Statische elektriciteit
Een onzichtbare vijand


version française

Statische elektriciteit is in feite ‘rustende’ elektriciteit en niets anders dan een overschot (negatieve lading) of gebrek (positieve lading) aan elektronen op een geïsoleerd lichaam. Dit in tegenstelling tot de dynamische elektriciteit die door het elektriciteitsnet verdeeld wordt. Bij statische elektriciteit zijn de typische waarden van weerstand, stroom en spanning dan ook geheel verschillend van die van de dynamische elektriciteit.


Het aarden van installaties en hun onderdelen kan nodig zijn indien bij verpompen, transporteren, bewerken of verwerken, gevaar bestaat voor elektrostatische ontlading. Onderzoeken van explosies waarbij statische elektriciteit een rol kan hebben gespeeld zijn vaak lastig. Het is niet direct herkenbaar, mede omdat de sporen door de explosie worden gewist. Meerdere oorzaken die ogenschijnlijk geen direct verband met elkaar hebben, leiden naar de onvermijdelijke explosie of brand. De mogelijkheid van vorming van statische elektriciteit wordt hierbij vaak onderschat en krijgt weinig aandacht van industriële processen en installaties. Statische elektriciteit behoort dan ook een standaard aandachtspunt te zijn bij de uitvoering van ontwerpanalyses.

Oorzaken
Om een ontlading van statische elektriciteit te kunnen krijgen, moet er uiteraard eerst een oplading van statische elektriciteit plaatsvinden. Vele materialen of stoffen die we in het dagelijks leven tegenkomen zijn in meer of minder mate oplaadbaar. De zogenaamde tribo-elektrische oplading. Tribo-oplaadbare materialen zijn bijvoorbeeld vrijwel alle soorten plastic (polyethyleen, PVC, teflon, …), in kleding gebruikte kunststoffen als nylon en dralon, maar ook natuurlijke stoffen als (mensen-)haar en wol. Al deze materialen worden opgeladen door wrijving. Dit kan door wrijving tussen twee dezelfde materialen, maar ook tussen twee verschillende. Het optreden van statische elektriciteit en de gevaren en moeilijkheden die daardoor ontstaan zijn niet alleen afhankelijk van de eigenschappen en de methode van bewerking van de stof, maar ook van een aantal externe factoren zoals temperatuur en vochtigheid. Indien twee verschillende stoffen met elkaar in contact zijn, zullen de elektronen van de aan het oppervlak aanwezige atomen zich hergroeperen. Er treedt tenslotte een evenwichtstoestand op waarbij de ene stof een overschot en de andere stof een even groot tekort aan elektronen krijgt, waardoor de stoffen elkaar zullen aantrekken. Worden deze stoffen nu door mechanische arbeid gescheiden dan kan, afhankelijk aan de geleiding van de stoffen en van de separatiesnelheid, dit overschot respectievelijk tekort aan elektronen grotendeels blijven bestaan. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij slecht geleidende stoffen of bij een geïsoleerd opgesteld geleidend lichaam. In zo’n geval is dan minstens één der stoffen ‘statisch’ geladen.

Statische oplading
Bij industriële processen treedt statische oplading op bij aanraking gevolgd door scheiding van – of wrijving tussen – een goede elektrische isolator en een ander lichaam. Wanneer de opgewekte lading niet kan weglekken, kan aan het oppervlak de elektrische veldsterkte voldoende hoog worden. Hierdoor kan een lokale ontlading optreden. Is het opgeladen lichaam een geïsoleerd opgestelde geleider dan kan bij uitwisseling van lading tussen deze geleider en een ander voorwerp de totale lading overgaan in de vorm van een vonk. Dit gevaar dient men te vermijden door aarding consequent door te voeren. Eén van de meest voorkomende ‘oplosbare voorwerpen’ in fabrieken is het menselijk lichaam, staande op rubber zolen of op een slecht geleidende rubber- of asfaltvloer. De capaciteit van het menselijk lichaam is ruim voldoende om vonken te trekken met voldoende ontstekingsenergie, bijvoorbeeld wanneer een geaarde machine wordt aangeraakt. Op zo’n moment is men gauw geneigd te veronderstellen dat de machine lading draagt, hetgeen soms tot onjuiste conclusies kan leiden. Bij de bestrijding van statische elektriciteit is het van belang eerst te meten. Meten is immers weten. Twee grootheden kunnen van belang zijn: de elektrische weerstand en de oplading gemeten als veldsterkte.

