|
Outsourcing
Wanneer uitbesteden?
version française
Outsourcing staat al vele jaren in de belangstelling. Na een aanvankelijke
juichstemming volgde een periode met behoorlijke kritiek. De laatste jaren zijn
de meningen echter wat gematigd en is de teneur dat outsourcing voordelen kan
opleveren, mits er goed mee omgegaan wordt. Maar wanneer wordt er nu goed met
outsourcing omgegaan? Wanneer heb je het belsuitvormingstraject zorgvuldig
doorlopen?
De centrale vraagstelling is: “Welke beslissingen moeten in welke volgorde
worden genomen om een traject van outsourcing succesvol te laten verlopen?” Om
op deze vraag te kunnen antwoorden moeten we echter wel eerst de definitie van
outsourcing vastleggen. Een definitie die deze problematiek nog het best
benadert kan als volgt worden omschreven: “Outsourcing is de overgang van (delen
van) middelen, mensen en/of activiteiten naar één of meerdere leveranciers,
opdat deze onder het management van de leverancier(s) de vereiste resultaten
behalen”.
Uitdagingen
Outsourcing is een uitgesproken lange-termijnstrategie. Activiteiten uit
handen geven om ze door derden te laten uitvoeren veronderstelt een hechte
vertrouwensrelatie tussen uitbesteder en uitvoerder. Of dat lukt, hangt af van
de manier waarop de outsourcer de uitdaging aanpakt én van de manier waarop de
leverancier(s) dat doet. Zo zijn er voor beide partijen wel een aantal
uitdagingen waaraan moet worden voldaan. Zo is het voor de outsourcer belangrijk
dat het proces binnen de eigen organisatie van het bedrijf wordt aanvaardt. Ook
moeten de verwachtingen en doelstellingen op elkaar worden afgestemd en het
partnership worden hardgemaakt, want de klant dient zijn verwachtingen te
vertalen in resultaten en resultaatgebieden. Ook de aflijning van de
verantwoordelijkheden veronderstelt een precieze afbakening van de processen,
waarbij de rol van het interne management (strategisch) moet worden begrensd en
afgebakend alsook die van de leverancier (operationeel tactisch). Daarnaast
dient het outsourcende bedrijf ook zijn eigen kosten mee in rekening te brengen.
Voor wat betreft de leverancier zullen zijn methodes en aanpak bepalend zijn
voor het succes van een outsourcing-relatie. De partner-leverancier moet
specialistisch zijn in het management van de diensten waarvoor hij door de
outsourcer wordt aangesproken. Dit slaat o.a. op marktkennis, competentie en
inzicht. Het management moet dus duidelijk omschreven worden in termen van
processen en de leverancier moet over de nodige methoden en methodologie
beschikken om deze te implementeren. Ook de communicatie rond de te verwachten
resultaten is belangrijk om de verwachtingen van de klant niet te beschamen.
Kerntaken
Bedrijven kunnen dus goede redenen hebben om activiteiten uit te besteden.
Langs economische kant kan het bedrijf zijn kosten (inclusief interne) drukken,
ontstaat er een grotere kostentransparantie en door hun grotere specialisatie
kunnen derden betere kwaliteit afleveren. Die derden kunnen ook een
schaalvoordeel aanreiken dat voor bepaalde activiteiten/diensten dikwijls niet
in eigen huis aanwezig is, en een bedrijf dat randactiviteiten uitbesteedt kan
zich gemakkelijker concentreren op zijn kernactiviteiten en die dus
optimaliseren. De zogenaamde kernactiviteiten bepalen dus het wezen van de
organisatie, de missie, strategie en de productiviteit. Het afstoten van
kerntaken maakt het eigen bedrijf dus afhankelijker van toeleveranciers en
derden. Wie machines, computers, auto’s of andere toestellen assembleert en de
benodigde technici van elders moet betrekken loopt het risico dat er op het
moment van een groot order te weinig vakkrachten aanwezig zijn. Het bedrijf moet
er dus steeds op letten dat de kernactiviteiten niet te nauw begrensd zijn.
Strategische inzichten willen nog wel eens veranderen en dat is vervelend als
die nu ineens belangrijke kerntaak net vorig jaar de deur werd uitgedaan.
