|
Uitbesteden of outsourcing?
Een halve of een hele oplossing?
version française
Steeds meer bedrijven kiezen ervoor om zich nog enkel en alleen op hun
core-business te richten. Deze strategie kan echter alleen maar slagen
indien alle andere activiteiten op een efficiënte manier georganiseerd
worden. In veel gevallen wordt een toevlucht genomen tot uitbesteding.
Vooral inzake onderhoud is dit echter vaak maar een ‘halve oplossing’. Een
veel efficiënter alternatief is ‘total contracting’ of ‘outsourcing’.
Uitbesteding en/of outsourcing begint steeds normaler te worden, in die
zin dat bij allerlei beslissingsprocedures over bedrijfsactiviteiten
telkenmale de vraag aan de orde komt of bepaalde activiteiten door de
organisatie zelf moeten worden gedaan of dat ze ook door derden kunnen
worden uitgevoerd. Organisaties willen – om welke reden dan ook – steeds
meer terug naar hun basisactiviteiten, de zogenaamde ‘core-business’.
Tot voor enkele jaren ging het bij uitbesteding hoofdzakelijk om
uitvoerende activiteiten. De laatste tijd gaat het steeds regelmatiger ook
om allerlei (semi-) beleidsmatige activiteiten, bijvoorbeeld het onderhoud
van gebouwen en duurzame productiemiddelen, het inkopen van goederen en
diensten en het doen van research en productontwikkeling. Als uitbesteding
en/of outsourcing een gangbaar stuk managementgereedschap is kan de vraag
worden gesteld hoe algemeen de toepasbaarheid is geworden? Uit een
onderzoek, uitgevoerd door Ernst & Young blijkt dat deze vraag niet
eenduidig te beantwoorden is. Er zijn twee uitersten die zich als volgt
laten omschrijven:
1. In bepaalde branches en bij bepaalde activiteiten staat het uitbesteden
(nog) in de kinderschoenen. Het lijkt erop dat als in dit soort situaties
schoorvoetend wordt begonnen met uitbesteden, niet steeds weer opnieuw het
wiel wordt uitgevonden. Hier en daar is duidelijk zichtbaar dat gebruik
gemaakt wordt van de in andere branches ontwikkelde procedures voor en
mogelijkheden van uitbesteding. Zo komt in steeds meer (ook nieuwe)
situaties van uitbesteding het in de praktijk ontwikkelde begrip
‘partnership’ naar voren; een begrip dat ontwikkeld is in de loop van de
jaren om tot een beter beheersbare vorm van uitbesteding/outsourcing te
komen voor zowel uitbesteder als leverancier.
2. Aan de anderzijds van het spectrum bevinden zich die activiteiten
waarvan al jaar en dag geaccepteerd is dat zij uitbesteed worden. Hierbij
denken wij aan de facilitaire taken als schoonmaak, bewaking,
groenvoorziening en dergelijke.
Voordat activiteiten zijn uitbesteed is, als het goed is, veel
voorbereiden werk verricht. Diverse te verwachten effecten op zowel de
personele als de functionele organisatie worden voor wat betreft hun
mogelijke voorkomen vooraf ingeschat en meegenomen in de uiteindelijke
beslissing om wel of niet uit te besteden. Hoe deze effecten uiteindelijke
in de praktijk uitwerken blijkt meestal pas als enkele jaren ervaring is
opgedaan met uitbesteden. Enkele belangrijk – hier bedoelde – effecten
liggen in de sfeer van:
Flexibiliteit. Dit wordt veelal beschouwd als een groot voordeel van
uitbesteding. Er wordt namelijk van uitgegaan dat een organisatie sneller
kan inspelen op externe ontwikkelingen van welke aard dan ook, als gebruik
gemaakt wordt van de diensten van gespecialiseerde derden. Het maakt
hierbij niet uit of deze externe ontwikkelingen ontstaan door de
‘(mode)grillen’ van de afzetmarkt, de mogelijkheden van de arbeidsmarkt of
de snelle veranderingen op de inkoopmarkt. Of een organisatie uiteindelijk
flexibeler is geworden kan pas goed worden beoordeel enige tijd nadat zich
een externe ontwikkeling, waarop is gereageerd door middel van
uitbesteding, heeft voorgedaan.