Hoe bestrijden?
Zoals reeds aangehaald is het kleinste deeltje van een element het atoom, dat bestaat uit een positief geladen kern, waaromheen negatief geladen elektronen cirkelen. In normale toestand is de lading van de kern gelijk aan die van de elektronen en heffen de positieve en de negatieve lading elkaar op. Door invloeden van buiten kunnen elektronen toe- of afgevoerd worden. Hierdoor raakt het elektrisch evenwicht verbroken en wordt het materiaal elektrostatisch geladen. Bij een elektronenoverschot spreken we van een negatieve lading, bij een tekort van een positieve lading. In beide gevallen is er sprake van een instabiele situatie. Bij geleidende materialen zal het evenwicht zich meestal herstellen. De vrije elektronen zwerven als het ware door het materiaal op zoek naar positief geladen deeltjes en er treedt neutralisatie op. Bij niet geleidende materialen kan die neutralisatie niet plaatsvinden en hoopt de spanning zich op. Komt het materiaal dan in contact met een geleidend materiaal dan zal de spanning zich ontladen, waarbij een vonk kan ontstaan. Veel verpakkingsmaterialen behoren tot de niet geleidende materialen. Deze materialen kunnen elektrisch geladen worden door wrijving maar vaak meer nog als twee materialen van elkaar gescheiden worden. Verder speelt de relatieve luchtvochtigheid een rol. Hoe droger de lucht, des te kleiner het geleidingsvermogen en des te groter de kans op statische elektriciteit. Vooral ’s winters is de luchtvochtigheid laag (soms tot onder 20 %). Een relatieve luchtvochtigheid tussen 50 en 60 % wordt voor het verminderen van elektrostatische oplading als meest ideaal gezien (in dit geval zal zich op alle oppervlakken een minuscuul dun waterlaagje vormen, dat de statische elektriciteit afvoert). Ook gelamineerde kunststoffen kunnen door hun opbouw in lagen veel energie opslaan. Komen zij dan in aanraking met een metalen machineonderdeel dan zal een vonk overslaan, die brand kan veroorzaken. Is in de omgeving een brandbaar mengsel van bijvoorbeeld oplosmiddeldampen aanwezig, dan kan de vonk zelfs tot een explosie leiden. Tenslotte fungeert ook de mens als een geleidend materiaal. Direct contact met een statisch geladen materiaal kan daarom een schok veroorzaken. Loopt iemand op isolerende schoenen, dan kan hij zelf elektrisch geladen worden. Komt hij vervolgens in contact met een geleidend materiaal dan kan hij een schok krijgen en kan zelfs een vonk overspringen. In ruimtes waar het risico bestaat van explosiegevaar, moet daarom geleidend schoeisel worden gedragen.

Voorkomen is beter dan genezen
Onder het welbekende motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ is het dus zaak om te voorkomen dat materialen en mensen zich tijdens het productieproces opladen. Als ze zich namelijk niet opladen, zal er ook geen ontlading plaatsvinden. Het voorkomen van oplading kan enerzijds worden bereikt door het gebruik van niet of maar zeer beperkt oplaadbare materialen. Dit soort materialen zullen zich in het dagelijks gebruik door wrijving niet of nauwelijks laten opladen en vormen daarom geen gevaar. Natuurlijke voorbeelden van dergelijke materialen zijn hout en karton. Daarnaast is het mogelijk om normaal gesproken oplaadbare materialen, zoals bijvoorbeeld plastic, te voorzien van een speciale coating met anti-staticum, waardoor ze tijdelijk of permanent niet meer oplaadbaar zijn. Anderzijds is het mogelijk om materialen te gebruiken die een zekere mate van geleiding hebben. Mits deze producten met aarde zijn verbonden hebben ze namelijk het vermogen om elke optredende elektrostatische lading in de kiem te smoren. Natuurlijke geleiders zijn uiteraard de meeste metalen en water, maar ook de mens. Aangezien wij voor een groot deel uit water bestaan kunnen we, door ons te aarden, heel goed statische elektriciteit afvoeren. Deze aarding gebeurt meestal met speciale ESD-polsbandjes (Electro Static Discharge), maar kan ook door speciale geleidende schoenen of schoenbandjes, in combinatie met een geleidende vloer worden bewerkstelligt. Sommige kunststoffen kunnen, meestal door het toevoegen van koolstof, ook heel goed geleidend worden gemaakt. Deze techniek wordt veelal toegepast in de elektronica-industrie gebruikte kunststof containers, verpakkingsmaterialen, magazijnbakken en dergelijke. Is dit alles nog niet voldoende, dan kan men nog altijd overgaan tot het plaatsen van actieve of passieve ionisatoren.>>

