|
PBM’s
Tijdig vervanging regelen!
version française
Veel persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zijn beperkt houdbaar of beperkt
bruikbaar. Veiligheidshelmen worden bijvoorbeeld voor een periode tussen drie en
vijf jaar door de leverancier gegarandeerd. Na die periode moeten ze vervangen
worden, omdat de kunststofschaal zijn beschermende eigenschappen is verloren.
Het is dus belangrijk om maatregelen te nemen om de tijdige vervanging van dit
soort spullen te regelen. De vraag blijft echter steeds: hoe doe je dat nu
zonder dat het in ‘werk’ ontaardt?
Kort samengevat kan men zeggen dat een persoonlijk beschermingsmiddel (PBM)
iedere uitrusting omvat die is bestemd om door de werknemer gedragen of
vastgehouden te worden ten einde de werknemer te beschermen tegen één of
meerdere gevaren die een bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid en de
veiligheid. Hiertoe horen ook alle aanvullingen en accessoires die daartoe bij
kunnen dragen.
PBM-beleid
Voor zowel werkgevers als werknemers is het van belang om op de hoogte te
zijn van de risico’s die het werk met zich meebrengen. De werking van de
arbeidswet is er op gericht dat er steeds meer gewerkt wordt aan een
systematische aanpak van de arbeidsomstandigheden waarbij het gaat om het
verbeteren van de arbeid, het beschermen van de gezondheid van medewerkers en
het voorkomen van ongevallen en ziekteverzuim. Om risico’s te beheersen en de
kans op schade aan de gezondheid (letsel) te beperken is het gebruik van
persoonlijke beschermingsmiddelen vaak onvermijdelijk. Het gebruik van PBM is
echter niet zonder risico’s (zowel voor werknemer als werkgever). Er kunnen
ongevallen en beroepsziekten ontstaan door onzorgvuldig of te snel inzetten van
PBM, door het niet of onjuist gebruiken van PBM en door het ontbreken van
toezicht en disciplinaire maatregelen, of door slecht onderhoud. De werkgevers
aansprakelijkheid voor arbeid risico’s (ongevallen en beroepsziekten) wordt
steeds aangescherpt, verzekeraars stellen steeds meer voorwaarden waaraan
bedrijven moeten voldoen om risico’s beheersbaar te maken. Het is daarom voor
werkgevers en werknemers van belang om spelregels ten aanzien van het gebruik
van PBM vast te leggen. Een PBM-beleid. Persoonlijke beschermingsmiddelen hebben
onderhoud nodig. Daarnaast is het belangrijk om te weten of iedereen wel over de
juiste spullen beschikt en in wat voor staat die verkeren. In veel organisaties
is het onderhoud en de registratie van PBM een vergeten onderwerp. In elk
bedrijf komen persoonlijke beschermingsmiddelen voor. Gemakshalve rekenen we
daar ook het EHBO-kistje bij. Vaak zien we dat het met het onderhoud van die
spullen droevig is gesteld. Het valt ook op dat in veel organisaties het
verbruik van PBM enorme vormen aanneemt. Zeker als er geen sprake is van een
goed beheersysteem.
Verstrekking van PBM
Iedere medewerker moet de PBM ontvangen die hij voor een veilige uitoefening
van zijn functie nodig heeft. Je kunt dus per functie vastleggen welke PBM
iedere medewerker voor zijn persoonlijk gebruik moet ontvangen. Het is dus
eenvoudig mogelijk om een lijstje te maken waarin per functie vastgelegd wordt
welke PBM er nodig zijn. Door het formulier van de naam en functie van de
medewerker te voorzien is in één keer duidelijk wat de medewerker gekregen
heeft. Door vervolgens voor ontvangst te laten tekenen is ook duidelijk dat de
medewerker de spullen heeft ontvangen.
Projectgebonden PBM
Er zijn persoonlijke beschermingsmiddelen die niet aan iedere medewerker
verstrekt hoeven te worden, maar die een relatie hebben met een bepaald type
werkzaamheden. Een voorbeeld daarvan is het ‘harnas’, die voorgeschreven is bij
het opbouwen of afbreken van stellingen of werken op grote hoogte. Door een
beperkt aantal harnassen in verschillende maten ter beschikking te houden kan
degene die dergelijke werkzaamheden moet uitvoeren het harnas meenemen en
gebruiken als dat moet. Het harnas wordt na afloop van de werkzaamheden
teruggebracht. De PBM kunnen via de werkbon aan de medewerker meegegeven worden,
en zo is ook eenvoudig bij te houden wie wat heeft.