Afhankelijkheid: Indien uitbesteding van activiteiten al langere tijd
plaatsvindt, is de afnemer steeds afhankelijker geworden van de
leverancier van de goederen en/of diensten. Dit heeft voordelen, maar ook
nadelen. Een belangrijk voordeel is dat de leverancier het bedrijf
waarvoor hij werkt kent en dat hij daardoor niet snel meer voor
verrassingen komt te staan. Een nadeel is echter dat de afnemer nauwelijks
de activiteiten in eigen beheer kan terugnemen. De eigen expertise is
grotendeels verdwenen, tenzij er voordat tot uitbesteding werd overgegaan
afspraken over zijn gemaakt met het eigen personeel en/of met de
toeleverancier.
Kennisachterstand. De kans is groot dat de afnemer, indien bepaalde
activiteiten zijn uitbesteed, geen behoefte meer voelt om zijn kennis van
het uitbestede vakgebied op peil te houden. Impliciet gaat hij ervan uit
dat dit gebeurt door de leverancier. Dit kan een nadeel zijn omdat daarmee
de afnemer – zeker in een zich snel ontwikkelend vakgebied – in een
afhankelijke positie kan komen te staan ten opzichte van de leverancier.
Hij is namelijk niet meer in staat te beoordelen of de door de leverancier
gebruikte technieken en methoden inderdaad de meest effectieve zijn. Maar
ook is het moeilijk te beoordelen of er een aanleiding bestaat bepaalde
activiteiten elders uit te besteden of misschien zelfs wel weer in eigen
beheer te nemen.
Personeelssituatie. Het personeel dat vóór de uitbesteding het
uitbestede werk in de organisatie uitvoerde is of omgeschoold of in dienst
overgegaan naar de leverancier of in het ergste geval ontslagen. Dit
betekent dat naast de kennis ook de vaardigheden zijn weggeëbd uit de
eigen organisatie. Dit behoeft geen probleem te zijn totdat zich een
situatie voordoet waarbij eerst uitbestede activiteiten vrijwillig of
noodgedwongen worden teruggenomen in eigen beheer.
Al dit soort aspecten zijn van belang voor bestaande situaties van
uitbesteding, maar ook – en heel manifest – voor nieuwe. Wat is er
namelijk mooier dan te kunnen leren van eerder opgedane ervaringen.
Oorspronkelijke bedoeling
Veel ondernemingen denken soms te weinig na en besteden zaken uit aan
gespecialiseerde bedrijven, en daarmee is de kous af.. Het is echter niet
altijd zo eenvoudig. Een eerste probleem kan liggen in het feit dat
maintenance nauw met de cor-business verbonden is. Zo hebben bijvoorbeeld
machine-stilstanden een directe weerslag op de productie. Bovendien is het
belangrijk voorheel wat bedrijven dat onderhoud en productie voor een stuk
met elkaar verweven zijn, dit in het kader van strategieën zoals Total
lProductive Maintenance. Heel wat ondernemingen weten dan ook niet goed
welke aspecten van het onderhoud ze moeten of kunnen uitbesteden. Tevens
is het zo dat er op verschillende onderaannemers een beroep moet gedaan
worden, gezien de meeste service-bedrijven allemaal hun eigen
specialiteiten hebben. Hierdoor is het voorheel wat ondernemingen moeilijk
en tijdrovend om te controleren of alle uitbestede taken juist en op tijd
uitgevoerd worden. Tenslotte kan er van deze talrijke subcontractors geen
echte resultaatsverbintenis bekomen worden, gezien ze zich slecht som een
deeltje de onderhoudsproblematiek bekommeren. Sterker nog, ze kunnen
hierdoor de verantwoordelijkheid gemakkelijk van zich afschuiven.