L’électricité statique,
un ennemi invisible


En fait, l’électricité statique est de l’électricité au ‘repos’ et rien d’autre qu’un reste (charge négative) ou un manque (charge positive) d’électrons sur un corps isolé. Ceci, contrairement à l’électricité dynamique distribuée par le réseau . En cas d’électricité statique, les valeurs typiques de résistance, courant et tension sont totalement différentes de celles de l’électricité dynamique.


La mise à la terre des installations et de leurs éléments peut s’avérer nécessaire s’il y a danger de décharge électrostatique lors de pompage, transport, traitement ou transformation. Les enquêtes sur des explosions dans lesquelles l’électricité statique peut avoir joué un rôle sont souvent difficiles. Elle n’est pas toujours directement reconnaissable, parce que les traces peuvent avoir été effacées par l’explosion. Plusieurs causes, qui n’ont apparemment pas de lien direct entre elles, peuvent immanquablement provoquer une explosion ou un incendie. La possibilité de formation d’électricité statique est souvent sous-estimée et elle attire peu l’attention dans les processus et installations industriels. L’électricité statique doit aussi être un point d’attention standard lors de la réalisation d’analyses de projets.

Causes
Pour obtenir une décharge d’électricité statique, il faut évidemment qui y a d’abord un chargement d’électricité statique. De nombreux matériaux ou produits que nous rencontrons dans notre vie quotidienne peuvent plus ou moins être chargés en électricité statique. La soi-disant charge triboélectrique. Des matériaux pouvant être chargé tribo­électriquement sont pratiquement tous les plastiques (polyéthylène, PVC, téflon,…), les fibres synthétiques utilisées dans les vêtements telles que nylon et dralon, mais aussi des fibres naturelles comme les cheveux (humains) et la laine. Tous ces matériaux sont chargés par frottement. Cela peut être un frottement entre deux matériaux identiques, mais aussi entre deux matériaux différents. L’apparition d’électricité statique et les dangers et difficultés pouvant en résulter dépendent non seulement des propriétés et des méthodes de transformation de la matière, mais aussi d’un certain nombre de facteurs extérieurs tels température et humidité. Si deux matières différentes sont en contact entre elles, les électrons des atomes en surface, se regrouperont. Il y a finalement un état d’équilibre selon lequel une matière a un excédent et l’autre un manque identique d’électrons, ce qui fait que ces matières s’attirent. Si ces matières sont séparées par une intervention mécanique, cet excédent et ce manque d’électrons peuvent subsister en grande partie, en fonction de la conductibilité des matières et de la vitesse de séparation. Cela se fait par exemple pour des mauvais conducteurs ou sur un corps conducteur, monté de manière isolée. Dans ce cas, au moins une des matières est chargée ‘statiquement’.

Chargement statique
Dans les processus industriels, le chargement statiquement se fait lors d’un contact suivi d’une séparation de – ou frottement entre – un bon isolateur électrique et un autre corps. Lorsque la charge suscitée ne peut s’échapper, l’intensité du champ électrique à la surface peut augmenter suffisamment. Ceci peut provoquer une décharge locale. Si le corps chargé est un conducteur, monté de manière isolée, la charge totale peut se faire sous forme d’étincelle lors de l’échange de charge entre ce conducteur et un autre objet. Il faut éviter ce danger en effectuant une mise à la terre correcte.
Un des objets les plus ‘solubles’ dans les usines est le corps humain, placé sur des semelles en caoutchouc ou sur un sol en caoutchouc ou en asphalte, mauvais conducteur. La capacité du corps humain est suffisante pour attirer des étincelles avec suffisamment d’énergie d’allumage, par exemple, en touchant une machine mise à la terre. A ce moment, on est facilement tenté de supposer que la machine est chargée, ce qui peut parfois entraîner à de mauvaises conclusions. Dans la lutte contre l’électricité statique, il est important de commencer par mesurer. Car mesurer nous permet d’en savoir plus. Deux grandeurs peuvent être importantes : la résistance électrique et la charge, mesurées comme intensité de champ.

