Seveso-bedrijven
Arbeidsveiligheid is eerste prioriteit


version française

De reglementering inzake arbeidsveiligheid bevat geen gedetailleerde technische voorschriften voor het beveiligen van chemische procesinstallaties. Dat betekent echter niet dat procesbeveiliging in de (petro)chemische industrie – de zogenaamde ‘Seveso-bedrijven’ – een vrijblijvende bezigheid zou zijn. Het tegendeel is waar. In de reglementering zijn immers een aantal algemene bepalingen opgenomen inzake het uitvoeren van risicoanalyses en het nemen van de nodige preventiemaatregelen, die er het leven van de onderhouds- en veiligheidsmanager niet altijd even gemakkelijk op maakt.


Er zijn drie reglementaire teksten die belangrijke bepalingen formuleren inzake risicoanalyse en het nemen van preventiemaatregelen, met name: de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij het uitvoeren van hun werk, het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de federale staat, het Vlaams gewest, het Waals gewest en het Brusselse hoofdstedelijk gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen, waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.

Welzijnswet
Het voorwerp van deze wet is uiteraard veel ruimer dan de preventie van zware ongevallen. Welzijn wordt gedefinieerd als een geheel van factoren waarvan arbeidsveiligheid er één is. Binnen de problematiek van de arbeidsveiligheid is de preventie van zware ongevallen – met gevolgen voor de mens – op zich ook een deelgebied. Hieruit mag men zeker niet concluderen dat de principes van de welzijnswet slechts ten dele of in afgezwakte versie moeten toegepast worden op de preventie van zware ongevallen. De welzijnswet stelt hoge eisen ten aanzien van de te nemen maatregelen inzake welzijn. Arbeidsveiligheid is de eerste prioriteit bij het nemen van deze maatregelen. Binnen het domein van de arbeidsveiligheid is de prioriteit evenredig met de ernst van de mogelijke ongevallen. Het is derhalve duidelijk dat de preventie van zware ongevallen, met gevolgen voor de mens, binnen de welzijnsproblematiek een zeer prioritaire plaats inneemt.

Maatregelen
Een aantal van de te nemen maatregelen zoals evaluatie van risico’s die niet kunnen worden voorkomen, bestrijding van risico’s bij de bron, vervanging van wat gevaarlijk is, voorrang geven aan collectieve beschermingsmiddelen boven individuele beschermingsmiddelen, de aanpassing van het werk aan de mens, zoveel mogelijk risico’s inperken rekening houdend met de stand van de techniek, de uitvoering van een beleid met betrekking tot het welzijn van de werknemers, de toepassing van een aangepaste veiligheids- en gezondheidssignalering, psychologische belasting veroorzaakt door het werk, enz., zijn zeer herkenbaar als preventiemaatregel omdat ze een exclusieve preventiefunctie hebben.
Minder evident is wellicht dat een aantal fundamentele keuzes in het bedrijf ook als preventiemaatregel moeten beschouwd worden, zoals de keuze van de gebruikte werk- en productiemethoden, de keuze van chemische stoffen en preparaten, de keuze van arbeidsmiddelen, de inrichting van de arbeidsplaats en de conceptie van een arbeidspost, enz. Uiteraard worden deze keuzes in de praktijk in grote mate gestuurd door economische factoren, maar dat neemt niet weg dat veiligheid één van de overwegingen moet zijn bij het maken van deze keuzes. Veiligheid moet met andere woorden integraal deel uitmaken van de bedrijfsactiviteit en zich niet beperken tot een ‘beschermlaag’ die er rond wordt aangebracht. Merk tenslotte op dat het hele veiligheidssysteem als een preventiemiddel moet beschouwd worden. Het beschrijft immers die aspecten van de organisatie van de onderneming die betrekking hebben op de preventie.