Kosten en baten
Het uitbesteden van taken of activiteiten behoord uiteraard kwalitatief,
kwantitatief en financieel ook het nodige op te leveren. Kleinere
nevenactiviteiten kunnen door de grootschaligheid van andere aanbieders vaak
efficiënter, beter, flexibeler en voordeliger uitgevoerd worden. Heeft een
bedrijf maar één technieker/onderhoudsman in dienst en wordt die ziek, dan kan
dat een probleem opleveren. Een gespecialiseerd toeleverancier beschikt
daarentegen over een groot oproep-potentieel en kan een open gevallen plaats
gemakkelijk opvullen. Ook kan hij voordeliger werken en een beter
kwaliteitsbeleid nastreven. Bekende ICT-voorbeelden van effectieve outsourcing
zijn het aansluiten bij grote helpdesks en contracten met reparatie- en
onderhoudsbedrijven. Die voorzien in een betere up-to-date scholing, 24-uurs
bezetting en een stuk flexibeler personeelsinzet.
Managable?
Een veel gehoorde reden voor outsourcing is dat het eigen management geen
tijd of ruimte voor de bepaalde activiteiten heeft. Laat een ander dat dus maar
doen. Maar wat moet die ander dan eigenlijk precies doen? Als het eigen
management dat ook niet weet wordt het wel moeilijk uitbesteden. Het eigen
management dient daarom goede kaders of raamwerken aan te geven. Wat wordt er
verwacht? Om welke taken gaat het? Wat zijn de kwaliteitseisen? Wat mag het gaan
kosten? Een andere belangrijke managementkeuze is die tussen outsourcing en de
volgende alternatieven voor uitbesteding:
§ een joint venture tussen de eigen interne en een aanvullende of ondersteunende
dienstverlener;
§ een interne dienst een stuk verzelfstandigen tot een marktconform werkende
dienst;
§ de eigen dienst aan een derde exploitant verkopen en vervolgens de uit te
voeren activiteiten dan weer inhuren;
§ een zelfstandige (werk-)maatschappij van de voormalige interne dienst maken en
de afname van de activiteiten contractueel vastleggen.
Addertje onder het gras
Onze economie wordt een kenniseconomie. Toegevoegde economische waarde is nu
hoofdzakelijk ‘weten’, want vandaag de dag bestaat onze economie er in kennis te
verwerven, deze op te slaan, te manipuleren en door te spelen aan anderen. Er is
nu zodanig veel kennis en deze neemt exponentieel zo snel toe, dat geen enkele
onderneming nog alle kennis in huis kan hebben, die nodig is om het beste
product te maken of dienst te leveren aan de beste prijs. Al die kennis in huis
hebben is trouwens ook niet nodig, want wij kunnen die kennis die nodig is
verkrijgen van overal, vanuit de ganse wereld, langs de moderne
informatiestromen, bij wijze van bits. Maar toch ligt het niet zo eenvoudig.
Veronderstel dat een bedrijf zijn kosten wenst te drukken door een bepaalde
activiteit uit te besteden. Die activiteit(en) kunnen dan worden uitgevoerd door
bedrijven die tot een andere bedrijfssector behoren en meteen onder een ander
paritair comité ressorteren, waar de loonkost lager of hoger ligt. Maar, het
weze herhaald, zo simpel is het echter niet. België is immers een land van
verworven rechten. Met de outsourcing van een dienst of activiteit gaan immers
ook bepaalde werknemers mee. Inderdaad, in geval van overgang van onderneming of
een deel ervan, kunnen werknemers meegaan. Echter de CAO betreffende de overgang
van ondernemingen en de verworven rechten van werknemers – met name een Europese
richtlijn van 29 juni 1998 – stelt: “Wanneer er een economische eenheid wordt
overgedragen, die haar identiteit behoudt, waaronder een geheel van
georganiseerde middelen wordt verstaan, …”. De overeenkomst die uw bedrijf met
zijn onderaannemer(s) sluit, is ter zake medebepalend. Meer nog. Een wet van
1968 betreffende de CAO’s en de paritaire comités bepaalt dat de nieuwe
werkgever de collectieve arbeidsovereenkomsten, die uw bedrijf verbonden, verder
dient na te leven. M.a.w. ook de door uw bedrijf afgesloten CAO’s en de
sectorale collectieve arbeidsvoorwaarden gaan mee. En, afhankelijk van de sector
waarin een bedrijf actief is, kan dit soms een voordeel zijn maar ook een
nadeel. Daarenboven is er ook nog zoiets als de incorporatie van lonen en
arbeidsvoorwaarden in de individuele arbeidsovereenkomst. Dit betekent dat de
collectieve vastgelegde lonen deel uit maken van de individuele
arbeidsovereenkomst, tenzij de CAO een uitdrukkelijke clausule zou bevatten, die
deze incorporatie uitsluit. Dit is evenwel zelden het geval. M.a.w. normaal
nemen uw vroegere werknemers hun vroegere arbeidsovereenkomsten eveneens mee
naar hun nieuwe werkgever. Alleen de nieuwe werknemers, die de nieuwe baas zelf
aanwerft vallen onder de goedkopere (of duurdere) CAO’s van de eigen sector. Of
er dan veel besparingen te bespeuren vallen is een andere zaak.
