Onderhoudsopleidingen
Faalt ons onderwijs?
version française
Wie vijftien jaar geleden had aangekondigd een diploma te willen
behalen in ‘Maintenance & Safety Management’, zou gegarandeerd met open
mond aangestaard zijn. Ook vandaag is er weinig animo voor het vak
‘onderhoud’ in het hoger onderwijs. Een gesprek met één van de zeldzame
aanspreekpunten in onze academische middens: Liliane Pintelon, professor
aan de KUL-Centrum voor Industrieel Beleid.
Vandaag de dag is een goede opleiding op het vakgebied industrieel
onderhoud bittere noodzaak geworden, al was het alleen al door de enorme
gevolgschade die kan ontstaan bij ‘manco’s’ in het onderhoud. Het
bedrijfsleven ziet dat intussen ook in – nu de studenten nog – want de
belangstelling is vandaag alles behalve in overeenstemming met de vraag
uit de markt. In de industriële sector bestaat er nochtans wel degelijk
een grote behoefte aan kennis over periodiek en regulier onderhoud van
productieprocessen en kennis over actuele, innoverende technieken, die het
productieproces nog voorspoediger en sneller laten verlopen. Het tekort
aan technisch geschoolde medewerkers en een tanende concurrentiepositie
vergeleken met de lageloonlanden of landen waar minder regels gelden en
een hogere productiviteit heerst, bedreigen de levensvatbaarheid van de
Belgische industrie. “Voor universiteiten en andere hogescholen geldt dat
zij meer moeten samenwerken met het bedrijfsleven”, aldus Liliane Pintelon,
professor aan de KUL-Centrum voor Industrieel Beleid. “De sector heeft
overigens zelf een verantwoordelijkheid als het gaat om het aantrekkelijk
maken van industrieel onderhoud gerelateerde opleidingen. Het imago van
industrieel onderhoud speelt ook een rol bij de studiekeuze van jongeren
en studenten. Een belangrijke factor hier is de relatieve onbekendheid bij
het grote publiek met het onderhoudsberoep in het algemeen.”
Onderhoudsopleidingen
De opleiding van de onderhoudsmedewerker werd aanvankelijk traditioneel
aangepakt. De schoolopleidingen waren gericht op de (vak)technische inhoud
van de onderhoudswerkzaamheden. De beroepspraktijk vulde de opgedane
kennis en vaardigheden tijdens de schoolopleidingen aan. Het vak
‘onderhoud’ bestond nog niet. De grotere bedrijven hadden een eigen
opleidingsafdeling, die het vergaren van de beroepservaringen probeerde te
versnellen door aan de eigen medewerkers bedrijfsgerichte cursussen te
geven. In KMO’s volstond de eigen praktijk. Alleen in geval van een
bijzondere noodzaak werd uitgeweken naar externe opleidingen. Het ‘beheer’
van de kennis en vaardigheden van de onderhoudsspecialisten was eenvoudig
gekoppeld aan het functioneren in de praktijk. “De noodzaak aan een goede
opleiding is nu belangrijker dan ooit. De moderne
onderhoudsverantwoordelijke dient technische kennis en vaardigheden te
integreren met bestuurlijke kwaliteiten en tevens rekening te houden met
de kaders die kwaliteits- en bedrijfszorgsystemen aan hem stellen,” aldus
Liliane Pintelon. “De razendsnelle ontwikkelingen binnen de techniek,
technologie en onderhoudsbesturing moeten worden bijgebeend. Een heldere
blik op deze ontwikkelingen leert dat juist het doorzicht, kennis én
techniek de onderhoudsfunctie een perspectief kunnen bieden voor een
aanzienlijke reductie in aantallen en diepgang van de benodigde
opleidingen.”