Bovendien moet aan elk servicebedrijf waarmee de onderneming in zee gaat,
alles telkens opnieuw uitgebreid uitgelegd worden, waardoor eens te meer
heel wat kostbare tijd verloren gaat. Op die manier moet het bedrijf zich
nog steeds bezighouden met planningen, budgetteringen en personeelsbeleid
voor non-core-business zaken, wat dus een contradictie is met de
oorspronkelijke bedoelingen.
Halve oplossing of hele oplossing?
Uiteraard heeft uitbesteding ook zijn voordelen. Vooreerst beschikken
service-bedrijven over gespecialiseerde mankrachten en apparatuur,
waardoor ze meestal op de meest complexe onderhoudsproblemen een antwoord
kunnen geven. Daar ze verschillende klant- en dus meerdere
toepassingsmogelijkheden – hebben, zijn dergelijke ondernemingen in staat
om continu in de meest moderne apparatuur te investeren. Deze
flexibiliteit is er niet alleen voor de instrumentaria, maar ook voor de
werknemers.
Een ander voordeel hiervan is dat de know-how aanzienlijk groter is dan
bij een eigen onderhoudsteam. De personeelsleden zullen immers
gemakkelijker problemen kunnen oplossen, gezien ze bij andere klanten met
gelijkaardige situaties geconfronteerd werden. Tenslotte kan uitbesteding
zeer rendabel zijn op termijn. Als de contractor eenmaal goed ingeburgerd
is bij de klant, zullen de kosten aanzienlijk minder zijn als bij een
eigen onderhoudsploeg. De klant betaalt immers enkel voor de uitgevoerde
werken en hoeft geen rekening te houden met vakanties, ziekteverzuim,
overcapaciteit van werkkrachten, enz. Toch blijft het in veel gevallen een
halve oplossing, gezien de opdrachtgever zich nog steeds niet voor honderd
procent op zijn core-business kan oriënteren en er nog moeilijkheden
kunnen zijn inzake de wijze van uitvoering van de werken.
Een efficiënter alternatief
Sinds enkele jaren bestaat er echter een alternatief om bovenstaande
problemen te vermijden, namelijk ‘outsourcing’ of ‘total contracting’,
waarbij de klant zijn onderhoud uitbesteedt aan één of een zeer beperkt
aantal service-ondernemingen. Op die manier wordt het geheel veel
overzichtelijker en gaat er veel minder tijd verloren aan het opleiden van
de contractors. Tevens is het mogelijk (indien gewenst) om de eigen
onderhoudsploeg volledig af te bouwen, gezien dergelijke service-bedrijven
in veel gevallen ook het dagelijks onderhoud voor hun rekening nemen. Soms
gaat de samenwerking zo ver dat de contractor het personeel van de klant
overneemt. Op die manier hoeft de opdrachtgever zich niet meer om het
onderhoud te bekommeren en kan het zich volledig op zijn core-business
richten.
Naast de voordelen van de gewone uitbesteding, biedt outsourcing nog heel
wat meer. Zo is er de mogelijkheid om met de contractor een zeer nauwe
samenwerking op te bouwen. Het service-bedrijf kan zich afstemmen op de
specifieke behoeften van de klant inzake rapportages, kwaliteits- en
informatiesystemen, enz. De nauwe samenwerking laat ook toe dat er verder
gebouwd wordt op de reeds aanwezige know-how van het bedrijf, zoals
historiek en technische informatie over het machinepark, impact van het
onderhoud op het productieproces, enz. Anderzijds wordt er het
schaalvoordeel en de know-how van de contractor aan toegevoegd. Het eerste
situeert zich op verschillende vlakken zoals sterke aankoopcondities,
betere beschikbaarheid van gespecialiseerde technici, materiaal tot zelfs
spare parts. Gezien de contractor onderhoud als core-business heeft, kan
hij meer investeren in de verdere ontwikkeling van noodzakelijke know-how.