Het samenwerkingsakkoord
Het samenwerkingsakkoord realiseert de implementatie in Belgisch recht van de Europoese richtlijn 96/82/EG van 9 december 1996, betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Deze richtlijn wordt doorgaans kortweg de “Seveso-II”-richtlijn genoemd. Deze richtlijn heeft als doelstelling de preventie van zware ongevallen en de beperking van de gevolgen van dergelijke ongevallen voor de mens en het milieu, en beoogt hiermee een hoog beschermingsniveau. Een zwaar ongeval wordt hier gedefinieerd als: “Een gebeurtenis, zoals een zware emissie, brand of explosie die het gevolg is van ongecontroleerde ontwikkelingen tijdens de exploitatie van een onder dit samenwerkingsakkoord begrepen inrichting, die hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd een ernstig gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens binnen of buiten de inrichting of voor het milieu en waarbij één of meer gevaarlijke stoffen betrokken zijn.”
Naast een aantal verplichtingen maakt het samenwerkingsakkoord ook een onderscheid tussen twee types van inrichtingen, die we hier verder gemakshalve aanduiden als “drempel 1” en “drempel 2”-inrichtingen. Beiden hebben betrekking op inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Het enige verschil waarvan hierbij sprake zijn de aanwezige hoeveelheden. Bij de inventarisatie van stoffen mag men zich niet beperken tot de ‘hoofdrolspelers’. Ook stoffen die in kleine hoeveelheden aanwezig zijn of die niet actief deelnemen aan het proces kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het gevarenpotentieel, bijvoorbeeld omdat ze aanleiding kunnen geven tot ongewenste reacties. Verder is het ook belangrijk om te bepalen welke stoffen in een systeem aanwezig kunnen zijn bij abnormale omstandigheden.

Drempel 1 en 2-bedrijven
Zo moet de exploitant van een “drempel 1”-inrichting een preventiebeleid voor zware ongevallen op schrift stellen en dit correct uitvoeren. Dit beleid moet borg staan voor een hoog beschermingsniveau voor mens en milieu. Het neerschrijven van een preventiebeleid houdt echter niet op bij het formuleren van de algemene doelstellingen en beginselen. De exploitant moet beschrijven hoe het preventiebeleid in praktijk wordt gebracht en meer concreet de wijze waarop een aantal activiteiten binnen de inrichting zijn georganiseerd. Deze activiteiten omvatten ondermeer het identificeren van de gevaren en het evalueren van de risico’s van zware ongevallen, alsook het ontwerpen van nieuwe installaties, processen of opslagplaatsen en het uitvoeren van wijzigingen aan bestaande installaties, processen of opslagplaatsen.
Een ander artikel beschrijft dan weer de analoge verplichtingen ten aanzien van de exploitanten van de “drempel 2”-inrichtingen. Zij dienen eveneens een beleid te voeren ter preventie van zware ongevallen, dat borg staat voor een hoog beschermingsniveau voor de mens en het milieu. Dit beleid is uiteraard ook hier schriftelijk vast te leggen. De uitvoering van het beleid moeten zij realiseren aan de hand van een doeltreffend veiligheidsbeheersysteem. In dit systeem komen ondermeer volgende punten aan bod: de identificatie en evaluatie van gevaren van zware ongevallen, het beheer van de procedures voor systematische identificatie van de gevaren van zware ongevallen die zich bij normale én abnormale werking kunnen voordoen, evenals evaluatie van de daaraan verbonden risico’s. Een ander vermeldenswaardig punt is de ontwerpbeheersing. Hiermee wordt bedoeld het beheer van de procedures voor het ontwerpen van nieuwe installaties, processen of opslagplaatsen en het voor het plannen en uitvoeren van wijzigingen aan bestaande installaties, processen of opslagplaatsen.

Gevaren en risico’s
Bij het nauwkeurig en oplettend lezen van het samenwerkingsakkoord – net als het koninklijk besluit betreffende het welzijnsbeleid trouwens – zal men opmerken dat hier duidelijk een onderscheid wordt gemaakt tussen “gevaar” en “risico”. Gevaar wordt hier gedefinieerd als de intrinsieke eigenschap van een gevaarlijke stof of van een fysische situatie die potentieel tot schade voor de gezondheid van de mens of het milieu kan leiden. Risico daarentegen omvat de waarschijnlijkheid dat een bepaald effect zich binnen een bepaalde periode of onder bepaalde omstandigheden voordoet.
Hier is het ook belangrijk om in deze context te citeren dat de exploitant alle nodige maatregelen moet nemen om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken. Het spreek vanzelf dat het identificeren en analyseren van gevaren en risico’s een essentiële voorwaarde is om de risico’s van zware ongevallen op een doeltreffende wijze te kunnen beheersen, want de exploitant moet “te allen tijde” aan de bevoegde inspectiediensten kunnen aantonen dat hij alle in dit samenwerkingsakkoord aangegeven noodzakelijke maatregelen heeft genomen.