Minder interesse van jongeren voor technische studies, een negatief imago,
strenge regels, de toenemende druk, het zijn allemaal aspecten die de
onderhoudssector (kunnen) bedreigen. Om dit obstakel te nemen, moet het
bedrijfsleven beter samenwerken met het onderwijs. Volgens onze
gesprekspartner gaat het stilaan toch de goede richting uit. “De bedrijven
raken meer en meer geïnteresseerd en proberen op een positieve manier het
vak te promoten. De verkiezing van de Maintenance Manager van het Jaar is
daar een mooi voorbeeld van. Zich beter in de markt plaatsen om voldoende
leerlingen aan te trekken, en hen wijzen op het nut en de
onontbeerlijkheid van het onderhoudsgebeuren en de techniek als
studiekeuze, want momenteel is de instroom te beperkt om te voldoen aan de
behoeften van de bedrijfswereld.”
De cruciale vraag is uiteraard welke opleiding nodig is voor de moderne
onderhoudsmanager en waar hij of zij deze kan volgen? Liliane Pintelon:
“Ook hier is nog veel werk aan de winkel, zeker als we kijken naar de ons
omringende landen. Er zijn in België slechts enkele hogescholen, zoals de
Provinciale Hogere Technische Scholen Boom en de Plantijn Hogeschool in
Antwerpen, waar men kan afstuderen als Bachelor/Gegradueerde in onderhoud.
Er is de KUL-Centrum voor Industrieel Beleid waar, sinds 1992, industrieel
onderhoud een keuzevak is tijdens de ingenieursopleiding. Ik denk dat wij
momenteel zelfs de enige universiteit in België zijn die dit vak in het
ingenieursprogramma heeft opgenomen. Het vak is ook een vast onderdeel van
het programma Master in Industrial management. Er is de laatste jaren een
verhoogde belangstelling voor het vak en voor eindwerken in dit gebied. Ik
hoop dat de stijgende trend zich – zeker als de industrie actief meewerkt
– zal doorzetten. Momenteel zijn bij ons nog eens drie medewerkers bezig
met hun doctoraatsstudie in industrieel onderhoud.”
Bedrijfskunde
De techniek en de technologie staan niet stil en de onderhoudsspecialist
moet deze ontwikkelingen volgen. Hij krijgt ook meer en meer te maken met
onderwerpen naast zijn (oorspronkelijke) vaktechniek. Certificeringen,
wettelijke regelingen, milieu en andere zorgsystemen worden ook onderdeel
van zijn werkpakket. M.a.w. onderhoud als vakgebied heeft ook een typisch
bedrijfskundig karakter. Zonder te pretenderen volledig te zijn kent het
onderhoudsgebeuren de volgende deelvakgebieden: betrouwbaarheidsanalyse,
productiebeheersing, capaciteitsplanning, bedrijfseconomie, people
management, psychologie, budgetbeheer, ergonomie, milieuzorg,
veiligheidsreglementering, informatisering, logistiek, enz. Eigenlijk is
de benoeming ‘technische bedrijfskunde’ nog beter van toepassing, gezien
het feit dat naast deze typische bedrijfskundige facetten de
toepassingsgerichte techniek ook een duidelijke rol speelt. Liliane
Pintelon: “De industriële wereld krijgt steeds meer te maken met een
toenemende druk op de bedrijfsresultaten. Gerelateerde opleidingen
ontkomen daar ook niet aan. De technische manager van vandaag en morgen
heeft een bedrijfskundige opleiding waar kennis en techniek op
toepassingsniveau aanwezig moeten zijn. Hij heeft gevoel voor de
instandhouding van de productiviteit en de daarvoor benodigde
instandhouding van de daartoe benodigde productiemiddelen.”
