|
Oppervlaktevoorbehandeling
Van essentieel belang voor een goed resultaat
version française
Het beschermen van o.a. staalconstructies zoals lasverbindingen, bochten,
flenzen, pijpleidingen, enz, tegen corrosie is vaak een moeilijke en
tijdrovende bezigheid. De voorbewerking speelt bij bestaande systemen
helaas nog steeds een belangrijke rol. Sommige anticorrosie materialen
geven niet de optimale bescherming, andere kunnen scheuren of worden na
verloop van tijd bros en kunnen niet of met grote moeite worden
verwijderd. Een juiste voorbehandeling van het oppervlak is dan ook van
essentieel belang voor een goed resultaat van elk “protective coating”
verfsysteem.
De hechting van vuil wordt vooral bepaald door de specifieke eigenschappen
van het vuildeeltje, het medium waarin het vuil zich bevindt en het
substraat waarop het zich afzet. De aanhechting van vuil kan verschillende
oorzaken hebben. De hechtingsmechanismen die bij de aanhechting van belang
zijn, zijn o.a. de chemische binding, van der Waals-aantrekking,
waterstofbruggen, zuur-base interacties, elektrostatica, capillaire
hechting en hechting door onderdruk. De mate waarin deze mechanismen in
een specifiek geval een rol spelen is voor iedere combinatie van vuil,
metaal en medium verschillend. Bij de reiniging moeten de
hechtingskrachten worden overwonnen om het vuil daadwerkelijk te
verwijderen. De belangrijkste factoren die een rol spelen bij de
vuilverwijdering zijn: de toegepaste chemie (reinigingsmiddel, zuurgraad),
de mechanische inwerking die het vuil en substraat ondervindt (stroming
van het reinigingsmiddel), de temperatuur en de inwerkingstijd (de
zogenaamde Sinner-factoren). Bij het uitvoeren van een
reinigingstechnologisch onderzoek is het van belang om alle aspecten die
van invloed zijn op de vuilhechting, vuilveroudering en vuilverwijdering
in beschouwing te nemen.
Vuilverwijdering
De prestatie van beschermende coatings aangebracht op staal wordt
belangrijk beïnvloed door de conditie van de staalondergrond onmiddellijk
voor het verven. De belangrijkste factoren waardoor de kwaliteit wordt
beïnvloed zijn:
- oppervlakte-vervuiling zoals zouten, olie, vet, voor- en snijmaterialen,
…
- roest en walshuid
- oppervlakteprofiel
De belangrijkste doelstelling van de oppervlak voorbehandeling is ervoor
te zorgen dat alle vervuiling wordt verwijderd teneinde de mogelijkheid
van aanvankelijke roestvorming te reduceren zodat een oppervlakteprofiel
wordt verkregen waarop bevredigende adhesie van de daarop aan te brengen
coating mogelijk is. Het is van essentieel belang dat alle oplosbare
zouten, olie, vet en andere chemische samenstellingen gebruikt bij het
boren en snijden en andere oppervlakteverontreinigingen verwijderd worden
alvorens over te gaan tot verdere voorbehandeling van het oppervlak of de
applicatie van verflagen op het staal.