Onderhoud van ‘op de man’ verstrekte PBM
Vaak is het onderhoud van PBM, die medewerkers in hun bezit hebben, een
lastig te organiseren zaak. De meest eenvoudige oplossing is de periodieke
inspectie van het materiaal dat medewerkers in hun bezit hebben. Inmiddels
hebben veel bedrijven hun medewerkers een ‘veiligheidstas’ gegeven. Door
bijvoorbeeld iedere drie maanden de medewerkers te vragen om de tas mee te nemen
naar het werkoverleg kan eenvoudig gecontroleerd worden of alles er nog in zit
en of er zaken zijn die vervangen moeten worden.
Verlies, diefstal en vervanging bij slijtage
PBM willen nogal eens verdwijnen of anderzijds verloren gaan. Als werkgever
of verantwoordelijke kan je alleen maar tot verstrekking van nieuw materiaal
overgaan. Hier gaat het vaak fout. Als medewerkers niet verantwoordelijk gesteld
worden voor de spullen die ze gekregen hebben, dan is er ook weinig reden om er
zuinig mee te zijn. Diverse bedrijven voeren daarom een sanctiebeleid in, waarin
ze regelen dat er betaald moet worden als er spullen kwijt raken of gestolen
worden (behalve bij flagrante gevallen natuurlijk). De praktijk leert echter dat
het probleem van verloren persoonlijke beschermingsmiddelen daarmee meestal is
opgelost. Als PBM versleten zijn of gebruikt (denk aan helmen, valbeveiliging en
dergelijke) dan moeten die gratis omgeruild worden. De beste manier om dat te
regelen is iemand aanwijzen die verantwoordelijk is voor het beheer van de
voorraad, en te regelen dat spullen daar omgeruild kunnen worden. De meeste
bedrijven hebben goede ervaringen met ‘oud tegen nieuw’ regelingen, waarbij
spullen die versleten zijn omgeruild worden tegen nieuwe. Dat geeft weinig
ruimte om dergelijke dingen te laten verdwijnen.
Periodiek onderhoud
Sommige PBM moeten periodiek onderhouden worden. Daarbij kan gedacht worden
aan bijvoorbeeld adembeschermingsmiddelen. Filters hebben vaak een beperkte
houdbaarheidsdatum. Het is dus zaak om regelmatig na te gaan of de filters nog
gebruikt mogen worden en er voor te zorgen dat tijdige vervanging plaatsvindt.
Onderhoud kan je plannen, net zoals de inspecties van de persoonlijke sets. Zoek
daarbij aansluiting bij de onderhoudsschema’s voor machines en apparatuur, zodat
je met hetzelfde systeem ook de PBM kunt laten onderhouden. EHBO-kistjes vormen
hierbij een aparte (en meestal vergeten) categorie. Je hebt die kistjes om ze
het liefst niet te gebruiken. Toch wordt er wel eens een pleister geplakt of een
wondje ontsmet. EHBO-kistjes vragen daarom ook om een periodiek onderhoud en
idealiter om een ruilsysteem, dat er voor zorgt dat er altijd complete
verbandkistjes zijn. Dat laatste kan opgevangen worden door een extra
EHBO-kistje in het magazijn te plaatsen en voor te schrijven dat na ieder
gebruik het gebruikte kistje omgeruild moet worden. Degene die de voorraad
beheert zorgt voor het compleet maken van het kistje en het vervangen van de
gebruikte materialen. Daarmee is het klaar om opnieuw uitgegeven te worden.
Zoals u ziet is het niet zo moeilijk om met eenvoudige maatregelen er voor te
zorgen dat uw medewerkers altijd over voldoende en onderhouden PBM beschikken.
Je moet het alleen even doen. <<
M.M.
Kader 1:
Verstrekking, onderhoud en afvoer van PBM
- De werkgever dient PBM in voldoende aantal beschikbaar te stellen, en de PBM
dienen passend en doelmatig te zijn. Iedere werknemer moet op de hoogte zijn van
waar en op welke wijze PBM in het bedrijf worden verstrekt. PBM zijn in beginsel
persoonlijk en moeten gratis aan de werknemer ter beschikking gesteld worden
(ook aan derden zoals uitzendkrachten).
- Bij de verstrekking van PBM uit categorie II en III (tegen middelhoge en hoge
risico’s) dient de ingebruikname gekoppeld te zijn aan een doelmatige instructie
of eventueel een training.
