Digitale aandrijftechniek 
voor meer flexibiliteit

Steeds korter wordende marktcycli brengen met zich mee dat de fabrikanten over steeds maar minder ontwikkelingstijd beschikken. Maar een volledig digitale positioneermodule is in staat daar wat aan te doen. Niet alleen beschikt men in dat geval over meer flexibiliteit, maar is men ook in de mogelijkheid om de resultaten beter in te schatten.

Om aandrijfproblemen op te lossen bestaan er in principe twee verschillende manieren :
- men maakt gebruik van gestandaardiseerde modules die uit een digitale positieregeling en versterker bestaan of
- men ontwerpt voor een bepaalde toepassing een specifieke regeling en vermogeneindtrap.
De eerste manier heeft het voordeel dat er functiemodellen ter beschikking staan. Zo een module bevat immers veel mogelijke functies en vermogenkarakteristieken. Helaas stelt men regelmatig vast dat de meeste functies overbodig zijn en dat sommige ontbreken. Voor een bepaalde concrete toepassing is een dergelijke module dan meestal overgedimensioneerd.
Een andere aanpak bestaat erin om de complete regeling en vermogensturing van nul af aan op te bouwen en precies op de eisen van de toepassing af te stemmen. Bij kleine productie-aantallen betekent dit evenwel een niet te onderschatten risico op gebied van kostprijs en bedrijfszekerheid.
Een tussenoplossing bestaat uit Motion-Control-Chips (MCC) in verbinding te stellen met gestandaardiseerde vermogenversterkers. Hierbij schrijft men zelf de noodzakelijke software voor de sturing en de microcontrolleromgeving. De instelwaarden van de versterker gebeuren analoog (+-10V). Toch is deze oplossing ook niet geheel vrij van nadelen : voor veel toepassingen klaagt men bij de huidige MCC’s over een geringe flexibiliteit op het gebied van bewegingsprofielen en regelnauwkeurigheid. In het vermogengedeelte van de MCC bevinden er zich doorgaans veel onbenutte vermogenversterkers.

Tussenoplossing
De Zwitserse firma MAXON MOTOR ontwikkelde een module (MIP10) die een synthese vormt tussen zelfontwerp en het gebruik van standaardcomponenten.
Typische onderdelen zoals voeding, beveiligingen,enz. bevinden zich op een moederbord. Maar functieblokken bevinden zich op inplugbare modules. De MIPmodule is een 16bit controller die baanbeschrijving, positie, stroomregeling, snelheid en klassieke beveiligingen omvat. De controller bevat nog genoeg rekencapaciteit om bijkomende toepassingsfuncties uit te voeren.
Via seriële poorten kan de software te allen tijde geladen worden. Voor de gegevensverwerking staat een snel SRAM geheugen ter beschikking, maar ook 20 digitale in- en uitgangen voor allerhande sensoren en actoren. Voor de communicatie met IPC of PLC zorgen twee seriële poorten. Ook een seriëel Bus-protocol is voorzien. Applicaties tot 50W kunnen direct op de module geschakeld worden. Dank zij de digitale technieken in het vermogengedeelte is een betere afstemming tussen positie en stroomregeling mogelijk geworden en zijn de instellingen voor overstroombeveiliging preciezer. De digitale modules zijn in principe ongevoelig voor warmte-invloeden en veroudering. Dit betekent dat hierdoor geen toerentalafwijkingen ontstaan. De module heeft de grootte van een bankkaart.
De hoofdtaak van elke positiesturing bestaat erin om de beweging tussen twee punten zo exact mogelijk uit te voeren. Daarnaast spelen parallelle en feedbackoperaties een belangrijke rol. De beweging zelf wordt meestal door de parameters versnelling, snelheid en eindpositie beschreven. In het meest eenvoudige geval is de snelheid-tijdgrafiek trapeziumvormig : versnelling en vertraging hebben dan dezelfde constante waarde. Maar bij delicate bewegingen moet het verloop meer afgerond zijn en is een feedback noodzakelijk. Denken we aan het transport van vloeistoffen in open proefbuisjes, de positionering van optische onderdelen, enz. Voor deze bewegingen bestaat een functie waarvan het verloop van de versnelling sin² -vormig is.
Naast zuivere positioneertaken is de module in staat om voor een hoogprecieze snelheidsregeling of een koppelbegrenzing te zorgen. Dit is het geval bij pompen in de medische sector, schroefbewegingen in de precieze mechanica, enz.
Wie experimenteert met nieuwe bewegingsontwerpen wil zo gauw mogelijk testen uitvoeren. Zo komt men vlug te weten of iets realiseerbaar is en krijg men vlug uitsluitsel over het kwaliteitsniveau. Hiervoor bestaat er voor de MIP10 module een evaluatiekit die met de noodzakelijke kabels, documentatie en software aangeboden wordt. Deze evaluatiekit heeft een 24V in- en uitgang, RS232 alsook RS485 poorten en kan zonder probleem op een PC of PLC aangesloten worden.
Wanneer men niet weet hoe de last zal reageren, is het instellen van de PI en PID parameters nogal tijdrovend. Om die reden kunnen alle modulen zich optimaliseren en als criteria worden parameters als « vermijden van trillingen » of « snel doel bereiken » voorgesteld. De kwaliteit van deze ingestelde parameters kan men dan grafisch beoordelen. Naast een menusysteem voor de verschillende configuratie- bewegings- en optimalisatiefuncties zijn er nog 2 commandointerpreters. Met de RS232-ASCII-interpreter kan men gebruik maken van een rekensysteem naar keuze (PC, UNIX, PLC), maar ook van een eenvoudige terminal om de gewenste bewegingen en I/O-bevelen in te brengen. De RS485 bezit een ingewikkelder protocol dat toelaat verschillende MIP-toestellen met elkaar te verbinden.
Om tot een serieproduct te komen is er evenwel een minimum aan software nodig, en in sommige gevallen een specifiek moederbord. Er zijn twee mogelijkheden : ofwel doet men het zelf, ofwel besteedt men deze opdracht uit. In het eerste geval, wanneer men het zelf doet, staan er gestandaardiseerde moederborden als voorbeeld ter beschikking en voor software-uitbreidingen zijn er speciale microcontrollersystemen voor regelingen, periferiefuncties, enz. Men kan het zich gemakkelijker maken er een lastenboek opstellen. Met vaste prijzen en levertermijnen stelt een ploeg MIP-specialisten dan een goede oplossing voor, gebruik makend van meerdere manjaren ervaring.

Mogelijkheden
De MIP-modules vormen in beginsel een productfamilie. De MIP10-module bevat een geïntegreerde eindtrap, terwijl de MIP0-module aangewezen is voor het koppelen van digitale eindtrappen. Eindgebruikers kunnen zich de evaluatiekit aanschaffen maar ook een MIP-Europakaart. Deze laatste staat een gemengde configuratie van meerassystemen voor DC- en ECmotoren (EC = elektronisch gecommuteerde DC-servomotoren).
Verder is een low-cost versie (tot 50W) in ontwikkeling speciaal gericht op gedecentraliseerde aandrijfsystemen (via een RS485). Met het oog op de sturing van gedecentraliseerde meerassige systemen bereidt men momenteel de modules voor op C, Delphi, Visual Basic en LabView.
(hp)