De meest gebruikelijke methode is misschien het wassen met een
oplosmiddel, gevolgd door het droogvegen met schone doeken. Dit
schoonvegen is van groot belang, omdat indien dit niet grondig gebeurt het
resultaat van het wassen met oplosmiddel zal zijn dat de verontreiniging
zich verspreidt over een groter oppervlak. Emulsies, ontvettingsmiddelen
en schoonstomen worden ook vaak toegepast. Ontvet waar nodig met thinner,
wasbenzine of een ander aangepast product om lasslakken en algemene
vervuiling te verwijderen. Alle scherpe kanten dienen te worden afgerond
en lasspatten verwijderd. Alle oppervlakken moet goed droog zijn. De
relatieve vochtigheidsgraad mag niet hoger zijn dan 85% en de
oppervlaktetemperatuur van het staal dient minimaal 3°C boven het dauwpunt
te liggen. Direct na het stralen of handontroesten, al dan niet na gebruik
van een roest verwijderaar, dient de eerste laag van het gekozen systeem
te worden aangebracht om mogelijke nieuwe roestvorming, hoe gering ook,
tegen te gaan. Gestraalde platen zijn in het algemeen voorzien van een
transport-primer (shopprimer of lasprimer). Deze primer biedt een
tijdelijke roestwering. Belangrijk om weten is of er een éénkomponent of
een tweekomponenten lasprimer is aangebracht. Dit kan mede bepalend zijn
voor de mogelijkheden van het gewenste systeem. Indien een tweekomponenten
lasprimer is aangebracht zal deze geheel verwijderd moeten worden voordat
men een éénkomponent verfsysteem aan gaat brengen. Indien een éénkomponent
lasprimer is aangebracht zal deze geheel verwijderd moeten worden alvorens
een tweekomponenten verfsysteem aan te brengen. Indien mogelijk is het
raadzaam het type lasprimer van te voren af te stemmen op het gekozen
verfsysteem.
Schoonmaken
Loszittende walshuid, roest en oude verflagen kunnen van het staal
verwijderd worden door middel van handmatig verwijderen met een
staalborstel, schuren, afkrabben of bikken. Deze methoden zijn echter niet
volledig en laten altijd een laagje stevig vastzittend roest achter op het
staaloppervlak. Methoden voor het handmatig schoonmaken moeten voldoen aan
ISO 8591-1:1988 Categorie St2-B, C of D.
Machinaal schoonmaken is in het algemeen effectiever en minder
arbeidsintensief dan het handmatig schoonmaken voor het verwijderen van
loszittende walshuid, verf en roest. Echter, stevig vastzittend roest en
walshuid worden er niet door verwijderd. Machinale staalborstels,
slaggereedschap zoals naaldhamers, slijpmachines en schuurmachines worden
altijd veelvuldig gebruikt. Vooral bij het gebruik van machinale
staalborstels moet erop worden toegezien dat het metalen oppervlak niet
wordt gepolijst, omdat daardoor de hechting van de daaropvolgende
verfapplicatie minder zal worden. De hier gebruikte methoden moeten
voldoen aan ISO 8501-1:1988 Categorie St3-B, C of D.
Stralen is zonder meer de meest effectieve methode voor het verwijderen
van walshuid, roest en oude verflagen, waarbij gebruik wordt gemaakt van
zand, grit, of straalgrit onder hoge druk. Het juiste straalniveau voor
een bepaald verfsysteem is afhankelijk van een aantal factoren, waarvan de
belangrijkste het gekozen type verfsysteem is. De primaire norm die wordt
gebruikt in product gegevensbladen in diverse handboeken is ISO
8501-1:1988 (E), voorbereiding van staalondergrond vóór applicatie van
verf en aanverwante producten – visuele beoordeling van oppervlakte
reinheid. Deze norm vertegenwoordigt een geringe uitbreiding van de
Swedish Standard (SIS 05 59 00), die werd ontwikkeld door het “Swedisch
Corrosion Institute”, in samenwerking met de “American Society for Testing
& Materials (ASTM) en de “Steel Structures Painting Council (SSPC) V.S. en
wordt op internationale schaal toegepast.
