|
V-riemaandrijvingen
Preventief onderhoud van groot belang
version française
Vergeleken met kettingen die voortdurend moeten worden gesmeerd of
tandwielaandrijvingen die bij mechanische problemen hoge kosten vergen, vormen
riemen de meest economische en betrouwbare manier om kracht over te brengen.
Iedere Gates-riem staat borg voor een lange levensduur. De levensduur van een
aandrijving is echter in grote mate afhankelijk van een correcte montage en
onderhoud van de riemen. Vandaar het belang van preventief onderhoud.
Preventief onderhoud is enkel mogelijk als men zich bewust is van hoe en waarom
riemen stukgaan. Uit een studie blijk dat er 6 oorzaken zijn. In de meeste
gevallen is dat slecht onderhoud. Heel wat riemen hebben een te lage spanning of
zijn gemonteerd op versleten of slecht uitgelijnde schijven. Een zwak
aandrijvingsontwerp vormt een andere belangrijke oorzaak: een verkeerde
riem/tandwiel-combinatie, bijvoorbeeld, of spanrollen die verkeerd worden
gebruikt. Er wordt immers nog steeds nauwelijks rekening gehouden met aspecten
zoals correcte spanning, het opnieuw aanspannen bij ingebruikname en correcte
uitlijning. Een andere, minder belangrijke, maar zeker niet te verwaarlozen
factor zijn omgevingsinvloeden. Chemische producten en olie kunnen het rubber
beschadigen en verweken. Warmte heeft net het tegenovergestelde effect en maakt
het rubber hard en schilferig. Stof of zand kunnen eveneens het slijtageproces
van zowel riemen als schijven versnellen. Riemen kunnen tot slot ook stukgaan
door andere gebrekkige aandrijvingsonderdelen. Het merendeel van bovengenoemde
problemen kan worden voorkomen door een degelijk preventief onderhoud.
Controle
Preventief onderhoud omvat twee soorten controles: korte, regelmatige
controles en meer grondige controles waarbij de machine voor langere tijd wordt
stilgelegd. Voor een kritieke aandrijving verdient het aanbeveling om de twee
weken snel even alles na te kijken en te luisteren of de aandrijving nog vlot
draait. Bij de meeste aandrijvingen volstaat een dergelijke controle één keer
per maand. Daarnaast dient de aandrijving om de 3 tot 6 maanden te worden
stilgelegd om de riemen, schijven en andere aandrijvingsonderdelen grondig te
kunnen controleren. Volgende factoren beïnvloeden het aantal controles:
aandrijvingssnelheid, werkcyclus van de aandrijving, kritiek karakter van de
machine, extreme omgevingstemperaturen, omgevingsfactoren, toegankelijkheid tot
de machine.
Riemspanning
Een onjuiste spanning - te hoog of te laag - kan problemen veroorzaken. Een
te lage spanning veroorzaakt slijtage van de riem. Een te hoge spanning
daarentegen zorgt ervoor dat zowel riemen als schijven vroegtijdig stukgaan. Er
wordt nog steeds te weinig belang gehecht aan de invloed van spanning op de
doeltreffendheid van een aandrijving. Zowel een te hoge als een te lage
riemspanning veroorzaakt een aanzienlijk verlies aan wrijving, dat wordt omgezet
in warmte. In extreme gevallen kunnen dergelijke grote wrijvingsverliezen te
wijten aan een onjuiste spanning oplopen tot 3 à 4%; op jaarbasis kost dit veel
meer dan nieuwe V-riemen. Voor de statistisch correcte spanning van een
aandrijving kan men een beroep doen op Gates’ ontwerphandboeken, Gates’
Designflex berekeningsprogramma of de berekeningen van de distributeur. Voor
heel wat onderhoudsverantwoordelijken lijkt de aanpassing en controle van de
juiste spanning nog steeds een moeilijke opdracht. Niets is echter minder waar.
Er bestaan immers verschillende gemakkelijke methodes om de riemspanning te
meten. Zo bepalen mechanische meters de doorbuigingskracht van een riem onder
spanning. Sonische spanningsmeters, zoals de Gates 505C, meten de spanning door
de geluidsgolven die een trillende riem produceert, te analyseren.