Het nieuwe perspectief op onderhoudsopleidingen zal moeten worden
afgestemd, vormgegeven en operationeel gemaakt door een groot aantal
betrokkenen. Het bedrijfsmanagement moet daarbij een actieve
opleidingsvisie uitdragen naar de buitenwereld toe. En onze
gesprekspartner besluit: “Het reduceren van de daadwerkelijke
opleidingsbehoefte binnen de onderhoudsomgeving vergt opleidingen met een
specialistisch integrale aanpak, gedoceerd door professionals die, in de
mate van het mogelijk, gewend zijn theorie en praktijk te koppelen.” <<
Hubert Lahaut – Maintenance Magazine
L’enseignement
en entretien
est-il défaillant?
Celui qui annonçait, il y a quinze ans, vouloir décrocher un diplôme
en ‘Maintenance & Safety Management’, aurait certainement été dévisagé
comme une bête rare. Aujourd’hui aussi, le métier de l’entretien suscite
peu d’enthousiasme dans l’enseignement supérieur. Nous en avons discuté
avec un des rares interlocuteurs dans nos milieux académiques: Liliane
Pintelon, professeur au Centre de la KUL pour la Gestion industrielle.
Aujourd’hui, une bonne formation dans le domaine industriel est devenue
une cruelle nécessité, ne serait-ce qu’en raison des énormes dégâts
pouvant résulter des ‘manquements’ dans l’entretien. Les entreprises s’en
rendent compte mais l’intérêt des étudiants – qu’il faut encore réussir à
convaincre - ne correspond nullement à la demande du marché. Le secteur
industriel éprouve effectivement un grand besoin en savoir-faire en
matière d’entretien périodique et régulier des processus de production et
dans le domaine des techniques innovantes actuelles qui facilitent et
accélèrent le processus de production. La pénurie de collaborateurs
techniques qualifiés et notre position concurrentielle faiblissante,
comparée au pays à bas salaire ou aux pays soumis à moins de
réglementations et caractérisés par une plus grande productivité, menacent
la viabilité de l’industrie belge. “Les universités et autres écoles
supérieures doivent davantage collaborer avec les entreprises” remarque
Liliane Pintelon, professeur au Centre de la KUL pour la Gestion
Industrielle. “Le secteur se doit d’ailleurs de rendre attrayantes les
formations liées à l’entretien industriel. L’image de l’entretien
industriel joue aussi un rôle dans le choix des études des jeunes et des
étudiants. La méconnaissance relative du métier de l’entretien auprès du
grand public est un facteur important.”
Formations en entretien
Au départ, la formation du collaborateur en entretien était abordée de
manière traditionnelle. Les formations scolaires étaient axées sur le
contenu technique des activités d’entretien. La pratique professionnelle
complétait les connaissances et aptitudes acquises durant la formation
scolaire. Le métier de ‘l’entretien’ n’existait pas encore. Les plus
grandes sociétés avaient leur propre département de formation qui tentait
d’accélérer la collecte d’expériences professionnelles en donnant des
cours ciblés à leurs collaborateurs. Dans la PME, la pratique interne
suffisait. Les formations externes étaient seulement suivies en cas de
nécessité particulière. La ‘gestion’ des connaissances et aptitudes des
spécialistes de l’entretien était simplement reliée au fonctionnement dans
la pratique. “Aujourd’hui, la nécessité d’une bonne formation est devenue
plus importante que jamais. Le responsable de l’entretien moderne doit
combiner un savoir-faire et des aptitudes techniques avec des qualités de
gestion, tout en tenant compte des cadres imposés par les systèmes de
contrôle de qualité ” ajoute Liliane Pintelon. “Il doit suivre les
développements ultra rapides que connaissent la technique, la technologie
et la gestion de l’entretien. Un regard lucide sur ces développements nous
apprend que c’est précisément la clairvoyance, le savoir-faire et la
technique qui peuvent offrir une perspective à la fonction de l’entretien,
favorisant une réduction considérable du nombre et la consistance des
formations nécessaires.” Un intérêt moins important de la part des jeunes
pour les études techniques, une image négative, des règles strictes, une
pression croissante… autant d’aspects qui menacent (peuvent menacer) le
secteur de l’entretien. Pour enrayer cet obstacle, les entreprises doivent
mieux collaborer avec l’enseignement. Notre interlocutrice semble
toutefois penser que les choses sont en bonne voie. “Les sociétés
manifestent de plus en plus d’intérêt et tentent de promouvoir le métier
positivement. L’élection du Maintenance Manager de l’Année en est un bel
exemple. Il est essentiel de mieux se positionner sur le marché afin d’attirer
suffisamment d’élèves et leur montrer l’utilité et la nécessité absolue de
l’entretien et de la technique comme choix d’études car aujourd’hui, l’afflux
d’élèves ne suffit pas pour couvrir les besoins des entreprises.” La
question cruciale est naturellement de connaître la formation que doit
suivre le manager de l’entretien moderne et l’endroit où il/elle peut la
suivre ? “Nous avons encore beaucoup de pain sur la planche dans ce
domaine” remarque Liliane Pintelon “surtout par rapport à nos pays voisins.