Voorafgaande aan het stralen, moet ook hier het staalwerk ontvet worden en
moeten alle lasspetters verwijderd worden. Indien zouten, vet of olie
aanwezig zijn op het oppervlak zal het lijken alsof dit verwijderd is door
het straalproces, maar dit is niet het geval. Hoewel niet zichtbaar, zal
de verontreiniging als een dun laagje aanwezig blijven en zal de hechting
van daaropvolgende verflagen nadelig worden beïnvloed. Lasnaden en scherpe
randen moeten worden afgevlakt. De reden hiervoor is dat verflagen de
neiging hebben weg te lopen van scherpe randen, met als gevolg dunne
verflagen en een verminderde bescherming. Het is echter bijna onmogelijk
om lasspetters gelijkmatig te verven, afgezien van het feit dat zij vaak
heel losjes vastgehecht zijn, en zij vormen een veel voorkomende oorzaak
van vroegtijdige gebreken in de verflaag. Het oppervlakteprofiel dat
verkregen wordt met het stralen is belangrijk en zal afhangen van het
soort straalmiddel, de luchtdruk en de straalmethode. Een te laag
gestraald profiel kan resulteren in een onvoldoende hechtlaag voor de
applicatie, terwijl daarentegen een te hoog gestraald profiel kan
resulteren in het ongelijkmatig verven van opstaande, scherpe koppen die
ertoe kunnen leiden dat het verfsysteem vroegtijdig gebreken vertoont. In
het bijzonder in het geval van dunne verflagen zoals straal-primers.
Nat-, slib- en waterstralen
Bij het nat stralen wordt gebruik gemaakt van een mengsel van water en
grit in plaats van alleen droog staalgrit. Dit heeft als voordeel dat de
gevaren van stof en daarbij behorende gezondheidsproblemen grotendeels
voorkomen worden. Een ander belangrijk voordeel is dat bij het nat stralen
van oud, flink geroeste oppervlakken veel van de oplosbare
corrosie-producten in de staalpitten weggewassen zullen worden, waardoor
de kwaliteit van het daarna aan te brengen verfsysteem aanzienlijk
verbeterd zal worden. Een nadeel van deze techniek is echter dat het
schoongemaakte staal snel begint te roesten na straling. Het is daarom
algemeen gebruikelijk om remstoffen aan het straalwater toe te voegen die
deze roestvorming gedurende een zodanig lange tijd tegengaan dat de
applicatie van het verfsysteem uitgevoerd kan worden. In het algemeen
heeft het gebruik van zeer lage concentraties remstoffen geen nadelige
invloed op de kwaliteit van daarna aangebrachte verflagen voor droog
staalwerk. Het gebruik van een vochtuithardende primer, die aangebracht
kan worden op nat gestraald staal, terwijl het nog vochtig is, kan het
gebruik van remstoffen overbodig maken. In die gevallen waar roestvorming
op oppervlakken is opgetreden na het nat stralen, moeten deze oppervlakken
mechanisch worden schoongemaakt of liever nog handmatig worden gestraald
om roestvorming te verwijderen alvorens de verf aan te brengen.
Waterstralen is een techniek voor het reinigen van oppervlakken waarbij
geheel wordt vertrouwd op de energie die wordt ontwikkeld als het water
het oppervlak raakt, teneinde het gewenste reinigende effect te
verkrijgen. Grit wordt nooit gebruikt in waterstraal systemen. Dit heeft
tot gevolg dat de problemen veroorzaakt door stofvervuiling en het
afwerken van gebruikt grit, worden geëlimineerd. Twee verschillende
waterstraal drukken worden over het algemeen toegepast:
- Hogedruk waterstralen (hydroblasting) gebruik makend van drukken tussen
680 bar (10.000 p.s.i.) en 1.700 bar (25.000 p.s.i.)
- Ultra-hogedruk waterstralen gebruik makend van drukken hoger dan 1.700
bar.
De staaloppervlakken die worden geproduceerd met waterstralen zien er
nooit hetzelfde uit als de staaloppervlakken die worden geproduceerd met
droog- of nat stralen. De reden is dat water alleen niet in staat is om
staal op dezelfde manier als grit, te snijden of te vervormen. Met
waterstraal systemen bewerkte oppervlakken hebben dus de neiging om er dof
uit te zien zelfs voordat “snelle verroesting” plaatsvindt. Tevens ziet
staal na actieve corrosie-putvorming er, na waterstralen gespikkeld of
gevlekt uit. Vlekvorming of spikkelen treedt op als de door de corrosie
veroorzaakte producten uit de putjes worden gewassen waardoor een helder
gedeelte ontstaat terwijl het omringende gedeelte een dof grijze, bruine
of zwarte kleur behoudt. Dit patroon is het omgekeerde van het patroon dat
achterblijft na stralen waarbij anodische putjes er vaak donker uit zien
als gevolg van de door de corrosie veroorzaakte producten die niet geheel
worden verwijderd. De omgevende gedeelten zijn helder. Snel verroesten,
m.a.w. lichte oxydatie van staal die optreedt nadat gewaterstraald staal
opdroogt, zal qua uiterlijk, snel veranderen. Als de snelle roestvorming
te zwaar is voor de applicatie van de verf, dan kan die worden verwijderd
of gereduceerd door te borstelen met een harde staalborstel of door de
staalconstructie af te spuiten met zoet water onder hoge druk.