Riemconstructie
De riemconstructie is een belangrijk aspect bij de keuze van de correcte
riem voor een specifieke toepassing. Op die manier kunnen immers heel wat kosten
worden bespaard. Er wordt maar al te vaak aangenomen dat de schijven die op de
markt worden aangeboden perfect lopen met alle soorten riemen. Schijven met een
kleine diameter kunnen weliswaar gebruikt worden met alle bestaande riemen, maar
ze veroorzaken een groter rendementsverlies dan de nieuwe bandloze vormvertande
riemen.
Uitlijnen van schijven
De uitlijning van schijven bij riemaandrijvingen wordt doorgaans als een
tweederangsprobleem beschouwd, hoewel dit de slijtage kan verhogen en de
levensduur aanzienlijk kan verkorten. Een foutieve uitlijning kan in het ergste
geval leiden tot dure pannes. Correct uitgelijnde schijven hebben heel wat
voordelen: een lager energieverbruik, minder slijtage van riemen en schijven,
minder lawaai en trillingen, een hogere betrouwbaarheid van de aandrijving en
een langere levensduur van riemen, schijven en lagers. Gezien de kost van een
volledige riemaandrijving kan heel wat worden bespaard indien de levensduur van
de aandrijving met 50% wordt verhoogd. Bijgevolg is de controle van schijven een
belangrijk onderdeel bij het preventief onderhoud van riemaandrijvingen. De
belangrijkste oorzaken voor een slechte uitlijning zijn: de schijven zijn niet
juist op de assen afgesteld, de assen van de drijvende en gedreven schijf zijn
niet evenwijdig of opgelichte schijven door slechte montage. Alvorens de
schijven opnieuw uit te lijnen moeten de uitlijningstoleranties worden
gecontroleerd. Als algemene regel geldt dat de afwijking bij V-riemaandrijvingen
niet groter mag zijn dan 1/2° (5mm) per 500mm van de asafstand van de
aandrijving. Hoe groter de uitlijningsfout, hoe kleiner de stabiliteit van de
riem, hoe groter de slijtage en de kans dat de V-riem zich omdraait. Men kan de
uitlijning controleren door een rechte lat langs de buitenzijde van de schijven
te plaatsen. Dit vereist doorgaans twee personen en levert vaak onbetrouwbare
resultaten op. Een uitlijningssyteem met laser, zoals Gates’ LASER AT-1,
garandeert een snellere en meer precieze uitlijning. De LASER AT-1 toont
verkeerde uitlijning bij zowel evenwijdige als divergerende schijven met
schijfdiameters van 60 mm of groter.
Toestand van de schijven
Schijven zijn zelf ook onderhevig aan slijtage en hebben een bepaalde
levensduur. Tijdens het preventieve onderhoud moeten de schijven daarom steeds
worden gecontroleerd op uitzonderlijke slijtage of duidelijke tekenen van
beschadiging. Slijtage is echter niet altijd zichtbaar. De Gates-schijfmallen
zijn ideaal om de V-groeven te controleren.
Opslaan van riemen
In gunstige opslagomstandigheden blijven kwaliteitsriemen bruikbaar en
behouden ze hun afmetingen. Ongunstige opslagomstandigheden leiden tot een lager
rendement en dimensionele wijzigingen.
Bewaar riemen in een koele en droge omgeving en vermijd direct contact met het
zonlicht. Leg de riemen niet op de grond. Zo kunnen ze niet worden beschadigd
door water of vocht en lopen ze niet het risico vertrapt of stukgereden te
worden. Stapel de riemen niet te hoog in de rekken, zodat de onderste riemen
niet vervormen. Als ze in een container worden opgeslagen, mag die om dezelfde
reden niet te hoog zijn. <<
Controlelijst voor het preventief onderhoud
1. Schakel de aandrijving uit. Sluit het controlepaneel af en breng een
waarschuwingsbord aan: “Uitgeschakeld voor onderhoud. Niet aanraken!”
2. Plaats alle machineonderdelen in een veilige (neutrale) positie.
3. Verwijder en controleer de afscherming. Zoek naar sporen van slijtage en
controleer of er niets tegen de aandrijvingsonderdelen schuurt. Indien nodig,
reinig de afscherming.
4. Controleer of de riem versleten of beschadigd is. Vervang hem indien nodig.
5. Controleer of de schijven versleten of beschadigd zijn. Vervang hen indien
nodig.
6. Controleer ook de andere aandrijvingsonderdelen zoals lagers, assen,
bevestigingspunten en opspanrails.
7. Controleer de statisch geleidende aarding (indien die gebruikt wordt) en kijk
welke onderdelen aan vervanging toe zijn.