- Bij de verstrekking van de middelen is het aan te bevelen de gebruiker een
ontvangstverklaring te laten tekenen en dit centraal te registreren. Sommige
werkgevers gaan ertoe over om een zogenaamd PBM paspoort aan de werknemers te
geven, hierin staan de gebruikte PBM en de bijbehorende instructies.
- Alleen PBM die in goede staat verkeren kunnen de beschermende werking
waarmaken. Daarom moet gewaarborgd worden dat de middelen doelmatig worden
gereinigd, opgeslagen en gecontroleerd.
Kader 2:
CE-eisen en categorieën PBM
PBM moeten zijn voorzien van het CE-merkteken en verder moet bij elk artikel een
gebruiksaanwijzing worden gegeven. Het CE-teken geeft aan dat het product
voldoet aan bepaalde minimum eisen inzake veiligheid en hygiëne (Europese
richtlijn 89/ 686/ EEG). In ieder geval moet de fabrikant zorgen dat de PBM de
mate van veiligheid bieden, die de gebruiker ervan kan verwachten, dat het
gebruik van PBM geen secundaire letselkansen schept (zoals verwonding als gevolg
van het gebruik van PBM) en dat de gebruikers niet meer dan strikt noodzakelijk
worden belast als gevolg van het gebruik van PBM.
Eisen aan PBM hangen ook af van de categorie waaronder een middel valt:
Categorie 1: PBM tegen lage risico’s
- Deze PBM tegen lage risico’s zijn zodanig ontworpen dat zonder enige
deskundigheid en zonder hulpmiddelen de mate van bescherming is te bepalen.
- Bij falen van de bescherming door het middel kan een gering en oppervlakkig
letsel optreden.
Voorbeelden van PBM uit risicoklasse 1 zijn zonnebril, regenkleding en
eenvoudige tuinhandschoenen.
Categorie 2: PBM tegen middelhoge risico’s
- PBM tegen middelhoge risico’s zijn PBM die niet onder risicoklasse 1 vallen en
waarbij de fabrikant moet zorgen dat de middelen voldoen aan de bepalingen
volgens de EG-richtlijn. De fabrikant zorgt naast het technisch dossier ook voor
een typekeur van elk product.
- De meeste PBM vallen onder deze categorie, voorbeelden van PBM uit
risicoklasse II zijn een veiligheidsbril en veiligheidshelm.
Categorie 3: PBM tegen hoge risico’s
- PBM tegen hoge risico’s zijn complexe PBM waaraan, naast de gestelde
voorwaarden uit klasse II, ook extra eisen worden gesteld, zoals het
geproduceerd moeten zijn onder een door de EG erkend kwaliteitsborg systeem.
- Een voorbeeld van PBM uit risicoklasse III is een harnasgordel.
Les EPI
Régler à temps leur remplacement
La durée de conservation ou la durée de vie de nombreux Equipements de
Protection Individuelle (EPI) est limitée. Le fournisseur de casques de
protection sont, par exemple, les garantit entre trois et cinq ans. Passé cette
période, ils doivent être remplacés, parce que la coque en matière synthétique
perd ses propriétés. Il est donc important de prendre des mesures pour remplacer
ce type d’équipements à temps. La question reste toujours : comment dois-je m’y
prendre sans que cela ne dégénère en ‘travail’ ?
En bref, on peut dire qu’un équipement de protection individuelle (EPI) comprend
tout l’équipement que l’ouvrier, employé doit revêtir ou porter pour se protéger
contre un ou plusieurs dangers qui peuvent présenter une menace pour sa santé et
sa sécurité. Tous les compléments et les accessoires qui peuvent y contribuer en
font également partie.
Politique EPI
Aussi bien pour l’employeur que pour les employés, il est important d’être
bien informé des risques et des dangers que le travail peut représenter. Le
fonctionnement de la loi sur le travail fait en sorte qu’il faut de plus en plus
œuvrer à une approche systématique des conditions de travail, dans le but
d’améliorer le travail, de protéger la santé des collaborateurs et d’éviter les
accidents et l’absentéisme pour cause de maladie. Pour maîtriser les risques et
limiter les éventuelles perturbations de la santé (blessures), il est, en
général, inévitable d’utiliser des équipements de protection individuelle.