Non Ferro metaal
Roestvast staal wordt in de industrie breed toegepast vanwege de goede
corrosiebestendigheid, de gunstige prijs/kwaliteit verhouding, de goede
verwerkbaarheid en de goede reinigbaarheid. De reinigbaarheid is vooral
van belang in industrietakken waarbij hoge eisen worden gesteld aan de
productreinheid. Door het verwerken (lassen, snijden, enz) van roestvast
staal tot eindproducten kunnen de eigenschappen van het metaal, zoals de
corrosiebestendigheid en de reinigbaarheid verslechteren. Om deze
eigenschappen te verbeteren krijgt roestvast staal, afhankelijk van de
toepassing, één of meer oppervlaktebehandelingen.
Aluminium
Ook hier dient het oppervlak schoon, droog en vetvrij te zijn. Indien er
enige corrosie-zouten aanwezig zouden zijn, moeten deze verwijderd worden
door lichtjes af te schuren. Alvorens tot het aanbrengen van de verf over
te gaan, één dunne laag van een zuuretsprimer aanbrengen. Er moet een
kleurverandering optreden van lichtgeel naar lichtgroen/lichtbruin. Indien
deze reactie niet plaatsvindt, zal de hechting slecht blijken te zijn. Het
oppervlak moet dan worden schoongeschrapt en behandeld worden met
aluminium voorbehandelingsoplossingen en daarna moet opnieuw de
zuuretsprimer worden aangebracht.
Gegalvaniseerd staal
Het ontvetten van de meeste gegalvaniseerde oppervlakken vereist de nodige
inspanning om een schoon oppervlak te verkrijgen. Alle witte zink
corrosieproducten moeten verwijderd worden door hogedruk wassen met zoet
water en daarna afboenen. Zelfs als de geprefereerde
oppervlak-voorbehandelingsmethode wordt gebruikt – m.a.w. licht aanstralen
– is het toch aan te raden om met water te wassen om er zeker van te zijn
dat alle oplosbare zinkzouten verwijderd worden. Veel coatings gebaseerd
op niet verzeepbare polymeren kunnen direct worden aangebracht op
gegalvaniseerde oppervlakken die op deze manier zijn voorbereid.
Indien licht aanstralen onmogelijk is moet een zuurets oplossing of
etsprimer worden gebruikt om het oppervlak inactief te maken en een
hechtlaag te verschaffen voor verder aan te brengen verflagen. Indien
staal onmiddellijk na het galvaniseren is behandeld met een
passiveringsproduct, dan moet dit enige maanden de tijd krijgen om te
verweren of moet dit worden opgeruwd, alvorens over te gaan tot het
aanbrengen van de verf. Over het algemeen hebben etsbehandelingen geen
enkele invloed op verse materialen van dit type.
Andere non-ferro metalen
Ook hier moeten eventuele corrosiezouten worden verwijderd door lichtjes
afschuren en wassen met water. Het schoongemaakte oppervlak moet dan
worden afgeschuurd of heel lichtjes gestraald worden onder lage druk met
een niet-metaalhoudend straalmiddel en behandeld worden met een laag
etsprimer alvorens over te gaan tot het aanbrengen van de verflaag. In het
geval van lood kan, indien het oppervlak grondig wordt geschuurd, de
etsprimer worden weggelaten.