Vragen en antwoorden
De meest fundamentele – maar uiteraard niet de enige – vraag waarop de exploitant moeten kunnen antwoorden aan de bevoegde inspectiediensten is: “Welke preventiemaatregelen zijn genomen en waarom?” Hij moet deze vraag op “elk moment”, dus zonder voorbereiding op een overtuigende wijze kunnen beantwoorden. Voor de maatregelen die werden genomen op het niveau van de installaties kan dit enkel en alleen aan de hand van een document dat voor elke betrokken installatie op een gestructureerde wijze een overzicht geeft van alle gevaren en risico’s van zware ongevallen, evenals van alle overeenkomstige preventiemaatregelen. De structuur van het overzicht moet van een dergelijke kwaliteit zijn dat ze ‘enig vertrouwen’ inboezemt omtrent de volledigheid van de geïdentificeerde gevaren, risico’s en de getroffen maatregelen. M.a.w. omtrent het feit dat alle gevaren en risico’s geïdentificeerd zijn en dat al de nodige maatregelen – op het niveau van de installaties – getroffen zijn. Verder moet de structuur duidelijk het verband weergeven tussen gevaren, risico’s en maatregelen. Dat is een eerste essentiële stap om aan te tonen waarom de exploitant meent dat met de getroffen maatregelen de risico’s van zware ongevallen ‘voldoende’ beheerst zijn. Het spreekt vanzelf dat een dergelijk document actueel moet zijn en de resultaten moet bevatten van de meest recente veiligheidsstudies die werden uitgevoerd. Voor de “drempel 2”-bedrijven is een dergelijk document de vertrekbasis van het veiligheidsrapport.
De ‘Seveso II”-richtlijn vraagt ook een herziening van het veiligheidsrapport iedere vijf jaar, zelfs voor installaties die weinig of niet wijzigen in de loop der jaren Aangezien een veiligheidsrapport wordt opgesteld op basis van de uitgevoerde veiligheidsstudies moet een herziening van de veiligheidsstudies aan de basis liggen van de herziening van het veiligheidsrapport. <<
C.V.D.B.

Entreprises Seveso
La sécurité sur le lieu de travail est la première priorité


La réglementation en matière de sécurité sur le lieu de travail ne comprend pas de prescriptions techniques détaillées pour la sécurisation d’installations de processing chimiques. Cela ne signifie toutefois pas que la sécurité des processus dans l’industrie (pétro)chimique – dites entreprises ‘Seveso’ doit être une occupation sans engagements. Le contraire est la règle. La réglementation reprend notamment certaines définitions en matière d’exécution d’analyses des risques et de la prise des mesures de prévention nécessaires, qui ne facilitent pas nécessairement la vie du responsable de l’entretien et de la sécurité.


Il existe trois textes de réglementations qui formulent des définitions importantes en matière d’analyse de risques et de prise de mesure préventives, à savoir la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs dans l’exécution de leur travail, l’Arrêté royal du 27 mars 1998 relatif à la politique en matière de bien-être des travailleurs dans l’exercice de leur travail et l’accord de collaboration du 21 juin 1999 entre l’état fédéral, la région flamande, la région wallonne et la région de Bruxelles capitale, concernant la maîtrise des dangers liés aux accidents majeurs, impliquant des substances dangereuses.

