|
Onderhoudsstrategie
Op weg naar “world class maintenance”
version française
Liliane Pintelon – Kumar S. Pinjala, KULeuven, Centrum voor Industrieel Beleid
Om stand te houden in de competitieve, globale bedrijfswereld gaan bedrijven
steeds verder in het herbekijken van elke bedrijfsfunctie teneinde kosten te
kunnen reduceren en productiviteit te kunnen verbeteren.
Ook onderhoud kan een belangrijke rol spelen in het bereiken van deze
doelstellingen. Immers, een aantal strategische performantie-aspecten zoals
productkwaliteit, kost, volume, asset value, ... hangen af van de
onderhoudseffectiviteit. In een recente survey in België, gaven 71% van de
bedrijven aan dat onderhoud voor hen een belangrijke rol kon spelen bij het
verbeteren van hun competitief voordeel. Nochtans voegen veel van die bedrijven
er direct aan toe dat ze eigenlijk de nodige kennis in huis hebben om dit te
realiseren. Hiervoor worden verschillende redenen aangehaald, zoals geen
expliciete onderhoudsstrategie, geen ervaring in het forumuleren van een
dergelijke strategie, gebrek aan lange termijn visie op onderhoud en verkeerde
focus op onderhoud vanwege top management. De visie van bedrijven op de
onderhoudsstrategie kan gevisualiseerd worden in een 4-stadia framework. Dit
framework is geïnspireerd op het werk van Hayes & Wheelwright en uitgewerkt aan
de hand van bovengenoemde survey.
Stadium 1: “Intern neutraal onderhoud”
Bedrijven in dit stadium hebben een erg conservatieve kijk op onderhoud.
Onderhoud wordt beschouwd als “noodzakelijk kwaad”, een pure overhead van
productie. Dit verhindert het realiseren van het potentieel van de
onderhoudsfunctie. Onderhoud is een puur secundaire functie. Er wordt geen echte
inspanning gedaan om interne onderhoudsexpertise te ontwikkelen of te
cultiveren. Er wordt sterk geleund op de EOM’s en op externe firma’s om complexe
installatieproblemen op te lossen. Er wordt vooral reactief onderhoud
uitgevoerd. De voornaamste doelstelling hier is om de installaties draaiende te
houden zonder daarbij al te hoge kosten te moeten maken.
Stadium 2: “Extern neutraal onderhoud”
Bedrijven in stadium 2 verschillen lichtjes van die in stadium 1. Er is
aandacht voor het verbeteren van het onderhoud, maar de interne expertise om dit
effectief te doen ontbreekt nog. Deze bedrijven richten zich op de praktijk van
hun concurrenten. Ze proberen hun concurrenten te volgen in onderhoudsbudgetten,
outsourcinggedrag, installatie-aankoop, ... Ook hier is reactief onderhoud nog
erg belangrijk, maar er wordt ook redelijk wat preventief onderhoud gedaan. De
eigen onderhoudsperformantie wordt vergeleken met die van de concurrenten, een
extern neutrale rol wordt nagestreefd.
Stadium 3: “intern ondersteunend onderhoud”
Bedrijven in stadium 3 koppelen hun onderhoudsstrategie aan hun productie-
en bedrijfsstrategie. Onderhoud wordt echter nog niet beschouwd als een bron van
competitief voordeel. Ook hier wordt het volle potentieel van onderhoud nog niet
benut. Het onderhoudspersoneel is goed opgeleid en er is aandacht voor training.
Naast reactief en preventief onderhoud wordt er ook predictief onderhoud
ingevoerd. Er is een efficiënt en effectief onderhoudsplan. Onderhoud wordt
beter beheerd mede dank zij het gebruik van een CMMS. De focus ervan blijft
echter productie. Het onderhoudsbudget is vrij hoog, maar onderhoud wordt nog
steeds niet gezien als middel productiviteit en winstgevendheid te verbeteren.
Er kan nog niet gesproken worden van world class maintenance, onderhoud blijft
een intern ondersteundende rol.
Stadium 4: “extern ondersteunend onderhoud”
Stadium 4 bedrijven zien onderhoud als een mogelijkheid om productiviteit en
winstgevendheid te verbeteren. Onderhoud wordt beschouwd als één van de
belangrijkste manieren om competitief voordeel te realiseren. Er wordt nauw
samengewerkt met Engineering, onderhoud wordt gestuurd door engineering
managers. Onderhoudsaspecten worden in rekening gebracht bij elke belangrijke
installatie-investering. Veel van deze bedrijven ontwerpen zelf hun installaties
of spelen op zijn minst een belangrijke rol in het ontwerpproces. Er wordt
zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gestandaardiseerde wisselstukken. Speciale
wisselstukken worden vaak vervaardigd door een gespecialiseerd locaal bedrijf.