Hubert Lahaut
Outsourcing – Aide
extérieure
Quand sous-traiter
Le ‘outsourcing’ est en vogue depuis plusieurs années déjà. Après un début
enthousiaste, une période de nombreuses critiques a suivi. Ces dernières années,
les avis sont plus nuancés et la teneur est que la sous-traitance peut offrir
des avantages, moyennant une bonne utilisation. Mais quand est-ce que la
sous-traitance est-elle bien appliquée ? Quand est-ce que vous avez parcouru le
trajet décisionnaire soigneusement ?
La question centrale est: «Quelles décisions doivent être prises et dans quel
ordre afin que le trajet du ‘outsourcing’ se déroule sans problèmes ?» Afin de
pouvoir répondre à cette question, nous devons commencer par bien définir le
‘outsourcing’. La définition qui traduit le mieux possible cette problématique
est la suivante: «Outsourcing est confier (des parties de) des moyens, hommes
et/ou activités à un ou plusieurs fournisseurs, afin d’obtenir les résultats
escomptés sous la direction de ce(s) fournisseur(s)».
Défis
La sous-traitance est clairement une stratégie à long terme. Confier des
activités à l’extérieur afin de les faire réaliser par des tiers suppose une
excellente relation de confiance entre le client et l’exécutant. La réussite
dépend de la manière dont le sous-traitant approche le défi et de la manière
dont le(s) fournisseur(s) s’acquitte de sa/leur tâche. Il y a donc plusieurs
défis pour les deux parties. Pour le client, il est important que le processus
soit accepté par l’organisation propre de l’entreprise. Les attentes et les
objectifs doivent correspondre et le partenariat doit être prouvé, car le client
doit traduire ses attentes en résultats et domaines de résultats. La définition
des responsabilités suppose une délimitation précise des processus, dans
lesquels le rôle de la direction (stratégique) interne doit être limité et
délimité, ainsi que celui du fournisseur (opérationnel, tactique). En outre, la
société confiant le travail à l’extérieur doit imputer ses propres frais. En ce
qui concerne le fournisseur, ses méthodes et son approche seront déterminantes
pour la réussite d’une relation de sous-traitance. Le partenaire fournisseur
doit être spécialisé dans le management des services pour lesquels le
‘outsourcer’ s’adresse à lui. Ceci implique notamment la connaissance du marché,
la compétence et la perspicacité. Le management doit donc être clairement défini
en termes de processus et le fournisseur doit disposer des méthodes et de la
méthodologie nécessaires afin de les implémenter. La communication relative aux
résultats escomptés est importante afin de ne pas trahir les attentes du client.
Tâches principales
Les entreprises peuvent donc avoir de bonnes raisons pour sous-traiter
certaines activités. Du côté économique, l’entreprise peut comprimer ses frais
(y compris les frais internes), cela crée une plus grande transparence des coûts
et grâce à leur spécialisation importante, les tiers peuvent fournir une
meilleure qualité. Ces tiers peuvent aussi fournir un avantage à l’échelle, ce
qui n’est pas toujours le cas pour certaines activités/services au sein de
l’entreprise et une société qui confie ses activités marginales à l’extérieur
peut plus facilement se concentrer sur ses activités principales et donc les
optimaliser. Ces soi-disant activités principales déterminent en fait la nature,
la mission, la stratégie et la productivité de l’organisation. Le rejet des
activités principales rend l’entreprise plus vulnérable et donc plus dépendante
des sous-traitants et des tiers. Celui qui assemble des machines, ordinateurs,
voitures ou tout autre appareil et qui doit acheter les services de techniciens
à l’extérieur, court le risque de manquer de main d’œuvre qualifiée au moment où
il reçoit une commande importante. L’entreprise doit donc toujours veiller à ne
pas trop délimiter ses activités principales. Des idées stratégiques peuvent
changer, ce qui est gênant lorsque cette tâche, aujourd’hui importante, a
précisément été abandonnée l’année dernière.
Coûts et efficacité
La sous-traitance de certaines tâches ou activités doit évidemment être
intéressante aussi bien au plan de la qualité, de la quantité et financièrement.