L’utilisation d’EPI n’est toutefois pas sans risques (tant pour l’employeur que
pour l’employé). Des accidents et maladies professionnelles peuvent survenir par
négligence ou en faisant intervenir les EPI trop rapidement, en les utilisant
mal ou par l’absence de surveillance et de mesures disciplinaires ou par un
mauvais entretien. La responsabilité des employeurs pour les risques sur le lieu
de travail (accidents et maladies professionnelles) est de plus en plus pointue.
Les assurances posent de plus en plus de conditions auxquelles les entreprises
doivent se soumettre pour arriver à maîtriser les risques. Pour cela, il est
important, pour les employeurs et pour les travailleurs, de fixer les règles par
rapport à l’utilisation d’EPI. Une politique EPI. Les équipements de protection
individuelle doivent être entretenus. Par ailleurs, il est important de savoir
si chacun dispose du matériel adéquat et dans quel état il se trouve. Dans de
nombreuses organisations l’entretien et l’enregistrement des EPI est un sujet
que l’on oublie trop facilement. Dans chaque entreprise, il y a des équipements
de protection individuelle. Par facilité, nous comptons aussi la boîte de
secours. Souvent, nous voyons que l’entretien est mal fait. Il est aussi
frappant de voir que dans de nombreuses organisations, l’utilisation d’EPI prend
des formes considérables. Surtout lorsque le système de gestion n’est pas
excellent.
Fourniture d’EPI
Chaque collaborateur doit recevoir l’EPI dont il a besoin pour exercer son
métier en toute sécurité. Vous pouvez donc fixer pour chaque fonction, le type
d’EPI dont les collaborateurs doivent disposer pour leur usage personnel. Il est
donc simple de dresser une liste dans laquelle il est déterminé quel EPI il
faut, par fonction. En inscrivant le nom et la fonction du collaborateur sur le
formulaire, vous savez une fois pour toute ce que le collaborateur a reçu. En
lui faisant signer un accusé de réception, il est aussi clair que le
collaborateur a reçu son équipement.
EPI liés à un projet
Il y a des équipements de protection individuelle qui ne doivent pas être
remis à chaque collaborateur, mais qui ont un rapport avec un certain type
d’activités. Un exemple : le ‘harnais antichute’, prescrit pour le montage ou le
démontage d’échafaudages ou des travaux en altitude. En prévoyant un certain
nombre de harnais en différentes tailles, ceux qui doivent effectuer de telles
tâches pourront prendre et utiliser le harnais, si nécessaire. Après les
travaux, les harnais sont remis en place. Les EPI peuvent aussi être remis aux
employés par le biais d’un bon de travail. Il est ainsi plus facile de savoir
qui a reçu quoi.
Entretien des EPI remis
Souvent, l’entretien des EPI que les collaborateurs ont en leur possession
est une tâche difficile à organiser. La solution la plus simple est l’inspection
périodique du matériel que les collaborateurs ont en leur possession. De
nombreuses entreprises ont maintenant fourni un ‘sac de sécurité’ à leurs
employeurs. En demandant, par exemple, aux collaborateurs de présenter leur sac
tous les trois mois lors d’une réunion de travail, il est facile de contrôler si
tout est encore en ordre ou si certains objets doivent être remplacés.
Perte, vol et remplacement des équipements usés
Les EPI disparaissent facilement ou se perdent. En tant qu’employeur ou
responsable, vous ne pouvez que remplacer le matériel manquant. C’est ici que
souvent le bât blesse. Lorsque les collaborateurs ne sont pas responsabilisés
pour leurs affaires, il y a aussi peu de raisons pour qu’ils soient soigneux.
Plusieurs entreprises ont dès lors introduit une politique de sanctions, qui
prévoit le paiement des équipements perdus ou volés (sauf dans des cas flagrants
évidemment). La pratique nous apprend toutefois que le problème de perte
d’équipements de protection individuelle est ainsi souvent résolu. Si les EPI
sont usés (songez aux casques, aux protections antichute et autres), ils doivent
être remplacés gratuitement. La meilleure façon de régler cela est de désigner
un responsable pour la gestion des stocks et de veiller à ce que les équipements
puissent être remplacés chez lui. La plupart des entreprises ont une bonne
expérience en ayant introduit la règle ‘un nouveau en échange d’un ancien
(usé)’, permettant le remplacement des anciens équipements usés par un nouveau.
Ainsi, les disparitions sont de moins en moins fréquentes.