Op die manier worden latere, dure en tijdrovende betrouwbaarheidsproblemen
ondervangen. Zelfs wanneer installaties aangekocht worden bij OEM’s blijven
onderhoudsoverwegingen een belangrijke rol spelen. Indien nodig worden op hun
vraag modificaties aan deze installaties uitgevoerd tijdens de ingebruikname. Er
worden nieuwe tools en technieken ontwikkeld voor het onderhoud in het kader van
een continue verbeteringsmentaliteit, eigen aan world class maintenance. OEM’s
maken soms gebruik van de richtlijnen van deze bedrijven om hun installaties te
verbeteren. De stadium 4 bedrijven zijn vaak de bron van “best maintenance
practices”. Er wordt meer en meer overgegaan op predictief onderhoud. Deze
bedrijven behe(e)r(s)en alle onderhoudselementen: gaande van
strategie-ontwikkeling tot planning en controle, training, follow-up, ... De
gehanteerde standaarden zijn hoog. Top management in deze bedrijven beschouwd
onderhoud als een belangrijke bedrijfsfunctie, een gelijkwaardige partner voor
onderhoud. Dit schept een atmosfeer waarin innovatie en integriteit voorop
worden gesteld. Stadium 4 bedrijven beseffen ten volle het potentieel van
onderhoud en managen onderhoud dan ook als een extern ondersteunend proces.
Dit 4-stadia framework aangaande de strategische rol van onderhoud helpt
onderhoudsmanagers en top management bij het visualiseren van de mogelijkheden
van onderhoud vanuit een strategisch perspectief. Het komt er voor elk bedrijf
op neer het verborgen strategisch potentieel van onderhoud te begrijpen en te
exploreren. In plaats van blindelings onderhoudsbudgetten te reduceren om kosten
te reduceren, moet de rol van onderhoud bekeken worden in een breder
perspectief. De meeste strategische objectieven zoals lage kosten, hoge
productkwaliteit en –volume en hoge asset value zijn gebaat met een extern
ondersteunende onderhoudsfunctie. Er zijn echter nog maar weinig bedrijven die
in dit stadium 4 zijn. Een minderheid zit nog in stadium 1. Het merendeel van de
bedrijven bevindt zich tussen stadium 2 en 3. Om verder door te groeien naar
world class maintenance (stadium 4) is er vooral een rol weggelegd voor het top
management. Er moet gebroken worden met een te traditioneel denken over
onderhoud. Alle functies, dus ook onderhoud, moeten geëxploiteerd worden tot hun
volledig potentieel. <<
En route vers une
“World class maintenance”
Liliane Pintelon – Kumar S. Pinjala KULeuven, Centre de gestion industrielle
Pour résister dans le monde industriel compétitif, global, les entreprises vont
de plus en plus loin dans la reconsidération de chaque fonction au sein de
l’entreprise, afin de pouvoir réduire les frais et améliorer la productivité.
L’entretien peut aussi jouer un rôle important pour atteindre ces objectifs.
En effet, certains aspects stratégiques de performance comme la qualité du
produit, le coût, le volume, la valeur ajoutée…. dépendent de l’efficacité de
l’entretien. Lors d’une étude récente, en Belgique, 71% des entreprises
indiquaient que l’entretien pouvait jouer un rôle important dans l’amélioration
de leur avantage compétitif. Toutefois, de nombreuses entreprises ajoutent
immédiatement, qu’elles ont en fait les connaissances nécessaires pour le
réaliser. Pour cela, plusieurs raisons sont invoquées comme, par exemple qu’il
n’existe aucune stratégie explicite d’entretien, le manque ou l’absence
d’expérience dans la formulation d’une telle stratégie, le manque de vision à
long terme sur l’entretien et une mauvaise focalisation sur l’entretien de la
part de la direction générale. La vision des entreprises sur la stratégie
d’entretien peut être visualisées dans un cadre à 4 stades. Ce cadre est inspiré
du travail de Hayes & Wheelwright et développé à l’aide de l’étude citée
ci-dessus.
Stade 1 : “Entretien interne neutre”
A ce stade, les entreprises ont une vue très conservatrice sur l’entretien.
L’entretien est considéré comme un “mal nécessaire”, qui entre dans les frais
généraux de la production, ce qui empêche de réaliser le potentiel de la
fonction d’entretien. L’entretien est une fonction secondaire à l’état pur. On
ne fournit pas vraiment des efforts pour développer ou cultiver une expérience
interne en matière d’entretien. On s’appuie fortement sur les EOM et sur les
sociétés extérieures pour résoudre les problèmes d’installation plus complexes.
On procède surtout à un entretien réactif. L’objectif principal, dans ce cas,
est de maintenir les installations en état de fonctionnement, sans devoir
consentir des frais trop importants.