De levensduur van elk verfsysteem valt of staat met de voorbehandeling van
de ondergrond en de omstandigheden waaronder het materiaal wordt verwerkt.
Roestvorming gaat onder de verflagen door en schilderen over een vochtige
ondergrond leidt onherroepelijk tot blaasvorming en afbladdering. De
kwaliteit van elke verflaag is dus direct afhankelijk van een juiste en
grondige voorbehandeling van het oppervlak voorafgaand aan de
verfapplicatie. Het duurste en technologisch meest geavanceerde
verfsysteem zal tekortschieten indien de oppervlakte voorbehandelingen
onjuist of onvolledig worden uitgevoerd.
M.M.
Le prétraitement de surface
Importance cruciale pour un bon résultat
La protection contre la corrosion des constructions en acier comme les
assemblages par soudage, les coudes, les brides et autres tuyauteries,
prend beaucoup de temps et est souvent difficile à réaliser. Le
prétraitement joue malheureusement encore un rôle important dans les
solutions actuelles. Certains produits anticorrosion n’offrent pas une
protection optimale, d’autres sont susceptibles de se déchirer ou
deviennent fragiles après quelque temps et ne s’enlèvent pas ou très
difficilement. Le prétraitement adéquat de la surface se révèle dès lors
essentiel pour garantir un bon résultat de chaque peinture ‘de revêtement
de protection’.
L’adhérence de la saleté est surtout déterminée par les caractéristiques
spécifiques de la particule de saleté, par le média dans lequel elle se
trouve et le substrat sur lequel elle se dépose. L’adhérence des saletés
peut avoir diverses causes. La liaison chimique, l’attraction van der
Waals, les ponts d’hydrogène, les interactions acide-base, l’électrostatique,
l’adhérence capillaire et l’adhérence par sous-pression sont les
principaux mécanismes d’adhérence qui entrent en ligne de compte. La
mesure dans laquelle ces mécanismes jouent un rôle dans un cas bien
particulier diffère pour chaque combinaison de saletés, de métaux et de
médias. Lors du nettoyage, les forces d’adhérence doivent être vaincues
pour supprimer effectivement la saleté. Les principaux facteurs
intervenant dans l’élimination de la saleté sont : la chimie appliquée
(détergent, degré d’acidité), l’action mécanique subie par la saleté et le
substrat (mouvement du détergent), la température et la durée d’action
(les facteurs Sinner). Lors d’un examen des technologies de nettoyage, il
est important de prendre en compte tous les aspects influençant l’adhérence
de la saleté, son vieillissement et son élimination.
Elimination des salissures
La performance des revêtements de protection sur l’acier est fortement
influencée par l’état du support en acier juste avant la peinture. Les
principaux facteurs influençant cette qualité sont :
- la pollution de la surface par des sels, de l’huile, de la graisse, des
produits de découpe…
- la corrosion et la peau de laminage
- le profil de la surface
Le principal objectif du prétraitement de surface consiste à supprimer
toute trace de pollution afin d’éviter toute possibilité de formation de
corrosion. Cela permet d’obtenir une surface qui garantit une adhérence
satisfaisante du revêtement à appliquer. Tous les sels solubles, l’huile,
la graisse et d’autres produits chimiques utilisés lors du forage et de la
découpe, de même que d’autres pollutions de surface, doivent absolument
être éliminés avant de poursuivre le prétraitement de surface ou d’appliquer
des couches de peinture sur l’acier. La méthode habituelle consiste
peut-être à nettoyer la surface à l’aide d’un solvant avant de la sécher
avec des chiffons secs. Il faut bien veiller à l’essuyer parfaitement
sinon la pollution peut s’étendre sur une plus grande surface, suite au
nettoyage avec un solvant. Les émulsions, les dégraissants et les
nettoyages à la vapeur sont fréquemment utilisés. Dégraissez si nécessaire
avec un dissolvant, de l’essence de nettoyage ou un autre produit adéquat
pour éliminer le laitier de soudure et la pollution générale. Tous les
bords tranchants doivent être émoussés et les gouttelettes de soudure
supprimées. Toutes les surfaces doivent être parfaitement sèches. Le degré
d’humidité relative ne peut dépasser les 85% et la température de surface
de l’acier doit se situer au minimum 3°C au-dessus du point de rosée. La
première couche du système de protection choisi doit être appliquée
immédiatement après le sablage ou le dérouillage manuel, après utilisation
ou non d’un inhibiteur de rouille, afin de contrer une éventuelle nouvelle
formation de rouille, aussi minime soit-elle. Les plaques sablées sont
généralement dotées d’un primer de transport (primer après grenaillage ou
enduit de soudage). Ce primer offre une résistance provisoire à la rouille.