Total contracting
Het principe van ‘total contracting’ is in België nog niet helemaal
doorgebroken, omdat heel wat bedrijven denken dat ze met deze manier van
werken de touwtjes volledig uit handen moeten geven en hierdoor de
controle zullen verliezen. Niets is echter minder waar, gezien het
principe van outsourcing een zeer nauwe samenwerking tussen klant en
aanbieder vereist. Een tweede reden waarom sommige bedrijven er nog steeds
weigerachtig tegenover staan is dat er nog te weinig aanbieders zijn die
deze service ook effectief kunnen aanbieden.
Ondanks dit alles beginnen toch steeds meer bedrijven voor dit principe
warm te lopen. Om de drempelvrees wat te verminderen, bieden sommige
gespecialiseerde outsourcing bedrijven verschillende subvormen van total
contracting aan. De eenvoudigste vorm van dergelijke samenwerking is de
assistentie inzake maintenance-beheer en –engineering. De service
onderneming neemt zaken als maintenance strategieën, planning en
organisatie, computer aided maintenance management, opleiding, enz. voor
haar rekening, terwijl de effectieve uitvoering van de onderhoudstaken in
handen blijft van de eigen maintenance ploeg of gespecialiseerde service
bedrijven. Een subvorm die verder gaat, is deze waarbij de contractor
delen van de fabriek in onderhoudsbeheer neemt. Dit kan op twee
verschillende manieren gebeuren: enerzijds is er de uitbesteding van het
onderhoud van bepaalde componenten in een plant, zoals bijvoorbeeld alle
motoren of robots, anderzijds kan het service bedrijf overgaan tot de
overname van het volledige onderhoud – dus zowel planning, beheer als
uitvoering – van een afdeling van het fabriek, zoals bijvoorbeeld de
paintshop van een automobielproducent.
Deze twee subvormen leunen sterk aan bij de traditionele uitbesteding, met
dit verschil dat het aantal contractors reeds sterk verminderd is en dat
er van enkele voordelen van total contracting kan genoten worden. Er kan
eigenlijk maar echt over outsourcing gesproken worden indien de contractor
de volledige onderhoudsafdeling van de klant binnen zijn eigen bedrijf
integreert, dit zowel op het vlak van apparatuur, know-how als personeel.
Een andere manier is dat beide partijen een joint-venture aangaan,
xwaarbij de contractor volledig op resultaatsverbintenis werekt.
Hoe succesvol outsourcen?
Bij outrsourcing zijn de relaties tussen opdrachtgever en uitvoerder
helemaal anders als bij gewone uitbesteding. Gezien alles rond een
efficiënt partnership draait, is het in eerste instantie belangrijk dat er
voldoende vertrouwen is tussen beide partijen. Een tweede punt is dat
zowel de klant als het service-bedrijf moet aanvaarden dat er een zekere
wederzijdse afhankelijkheid bestaat. Beide bedrijven moeten aanvankelijk
investeren om zoveel mogelijk aan elkaar aan te passen. Heet uiteindelijke
resultaat moet immers voor beiden winst opleveren. Het komt er dus op neer
dat de opdrachtgever en uitvoerder in een soort huwelijk treden en een
lange-termijn relatie nastreven.
H.L.
Sous-traitance ou externalisation ?
Une demi-solution ou une solution complète ?
De plus en plus de sociétés choisissent de se concentrer uniquement sur
leur métier de base. Une telle stratégie ne peut toutefois réussir que si
toutes les autres activités sont organisées efficacement. Ces sociétés
optent souvent pour la sous-traitance. En matière d’entretien surtout,
cette solution ne constitue toutefois qu’une ‘demi-solution’. Le ‘total
contracting’ ou ‘l’externalisation’ est une alternative nettement plus
efficace.
La sous-traitance et/ou l’externalisation sont des notions qui deviennent
de plus en en plus courantes. En effet, la question sur la prise en charge
de certaines activités par la société même ou par des tiers revient
systématiquement sur le tapis lors des différentes procédures
décisionnelles concernant les activités de l’entreprise. Les sociétés
souhaitent de plus en plus – pour toutes sortes de bonnes raisons – se
recentrer sur leurs activités de base, leur ‘core-business’.