Législation sur le bien-être
L’objet de cette loi est évidemment nettement plus vaste que la prévention des accidents majeurs. Le bien-être est défini comme un ensemble de facteurs dont la sécurité au travail en est un. Au sein de cette problématique de la sécurité au travail, la prévention des accidents majeurs – avec des conséquences pour l’homme – représentent également un domaine. Mais on ne peut certainement pas en conclure que les principes de la législation en matière de bien-être ne doivent être appliqués qu’en partie ou que sous forme affaiblie sur la prévention des accidents majeurs. La législation en matière de bien-être pose des exigences élevées et la sécurité au travail est la première priorité dans la prise de mesures. A l’intérieur du domaine de la sécurité au travail, la priorité est proportionnelle à la gravité des accidents possibles. Par ailleurs, il est clair que la prévention d’accidents majeurs, avec conséquences pour l’homme, occupe une place particulièrement prioritaire au sein de la problématique du bien-être.

Mesures
Plusieurs mesures à prendre comme l’évaluation des risques qui ne peuvent être évités, la lutte contre les risques à la source, le remplacement de ce qui est dangereux, donner la priorité aux équipements de protection collectifs plutôt qu’aux équipements de protection individuels, l’adaptation du travail à l’homme, limiter le plus possible les risques, en tenant compte de l’évolution de la technique, l’application d’une politique qui tient compte du bien-être des travailleurs, l’application d’un signalisation de sécurité et de santé adapté, le poids psychologique provoqué par le travail, etc, sont des mesures de prévention très reconnaissables parce qu’elles ont une fonction de prévention exclusive.
Ce qui est moins évident est sans doute que certains choix fondamentaux dans l’entreprise, doivent être considérés comme mesure de prévention, tel le choix des méthodes de travail et de production, le choix des produits chimiques et préparations, le choix des équipements et moyens de travail, l’aménagement de l’atelier et la conception d’un poste de travail, etc. Evidemment, en pratique ces choix sont en grande partie commandés par des facteurs économiques, mais cela ne peut pas empêcher que la sécurité fasse partie des réflexions au moment de faire ces choix. En d’autres termes, la sécurité doit faire partie intégrante des activités de l’entreprise et elle ne doit pas se limiter à une ‘couche de protection’ que l’on applique autour. Remarquez enfin que le système de sécurité entier doit être considéré comme un moyen de prévention. Il décrit, en effet, les aspects de l’organisation de l’entreprise qui ont un rapport avec la prévention.

L’accord de collaboration
L’accord de collaboration réalise l’implémentation dans le droit belge de la directive européenne 96/82/CE du 9 décembre 1996, relative à la maîtrise des dangers d’accidents majeurs impliquant des substances dangereuses. Cette directive est d’ailleurs souvent appelée en bref la directive «Seveso II». Cette directive a pour objectif la prévention d’accidents majeurs et la limitation des répercussions de tels accidents sur l’homme et l’environnement. Elle vise ainsi un niveau de protection élevé. Un accident majeur est défini comme: «un événement, comme une émission importante, un incendie ou une explosion qui est la conséquence de développements incontrôlés durant l’exploitation d’un entreprise comprise dans cet accord de collaboration, qui représente soit un danger majeur immédiat, soit après un certain temps pour la santé de l’homme au sein ou à l’extérieur de l’entreprise ou pour l’environnement, impliquant une ou plusieurs substances dangereuses.»
Outre plusieurs obligations, l’accord de collaboration distingue deux types d’entreprises, que nous désignerons pour la facilité sous le «seuil 1» et le «seuil 2». Toutes deux concernent des entreprises où des substances dangereuses sont présentes. La seule différence dont il est question ici, ce sont les quantités. Lors de l’inventorisation des matières, on ne peut pas se limiter aux ‘acteurs principaux’. Même les substances présentes en petites quantités ou qui ne participent pas de manière active au processus peuvent contribuer de manière importante au potentiel de danger, par exemple, parce qu’elles peuvent provoquer des réactions indésirables. Par ailleurs, il est aussi important de définir quelles substances peuvent être présentes dans un système sous des conditions anormales.