Il est important de savoir si l’enduit de soudage appliqué est un enduit à
un ou à deux composants. S’il s’agit d’un enduit de soudage à deux
composants, il devra être totalement éliminé avant d’appliquer une
peinture monocomposant. S’il s’agit d’un enduit de soudage à un seul
composant, il devra être totalement éliminé avant d’appliquer une peinture
à deux composants. Si possible, il est conseillé de prendre un enduit de
soudage qui convient à la peinture choisie.
Nettoyage
La peau de laminage qui ne tient pas, la rouille et les anciennes couches
de peinture peuvent être enlevées de l’acier manuellement à l’aide d’une
brosse métallique, en ponçant, en grattant ou en frappant. Ces méthodes ne
sont toutefois pas complètes et laissent toujours une petite couche de
rouille solidement fixée sur la surface d’acier. Les méthodes de nettoyage
manuel doivent être conformes à la norme ISO 8591-1:1988 Catégorie St2-B,
C ou D.
Le nettoyage mécanique se révèle généralement plus efficace et moins long
que le nettoyage manuel pour l’élimination de la peau de laminage, de la
peinture ou de la rouille mal fixée. Une rouille et une peau de laminage
solidement fixées lui résisteront toutefois. Les brosses mécanisées, les
marteaux-burineurs, les meuleuses et les ponceuses sont toujours
fréquemment utilisées. Lors de l’utilisation de brosses métalliques
mécanisées, il est important de vérifier que la surface d’acier ne finisse
pas par être polie car cela réduirait l’adhérence de la couche de peinture
appliquée ultérieurement. Les méthodes utilisées doivent être conformes à
la norme ISO 8501-1 :1988 Catégorie St3-B, C ou D.
Le sablage est incontestablement la méthode la plus efficace pour
supprimer la peau de laminage, la rouille et les anciennes couches de
peinture. Cette méthode projette du sable, des grenailles ou du gravier
sous haute pression. Le niveau de sablage adéquat pour une certaine
peinture dépend de plusieurs facteurs dont le principal est le type de
peinture choisi. La norme de base utilisée dans les fiches techniques de
divers manuels est la norme ISO 8501-1:1988 (E), préparation du support en
acier avant l’application de la peinture et des produits annexes –
appréciation visuelle de la propreté de la surface. Cette norme constitue
une petite extension du Swedish Standard (SIS 05 59 00), développé par le
“Swedish Corrosion Institute”, en collaboration avec la “American Society
for Testing & Materials (ASTM) et le “Steel Structures Painting Council (SSPC)”
aux Etats-Unis. Elle est appliquée à l’échelle internationale.
Avant le sablage, le support en acier doit être dégraissé et débarrassé
des gouttelettes de soudure. S’il subsiste des sels, de la graisse ou de
l’huile sur la surface, on aura l’impression que le processus de sablage
les a éliminés mais ce ne sera pas le cas. Même si les tâches ne sont plus
visibles, la souillure reste présente sous forme de fine couche et
influence négativement l’adhérence des couches de peinture ultérieures.