La Belgique ne compte que quelques écoles supérieures comme les
Provinciale Hogere Technische Scholen Boom et la Plantijn Hogeschool à
Anvers où l’on peut suivre un graduat en entretien. Depuis 1992, le Centre
de la KUL pour la Gestion Industrielle propose l’entretien industriel
comme option durant la formation d’ingénieur. Je pense d’ailleurs que nous
sommes à l’heure actuelle la seule université en Belgique à avoir repris
cette matière dans le programme d’ingénieur. La matière fait également
partie inhérente du programme du Master in Industrial Management. Nous
notons ces dernières années un intérêt accru pour cette matière et pour
des travaux de fin d’études dans ce domaine. J’espère que cette tendance
croissante se poursuivra, surtout si l’industrie collabore activement.
Nous comptons aujourd’hui à nouveaux trois collaborateurs qui font un
doctorat en entretien industriel.”
Management
La technique et la technologie ne s’arrêtent pas et le spécialiste en
entretien doit suivre ces développements. Il est de plus en plus confronté
à des sujets débordant le cadre de son métier initial. Les certifications,
les réglementations légales, l’environnement et d’autres systèmes de
contrôle font désormais partie de ses tâches. En d’autres termes, la
discipline de l’entretien présente aussi un caractère typiquement lié au
management. Sans prétendre être exhaustif, l’entretien comprend les
disciplines suivantes: l’analyse de fiabilité, la maîtrise de la
production, le planning des capacités, l’économie d’entreprise, le people
management, la psychologie, la gestion du budget, l’ergonomie, le souci
environnemental, la réglementation de sécurité, l’informatisation, la
logistique… En fait, la dénomination ‘management technique’ serait plus
appropriée puisque la technique ciblée sur l’application joue également un
rôle évident, en plus des facettes typiques liées au management,. “Le
monde industriel est de plus en plus confronté à une pression croissante
sur les résultats de l’entreprise” précise Liliane Pintelon. “Les
formations qui y sont liées n’y échappent pas. Le manager technique d’aujourd’hui
et de demain dispose d’une formation en management devant contenir un
savoir-faire et une technique au niveau de l’application. Il est sensible
au maintien de la productivité et des outils de production nécessaires à
cet effet.” La nouvelle vision des formations en entretien devra être
harmonisée, mise en forme et rendue opérationnelle par un grand nombre de
personnes impliquées. Le management de l’entreprise doit répandre une
vision de formation active vers le monde extérieur. Et notre
interlocutrice de conclure: “Pour réduire le besoin effectif en formations
dans l’environnement de l’entretien, il faut des formations avec une
approche intégrale spécialisée, dispensées par des professionnels qui sont
habitués, dans la mesure du possible, à relier la théorie à la pratique. »
<<
Hubert Lahaut, Maintenance Magazine.
Dès le prochain numéro, Prof. Liliane Pintelon donnera son point de vue
sur l’entretien en Belgique. Lisez notre rubrique ‘Column’.