Entreprises de seuil 1 et 2
L’exploitant d’une entreprise de «seuil 1» doit mettre une politique de prévention pour des accidents majeurs sur papier et l’exécuter correctement. Cette politique doit être garante d’un niveau de protection élevé pour l’homme et l’environnement. La mise sur papier d’une politique de prévention ne s’arrête toutefois pas à la formulation des objectifs généraux et des principes élémentaires. L’exploitant doit décrire comment la politique de prévention est traduite en pratique et, plus concrètement, la manière selon laquelle certaines activités sont organisées au sein de son entreprise. Ces activités comprennent notamment l’identification des dangers et l’évaluation des risques d’accidents majeurs, ainsi que la conception de nouvelles installations, processus ou endroits de stockage ainsi que l’exécution des modifications aux installations existantes, aux processus et lieux de stockage.
Un autre article décrit les obligations analogiques vis-à-vis des exploitants des entreprises de «seuil 2». Ceux-ci doivent également mener une politique de prévention des accidents majeurs, qui garantit un niveau de protection élevé pour l’homme et l’environnement. Cette politique doit évidement aussi être écrite. L’exécution de cette politique doit être réalisée à l’aide d’un système de gestion efficace de la sécurité. Dans ce système, les points suivants sont abordés: l’identification et l’évaluation des dangers d’accidents majeurs, la gestion des procédures pour l’identification systématique des dangers d’accidents majeurs qui peuvent se produire en cas de fonctionnement normal et anormal, ainsi que l’évaluation des risques qui y sont liés. Un autre point à mentionner est la maîtrise conceptuelle, c’est-à-dire la maîtrise des procédures pour concevoir de nouvelles installations, processus ou lieux de stockage et pour la planification et l’exécution des modifications aux installations, processus ou lieux de stockage existants.

Dangers et risques
En lisant attentivement et scrupuleusement l’accord de coopération – comme l’arrêté royal relatif à la politique de bien-être d’ailleurs – on remarquera qu’il est fait une distinction nette entre «danger» et «risque». Dans ce cas, le danger est défini comme une caractéristique intrinsèque d’une substance dangereuse ou d’une situation physique pouvant entraîner potentiellement des dégâts pour la santé de l’homme ou de l’environnement. Le risque, par contre, comprend la probabilité qu’un effet particulier se présente au cours d’une période déterminée ou sous certaines conditions.
Il est donc aussi important de citer dans ce contexte que l’exploitant doit prendre toutes les mesures nécessaires pour éviter les accidents majeurs et pour limiter les conséquences pour l’homme et l’environnement. Il va de soi que l’identification et l’analyse des dangers et des risques est une condition essentielle pour maîtriser les risques d’accidents majeurs de manière efficace, car l’exploitant doit «à tout moment» pouvoir montrer aux services d’inspection compétents qu’il a pris toutes les mesures nécessaires prescrites dans cet accord de collaboration.

Questions et réponses
La question la plus fondamentale – mais évidemment pas la seule – à laquelle l’exploitant doit pouvoir répondre aux services d’inspection compétents est: «Quelles mesures de prévention ont été prises et pourquoi?» Il doit pouvoir répondre «à tout moment», donc sans préparation, de manière convaincante. Pour les mesures qui ont été prises au niveau des installations, ce n’est possible qu’à l’aide d’un document qui donne un aperçu structuré de tous les dangers et risques d’accidents majeurs, ainsi que de toutes les mesures de prévention correspondantes, pour chaque installation concernée. La structure de cet aperçu doit être de bonne qualité, de manière à créer une ‘certaine confiance’ concernant les informations complètes des dangers, risques identifiés et des mesures prises. En d’autres termes, concernant le fait que tous les dangers et les risques ont été identifiés et que toutes les mesures nécessaires ont été prises au niveau des installations. En outre, la structure doit établir clairement le lien entre les dangers, les risques et les mesures. Ceci est une première étape essentielle pour démontrer pourquoi l’exploitant croit qu’avec les mesures prises, les risques d’accidents majeurs sont «suffisamment» maîtrisés. Il va de soi qu’un tel document doit être actualisé et qu’il doit comprendre les résultats des études de sécurité les plus récentes. Pour les entreprises du «seuil 2», un tel document est la base de départ du rapport de sécurité.
La directive «Seveso II» demande aussi une révision du rapport de sécurité tous les cinq ans, même pour les installations qui changent peu ou pas au cours des années. Comme un rapport de sécurité est établi sur base des études de sécurité réalisées, une révision des études de sécurité doit être à la base de la révision du rapport de sécurité. <<
C.V.D.B.
 

©