Les cordons de soudure et les bords tranchants doivent être émoussés car
les couches de peinture ont tendance à glisser des bords tranchants,
générant ainsi des fines couches de peinture et une protection moins
importante. Il est toutefois quasi impossible de peindre les gouttelettes
de soudure uniformément, sans compter le fait qu’elles sont souvent
faiblement fixées et qu’elles constituent une cause très fréquente de
défauts précoces dans la couche de peinture.
L’état de surface obtenu après sablage est important et dépendra de
l’agent de projection, de la pression d’air et de la méthode de sablage.
Un sablage trop léger peut entraîner une surface d’adhérence insuffisante
pour l’application tandis qu’un sablage trop prononcé peut aboutir à une
peinture non uniforme présentant des creux et des pics, pouvant induire l’apparition
précoce de défauts dans la peinture, plus particulièrement dans le cas de
fines couches de peinture comme les primers de sablage.
Sablage humide, projection d’eau et de boue
Le sablage humide recourt à un mélange d’eau et de grenaille plutôt que d’utiliser
seulement du gravier sec. Ceci permet d’éviter en grande partie les
dangers et les problèmes de santé liés à la poussière. Le sablage humide
présente un autre avantage pour les vielles surfaces fortement rouillées :
il élimine les nombreux produits de corrosion solubles qui se trouvent
dans les piqûres de l’acier, augmentant ainsi considérablement la qualité
de la peinture appliquée ultérieurement. Cette technique présente
toutefois un inconvénient. L’acier nettoyé rouille rapidement après le
sablage humide. Il est dès lors fréquent d’ajouter à l’eau de sablage des
agents inhibiteurs qui contrent la formation de rouille pendant un temps
suffisant pour appliquer la peinture. En général, l’utilisation d’une très
faible concentration d’agents inhibiteurs n’a pas d’influence négative sur
la qualité des couches de peinture appliquées sur l’acier sec. L’utilisation
d’un primer durcissant avec l’humidité et pouvant être appliqué sur l’acier
encore mouillé par un nettoyage par sablage humide, peut rendre l’utilisation
d’agents inhibiteurs superflue. Lorsque une formation de rouille s’est
manifestée sur des surfaces après un sablage humide, ces surfaces doivent
être nettoyées mécaniquement ou plutôt subir un décapage manuel pour
éliminer toute trace de rouille avant d’appliquer la peinture.
La projection d’eau est une technique de nettoyage de surface qui s’appuie
entièrement sur l’énergie développée au moment où l’eau touche la surface
pour obtenir l’effet nettoyant souhaité. La grenaille n’est jamais
utilisée dans les systèmes à jet d’eau. Ceci élimine les problèmes
provoqués par la pollution des poussières et l’usure des grenailles
utilisées. Deux pressions de jet d’eau différentes sont généralement
utilisées :
- les projections d’eau à haute pression (nettoyage hydraulique) qui
recourent à des pressions variant de 680 bars (10.000 p.s.i.) à 1.700 bars
(25.000 p.s.i.)
- les projections d’eau à ultra haute pression utilisant des pressions
supérieures à 1.700 bars.
Les surfaces en acier nettoyées par projection d’eau n’ont jamais la même
apparence que celles nettoyées par un sablage sec ou humide. De fait,
l’eau seule n’est pas en mesure d’arracher ou de déformer l’acier de la
même façon que la grenaille. Les surfaces traitées à l’aide de systèmes à
jets d’eau ont donc tendance à paraître mates, même avant l’apparition de
‘l’oxydation rapide’. En outre, après une usure par arrachement de la
corrosion active, l’acier semble moucheté ou tacheté après la projection
d’eau. La formation de tâches ou de mouchetures se manifeste lorsque les
produits de la corrosion présents dans les piqûres sont nettoyés, donnant
ainsi naissance à une partie claire alors que la partie environnante
conserve une couleur grise, brune ou noire mate. Ce patron correspond à
l’inverse du patron qui subsiste après un sablage. Dans ce cas, les petits
trous anodiques semblent souvent plus foncés car les produits provoqués
par la corrosion ne sont pas totalement supprimés. Les parties
environnantes sont, elles, plus claires. L’oxydation rapide, en d’autres
termes la légère oxydation de l’acier qui se manifeste lorsque l’acier a
subi un nettoyage par projection d’eau, changera rapidement d’aspect. Si
l’oxydation rapide est trop importante pour l’application de la peinture,
elle peut être supprimée ou réduite en brossant la pièce d’acier à l’aide
d’une brosse métallique dure ou en la pulvérisant à l’eau douce sous haute
pression.
