certificat LSC souligne une confiance justifiée (et étayée) dans l’exécution
sûre des activités pour lesquelles vous êtes certifiés. Lors d’une certification,
vous ne devez (plus) vous axez sur divers questionnaires afin d’actualiser votre
gestion LSC. L’évaluation est effectuée par des experts indépendants et neutres
qui utilisent des systèmes d’audit de qualité.
Il convient de distinguer deux niveaux dans la certification LSC: LSC* (une
étoile) équivaut à une approbation limitée et LSC** (deux étoiles) à une
approbation générale. L’évaluation LSC* s’axe sur la maîtrise directe de la
sécurité des activités sur le terrain. Ce certificat est en principe destiné aux
petites sociétés (moins de 35 employés) qui ne travaillent pas comme
entrepreneur principal. La LSC* comprend 23 questions principales, dites
‘questions must’. Outre l’évaluation inhérente à la LSC*, la LSC** comprend
aussi une évaluation des structures de sécurité au sein de l’entreprise. Cette
approbation est suffisante pour les entreprises si elles désirent être
entrepreneur principal. La LSC** comprend 30 questions ‘must’ et un score
minimal de 110 points (= 50% du maximum) doit être obtenu. Les deux systèmes
doivent également respecter un seuil limite au niveau des statistiques d’accidents.
Le nombre d’accidents impliquant plus d’un jour d’absence par millions d’heures
prestées, est de maximum 40.
Le certificat est obtenu selon une procédure fixe. Lorsque le système LSC a été
mis sur pied et implémenté dans l’entreprise, il doit être éprouvé durant une
période de trois mois avant que l’entreprise ne puisse introduire une demande de
certification auprès d’une instance de certification. Toutes les données de l’entreprise
et la documentation relative à la sécurité, la santé et l’environnement sont
transmises à l’instance de certification à titre de vérification. Puis, l’implémentation
est évaluée dans l’entreprise. En concertation, un schéma d’évaluation est
établi pour indiquer quels domaines et emplacements de travail de l’organisation
seront évalués. Cette évaluation sera effectuée selon les points de vérification
de la liste LSC. Après une exécution fructueuse de l’évaluation, l’institut de
certification délivrera un certificat LSC mentionnant la certification LSC
(*/**) obtenue. Les questions ‘must’ nécessaires pour l’obtention du certificat
LSC** montrent qu’il faut répondre à des exigences plus strictes que pour le
certificat LSC*. Pour le certificat LSC**, les réponses à toutes les questions
must du certificat LSC* doivent impérativement être positives.
Une opportunité ou une mode?
La LSC est en soi un document très précieux, tant pour le donneur d’ordre que
pour l’entreprise contractante et les intéressés externes comme l’inspection du
travail. La LSC est le premier système de gestion certifiable en matière de
sécurité du travail. Voilà un point positif essentiel par rapport à des
documents posant des exigences comme les lois et les directives. Dans le fond,
la problématique est identique à celle d’autres systèmes de gestion comme le
contrôle qualité. Le marché souhaite des entreprises contractantes qu’elles
obtiennent un certificat LSC si elles veulent encore entrer en ligne de compte
pour réaliser des travaux. Aujourd’hui, la LSC est une ‘source de satisfaction’.
Les sociétés certifiées LSC ont une avance, même si cela ne s’exprime pas par
une meilleure marge. Dans quelque temps, la non-possession d’un certificat LSC
sera une ‘source de mécontentement’. Cela signifiera que la société ne se soucie
apparemment pas beaucoup de la sécurité et des conditions de travail.
Les sociétés actuellement confrontées à l’exigence ‘LSC’ seront tentées d’obtenir
le certificat par la voie la plus aisée. L’image de la qualité dans le transport
professionnel de marchandises reflète la situation qui en découlera : des
systèmes imposants et complexes qui n’ont aucune relation avec la réalité de l’entreprise
sur laquelle ils portent. Les systèmes se présenteront à terme comme des
exercices coûteux, n’apportant aucun résultat bénéfique.
En général, l’image est heureusement plus positive. Tout le monde connaît les
histoires de systèmes de qualité ratés. Voilà, pour beaucoup, une raison de
réfléchir un peu plus longuement avant de faire appel à un conseiller qui promet
de résoudre le problème dans les trois mois. Il semblerait effectivement qu’un
système LSC bien conçu et bien introduit soit plus consistant que l’écriture d’un
superbe manuel et la tenue de toolbox meetings mensuels. Un système LSC peut
servir de système de gestion de base, permettant de structurer et de documenter
l’essence de la gestion de façon simple. Il peut par ailleurs servir de base à
une amélioration continue. Pour le reste, le système LSC peut aider l’entreprise
à rencontrer la législation, même sur des points qui s’avèrent plus tenaces dans
la pratique (par exemple, la réalisation du Plan d’action d’I&ER (Inventorisation
et Evaluation des Risques).
L’expérience montre qu’une approche par processus de la LSC induit, au sein des
sociétés, un développement de la sécurité, de la santé et de l’environnement
orienté vers l’entreprise. Le rattachement aux systèmes de gestion du contrôle
des conditions de travail, de l’environnement et de la qualité peut se faire
sans peine puisque l’on part de l’entreprise même. Les spécialistes pensent dès
lors que l’introduction méticuleuse et bien réfléchie de la LSC conduit à un
système de gestion pouvant offrir une valeur ajoutée significative. Il est
dommage que les entreprises doivent subir une pression pour obtenir cette
certification car cela risque de pousser de nombreuses sociétés à opter pour une
solution rapide plutôt que pour une solution durable. Les entreprises qui ne se
font pas presser, constateront qu’elles peuvent relier la LSC à leur système de
contrôle de qualité ou, si elles ne l’ont pas encore, que la LSC peut constituer
la base d’un système de contrôle de qualité qui apportera rapidement une valeur
ajoutée. <<
Hubert Lahaut, Maintenance Magazine
Cadre:
Les pour et les contre
La LSC persistera. Son développement a été stimulé par plusieurs dispositions
légales qui permettent aux sociétés et sous-traitants de réduire les risques. La
LSC présente comme point fort le fait d’être le premier système certifiable pour
plusieurs aspects du contrôle des conditions de travail. Son point faible est d’être
une check-list et non une norme, ce qui rend les choses parfois compliquées
lorsque les entreprises cherchent à établir une correspondance entre la
check-list et l’organisation interne. Il s’agit toutefois d’un outil permettant
d’évaluer le système de gestion de la sécurité et les résultats obtenus par l’entreprise
contractante. La LSC inspire confiance lors de l’exécution de travaux (dangereux)
par des sociétés compétentes, composées d’employés bien formés et présentant une
gestion de la sécurité et un sérieux dévouement en matière de sécurité.
|