Comment lutter ?
Comme nous l’avons déjà dit, la plus petite particule d’un élément est l’atome, composé d’un noyau chargé positivement, avec des électrons, chargés négativement, qui circulent autour. Normalement, la charge du noyau est égale à celle des électrons et les charges négatives et positives se neutralisent. Suite à des influences externes, les électrons peuvent être rapprochés ou éloignés, ce qui perturbe l’équilibre électrique. C’est ainsi que le matériel est chargé électrostatiquement. Lorsqu’il y un excédent en électrons, on parle d’une charge négative, lorsqu’il en manque, on parle de charge positive. Dans les deux cas, on peut parler d’une situation instable. Pour les matériaux conducteurs, l’équilibre se rétablira en général. Les électrons libres se baladent en quelque sorte à travers le matériau à la recherche de particules chargées positivement et il y neutralisation. Si le matériel entre en contact avec un matériau conducteur, la tension se déchargera, et provoquera une étincelle.
De nombreux matériaux d’emballage figurent parmi les matériaux non conducteurs. Ces matériaux peuvent être chargés électriquement par friction, mais plus souvent encore, lorsque deux matériaux sont séparés. Par ailleurs, l’humidité relative de l’air joue aussi un rôle. Plus l’air est sec, plus faible sera la capacité de conductibilité et plus grand le risque d’électricité statique. Surtout en hiver, l’humidité de l’air est faible (parfois, sous 20%). Un taux d’humidité relative entre 50% et 60% est considéré comme la meilleure condition pour diminuer le chargement électrostatique (dans ce cas, il se formera une très fine pellicule d’eau sur toutes les surfaces. Celle-ci éloignera l’électricité statique).
Les matières synthétiques laminées peuvent emmagasiner beaucoup d’énergie, en raison de leur assemblage en couches. Si elles entrent en contact avec un élément de machine en métal, il y aura une étincelle, pouvant provoquer un incendie. S’il y a un mélange inflammable, par exemple, des vapeurs de solvants, à proximité, cette étincelle peut même provoquer une explosion. Enfin, l’homme agit aussi comme conducteur. C’est pourquoi un contact direct avec du matériel chargé statiquement peut donner un choc. Si vous portez des souliers à semelle isolante, vous pouvez vous-même être chargé électriquement. Si vous entrez ensuite en contact avec un matériau conducteur, il peut recevoir un choc, pouvant même provoquer une étincelle. Dans les locaux avec des risques de déflagration, il faut porter des chaussures conductrices.

Il vaut mieux prévenir que guérir
Pour suivre le slogan ‘il vaut mieux prévenir que guérir’ il faut veiller à éviter que les matériaux et les hommes soient chargés durant le processus de production. S’ils ne se chargent pas, il n’y aura pas non plus de décharge. On peut notamment éviter d’être chargé en électricité, d’une part en n’utilisant pas ou très peu de matériaux chargeables. Ce type de matériaux ne se charge pas ou très peu par friction à l’usage quotidien et il ne représente donc pas de danger. Des exemples naturels de tels matériaux sont le bois et le carton. En outre, il est possible de recouvrir certains matériaux qui sont, normalement, chargeables, comme par exemple le plastique, d’un revêtement spécial antistatique, ce qui les rend temporairement ou de façon permanente non chargeables. D’autre part, il est possible d’utiliser des matériaux qui ne sont que partiellement conducteurs. Moyennant le raccordement de ces produits à la terre, ils peuvent en quelque sorte étouffer la charge électrostatique. La plupart des métaux et l’eau, mais aussi l’homme sont évidemment des conducteurs naturels. Comme nous sommes composés en grande partie d’eau, nous pouvons très facilement éliminer l’électricité statique en nous connectant à la terre. Cette mise à la terre se fait en général grâce à des bracelets ESD (Electro Static Discharge) spéciaux, mais aussi en portant des chaussures ou des lacets conducteurs, sur un sol conducteur. Certaines ma­tières synthétiques peuvent, souvent par l’addition de carbone, être rendues très conductible. Cette technique est souvent appliquée dans l’industrie électronique, où l’on utilise des conteneurs, matériaux d’emballage, bacs de stockage et autres en matières synthétiques. Si tout ceci ne suffit pas encore, on peut toujours procéder au placement d’ionisateurs actifs ou passifs. <<