Entretien périodique
Certains EPI doivent être entretenus périodiquement. On peut penser, par
exemple, aux appareils respiratoires. Les filtres ont souvent une durée de
conservation limitée. Il faut donc vérifier régulièrement si les filtres peuvent
encore être utilisés et veiller à ce qu’ils soient remplacés régulièrement. Vous
pouvez planifier l’entretien tout comme les inspections des sets personnels.
Veillez peut-être à l’inclure dans les schémas d’entretien des machines et
appareils, ainsi vous pouvez entretenir les EPI avec le même système. Les boîtes
de secours représentent une catégorie séparée (et souvent oubliée). Vous avez
ces boîtes, de préférence pour ne pas les utiliser. Pourtant, on utilise souvent
un pansement ou un désinfectant pour soigner l’une ou l’autre plaie. Les boîtes
de secours demandent aussi un entretien régulier et, idéalement, elles devraient
aussi être remplacées régulièrement, pour avoir toujours une boîte complète,
avec les pansements adéquats. Pourquoi ne pas avoir une boîte de secours en
réserve et demander à ce qu’après chaque utilisation, elle soit remplacée ?
Celui qui gère les stocks est chargé de compléter les boîtes et de remplacer le
matériel utilisé. Ainsi, elle serait toujours prête à être utilisée. Comme vous
voyez, il n’est pas bien difficile, avec des mesures simples, de veiller à ce
vos collaborateurs disposent toujours de suffisamment d’EPI en bon état. Il
suffit de le faire.
M.M.
Encadré 1:
Fourniture, entretien et évacuation des EPI
- L’employeur doit mettre suffisamment d’EPI à la disposition de son personnel.
Ces EPI doivent être à la taille de l’utilisateur et ils doivent être efficaces.
Chaque employé doit savoir où et de quelle manière les EPI sont fournis par
l’entreprise. Les EPI sont en principe personnels et doivent être mis
gratuitement à la disposition des travailleurs (même pour les tiers, comme les
intérimaires).
- Lors de la fourniture d’EPI des catégories II et III (risques intermédiaires
et graves), la mise en service doit être accompagnée d’une instruction ou
éventuellement d’un entraînement efficace.
- Lors de la fourniture des équipements, il est conseillé de faire signer un
accusé de réception à l’utilisateur et de l’enregistrer de manière centrale.
Certains employeurs vont même jusqu’à fournir un soi-disant passeport EPI à
leurs collaborateurs, dans lequel se trouvent les EPI utilisés et les
instructions les accompagnants.
- Seuls les EPI en bon état peuvent assurer une protection efficace. Pour cela,
il faut garantir que les équipements sont nettoyés, rangés et contrôlés
efficacement.
Encadré 2:
Exigences CE et catégories d’EPI
Les EPI doivent être pourvus du label CE et chaque article doit être accompagné
d’un mode d’emploi. Le label CE indique que le produit répond aux exigences
minimums en matière de sécurité et d’hygiène (directive européenne 89/686/CEE).
En tout cas, le fabricant doit veiller à ce que les EPI offrent toute la
sécurité que l’utilisateur peut en attendre, que l’utilisation des EPI ne
provoque pas de possibilités de lésions secondaires (tels que des plaies dues à
l’utilisation des EPI) et que les utilisateurs ne soient pas surchargés par
l’utilisation des EPI.
Catégorie 1 : EPI contre les risques mineurs
- Ces EPI contre les risques mineurs sont conçus de manière à assurer la
sécurité sans qu’il faille une compétence particulière ou d’autres accessoires.
- En cas de défection de la protection par l’EPI, une lésion mineure et
superficielle peut apparaître. Des exemples d’EPI de la classe de risques 1 sont
les lunettes solaires, les vêtements de pluie et les gants de jardinage simples.
Catégorie 2 : EPI contre les risques intermédiaires
- Les EPI contre les risques intermédiaires sont des EPI qui ne tombent pas sous
la classe de risques 1 et pour lesquels le fabricant doit répondre aux
définitions de la directive CE. Outre un dossier technique, le fabricant doit
avoir l’agréation pour chaque produit.
- La plupart des EPI tombent sous cette catégorie.
Des exemples d’EPI de la classe de risques II sont les lunettes de sécurité et
le casque.
Catégorie 3 : EPI contre les risques graves
- Les EPI contre les risques graves sont des EPI qui doivent répondre à des
conditions supplémentaires, en plus des conditions posées au matériel de la
classe II, comme la production selon un système de garantie de qualité agréé CE.
- Exemple d’EPI de la classe III : les harnais antichute.
|