Métaux non ferreux
L’acier inoxydable est largement utilisé dans l’industrie en raison de sa
bonne résistance à la corrosion, de son rapport qualité/prix avantageux et
de sa grande facilité de transformation et de nettoyage. Sa facilité de
nettoyage est surtout importante dans les branches industrielles qui
posent de hautes exigences en matière de propreté du produit. La
transformation de l’acier inoxydable (soudage, découpe…) en produits finis
peut détériorer les caractéristiques du métal, comme la résistance à la
corrosion et la facilité de nettoyage. Pour améliorer ces caractéristiques,
l’acier inoxydable reçoit, en fonction de l’application, un ou plusieurs
traitements de surface.
Aluminium
Ici aussi, la surface doit être propre, sèche et exempte de toute trace de
graisse. Si elle présente des sels de corrosion, ceux-ci doivent être
supprimés par un léger ponçage. Avant d’appliquer la peinture, il convient
d’appliquer une fine couche de primer mordant. Un changement de couleur de
teinte jaune clair ou vert clair/brun clair doit apparaître. Si cette
réaction n’a pas lieu, l’adhérence sera mauvaise. La surface doit ensuite
être raclée et traitée avec des solutions de prétraitement de l’aluminium
avant d’appliquer à nouveau un primer mordant.
Acier galvanisé
Le dégraissage de la plupart des surfaces galvanisées exige l’effort
nécessaire pour obtenir une surface propre. Tous les résidus de corrosion
du zinc blanc doivent être supprimés par un nettoyage à haute pression à
l’eau douce, suivi d’un bon ponçage. Même en utilisant la méthode de
prétraitement de surface adéquate, en d’autres termes un léger sablage, le
nettoyage à l’eau reste conseillé pour assurer l’élimination de tous les
sels de zinc solubles. De nombreux revêtements basés sur des polymères non
saponifiables peuvent être appliqués directement sur des surfaces
galvanisées préparées de la sorte. Si un léger sablage s’avère impossible,
il faut utiliser une solution ou un primer mordant pour rendre la surface
inactive et acquérir une couche d’adhérence avant d’appliquer les couches
de peinture. Si l’acier est directement traité après la galvanisation avec
un produit de passivation, il faut attendre quelques mois pour lui
permettre de s’effriter ou le brosser avant d’appliquer la peinture. En
règle générale, les traitements aux produits mordants n’ont aucune
influence sur les matériaux frais de ce type.
Autres matériaux non ferreux
Ici aussi, les éventuels sels de corrosion doivent être supprimés par un
léger ponçage et nettoyage à l’eau. La surface nettoyée doit alors être
poncée ou très légèrement pulvérisée à basse pression avec un agent de
projection ne contenant pas de métaux. Ensuite, elle doit être traitée
avec un primer faiblement mordant avant l’application de la couche de
peinture. Dans le cas du plomb, le primer mordant peut être supprimé si la
surface a bien été poncée.
La longévité de toute peinture dépend entièrement du prétraitement du
support et des conditions dans lesquelles le matériau a été traité. L’oxydation
se poursuit en dessous des couches de peinture et l’application d’une
couche de peinture sur un support humide entraîne inévitablement des
boursouflures et des écailles. La qualité de chaque couche de peinture
dépend donc directement d’un prétraitement correct et rigoureux de la
surface avant l’application de la peinture. Même la peinture la plus
coûteuse et la plus sophistiquée sur le plan technologique se révélera
inefficace si les prétraitements de surface n’ont pas été effectués
correctement ou complètement.
M.M.
|