De petites activités marginales peuvent souvent être réalisées de manière plus
efficace, meilleure, plus flexible et plus avantageuse, grâce à l’importance
d’autres offrants. Une entreprise qui n’a qu’un seul technicien ou personne pour
l’entretien et cette personne est malade, peut être mise en difficultés. Un
sous-traitant spécialisé, par contre, dispose d’un potentiel plus important et
peut facilement combler un poste vacant. Il peut aussi travailler à des prix
plus avantageux et viser une meilleure politique de qualité. Des exemples ICT
connus de sous-traitance effective sont l’affiliation à des grands Help desks et
souscrire des contrats avec des entreprises de réparation et d’entretien, qui se
chargent d’un écolage meilleur et à jour, d’une occupation de 24 heures et de la
fourniture nettement plus flexible de personnel.
Gérable ?
Une raison fréquemment invoquée pour la sous-traitante est que le management
de l’entreprise n’a pas le temps ou l’espace pour certaines activités. Qu’un
autre le fasse à notre place. Mais qu’est-ce que ce tiers doit effectivement
réaliser ? Si la direction de l’entreprise ne le sait pas exactement, il est
difficile de le confier à l’extérieur. Il revient de ce fait à la direction de
préciser les cadres. Qu’attend-on ? De quelles tâches s’agit-il ? Quelles sont
les exigences en matière de qualité ? Quel peut être le prix ? Un autre choix
important doit se faire entre ‘outsourcing’ et les alternatives suivantes de
sous-traitance :
§ un joint-venture entre le prestataire de service propre à l’entreprise et un
prestataire de service complémentaire ou de soutien;
§ rendre un service intérieur plus indépendant et en faire un service conforme
au marché;
§ vendre son propre service à un troisième exploitant et ensuite relouer ses
services pour les activités à effectuer;
§ fonder une société indépendante de l’ancien service interne et fixer
contractuellement l’achat/location des activités.
Anguille sous roche
Notre économie évolue vers une économie de connaissances. La valeur ajoutée
économique est principalement le ‘savoir’, car aujourd’hui, notre économie
consiste à acquérir des connaissances, à les enregistrer, à les manipuler et à
les transmettre aux autres. Ces connaissances sont telles et elles augmentent de
manière exponentielle, qu’aucune entreprise n’est plus capable de les avoir
toutes, afin de produire le meilleur produit ou service au meilleur prix.
D’ailleurs, il n’est pas nécessaire d’avoir tout ce savoir dans l’entreprise,
car nous pouvons obtenir les connaissances nécessaires partout, dans le monde
entier, par le biais des courants d’information modernes, sous forme de bits.
Mais ce n’est pas tout à fait aussi simple. Supposez qu’une entreprise souhaite
comprimer ses frais en sous-traitant une certaine activité. Cette/ces
activité(s) peut/peuvent être réalisée(s) par des entreprises d’un autre secteur
d’activité et ressortant d’un autre comité paritaire, où les charges salariales
sont inférieures ou supérieures. Mais nous le répétons, ce n’est pas aussi
simple. La Belgique est un pays aux droits acquis. En sous-traitant un service
ou une activité, certains salariés décident d’accompagner. En effet, dans le cas
de transfert d’entreprise ou d’une partie, les employés peuvent suivre.
Toutefois, la CCT relative au transfert d’une entreprise et des droits acquis
des employés – à savoir la directive européenne du 29 juin 1998 – stipule:
“Lorsqu’une unité économique, qui maintient son identité, comprenant une entité
de moyens organisés est transférée, …”. Le contrat que votre entreprise signe
avec son/ses sous-traitant(s) est également déterminant. Et il y a plus: une loi
de 1968 concernant la CCT et les comités paritaires précise que le nouvel
employeur doit suivre les conventions collectives de travail qui engageaient
votre entreprise. En d’autres termes, même les CCT contractées par votre
entreprise et les conditions collectives de travail sectoriel suivent. Et, en
fonction du secteur d’activité d’une entreprise, cela peut parfois être un
avantage, mais parfois aussi un inconvénient. En outre, il existe une espèce
d’incorporation des salaires et conditions de travail dans le contrat d’emploi
individuel. Cela signifie que les salaires fixés collectivement font partie du
contrat de travail individuel, sauf si la CCT contient une clause explicite,
excluant cette intégration. C’est toutefois très rare. En d’autres termes, vos
anciens travailleurs emportent normalement leurs anciens contrats de travail
pour leur nouvel employeur. Seuls les nouveaux travailleurs, que le nouveau
patron engage lui-même, sont engagés sous la CCT plus ou moins coûteuse de son
secteur. S’il est possible de faire effectivement des économies, c’est une autre
histoire. << (H.L.)
|