Stade 2 : “Entretien externe neutre”
Les entreprises au stade 2 diffèrent légèrement de celles au stade 1. On
prête attention à l’amélioration de l’entretien, mais on manque d’expérience
interne pour le faire effectivement. Ces entreprises s’orientent sur la pratique
de leurs concurrents. Elles essaient de suivre leurs concurrents dans les
budgets d’entretien, le comportement vis-à-vis de la sous-traitance, l’achat
d’installations, … Dans ce cas, l’entretien réactif est encore très important,
mais on procède aussi à pas mal d’entretien préventif. Les performances
d’entretien de l’entreprise elle-même sont comparées à celles de la concurrence,
en visant un rôle extérieur neutre.
Stade 3 : “Entretien de soutien interne”
Les entreprises au stade 3 lient leur stratégie d’entretien à leur stratégie
de production et d’entreprise. L’entretien n’est malheureusement pas encore
considéré comme une source d’avantages compétitifs. Dans ce cas aussi, on
n’utilise pas encore le potentiel complet de l’entretien. Le personnel
d’entretien est bien formé et on a le souci de poursuivre leur formation par des
stages ou trainings. A côté de l’entretien réactif et préventif, on procède
aussi à de l’entretien prédictif. Il existe un plan d’entretien efficace et
effectif. L’entretien est mieux géré, grâce aussi à l’utilisation d’un CMMS.
Mais le souci principal reste la production. Le budget pour l’entretien est
relativement élevé, mais l’entretien n’est toujours pas considéré comme un moyen
pour améliorer la productivité et les marges. On ne peut pas encore parler de
‘world class maintenance’. L’entretien reste dans un rôle de soutien interne.
Stade 4 : “Entretien de soutien externe”
Les entreprises au stade 4 considèrent l’entretien comme une possibilité
d’améliorer la productivité et la marge. L’entretien est considéré comme une des
principales façons de réaliser un avantage compétitif. La collaboration avec
l’ingénierie est étroite, d’ailleurs, l’entretien est dirigé par des
‘engineering managers’. Les aspects de l’entretien sont portés en compte lors de
chaque investissement important en installations. De nombreuses entreprises
développent elles-mêmes leurs installations ou jouent au moins un rôle
important dans le processus de conception. On utilise le plus possible de pièces
de rechange standardisées. Les pièces spéciales sont souvent fabriquées par une
entreprise spécialisée locale. De cette manière, on est paré pour les problèmes
de fiabilité ultérieurs, coûteux et qui prennent du temps. Mêmes lorsque les
installations sont achetées chez des OEM, la prise en considération de
l’entretien joue un rôle important. Si nécessaire, ces installations sont
modifiées à leur demande, durant la mise en service. De nouveaux outils et
techniques sont développés pour l’entretien, dans le souci d’une amélioration
constante, caractéristique de la ‘world class maintenance’. Les OEM utilisent
parfois les instructions et directives de ces entreprises pour améliorer leurs
installations. Les entreprises au stade 4 sont souvent une source de “best
maintenance practices”. On passe de plus en plus à l’entretien prédictif. Ces
entreprises maîtrisent et gèrent tous les éléments de l’entretien : allant du
développement stratégique au planning et contrôle, training, suivi,…. Les
standards utilisés sont très élevés. La direction générale de ces entreprises
considère l’entretien comme une fonction importante dans l’entreprise, comme un
partenaire équivalent pour l’entretien. Cela crée une atmosphère dans laquelle
innovation et intégrité sont placées à l’avant-plan. Les entreprises au stade 4
comprennent à fond le potentiel de l’entretien et gèrent celui-ci comme un
processus de soutien extérieur.
Ce cadre des 4 stades concernant le rôle stratégique de l’entretien aide les
responsables de l’entretien et la direction générale à visualiser les
possibilités de l’entretien d’un point de vue stratégique. Il revient à chaque
entreprise de comprendre et d’explorer le potentiel stratégique caché de
l’entretien. Au lieu de réduire à l’aveugle les budgets destinés à l’entretien
pour réduire les frais, le rôle de l’entretien doit être considéré dans une
perspective plus large. Une fonction d’entretien de soutien extérieur profite à
la plupart des objectifs stratégiques de l’entreprise, comme les faibles coûts,
une qualité et des volumes de produits supérieurs et une valeur ajoutée élevée.
Toutefois, il n’y a encore que peu d’entreprise à ce stade 4. Une minorité est
encore au stade 1. La majorité des entreprises se situent entre le stade 2 et 3.
La direction générale a surtout un rôle à jouer pour évoluer vers une world
class maintenance (stade 4). Il faut rompre avec la manière de penser
traditionnelle sur l’entretien. Toutes les fonctions, donc aussi l’entretien,
doivent être exploitées jusqu’à leur potentiel maximum.
|