Il y a quelques années encore, la sous-traitance portait principalement
sur des activités exécutives. Ces derniers temps, elle englobe
régulièrement aussi des activités de (semi)gestion, par exemple l’entretien
de bâtiments et d’outils de production durables, l’achat de marchandises
et services et la réalisation de recherche et développements. Si la
sous-traitance et/ou l’externalisation deviennent un outil de gestion
courant, on peut se demander à quel point elles se sont généralisées ? D’après
une étude réalisée par Ernst & Young, il paraît difficile de pouvoir
donner une réponse univoque à cette question. Il y a deux extrêmes que l’on
peut décrire de la façon suivante:
1. Dans certaines branches et pour certaines activités, la sous-traitance
n’en est encore qu’à ses premiers balbutiements. Il semblerait que si l’on
démarre dans ces cas une sous-traitance de façon hésitante, on ne
réinvente pas systématiquement la roue. Par-ci, par-là, on remarque
clairement l’utilisation de procédures et possibilités de sous-traitance
développées dans d’autres branches. La notion de ‘partenariat’, développée
dans la pratique, apparaît ainsi dans toujours plus de situations (même
nouvelles) de sous-traitance. Cette notion s’est développée au fil des ans
pour aboutir à une forme mieux maîtrisée de sous-traitance/externalisation,
tant pour le client que pour le fournisseur.
2. De l’autre côté du spectre se trouvent les activités dont on accepte
depuis longtemps la sous-traitance. Pensons par exemple au nettoyage, à la
surveillance, aux espaces verts…
Un fameux travail de préparation précède la sous-traitance d’activités. Il
faut estimer au préalable les effets éventuels auxquels on peut s’attendre
tant au niveau de l’organisation du personnel qu’au niveau de l’organisation
fonctionnelle. Ces facteurs doivent alors être intégrés dans la décision
finale de sous-traitance ou de prise en charge en interne. La
concrétisation de ces effets dans la pratique ne peut être estimée qu’après
avoir expérimenté la sous-traitance pendant plusieurs années.
Certains effets importants – visés ici – se situent dans la sphère de:
• La flexibilité: La flexibilité est souvent considérée comme un des
grands avantages de la sous-traitance. On part en effet du principe qu’une
organisation peut réagir plus rapidement à des développements extérieurs
de n’importe quel ordre, si elle recourt aux services de tiers spécialisés.
Peu importe si ces développements externes découlent de ‘caprices (de
mode)’ du marché, des possibilités du marché de l’emploi ou des
changements rapides sur le marché de l’achat. La flexibilité accrue d’une
société ne peut être jugée qu’après l’apparition d’un développement
externe auquel elle a réagi par le biais de la sous-traitance.
• La dépendance: Si les activités sont sous-traitées depuis quelque temps
déjà, le client dépend toujours plus du fournisseur de marchandises et/ou
de services. Cela présente des avantages mais aussi certains inconvénients.
Le fait que le fournisseur connaisse l’entreprise pour laquelle il
travaille et qu’il ne sera dès lors pas vite confronté à des surprises
constitue bien sûr un avantage important. L’inconvénient, c’est que le
client pourrait à peine reprendre les activités en interne. Sa propre
expertise a largement disparu, à moins que des accords précis aient été
convenus à cet égard avec le personnel interne et/ou avec le sous-traitant
avant de passer à la sous-traitance.
• La perte de savoir-faire: S’il a sous-traité certaines activités, il y a
de fortes chances que le client ne ressente plus la nécessité de maintenir
à niveau ses connaissances dans l’activité sous-traitée. Ceci peut
présenter un inconvénient puisque le client – surtout dans un domaine qui
évolue rapidement – se retrouve dans une position de dépendance par
rapport au fournisseur. Il n’est en effet plus en mesure d’évaluer si les
techniques et méthodes utilisées par le fournisseur sont les plus
efficaces. Il est également difficile d’évaluer s’il serait judicieux de
sous-traiter certaines activités ailleurs ou s’il vaut mieux les reprendre
en interne.