8. Controleer de riemspanning en pas ze aan indien nodig.
9. Controleer opnieuw de uitlijning van de schijven.
10. Installeer de afscherming opnieuw.
11. Sluit de machine opnieuw aan en laat de aandrijving lopen. Kijk en luister
of er geen abnormale dingen zijn.
Entraînements par courroie en V
L’importance de l’entretien préventif
En comparaison avec les chaînes qui doivent être continuellement lubrifiées ou
les entraînements par engrenage qui entraînent des frais élevés en cas de
problèmes mécaniques, les courroies constituent la solution la plus économique
et la plus fiable pour transmettre une puissance. Chaque courroie Gates garantit
une grande longévité. La durée de vie d’un entraînement dépend toutefois en
grande mesure du montage et de l’entretien corrects des courroies. D’où
l’importance de l’entretien préventif.
L’entretien préventif est uniquement possible si l’on sait pourquoi et comment
les courroies se sont cassées. Une étude souligne l’existence de six causes.
Dans la plupart des cas, la défaillance est liée à un mauvais entretien. Bon
nombre de courroies ont une tension trop faible ou sont montées sur des disques
usés ou mal alignés. Un faible concept d’entraînement est une autre cause
importante : une mauvaise combinaison de courroie/engrenage par exemple ou des
poulies-tendeurs mal utilisées. On tient en effet toujours trop peu compte
d’aspects tels que la tension correcte, la nouvelle tension lors de la mise en
service et l’alignement correct. Les influences de l’environnement constituent
un autre facteur, moins important certes, mais qui ne doit toutefois pas être
négligé. Les produits chimiques et l’huile peuvent endommager et ramollir le
caoutchouc. La chaleur a l’effet inverse et le rend dur et écailleux. La
poussière ou le sable peut également accélérer le processus d’usure des
courroies et des disques. Finalement, les courroies peuvent aussi se casser
suite à la défaillance d’autres pièces d’entraînement. Un bon entretien
préventif permet d’éviter la majeure partie des problèmes cités ci-dessus.
Contrôle
L’entretien préventif comprend deux types de contrôle: les contrôles brefs
et réguliers et les contrôles plus approfondis pour lesquels la machine est
arrêtée pendant une période plus longue. Un entraînement critique mérite d’être
vérifié toutes les deux semaines. Il faut écouter s’il tourne toujours
correctement. Ce contrôle peut être effectué une seule fois par mois pour la
majorité des entraînements. Par ailleurs, l’entraînement doit être arrêté tous
les 3 à 6 mois afin de vérifier sérieusement ses différents composants. Les
facteurs suivants influencent le nombre de contrôles : la vitesse
d’entraînement, le cycle de travail de l’entraînement, le caractère critique de
la machine, les températures ambiantes extrêmes, les facteurs environnants,
l’accessibilité à la machine.
Tension de la courroie
Une tension incorrecte – trop forte ou trop faible – peut être une source de
problèmes. Une tension trop faible provoque l’usure de la courroie. En revanche,
une tension trop élevée conduit à une rupture précoce des courroies et des
disques. On attache toujours trop peu d’importance à l’influence de la tension
sur l’efficacité d’un entraînement. Une tension de courroie trop élevée ou trop
faible provoque une perte considérable de friction, transformée en chaleur. Dans
les cas extrêmes, les pertes de frottement dues à une tension incorrecte peuvent
s’élever à 3 à 4 %. Sur une base annuelle, cela coûte nettement plus cher que de
nouvelles courroies en V. Pour déterminer la tension statique correcte d’un
entraînement, vous pouvez faire appel aux manuels de conception Gates, au
programme de calcul Designflex de Gates ou aux calculs du distributeur. Bon
nombre de responsables de l’entretien considèrent encore l’adaptation et le
contrôle de la bonne tension comme une tâche difficile. Rien n’est moins vrai.
Il existe en effet différentes méthodes faciles à utiliser pour mesurer la
tension de la courroie. Des compteurs mécaniques définissent le pouvoir de
flexion d’une courroie sous tension. Des compteurs de tension soniques comme le
Gates 505C mesurent la tension en analysant les ondes sonores produites par les
vibrations d’une courroie.
Construction de courroie
La construction de la courroie revêt un aspect important dans le choix de la
courroie adéquate pour une application spécifique. Cela permet de réaliser de
sérieuses économies sur les coûts. On suppose trop souvent que les disques
proposés sur le marché fonctionnent parfaitement avec tous les types de
courroies. Les disques affichant un petit diamètre peuvent en effet être
utilisés avec toutes les courroies existantes mais elles provoquent une plus
grande perte de rendement que les nouvelles courroies à flancs nus et crantées.
Alignement des disques
L’alignement des disques des entraînements à courroie est généralement
considéré comme un problème de second rang même si cela peut augmenter l’usure
et réduire sensiblement la longévité. Toutefois, un alignement défectueux peut
induire au pire des pannes très coûteuses. Des disques bien alignés présentent
de nombreux avantages : une consommation énergétique réduite, une usure plus
faible des courroies et disques, moins de bruit et de vibrations, une plus
grande fiabilité de l’entraînement et une longévité accrue des courroies,
disques et roulements. Vu le coût total d’un entraînement par courroie, on peut
réaliser de belles économies si la longévité de l’entraînement est augmentée de
50%. Par conséquent, le contrôle des disques représente une part importante de
l’entretien préventif des entraînements par courroie. Les principales causes
d’un mauvais alignement sont: des disques mal réglés par rapport aux axes, des
axes du disque d’entraînement et du disque entraîné non parallèles ou des
disques non soulagés suite à un mauvais montage. Avant d’aligner à nouveau les
disques, il faut contrôler les tolérances d’alignement. De manière générale,
l’écart des entraînements par courroie en V ne peut dépasser ½° (5mm) par 500 mm
de distance d’axe de l’entraînement. Plus l’erreur d’alignement est grande,
moins la courroie est stable, plus l’usure est importante et plus il y a de
risque que la courroie en V se torde. L’alignement peut être contrôlé en plaçant
une règle droite sur le flanc extérieur des disques. Cela réclame généralement
deux personnes. Toutefois, cette méthode donne rarement des résultats fiables.
Un système d’alignement au laser, comme le LASER AT-1 de Gates, garantit un
alignement plus rapide et plus précis. Le LASER AT-1 montre une erreur
d’alignement tant avec des disques parallèles que divergents présentant des
diamètres de 60 mm et plus.
Etat des disques
Les disques sont également sujets à l’usure et ont une certaine durée de
vie. Durant l’entretien préventif, les disques doivent donc toujours être
contrôlés pour vérifier s’ils ne présentent pas une usure exceptionnelle ou des
signes évidents d’endommagement. L’usure n’est cependant pas toujours visible.
Les gabarits de disque Gates sont idéaux pour contrôler les rainures en V.
Stockage des courroies
Si les conditions de stockage sont bonnes, les courroies de qualité restent
utilisables et préservent leurs dimensions. Des conditions de stockage
défavorables induisent un rendement inférieur et des modifications
dimensionnelles. Conservez les courroies dans un environnement frais et sec et
évitez tout contact avec la lumière solaire. Ne placez pas les courroies sur le
sol. Ainsi, l’eau ou l’humidité ne peut les endommager et elles ne courent pas
le risque d’être piétinées ou déformées. N’empilez pas trop de courroies les
unes sur les autres dans les étagères afin d’éviter les déformations des
courroies du bas. Si vous les stockez dans un conteneur, surveillez la hauteur
d’empilage pour la même raison. <<
Liste de contrôle pour l’entretien préventif
Coupez l’entraînement. Fermez le pupitre de contrôle et placez un panneau
d’avertissement ‘Hors service pour raison d’entretien. Ne pas toucher !’
1. Placez tous les composants de la machine en position (neutre) de sécurité.
2. Déposez et vérifiez la protection. Recherchez des traces d’usure et contrôlez
si rien ne frotte contre les éléments d’entraînement. Si nécessaire, nettoyez la
protection.
3. Vérifiez si la courroie est usée ou abîmée. Remplacez-la si nécessaire.
4. Vérifiez si les disques sont usés ou abîmés. Remplacez-les si nécessaire.
5. Vérifiez aussi les autres éléments d’entraînement comme les roulements, les
axes, les points de fixation, …
6. Vérifiez la mise à la terre pour l’électricité statique (si elle est
utilisée) et vérifiez quelles pièces doivent être remplacées.
7. Vérifiez la tension de la courroie et adaptez-la si nécessaire.
8. Vérifiez à nouveau l’alignement des disques.
9. Replacez la protection.
10. Raccordez la machine et faites tourner l’entraînement. Ecoutez et vérifiez
si tout semble normal.
|