• Situation du personnel: Le personnel qui effectuait le travail
sous-traité dans l’entreprise avant la sous-traitance a été soit recyclé
soit repris par le fournisseur ou encore licencié. En d’autres termes,
outre le savoir-faire, les compétences ont également quitté la société.
Cela ne devrait pas poser de problème jusqu’au jour où les activités
sous-traitées seront volontairement ou par la force des choses reprises en
interne.
Tous ces aspects doivent être pris en compte tant pour les situations de
sous-traitance existantes que pour les nouvelles. Qu’y a-t-il de plus beau
que de pouvoir apprendre de ses propres expériences ?
Objectif initial
Beaucoup de sociétés ne réfléchissent pas plus loin que le bout de leur
nez et sous-traitent des tâches à des sociétés spécialisées, un point
c’est tout. Les choses ne sont pas toujours aussi simples. Un premier
problème peut être lié au fait que la maintenance est étroitement liée au
métier de base. Les arrêts de machines ont par exemple un impact direct
sur la production. Il est en outre important pour bon nombre d’entreprises
que l’entretien et la production soient partiellement imbriqués, dans le
cadre notamment de stratégies telles que la Maintenance Productive Totale.
De nombreuses sociétés ne savent dès lors pas très bien quels aspects de
l’entretien elles doivent ou peuvent sous-traiter. Sans compter qu’il faut
faire appel à divers sous-traitants, étant donné que la plupart des
sociétés de services ont toutes leur propre spécialité. Il est dès lors
difficile et fastidieux pour les sociétés de vérifier si toutes les tâches
sous-traitées ont été réalisées correctement et à temps. Finalement, on ne
peut obtenir de la part de ces nombreux sous-traitants de véritable
engagement quant aux résultats puisqu’ils ne se s’occupent que d’une
partie de la problématique de l’entretien. Pis encore, sur la base de ce
même raisonnement, ils peuvent se décharger facilement de toute
responsabilité. En outre, l’entreprise doit à chaque fois tout expliquer,
en long et en large, à chaque société de services avec laquelle elle s’engage,
ce qui représente une fois de plus, une sérieuse perte de temps. De ce
fait, elle doit continuer à s’occuper de la planification, de la
budgétisation et de la gestion du personnel pour des affaires ne relevant
pas de son métier de base, ce qui est en contradiction totale avec les
objectifs initiaux.
Demi-solution ou solution complète ?
La sous-traitance présente naturellement aussi des avantages. Tout d’abord,
les sociétés de service disposent d’une main-d’œuvre et d’équipements
spécialisés ce qui leur permet de répondre aux problèmes d’entretien les
plus complexes. Etant donné qu’elles ont plusieurs clients et par
conséquent diverses applications, ces sociétés sont en mesure d’investir
continuellement dans les machines les plus modernes. Cette flexibilité
concerne non seulement les outils mais aussi les employés. Autre avantage,
le savoir-faire nettement plus grand que celui d’une équipe d’entretien
interne. Le personnel de la société de sous-traitance pourra en effet
résoudre plus facilement les problèmes étant donné qu’il est confronté à
des situations semblables chez d’autres clients. Enfin, la sous-traitance
peut se révéler très rentable à terme. Si le sous-traitant est bien
familiarisé avec la structure du client, ses coûts seront nettement
inférieurs à ceux d’une équipe d’entretien interne. De fait, le client ne
paie que les travaux effectués. Il ne doit pas tenir compte des vacances,
de l’absentéisme, de la surcapacité de la main-d’œuvre… Pourtant, cette
solution reste souvent une demi-solution puisque le client ne peut
toujours pas se concentrer à 100 % sur son métier de base et que la
méthode de réalisation des travaux peut encore engendrer quelques
difficultés.
Une alternative plus efficace
Depuis quelques années, il existe une alternative permettant d’éviter ces
problèmes, à savoir ‘l’externalisation’ ou le ‘total contracting’. Le
client sous-traite son entretien à une seule ou un nombre très réduit d’entreprises
de services. De la sorte, l’ensemble devient plus synoptique et il perd
moins de temps à former les sous-traitants. Il peut également (s’il le
souhaite) mettre un terme à l’équipe d’entretien de l’entreprise puisque
de telles sociétés de services se chargent souvent aussi de l’entretien
journalier. Parfois, la collaboration va si loin que le sous-traitant
reprend le personnel du client. Ce dernier ne doit alors plus se soucier
de l’entretien et peut se concentrer pleinement sur son métier de base.
Outre les avantages de la sous-traitance simple, l’externalisation en
offre encore beaucoup d’autres. Elle permet d'établir une étroite
collaboration avec le sous-traitant. La société de services peut s’axer
sur les besoins spécifiques du client en matière de rapportage, de
systèmes de qualité et d’information… Cette étroite collaboration permet
aussi de s’appuyer sur le savoir-faire déjà présent dans l’entreprise, à
savoir l’historique, les informations techniques sur le parc de machines,
l’impact de l’entretien sur le processus de production… A cela s’ajoutent
les avantages d’échelle et le savoir-faire du sous-traitant. Les avantages
d’échelle se marquent à différents niveaux: conditions d’achat
intéressantes, meilleure disponibilité de techniciens spécialisés, de
matériel et de pièces de rechange. Puisque l’entretien est le métier de
base du sous-traitant, il peut investir plus dans le développement du
savoir-faire nécessaire.
Total contracting
Le principe du ‘total contracting’ n’a pas encore entièrement percé en
Belgique car bon nombre de sociétés pensent qu’elles sont contraintes dans
ce cas de céder les rênes et qu’elles perdront tout contrôle. Rien n’est
moins vrai, puisque le principe de l’externalisation requiert une étroite
collaboration entre le client et le fournisseur. Le faible nombre de
fournisseurs pouvant effectivement proposer ce type de service constitue
une deuxième raison qui explique la réticence de certaines sociétés.
De plus en plus de sociétés commencent néanmoins à s’intéresser à ce
principe. Pour les inciter à franchir le cap, certaines sociétés d’externalisation
spécialisées proposent différentes formes dérivées de total contracting.
La forme la plus simple d’une telle collaboration est l’assistance en
matière de gestion et d’ingénierie de maintenance. L’entreprise de service
se charge de choses telles que les stratégies de maintenance, la
planification et l’organisation, la gestion de la maintenance assistée par
ordinateur, la formation… tandis que l’exécution effective des tâches de
maintenance reste entre les mains de l’équipe de maintenance interne ou de
sociétés de services spécialisées. Une autre forme dérivée, mais plus
poussée, est celle où le sous-traitant assume la gestion de l’entretien de
parties de l’usine. Cela peut se faire de deux façons. Il y a d’une part
la sous-traitance de l’entretien de certains composants dans une usine,
comme par exemple les moteurs ou robots. D’autre part, la société de
services peut passer à la reprise de toutes les facettes liées à l’entretien
– c’est-à-dire tant la planification et la gestion que l’exécution – d’un
département entier de l’usine, comme par exemple l’atelier de peinture d’un
constructeur automobile.
Comment externaliser avec succès ?
Dans le cas de l’externalisation, les relations entre le client et le
fournisseur sont totalement différentes par rapport à celles de la
sous-traitance simple. Puisque toute l’externalisation tourne autour d’un
partenariat efficace, il est important en première instance que les
parties se fassent suffisamment confiance. En outre, le client et la
société de services doivent accepter l’existence d’une certaine
dépendance. Les deux sociétés doivent investir au départ pour s’harmoniser
un maximum. Le résultat final doit en effet permettre de dégager un
bénéfice pour les deux parties. Le client et le fournisseur doivent donc
en quelque sorte conclure une alliance et viser une relation à long terme.
H.L
|